Laat je inspireren

door Loek

Over de Top

 

 

Dit verhaal is fictie. Enkele feiten en meningen komen overeen met de ervaringen en ideeën van de schrijver, maar hij wil niet zeggen welke dat zijn.

 

 

 

1

 

“Mijn naam is Docus. Ik werk via het uitzendbureau als inspecteur bij de moordbrigade van Kennemerland.”

Onzeker keek de vrouw naar hem op. ”… Via een uitzendbureau?”

Theo greep direct in: “Sorry mevrouw, hij heeft een vreemd gevoel voor humor, maar is echt een inspecteur bij zware delicten.”

“En U bent?”, vroeg de vrouw.

“Mijn naam is Dora. “

” Dat is me wat, nu neemt u mij ook al in de maling. Wat voor een politie hebben wij?”

“Nee, nee”, haastte Theo zich te zeggen, “dat is echt mijn achternaam.”

“Ik weet niet of ik u wel serieus moet nemen. Laat mij eerst maar uw penningen zien.”

“Ja zeker mevrouw…, kijk deze is van vorig jaar van het fierljeppen in Noord Scharwoude”, toverde Jo een munt uit zijn zak.

De deur sloeg met een harde klap dicht.

Bij het volgende huis werd de deur argwanend opengedaan door een chagrijnig kijkende oude man, die nadat Jo zich wederom had voorgesteld cynisch antwoordde: “Ja en ik ben Opa Paya en mijn vrouw heet Oma Yonaise. Goeiedag!”, waarna hij de deur sloot.

 

“Nou Jo, dat heb je weer mooi voor elkaar, met die waardeloze lolbroekerij van je.”

“Ho-ho”, antwoordde Jo, “ik vond die oude baas vele malen lolliger. Bovendien vind ik ons ongeschikt voor deur aan deur vraagstelling. Laat dat toch aan de uniformen over, dan kunnen wij onze grijze massa op een andere manier gebruiken.”

“Je grijze massa zal wel in orde zijn Jo, maar aan je ongekamde haar, je ongeschoren kin en je verkeerd geknoopte overhemd te zien, begin je aardig wat witte stof te missen. Dat vormt overigens de verbindingen tussen je grijze stof, mocht je dat niet weten.”

“O, je bedoelt de substantia alba, dat de axonen bevat. Je weet wel Theo, axonen, de gemyeliniseerde uitlopers van zenuwcellen, ofwel neurieten genoemd. Joúw afwijkingen lijken éérder op een gebrek aan witte stof te wijzen.

Ik denk bijvoorbeeld aan je motorische problemen op de schietbaan of het niet meer kunnen spreken. Dat laatste is weliswaar alleen het geval in aanwezigheid van mooie vrouwen, maar toch…”

 

Het onderzoek naar het nog steeds naamloze en van haar huid ontdane lijk van een vrouw van ergens tussen de dertig en veertig jaar oud zat al bij aanvang vast. Het tovermiddel van DNA had ook nog niets opgeleverd. Het buurtonderzoek in de wijk waar het stoffelijk overschot was gevonden had eveneens niets opgeleverd. Het valt niet te zeggen of dit te wijten was aan het excentrieke en misplaatste optreden van Jo, het slechte weer of de incompetentie van de leidinggevenden bij de Regionale Eenheid Noord-Holland.

Hun directe chef was gekomen via het transitieteam. Hij was in nog een opzicht in transitie, toen hem (destijds nog als ‘zij’ op officiële papieren) duidelijk was geworden dat het lichaam niet lekker paste. De stem en sommige aspecten van het uiterlijk bevielen hem nu beter, maar het ‘man zijn’ op zich was het toch ook niet. Zou hij zich misschien elders op de LHBTIQ+-lijst thuis voelen?

Jo had enige tijd geleden gezegd dat zo’n etiket complete flauwekul was.

“Je bent wat je voelt”, meende hij. Natuurlijk ridiculiseerde hij de hele boel door te roepen dat het niet eens een woord was. “Ik weet wel een woord dat de hele lading dekt, gewoon fonetisch opschrijven, dan wordt het El-Habétiqueén en voelen Arabische medelanders zich qua tekst ook meteen thuis!”

 

Willeke was Willem geworden en iedereen noemde hem meneer Wever.

Zijn religieuze belevening was ook danig veranderd sinds het gender-issue steeds sterker ging spelen in zijn leven. Nu onze vader net zo goed onze moeder kon zijn had de stelligheid van zijn geloofsgemeenschap zijn ethische landschap ondergraven. Het zou allemaal veel praktischer kunnen volgens zijn nieuw verworven inzichten. Aangezien God toch alles had geschapen kon je niet blijven geloven in de creatie van slechts 2 seksen. De appel was veel verder van de boom gevallen en hoorde dat ook niet bij deze tijd van diversiteit? Het was een vergissing geweest zijn gedachten met Jo te delen. Zijn inspecteur had zulke grensoverschrijdende opmerkingen gemaakt dat Willem vreesde dat hij op een gegeven moment niet alleen zichzelf, maar ook het hele corps in de problemen zou brengen. Hij zou een oplossing voor ‘het probleem Jo’ moeten bedenken. Er werd wel vaker gezegd dat met het overschrijden van een zekere leeftijdsgrens het cynisme toenam. Dat gold zeker voor Jo. Gelukkig vormde hij een duo met een onbevangener dertiger, die sterk in zijn schoenen stond. Dat moest ook wel om met Jo om te kunnen gaan.

 

Hij werd in zijn overpeinzingen gestoord doordat de deur van zijn kleine domein met een klap werd opengegooid. Theo stond in de deuropening. De sedimenten van de vorige avond vormden een witte afscheiding op zijn onderlip.

Natuurlijk weer een nacht doorgezakt, concludeerde Willem na een blik op de bloeddoorlopen ogen.

“Meneer Wever”, blaatte Theo, “gisteravond zat ik in de kroeg en heb daar een mobieltje in mijn zak gestoken, dat ik vanmorgen toen ik wakker werd niet herkende als dat van mij. Ik heb er ingekeken, want er zat geen beveiliging op. Er verscheen een niet verstuurd appje in beeld. Daar stond alleen ‘Help’.

“Ja Theo, je kan wel de ergste dingen bedenken op basis van zo’n tekstje, maar het hoeft heus niet direct om een misdrijf te gaan. Misschien moest er nog achter komen ‘…de artsen zonder grenzen in Afrika hun werk te doen. Stort op rekeningnummer et cetera.’ Breng dat toestel maar naar gevonden voorwerpen, neem een kop koffie om wakker te worden en ga aan de slag. Je hebt een aardige achterstand in je papierwerk.”

 

Het zat Theo echter niet lekker en hij stak het mobieltje weer in zijn zak terwijl hij Willems kantoor verliet. Toen Jo met twee koppen koffie kwam aanzetten, begon hij er daarom direct over.

Maar Jo was niet in het minst geïnteresseerd. “Meneer Wever heeft gelijk. Niks! Vergeet het.”

