Het boek is verkrijgbaar via: Boekscout: Ken je me land? van Loek van Straaten
Het wordt ‘on demand’ gedrukt en de levertijd ligt tussen de 2 en 5 dagen. Het kan ook gewoon in een boekenwinkel worden besteld onder ISBN 978-94-638-9868-3
Beoordeling van het manuscript door Uitgeverij Boekscout
Zoals je zelf al schrijft, er zijn gebieden in Nederland waar iedereen een beeld van heeft: Amsterdam, het Gooi. Maar het Kennemerland? In dit manuscript zet je nauwkeurig de geschiedenis en regionale cultuur van dit bijzondere stukje Nederland uiteen, plaats per plaats. Dat doe je aan de hand van persoonlijke ervaringen, waardoor je manuscript leest als een reisboek door eigen land. Je werkt dit af met geschiedkundige diepgang en vermakelijke feiten over de plekken, waardoor je op natuurlijke wijze kennis overbrengt bij de lezer. De stijl van je zelfgemaakte illustraties wekken daarbij een haast nostalgische sfeer op en complimenteren je tekst. De schrijfstijl is geheel eigen, waarbij je toegankelijke en vriendelijke taalgebruik zelfs is voorzien van creatief verzonnen woorden, als ‘aanleunvrienden’, wat bijdraagt aan de persoonlijke sfeer in het boek. Al met al boek vormt niet alleen een interessant naslagwerk voor de inwoners van Kennemerland, maar voor iedereen daarbuiten die op ontdekkingsreis binnen eigen land wil gaan.

Taal
Op veel plaatsen heeft het idee postgevat dat talen aan slijtage onderhevig zijn. De Volkskrant interviewde daartoe emeritus hoogleraar Nicoline van der Sijs. Dat talen eerst complex waren en nu niet meer klopt niet, zegt zij. De ontwikkeling die plaats heeft gevonden is dat de functie van naamvallen en verbuigingen in de loop der eeuwen is overgenomen door voorzetsels en lidwoorden. Daarmee kwam de woordvolgorde van een zin vaster te liggen.
Hulpwerkwoorden deden hun intrede in de taal. Dat gebeurde niet alleen in het Nederlands, maar in vrijwel alle talen. In grote samenlevingen zijn meer nieuwe mensen die van buiten komen. Een taal leren is voor kinderen makkelijker dan voor volwassenen. Uitzonderingen op verbuigingen en vervoegingen zijn voor hen uitermate lastig. Daarom gaan ze meer omschrijvingen met lidwoorden, voorzetsels, voornaamwoorden en hulpwerkwoorden gebruiken. Het Engels heeft geen woordgeslacht en maar één lidwoord. Dat heeft te maken met grote groepen en tweetaligheid in het verleden. Door taalcontact nemen wij die grammatica geleidelijk over. Toen de Nederlandse taal in Zuid-Afrika kwam in een zeer heterogene bevolking onderging het de verandering naar 1 lidwoord: ‘die’. ‘Hen’ en ‘hun’ veranderde in slechts 1 woord, nl. ‘hulle’ en bij alle persoonsvormen is de uitgang van het werkwoord in de tegenwoordige tijd hetzelfde. Voorbeeld: ek (ik), jy, hy, ons, jullie, hulle loop/ drink/ swem. In de periode van de Grote Volksverhuizingen (4de-6de eeuw) in West-Europa ging het Romeinse Rijk ten onder en vermengden de taalgroepen zich met als gevolg de genoemde ontwikkeling van lidwoorden, hulpwerkwoorden, voorzetsels en voornaamwoorden.
Het schrift
Het schrift is rond 3300 v.Chr. uitgevonden in het Midden-Oosten. Daar ontstonden samenlevingen gebaseerd op landbouw en kwamen steden en staten tot bloei door handel. Er was behoefte aan boekhouding en al snel ook aan notatie van wetenschappelijke ontwikkeling. De pictogrammen van de Soemeriërs ontwikkelden zich rond 3100 v.Chr. tot een volwaardig spijkerschrift. Even later kenden de Egyptenaren hun eigen beeldtaal, de hiërogliefen. Naarmate de samenlevingen zich verder ontwikkelden ontstond behoefte aan nieuwe manieren van verslaglegging en notatie van ideeën. De Feniciërs ontwikkelden rond 1000 v.Chr. een schrift gebaseerd op klanken, bestaande uit 22 medeklinkers, met al snel een schrijfrichting van rechts naar links. De Grieken voegden er rond 800 v.Chr. klinkers aan toe en veranderden de schrijfrichting van links naar rechts. De Etrusken in Noord-Italië namen dit weer over van de Grieken en vandaar breidden de Romeinen het weer wat later over Europa uit. Omdat het Romeinse alfabet niet helemaal bij de in deze lage landen gesproken taal paste, veranderde er hier en daar nog wat in de volgende eeuwen. Pas in het jaar 1584 is het eerste alfabet te vinden dat uit dezelfde 26 letters bestaat als ons huidige alfabet. Toch wordt in de Winkler Prins-encyclopedie het alfabet afgesloten met x, ij, y, z. Dat zijn dus 27 letters.