Theo ging achter zijn computer zitten om te zoeken naar de mogelijkheden de identiteit van een telefoonbezitter te achterhalen op basis van de telefoon.

Hij begon met de informatie over het IMEI-nummer. Dat bleek te staan voor

‘International Mobile Equipment Identity’. Dat was niet helemaal wat hij zocht, want het ging hem niet over de identiteit van het mobieltje, maar om die van de eigenaar.

Het IMEI-nummer van een smartphone wordt al in de fabriek gekoppeld aan een toestel en bestaat altijd uit 15 cijfers. Je kan het via een app vinden, via ‘instellingen’ of gewoon op de originele verpakking.

Maar wie bewaarde nou een verpakkingsdoos!

Theo las verder dat een mobiel nummer je privacy waarborgt, want je kunt het aan iedereen geven of bijvoorbeeld op ‘Marktplaats’ zetten. Niemand kan er dan achter komen waar je woont of wat je naam is. Maar hee! Je kunt er wel achter komen om welke provider het gaat. De providers verstrekken de 06-nummers en elke provider is herkenbaar aan de eerste vier cijfers van die 06-nummers. De ACM beheert alle telefoonnummers, dus via hun site kun je de provider achterhalen. Minpuntje voor de zoeker is dat telefoonnummers mee kunnen worden genomen naar een andere provider. Theo’s stemming sloeg direct weer om. Het was zoeken naar een naald in een hooiberg. Maar wacht, beweerden ze hier nou dat er een telefoongids voor 06-nummers bestond? Dat was te mooi om waar te zijn. Dat moest hij lezen. Op websites kon op naam van een persoon worden gezocht. Ja, dáár had hij natuurlijk niets aan!

O wacht, je kon ook omgekeerd zoeken door het mobiele nummer in te toetsen, waarna naam en adres zou verschijnen. Dat was het!  Dat had hij nodig. Haastig las hij verder. Zijn optimisme werd direct getemperd. Kennelijk moest je bezitter van de telefoon zich hiervoor vrijwillig aanmelden bij de telefoongids-website. Dat deed natuurlijk niemand. Moedeloos zette Theo zijn computer uit. Hij zou maar eens bij Jo langs lopen om te kijken wat er op het programma stond.

 

Radeloos wierp hij zijn handen in de lucht. “Nou”, zuchtte Jo, “laat mij dat mobieltje dan maar eens zien. Geen beveiliging?” “Nee, anders had ik dat appje toch niet kunnen lezen!” gaf Theo terug. Jo rommelde wat aan het apparaat en riep al snel daarna: “Kijk de vrouw heeft gewoon haar eigen nummer onder ‘ikke’ in haar mobiel gezet. Dat doe ik ook altijd, want ik kan mijn eigen nummer nooit onthouden. Nu even kijken naar de makers van haar app-groepen en vergelijken met de meest voorkomende naam in de berichten.” Na tien minuten bezig te zijn geweest, zei hij triomfantelijk: “Kijk maar, ik heb het. Haar naam is Melinda Slaghout. haar meeste contacten zijn zo te zien in Haarlem, want zij voert echt alle gegevens in bij haar contacten. Nu kun je haar gaan zoeken.”

 

“Kijk aan wie ze het bericht wilde sturen.”

“Verrek Theo, het is gericht aan ‘Bas’, onder een doorkiesnummer hier op het bureau.” Plotseling vol ijver ging Jo met een vinger langs de lijst met interne nummers.

“Krijg nou wat! Het is het nummer van Bas Oudenhorn. Die ken ik! Hij zit op twee, bij vermissingen.”

 

 

 

 

 

 

2

 

Peter groette de daklozenkrant verkoper toen hij met zijn linnen boodschappentas bij de Vomar aankwam. “Nee, geen krant voor mij vandaag, ik heb geen tijd om te lezen.” Dat was natuurlijk gelogen. Hij had alle tijd. Er stond echter niets in zo’n krantje dat zijn belangstelling had. Maar het zou ongemanierd zijn om de dakloze zo maar voorbij te lopen.

Nu eerst een koffietje, zoals ze dat in Vlaanderen zo leuk noemen. Fijn dat de supermarkt begonnen was met een koffie- en lunchhoek. Ze hadden echt goede spullen.

Vanaf zijn tafeltje had hij een goed zicht op het winkelend publiek. Twee vrouwen probeerden gelijktijdig hun wagentje door 1 poortje te wringen. Het woord ‘trut’ viel meerdere keren te horen. Het waren zeker geen dames met hun grove taalgebruik. Uiteindelijk verdwenen zij achter elkaar tussen de schappen. Hij schudde zijn hoofd over zoveel ongemanierdheid. Steeds vaker werden normen overschreden. De mensen leken alleen maar met zichzelf bezig te zijn. De ‘Dikke ikke’ leek elk jaar dikker te worden. “Allemaal Remy’s”, fluisterde hij zacht.

 

Nadat hij zijn koffietje had genuttigd, was het tijd zelf boodschappen te gaan doen. Vlak voor hij zijn bananen op de weegschaal wilde leggen, drong een grote kerel voor hem langs.

“U dringt voor! Dat is niet netjes.”

De man keek hem minachtend aan, draaide zich om en was vervolgens een hele tijd druk met de werking van de weegschaal. Hij kon eerst zijn product niet vinden tussen de afgebeelde pictogrammen en vervolgens snapte hij niet hoe hij het etiket uit het apparaat tevoorschijn moest krijgen. Peter stond zich te verbijten, maar durfde hem niet meer aan te spreken. Eindelijk kon hij zelf zijn bananen afwegen en etiketteren.

 

Even later stond hij bij het schap met toiletpapier toen een jongetje luid schreeuwend alle olijfolieflessen uit het tegenoverliggende vak tegen de grond begon te smijten. Zijn moeder wrong haar handen ineen en zei gesmoord:

“Randy stop nou! Dat mag niet van de meneer van de winkel.”

“Nee, ik wil chips! Ik ga chips pakken.” De daad bij het woord voegend smeet hij gezinspakken chips in het karretje.
De jonge vrouw gaf toe aan de geschreeuwde eisen van het kind. Haastig rekende zij af bij de kassa, waar haar zoontje al uit een opengescheurde familiezak chips in zijn mond stond te proppen.

“Ik heb vijf van zulke zakken in mijn winkelwagen”, zei ze.

De kassière scande de code en sloeg het aantal aan op de kassa. Melinda zag dat zij langs haar heen een misprijzende blik op haar zoontje wierp.

Snel rekende zij af en laadde haar auto op het parkeerterrein. Gelukkig stapte Randy rustig in nu hij uit die grote zak kon snaaien. Ze trok op en kon maar net een botsing vermijden bij het verlaten van het parkeerterrein. Zenuwachtig schold ze op zichzelf om beter op te letten. Al wekenlang wankelde ze op het randje van haar zenuwen. Anton kwam bijna niet meer naar huis. Hij negeerde Randy, zijn eigen zoon! Hij had de laatste jaren steeds meer afstand genomen van hun gezinsleven en was uithuizig geworden. Als hij al thuiskwam liet hij regelmatig zijn handen wapperen. Hij was snel boos en dan sloeg hij hard. Al vroeg in hun relatie had hij haar duidelijk gemaakt geen kinderen te willen en toen zij desondanks na een jaar toch zwanger was geworden, was zijn houding veranderd. Hij werd nurkser. Hij leek zich bij de feiten neer te leggen, maar de leuke spontane Anton was verdwenen en hij werd gewelddadig. De baby werd genegeerd en z’n vermaak zocht hij buiten de deur. Hij liefkoosde haar nooit meer. Voorheen kon seks nog wel prettig zijn. Als het nu al gebeurde nam hij haar met geweld. Hij betaalde de terugkerende rekeningen van het gezin, maar hij nam geen deel als vader aan dit gezin. Toen Randy groter werd, was Anton weigerachtig ook maar iets met zijn zoontje te ondernemen. Alles met betrekking tot de opvoeding kwam op haar neer.

Zij zocht de kinderopvang, waardoor ze halve dagen kon blijven werken. Hetzelfde gold voor de gang naar het consultatiebureau en later de huisarts, de tandarts en de kapper. Het uitzoeken van een goede basisschool kwam ook op haar bordje. Hij had nooit een balletje getrapt met Randy, zoals normale vaders doen. Randy werd niet door hem gecorrigeerd en zij kon zelf alleen maar toegeven aan haar zoon. Zodra ze hem iets probeerde te weigeren kreeg hij een tantrum. Het was vaak zo hevig dat zij hem eigenlijk altijd zijn zin gaf. En nu had Anton zijn koffer gepakt en was weggegaan zonder iets te zeggen. Geen wonder dat Randy zo opvliegend was. Op het internet had ze gelezen dat drift kon ontstaan uit angst en ze had Randy na de terugkerende slaande ruzies met Anton een aantal keren op zijn kamer huilend en bevend teruggevonden.

Diep in gedachten parkeerde ze haar auto voor haar woning. Een paar huizen terug stopte een grijze Opel Meriva langs de stoep, er stapte niemand uit. Randy was aan de tweede zak chips begonnen, te druk bezig om zijn moeder te helpen de boodschappen naar binnen te dragen. Al snel hoorde ze de ontploffingen en mitrailleurschoten die klonken vanaf de spelcomputer, waar Randy, nu waarschijnlijk met volle mond totaal geabsorbeerd door het spel, achter zat. In ieder geval kon ze nu tenminste ongestoord alle boodschappen opruimen en de koelkast en vriezer opnieuw inrichten. Dat was een keer helemaal misgegaan. Haar zoon was toen zo onhandelbaar, dat alle diepvriesproducten waren ontdooid tegen de tijd dat ze er aan dacht dat ze nog steeds in een tas in de keuken stonden. Niet alles kon opnieuw worden ingevroren en uit ervaring wist zij dat bijvoorbeeld sperziebonen daarna niet meer te eten waren. Nu Randy bezig was kon ze mooi even wat keukenkastjes schoonmaken en opruimen.

 

Randy kon helemaal in beslag worden genomen door zijn computerspelletjes, maar dat hij nog niet had geroepen om ijs of frisdrank was ongewoon. Eigenlijk was ze daar best blij om. Eindelijk had ze een beetje rust. Misschien kon ze een stukje gaan lezen in het boek waar zij drie maanden geleden mee was begonnen. Het was haar nog niet gelukt om meer dan drie bladzijden te lezen. Zij zocht jaren 90 muziek op Spotify en draaide het geluidsniveau iets omlaag. Met een mok tisane en het boek nestelde ze zich behaaglijk op de bank. Na een tijdje te hebben gelezen besloot zij nog een kruidenthee te nemen.  Ze schonk zich nog een mok in vanuit de theepot.

Wat was Randy eigenlijk aan het doen? Zij liep naar zijn kamer en verstijfde   toen ze hem zag. Hij was als een rollade ingesnoerd en vastgebonden aan zijn stoel met een dicht getapete mond en uitpuilende ogen. Een schreeuw vormde zich op haar lippen op het moment dat zij een beweging achter zich waarnam. De beker kruidenthee sloeg tegen de grond toen zij werd vastgegrepen. Een doek werd tegen haar mond en neus gedrukt. Al snel verloor ze het bewustzijn.

 

 

 

 

3

 

Theo en Jo troffen Bas op de tweede verdieping in een gedeeld kantoor.

“Jij bent toch Jo van zware delicten?’, vroeg Bas.

“Ja en dit is mijn makker, Theo”, sprak Jo.

“Wat kan ik voor jullie doen?”

“Ken jij een Melinda?”

“Nou, mijn zus heet Melinda. Melinda Slaghout. Is er iets met haar gebeurd?”, vroeg Bas angstig.

“Dat weten we niet, maar ik heb hier haar mobieltje en het lijkt erop dat ze jou een appje wilde sturen. Het is echter niet verstuurd en bestaat maar uit 1 woord, namelijk ‘Help.’”

“Dat is inderdaad vreemd, want ik heb haar al heel lang niet meer gesproken. We zijn een beetje uit elkaar gedreven, door onaangenaamheden met haar man, Anton. En de druppel was het verjaardagsfeestje van Randy, waarbij de kleine rotzak Robbie’s taart naar de gallemiezen hielp.”

“Ho, Bas. Twee vragen: Wie zijn Randy en Robbie en wat is dat met een verjaardagsfeestje en een taart?”

“Randy is het onhandelbare zoontje van Melinda en Anton. Het is echt een verschrikkelijk koter, een kleine dwingeland. Hij krijgt altijd zijn zin en Melinda wordt gek van hem. Robbie is mijn broer. Hij is banketbakker en had een geweldig mooie taart gemaakt voor Randy’s verjaardag. Die kleine etterbak heeft die hele taart in de vernieling geholpen en toen is Robbie met een kwaaie kop de deur uit gelopen.

Maar ik heb ook een vraag, hoe kom jij aan Melinda’s mobiel?”

 

“Dat heeft Theo gisteravond in het Proeflokaal van de bar waaraan hij zat opgepakt en meegenomen, in de veronderstelling dat het zijn mobiel was. Vanmorgen zag hij pas dat het niet zo was en las hij het appje aan jou. Vandaar wisten we al snel jou te lokaliseren. Kun je mij haar adres geven, dan gaan we daar eens kijken of er iets aan de hand is of dat we het gewoon aan haar terug kunnen geven.”

“Ze woont nog steeds op het Rijklof van Goensplein nummer 29 met haar zoontje Randy. Ik hoorde toevallig gisteren het gerucht dat haar man er vandoor is gegaan. Daarom was ik zelf van plan weer contact met haar op te nemen. Maar als jullie daarheen gaan, kunnen jullie mij dan op de hoogte houden?”

“Doen we! Het komt sowieso bij jou terecht, als er sprake is van vermissing. Maar maak je voorlopig nog niet druk. Wacht ons telefoontje af. We gaan. Doei, Bas.”

Even later zaten zij in de auto op weg naar het genoemde adres.

 

 

 

 

 

4

 

Melinda kwam liggend op de achterbank van een auto bij, doordat ze woest heen en weer geschud werd. Een mannenstem vloekte hartgrondig: “Die klote verkeersdrempels!” De auto kwam tot stilstand. Melinda herinnerde zich dat zij werd vastgegrepen en ze voelde gal omhoogkomen in haar keel terwijl diezelfde keel dichtgeknepen werd door een angstaanval. Ze had zware hoofdpijn. Toen trilde de smartphone in haar broekzak. Nog steeds slaperig besefte ze dat ze voorzichtig moest zijn. Heel traag, zonder een plotselinge beweging te maken, trok ze hem tevoorschijn. Ze besefte dat zij niet het risico kon nemen te bellen. De man zou haar zeker horen, daarom opende ze whatsapp en begon een bericht. Plotseling werd de autodeur opengetrokken en ging het licht uit toen zij hard op het hoofd werd getroffen. Peter pakte haar mobiel, verzekerde zich ervan dat zij wel een tijdje buiten westen zou blijven, sloot de deur en keek om zich heen. Er was geen getuige van het voorval te zien. Enkele voetgangers liepen geanimeerd pratend voorbij, zonder hem of zijn wagen een blik waardig te keuren. Hij had geluk, maar zag zich genoodzaakt haast te maken met het verwisselen van zijn geklapte band, voordat iemand zich uitgenodigd voelde om te komen helpen. Hij wist uit zijn ervaring tijdens vakanties op campings in het verleden, dat er altijd wel iemand was die wilde laten zien dat hij handiger was dan wie ook. De types, die zich direct begonnen te bemoeien met het opzetten van je tent, zodra je op het je toegewezen plekje op een campinggrasveld je spullen uitpakte.

De krik lag gelukkig op zijn plek en de reserveband zag er goed uit. Dit klusje had hij in het verleden al vaker geklaard. In hooguit 10 minuten zou het zijn gepiept.

Zijn veronderstelling klopte en niemand had hem aangesproken bij het verwisselen van de band. Na enkele minuten gooide hij de krik en de geplofte band achterin en reed weg, nadat hij zich er van had overtuigd dat Melinda nog onder zeil was. Gelukkig had hij alle voorzorgsmaatregelen thuis al getroffen. De verbouwing van de kelderruimte was van een leien dakje gegaan. Hij had het uitgesmeerd over meerdere maanden. Hij was er van uitgegaan dat de buren vragen zouden stellen als hij in één keer met veel bouwmateriaal was komen aanzetten. Daarom had hij voor geleidelijkheid gekozen en de drie ruimtes in de kelder zo gemaakt dat er geen contactgeluiden konden klinken. Goede geluidsisolatie en vrijstaande wandjes in de grote ruimte maakten het zo goed als geluidsdicht. Alles was klaar voor de ontvangst.

 

 

 

 

5

 

Theo parkeerde de auto langs de stoep. De twee mannen liepen naar Melinda’s huis en belden aan. Er was echter geen enkele reactie waar te nemen na aanhoudend de bel ingedrukt te houden. Ze hoorden wel muziek uit het huis komen.

“Er moet toch iemand thuis zijn. Je laat niet de radio aan als je de deur uitgaat.”

“Waarom niet”, vroeg Jo. “Ik vergeet zelf zo vaak de radio uit te zetten als ik wegga.”

“Ja jij! Normale mensen echter niet. Laten we maar eens aan de achterkant kijken.”

Ze liepen de poort in, waar een hekje tussen de tuin en de poort ontbrak.

“Dat zie je niet vaak, een open tuin, geen hekje en lage heggen als afscheiding met de buren. Ze is kennelijk niet zo panisch over haar privacy als al die mensen die zich afscheiden van elkaar met hoge schuttingen. Kijk eens aan, het is zelfs een échte tuin met struiken en planten. Ik zie in huizenprogramma’s dat vrijwel iedereen een makkelijke tuin op het zuiden wil, maar ze bedoelen met ‘makkelijk’ dat de tuin geheel bestraat moet zijn, liefst met een buitenkamer en buitenkeuken er op. Dat is natuurlijk héél goed voor het milieu, maar niet heus. Het regenwater kan nergens naartoe en in oktober zetten ze de buitenkachel aan, voor de gezelligheid. Hier hebben we eindelijk iemand die een tuin écht waardeert.”

Jo hield van tuinieren en hij had echt groene vingers. Dat moest Theo hem wel nageven. Zijn blik viel op de achterdeur, die open stond; muziek golfde hun tegemoet.

Theo liep snel de keuken door, waarna Jo hem hartgrondig hoorde vloeken. Hij trok zich los uit zijn tuinmijmeringen en rende naar binnen. Daar zag hij wat het gevloek van Theo had veroorzaakt.

Een omgevallen stoel werd omringd door allerlei huisraad verspreid over de vloer van de woonkamer. Spotify stond aan, maar er was niemand in huis. Dat ontdekten zij na een snelle tocht door het huis. Op een kinderkamer stond een computer op stand-by en toen Jo op de entertoets drukte sprong het beeld aan en bleek een computerspel in de wacht te staan. Aan de bureaustoel hing een stuk tape dat gedraaid vastgeplakt zat aan zichzelf.

“Hier is duidelijk sprake van een misdrijf. Er is een perp aan het werk geweest.”

“Een wat?”

“Een perp, Engelse afkorting voor perpetrator, ofwel schuldige of misdadiger.”

“Jezus! Ga je nu alle termen van politieseries op tv gebruiken? Doe eens normaal man! Ik geef toe dat het heel waarschijnlijk is dat Melinda er niet zelf zo’n puinhoop van heeft gemaakt. We moeten hiermee naar Wever.”

“Ja en we moeten die vent van haar, Anton, zien te vinden om te kijken wat hier in huis nog meer verdwenen is buiten de bewoners.”

“Misschien kunnen we daarvoor ook Bas mee hier naar toe nemen. Eerst maar terug naar het bureau.”

 

 

 

 

6

 

Ze was naakt. Overal om haar heen hingen foto’s uit haar eigen albums aan de muren. Ze zag een foto die gemaakt was in Apenheul, waarop zij keek naar Randy met een doodshoofdaapje op zijn schouder. Een oudere foto van Randy in een plastic zwembadje in de tuin met een eveneens plastic blauw dolfijntje in het rond spetterend, hing daarnaast. Een foto met Dickie van de overkant in een omgekeerde keukentafel, die in hun spel als Vikingschip dienst deed en een met Wimpie aan het strand, waar Randy zijn vriendje overhaalde een wedstrijdje achteruit rennen richting zee te doen. Het doel van Randy was natuurlijk Wimpie aan het eind van de stranddag een nat pak te bezorgen, nadat de zwembroeken waren verwisseld voor hun gewone kleding. Op de fiets naar huis had hij ook nog geprobeerd tijdens een wedstrijdje hard fietsen zijn vriendje met een schouderduwtje in de struiken langs het fietspad te laten belanden. Die jongen trapte iedere keer weer in de rottige geintjes van Randy. Ook de enige foto met de tweeling van slager Blankenberg, genomen in het Schoterbos hing aan de muur. Randy zat op een voetbal en de meisjes waren aan het touwtje springen. Later had zij een boze slagersvrouw aan de deur gehad, die Randy in de poort haar dochters hoorde overhalen hun broekje te laten zakken. Zij had de poortdeur opengegooid en haar dochters de tuin in gesleurd. Even verderop hing een grotere foto van Randy’s verjaardagspartijtje, waar hij en enkele buurtkinderen elkaar bekogelden met stukken van de enorme taart, waar haar broer mee aan was komen zetten. Robbie was daar hevig verontwaardigd over geweest. Hij had de taart zelf in zijn banketbakkerszaak gemaakt. Randy was natuurlijk begonnen met gooien en de kinderen gingen daar vrolijk in mee. Haar zoontje was toen al niet te hanteren geweest. Op de foto leek het een vrolijk gebeuren, maar Melinda had zich vreselijk geschaamd en was niet in staat geweest het te stoppen. De ruzie met haar broer die daarop volgde was niet de eerste. Hij was ziedend van woede de tuin uitgelopen en ze had hem daarna nooit meer gesproken. Zij werd op dat moment uitgeschreven uit haar familie. Meer herinneringen kwamen bovendrijven en verdreven tijdelijk de angst voor wat er zou gaan gebeuren.

Toen keerde echter in één klap de angst weer terug: “Waar was Randy? Had dit monster hem ook in handen? De laatste keer dat zij hem zag, had haar zoon vastgebonden gezeten met een dicht getapete mond en uitpuilende ogen in hun keuken. Haar spieren begonnen onwillekeurig te trillen en verkrampten.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

7

 

Toen Theo en Jo terugkwamen van ‘het eiland’, zoals de wijk waar Melinda woonde werd genoemd, gingen zij direct op zoek naar hun directe chef. Ze hoefden niet lang te zoeken, want Willem zat gewoon aan zijn bureau. De deur stond wijd open, wat ook normaal was voor hem.

“Sinds ik als queer uit de kast ben gekomen, wil ik geen dichte deur meer voor mijn neus”, zei hij desgevraagd. Bovendien vond hij dat vriendelijker staan en was hij daardoor makkelijk benaderbaar.

“Wat is er aan de hand jongens? Jullie zien er heel serieus uit en dat is zeker voor Jo, uitzonderlijk.”

“Nou meneer Wever”, zei Theo, “dat mobieltje dat ik naar gevonden voorwerpen moest brengen, heeft wel wat teweeg gebracht. Ten eerste bleek het van de zus van Bas, die op de afdeling vermiste personen zit, te zijn. Ze wilde hem dus om hulp vragen. Toen ik het mobieltje zelf in de lunchpauze ging afleveren, wilde Jo persé met mij mee. Er leken mensen thuis te zijn, want er klonk muziek vanuit het huis, maar niemand deed open na herhaaldelijk aangebeld te hebben. Toen zijn we even achterom gelopen en bleek de achterdeur open. Binnen lag de hele boel omver en we hebben sterke vermoedens dat het hier om een misdrijf gaat. We zouden graag willen dat een team wordt gestuurd om sporenonderzoek in dat huis te doen.”

“Schatten jullie de situatie dan zo ernstig in? Kan ze niet gewoon even weg zijn?”

“We hebben te maken met een alleenstaande moeder met kind. Zo te zien zat het kind achter de spelcomputer. Bij de stoel lag gaffertape en het zat ook aan de leuningen van de stoel geplakt. De huisraad lag omver. We dachten chloroform te ruiken. Overigens was het spelletje niet afgemaakt, de computer stond nog aan en zoals gezegd stond Spotify te draaien op de geluidsinstallatie. Bovendien vertelde haar broer dat haar man nogal gewelddadig is. Naar onze mening genoeg om een onderzoek te beginnen.”

“Nou goed dan,” zei Wever. “Als jullie met naaste verwanten gaan praten en met mensen uit haar straat, zal ik actie ondernemen om het plaats delict veilig te stellen.”

Theo’s humeur verbeterd direct sterk door de toezegging van Wever. Ze mochten gaan onderzoeken. Gelukkig, want hij had er een slecht gevoel bij gehad toen hij de roep om hulp app had gezien. Eindelijk eens een zaak waar ze een kans hadden, doordat ze er vroeg instapten.

Toen ze weer op de gang stonden kromp Jo tot twee keer toe in elkaar.

“Wat heb jij?”, vroeg Theo.

“Pijn”, kreunde Jo. Pijnscheuten binnen in mijn oor. Hele scherpe pijnscheuten.”

Hij kromp weer in elkaar na een nieuwe aanval.

Theo kon het niet laten en zei: “Frequente pijnscheuten in je binnenoor? Dat is waarschijnlijk groeipijn.”

“Hoezo groeipijn?” knarsetandde Jo.

“Ja, groeipijn, wist je dan niet dat de oren van ouderen weer gaan groeien?”

“Mooie grap”, zei Jo. “Gelukkig blijft het meestal bij een paar steken en duurt het nooit langer dan een minuut of twintig. Maar pijnlijk is het wel.”

“Man, wat heb jij toch altijd vreemde aandoeningen. Is het niet een, zoals jij dat noemt, ‘doof’ gevoel in je onderkaak, dan is het wel een puist op de meest vreemdsoortige plekken waar ik helemaal niet over wil horen of je bukt en komt toevallig met je oog boven op een tak, waardoor je naar de spoedpost moet en een paar dagen rond hobbelt met een afgeplakt oog. Er gebeurt zo vaak iets dat ík moe word van wat jóu allemaal overkomt!”

Voor één keer diende Jo zijn makker niet van repliek.

 

 

 

 

 

 

8

 

Alles was klaar voor een nieuwe scène; moeder en kind waren probleemloos van elkaar gescheiden en opgeborgen. De waardeloze moeder kon genieten van de foto’s uit haar eigen albums en daarbij haar zonden overdenken en het jong zat in een kale kamer. Eens kijken hoe hij zou reageren op het gebrek aan stimulaties. Geen videogames, geen snaaiwerk en geen gewillige volwassene in de buurt, die hem zijn zin zou geven.

Dat was wel een beloning waard. Hij kon ze veilig alleen laten, dus hij kon de fiets pakken en een lekker biertje in de stad gaan nuttigen en waar kon dat beter dan in ‘het Proeflokaal’ met zijn rij bier taps. Daar zat altijd wel een nieuw blond biertje naar zijn smaak bij.

Nadat hij zijn fiets in de stalling had gezet en de paswerker die in het toezicht hokje zat had gegroet, liep hij rustig langs de verwarmde terrassen van de Riviervismarkt, waarna hij bij het tapasrestaurant linksaf sloeg en zich langs de Philharmonie naar het café tegenover de Toneelschuur begaf. Hij liep direct naar de bar om op het volgeschreven bord daarboven een biertje naar zijn smaak uit te zoeken. Terwijl hij wachtte tot hij aan de beurt was en opgemerkt zou worden door de attente en krachtdadige barjuffrouw, wilde hij alvast zijn portemonnee pakken. Daar voelde hij het mobieltje van Melinda in zijn zak. Waar was zij mee bezig toen hij haar in zijn auto betrapte? Op het moment dat hij op de starttoets drukte, kreeg hij een klap op zijn schouder.

“Hee, ouwe jongen. Lang niet gezien. Wat doe jij tegenwoordig?” Hij draaide zich geschrokken om en keek tegen de grote Jan Palsma op. Hij besefte dat hij beter niet te veel informatie aan deze oud klasgenoot kon geven, nu hij op een nieuwe koers was gekomen. Daarom zei hij: “Hee, dag Jan. Dat is toevallig, ik ben een dagje in Haarlem, maar woon tegenwoordig in Renkum. Luister, het is spijtig, maar ik heb geen tijd. Ik heb net afgerekend, want ik heb een afspraak bij de Philharmonie, waar de voorstelling is afgelopen en ben al laat. Ik zie je een andere keer.” Hij liep snel de deur uit. Een onthutste Palsma achterlatend.

 

Theo hoorde nauwelijks dat een grote kerel, die net was binnengekomen de man naast hem aansprak en ook van het vertrek van die man was hij zich niet bewust. Hij had al een aardige slok op en wankelde toen hij van zijn kruk stapte. Hij kwam overeind en graaide in de loop zijn mobiel mee van de bar, waarbij hij tegen een boom van een man botste.

“Sorry”, blaatte hij in diens richting.

“Niks aan de hand maat. Je bent hopelijk niet met de auto?”

Theo schudde zijn hoofd.

“Dat is heel verstandig. Hou je haaks.” De man keerde zich om en wist de aandacht van de barjuffrouw te trekken.

“Kunst”, dacht Theo, “als ik zo lang was, had ze me ook wel gezien”. Met enige afgunst verliet hij het lokaal.

 

 

 

 

9

 

Jo, wilde niet op pad gaan voor zij een kop koffie hadden gedronken.

“Dan kunnen we direct op een rijtje zetten welke stappen we nu gaan nemen”, zei hij.

Toen ze de koffie voor zich hadden staan, sloeg hij zijn handen om het kopje en vroeg: “Laten we eerst eens nagaan, hoe jij in het bezit kwam van dat mobieltje. Wat herinner jij je nog daarvan?”

“Nou uh, ik zat aan de bar en uh…”

“…was je helemaal verloren in je drankje. Het was waarschijnlijk niet je eerste drankje en je zat waarschijnlijk te zwijmelen bij de aanblik van Gerda, de barvrouw. Ik kan wel met zekerheid stellen dat je buiten het bestellen van je drankjes, niks tegen haar hebt durven zeggen en je mond hing vermoedelijk open toen ze haar fraaie lijf naar jou toe boog om een biertje voor je snufferd te zetten.”

Theo kleurde direct toen Jo de naam Gerda noemde.

“Wat weet je nog wel, Theo?”

“Nou, ik stond op van mijn kruk en botste tegen een reus van een kerel aan. Ik liep naar buiten en ben thuis in bed gedoken. Verder weet ik het niet.”

“Dan moeten we die reus zien te vinden. Heb je hem wel eens eerder gezien?”

“Nee, nog nooit.”

“Dan moeten we maar bij Gerda gaan informeren.”

Theo begon direct te stotteren, maar Jo onderbrak hem en zei: “Ik zal wel het woord voeren, schijterd.”

Nu Theo zich weer veilig voelde, nam hij direct het initiatief. “We moeten met Bas en zijn broer praten en ze meenemen naar het huis van Melinda. Misschien valt hun iets op, of kunnen ze in ieder geval vaststellen of er iets ontbreekt en daarna moeten we die Anton opzoeken. Misschien heeft dat agressieve baasje iets met de verdwijning te maken.”

Bas vormde geen probleem. Hij was direct bereid om zijn bureaustoel te verlaten en mee te gaan naar ‘het eiland’. Ze zouden onderweg Robbie oppikken, wat makkelijk zou zijn, want Robbie had het in de vroege ochtend zeer druk, maar in de middag rond deze tijd kon hij zich makkelijk vrijmaken.

 

 

 

 

 

 

10

 

Inbreken mocht natuurlijk niet en mocht het bij hem gebeuren dan zou hij direct maatregelen nemen om achter de identiteit van de inbreker te komen. Hij zou nooit meer naar de politie gaan. Lang geleden was het hem overkomen. Ze hadden Tikkie, zijn foxterriër met de te korte staart eerst een stuk vergiftigd vlees gevoerd door het simpelweg over de schutting te gooien. Zijn lieve hondje! Het was een echte rashond geweest, maar de fokker had expres zijn staart te kort laten couperen, zodat Tikkie niet mee kon doen aan wedstrijden. Niet dat hij daar enige behoefte aan had. Je hond tentoonstellen was de grootste kolder die hij zich kon voorstellen. Maar het beestje was volkomen trouw aan hem en lag avonden lang rustig op zijn schoot om geaaid te worden, terwijl Peter naar zijn lievelingsprogramma’s op tv keek. Dat de dieven een horloge, manchetknopen en zijn tv mee hadden genomen, woog niet op tegen de moord op Tikkie. De smeerlappen hadden tijdens hun ‘arbeid’ ook nog aan zíjn keukentafel bier uit zíjn koelkast zitten drinken, terwijl hij boven lag te slapen.

Hij had gebeld en de politie was gekomen. Zij hadden alles gekwast op vingerafdrukken en hadden een troep van z’n woonkamer en keuken gemaakt. Overal lag het poeder. Ze hadden de daders echter niet kunnen vinden. Dáár had je dus helemaal niks aan. Hij had zijn hondje zelf begraven in de achtertuin en legde destijds regelmatig bloemen op het kleine graf, waar hij ook een steen en een geplastificeerde foto had neergezet.

 

Nu stond hij op het punt zelf in te breken, maar dat vond hij gelegitimeerd, want het ging hier om een ouderpaar dat niet in staat was gebleken een kind, dat zij op de wereld hadden gezet, een behoorlijke opvoeding te geven. Bij Melinda had hij gewoon naar binnen kunnen lopen, maar hier bij Anton zat de deur dicht.

Op internet had hij gelezen dat je met een creditcard makkelijk een huis binnen kon komen. Dat klonk heel logisch, want je kon met een creditcard tenslotte overal terecht. En dan zat er nog garantie op ook, lachte hij bij zichzelf.

De deur was niet op slot en nu bleek dat je inderdaad met zo’n kaart zo binnen kwam. Het lipje van het slot, of hoe dat ook mocht heten, drukte je gewoon opzij en voilà je was binnen.

Hij had zich ervan verzekerd dat Anton niet thuis was en dat niemand hem naar binnen had zien glippen. Hij werd steeds beter in het ‘onzichtbaar zijn’, dacht hij met enige trots.

Hij was op zoek naar informatie over Melinda en kon daarvoor het best het bureau doorzoeken en lades in andere kasten. Misschien waren er ook fotoboeken, zoals bij Melinda thuis. Op het bureau lag een agenda en tot z’n blijde verrassing zag hij dat er achter in een rijtje wachtwoorden stond voor de computer. Er was er een om in te loggen op de krant, een voor de verzekering, een voor Bol.com en verder voor Facebook, LinkedIn, Outlook en Marktplaats en dus ook een om in de computer van Anton te komen.

Na een uurtje zoeken kwam hij tenslotte bij een map getiteld privéfoto’s. Hij opende de map en wendde zich walgend af. Wat een perversie! Hij laadde hetgeen hij vond op een USB-stick, propte wat papieren in een boodschappentas van AH, die hij voor dat doel had meegenomen en stak er ook het enige aanwezige fotoalbum in.

Er waren tegenwoordig zoveel perversiteiten. De mensen gaven zich over aan de verschrikkelijkste dingen. Laatst werd er op tv een man geïnterviewd, die een site had opgezet om gegevens over pedofielen te delen. Verschillende gasten hadden daarvan gebruik gemaakt door de jacht op die pedo’s te openen. Ze zochten ze op en sloegen ze in elkaar. De interviewer vond dat niet goed. Vervolging moest volgens haar aan de politie worden overgelaten en je mocht zeker niet voor eigen rechter spelen. Nou, daar was Peter het niet mee eens. Al die smerigheid kon hem niet snel genoeg verdwijnen en de mensen moesten hun kinderen een goede opvoeding geven, dan zouden ze geen nieuwe perversiteiten creëren.

 

 

 

 

 

11

 

Er waren nieuwe foto’s opgehangen. Ze zag een foto waarin zij in een lingeriesetje stond in een wulpse pose. Die foto kwam niet uit een van haar albums. Anton had destijds een serie provocerende foto’s van haar gemaakt, waarbij hij uiteindelijk de camera aan de kant had gegooid en haar daarna zonder enig voorspel had besprongen. Zij was nog niet in zo’n staat van opwinding geweest en het was voor haar een pijnlijke aangelegenheid geweest. De foto’s waren tegelijk met Anton verdwenen. Zij had ze gezocht om ze te vernietigen, maar nooit gevonden. Ze lag vastgeketend aan een bed met ijzeren spijlen en kon op haar rug liggend alleen haar hoofd draaien. Ze kreeg een enorme schok toen ze haar hoofd naar links keerde, daar waren de andere foto’s te zien, waarop ze geheel naakt, onder dwang, een grote dildo bij zichzelf inbracht. Dat ze dat ooit voor die enorme klootzak van een ex-man had gedaan!  Een ‘Tarzan’, ‘Hercules’ of misschien ‘Goliath’, had hij het ding genoemd. Niet iets wat je ooit voor je plezier zou gebruiken. Ineens drong de implicatie tot haar door. Dat betekende dat de ontvoerder ook bij Anton had ingebroken en dat hield weer in dat de engerd waarschijnlijk echt álles van haar wist. En besefte zij nu, hij had misschien wel haar dagboek. Ze rilde bij de gedachte dat hij haar geschiedenis en privacy zou bezoedelen met het lezen van haar intiemste herinneringen.

Op dat moment ging de deur open. Zij draaide haar hoofd en zag de ontvoerder die haar zoon geboeid voor zich hield.

“Kijk, daar ligt je moeder. Naakt, net als op de foto’s om haar heen. Je mamma is gewoon een smerig wijf. Zie je wel op de plaatjes?”

De ogen van de jongen puilden uit en hij begon onbedaarlijk te huilen en snikte om zijn moeder.

Melinda’s afgrijzen bij het zien van het monster met haar zoon, sloeg om in een mengeling van compassie met haar zoon en een vreselijke haat jegens de schoft die daar achter haar zoon stond. Ze wilde haar armen uitstrekken en Randy in bescherming nemen, maar de boeien maakten haar dat onmogelijk.

“Nou, was dat niet fijn, dat jullie elkaar even konden zien? Maar nu is het de hoogste tijd dat je weer naar je eigen kamer gaat, jonge man. Zeg maar dag tegen je moeder.” De deur werd achter hen gesloten en Melinda bleef verkrampt in afgrijzen achter.

 

 

 

 

12

 

Toen de twee broers met Theo en Jo het huis in gingen, was er al een onderzoeksteam aanwezig. Er werd hun verteld waar ze wel en waar ze niet mochten komen. Er mocht zeker niets worden aangeraakt. Toch kwam er waardevolle informatie uit de monden van Bas en Robbie. Het viel hun namelijk direct op dat er fotoboeken uit de boekenkast waren verdwenen.

“Hier stonden ze”, wees Bas, “kijk maar, in deze kast staan de albums op nummer gerangschikt en op één fotoboek staat een jaartal. Melinda had op elk boek dat gewijd was aan een vakantie een jaartal staan. Verder had zij genummerde albums. Daarin waren allerhande familiekiekjes en foto’s van uitjes uit Melinda’s jeugd te zien. Tussen de boeken zie je ruimtes waar meer genummerde boeken stonden, waarvan dus alleen nummer 3 er nog is. Daar staan foto’s van Melinda in uit haar pubertijd. Boek 1 en 2 bevat haar vroegste jeugdfoto’s en een aantal latere albums zullen wel foto’s van haar bevatten tot het heden. Dat zijn denk ik ook foto’s van haar eigen gezinnetje.

“Kunnen jullie zien wat er verder nog meegenomen is?”, vroeg Theo.

“Nee, dat zie ik niet zo gauw. Ik ben natuurlijk al een behoorlijke tijd niet meer in dit huis geweest.”

“Dat geldt ook voor mij”, zei Robbie. “Sinds dat gesmijt met mijn taart, heb ik hier geen voet over de drempel gezet.”

Jo vroeg of ze wat konden vertellen over de verhouding tussen Melinda en Anton, waarop ze beurtelings vertelden over de harde handen van Anton, waardoor een wanhopige Melinda op een gegeven ogenblik Bas had gevraagd hoe het zat met het doen van aangifte. Zij had echter sterke twijfels daarover, omdat zij Randy niet van een vader wilde beroven. Volgens Robbie had het geen enkele zin te twijfelen, aangezien Anton er als vaderfiguur nog nooit voor zijn zoon was geweest.

Elk van hen was blij, toen zij op Facebook een bericht van een kennis lazen, dat Anton zijn vrouw zou verlaten. Bas was van plan Melinda op te zoeken, als dat verhaal waar bleek te zijn.

Robbie zei dat dan één van haar problemen zou zijn opgelost, het andere probleem was in zijn ogen Randy. Melinda kon haar zoon niet aan en stond daardoor op het punt door het ijs te zakken. Zo sterk als ze was geweest in het begin van haar huwelijk, zo onzeker en opgefokt was zij nu.

Op Theo’s vraag of zij wisten waar Anton nu was, antwoordden zij beiden ontkennend.

 

 

 

 

                        13

 

Hij was teruggekomen en had haar enorm pijn gedaan. De sadist had haar een ‘smerig wijf’ genoemd en had haar, met een verwijzing naar de weerzinwekkende dildo-foto aan de muur, bewerkt met een nog groter exemplaar. De pijn was enorm, ze wist zeker dat zij beschadigd was. Vreemd genoeg leek haar martelaar geen plezier te hebben van zijn actie, want het afgrijzen leek op zijn gezicht gebeiteld. Dat had zij zelfs door de mistsluiers van haar pijn kunnen zien.

 

Peter had de reuzendildo na zijn bezoek aan Melinda met walging in de vuilnisbak gesmeten. Hij had gevoeld dat zijn actie juist was, maar toch walgde hij nu niet alleen van haar, maar ook van zichzelf. Omdat hij een grote leegte voelde en niet wist hoe hij nu verder moest, dacht hij nieuwe ideeën op te doen door haar dagboek te gaan lezen.

Uren later schrok hij bij het lezen van een passage waarin Melinda over Antons seksuele handelingen bij haar schreef. Dat was een eyeopener die zijn woede liet ontbranden. Wat een smeerlap was die Anton. Hij zou die gast laten boeten voor wat hij haar had aangedaan en waar hij Peter nu eigenlijk ook toe had gedwongen. Hij zou zich verdomme niet laten perverteren door zo’n sadist! Natuurlijk had Melinda straf verdient, maar dat was voor haar mislukking als opvoeder en niet voor deze ongelukkige zaak.

Straf diende rechtvaardig te zijn, gebaseerd op de normen en waarden die hij hoogachtte.

De woede ebde geleidelijk weg en Peter bereidde zich een voedzame maaltijd, waarna hij zijn plannen ging uitwerken. Met een goed glas wijn erbij wijdde hij zich aan z’n taak en zijn humeur verbeterde zienderogen.

De eerste stap was te gaan posten en schaduwen om het dagelijks ritueel van Anton te leren kennen. P en S kon verstaan worden als ‘postscriptum’, een soort nawoord bij zijn eerdere actie, of als ‘pervert en sadist’, wat Anton bleek te zijn en daarom bood Peter het voor hem aan als ‘persoonsgebonden service’. Peter schuddebuikte voor zijn eigen gevoel voor humor. Hij schonk een tweede glas in en besloot daarna naar bed te gaan om de volgende ochtend fris aan de door hem zelf gestelde taak te beginnen.

 

 

 

 

14

 

De specialisten die het huis aan het Rijklof van Goensplein 29 hadden doorzocht, hadden in hun rapportage vermeld dat er minieme stukjes huid aan de gevonden stukken tape kleefden. De beste vondst voor Theo en Jo was een adresboekje, weliswaar stond daar geen nieuwe verblijfplaats van Anton in, maar wel de adressen van vrienden en bekenden. Daar zou hun zoektocht moeten beginnen.

Zelf hadden zij een aantal bewoners van het plein geïnterviewd, waarbij Jo natuurlijk in een discussie was verzeild met de overbuurman van Melinda. Eerder had hij namelijk vanaf de straat een grote telescoop op een poot opgemerkt, die bij de man voor het raam op de eerste verdieping stond opgesteld.

De eerste vraag van Jo was dan ook: “Is ze mooi als ze naakt is?”

“Wie?”, wilde de man in zijn onschuld weten.

“Uw overbuurvrouw.”

“Hoe moet ik dat nou weten?”, vroeg de man.

“Wat denkt u van die mooie verrekijker boven?”

De buurman kleurde hevig rood toen hij antwoordde: “Die telescoop gebruik ik om de hemel te bestuderen!”

“O is ze werkelijk zo mooi, uw overbuurvrouw?”, vroeg Jo vol ironie.

“Als u hier komt om van alles te insinueren, kunt u beter direct weer gaan.”

Theo nam de man even terzijde en zei op fluistertoon: “Laat hem maar, hij is hevig gefrustreerd omdat hij net te horen heeft gekregen dat zijn vrouw hem bedriegt met een ander.”

De overbuurman ontdooide iets en kon door zijn opmerkzaamheid een nieuw element aan het totaalplaatje toevoegen. Op de vraag of hem een onregelmatigheid was opgevallen in de straat kon hij antwoorden dat de auto van de overbuurvrouw al een week niet voor de deur had gestaan, maar dat er wel een voor deze straat vreemde Opel Meriva drie dagen lang enkele huizen verderop was geparkeerd.

Hij had echter noch het inparkeren, noch het wegrijden gezien en wist dus niets over de bestuurder te vertellen.

Verder kwamen er uit het buurtonderzoek geen nieuwe feiten bovendrijven.

Zoals tegenwoordig vrij normaal was, hadden de buren vrijwel geen contact en kenden elkaar soms niet eens van gezicht.

Straatfeesten hadden ze hier nog nooit gehad en ook werd hier niet gedaan aan straatvoetbaltoernooien of iets dergelijks. Alleen auto’s werden gesignaleerd, omdat vrijwel iedereen wel eens de pest in had als de straat ’s avonds vol auto’s stond en er geen plekje meer was voor de eigen auto. Men vond dat vooral ergerlijk als dat het geval was wanneer de volgende ochtend de vuilnisman langs kwam en er zoveel ruimte voor de bakken vrij moest worden gelaten in de straat, want dat nam een aardige hoeveelheid aan parkeermogelijkheid weg. Daarom was de Opel Meriva door meerdere bewoners opgemerkt, want hij stond er al op de avond vóór het vuilnis werd opgehaald.

“Goed”, zuchtte Theo. “Niks nieuws, we moeten ons nu maar gaan richten op de speurtocht naar Anton, met het adresboekje als leidraad.”

De mannen, beiden gezegend met vrouwelijke namen, stapten in hun auto, op weg naar het eerste adres in het boekje.

 

 

 

15

 

Een week was voorbijgegaan. Het voeden van de vrouw en het kind was routine geworden, evenals het bespieden van Anton, vanuit de auto van z’n vrouw.

Er bestond natuurlijk het risico dat Anton de auto zou herkennen, maar dat leek hem niet waarschijnlijk.

De meeste mannen letten alleen op auto’s uit het duurdere segment. Maar hij zou de auto nu snel moeten dumpen, want er zou vast naar worden gezocht.

Het plan was simpel, hij zou de auto gewoon in Antons woonwijk laten staan en Anton in diens eigen auto meenemen. Daarna zou hij straf gaan toebedelen aan het drietal. Eerst maar het kind, dat zou worden blootgesteld aan overmatige consumptie en dat betekende niet dat Peter hem vermanend zou toespreken met een teveel aan saliva.

Hij moest weer lachen om zijn gevatte grapje. Hij onderbrak zijn eigen grinnikende lach, toen hij Anton thuis zag komen.

Eerst zou hij wachten tot Anton een paar slokken op had, want het was duidelijk dat deze een veelgebruiker was. Bij het schaduwen was hem opgevallen dat Anton altijd vanuit de supermarkt of bij de slijter een voorraad whisky meenam. Hij organiseerde geen feesten, kreeg geen vrienden op bezoek, maar dronk wel een fles whisky per avond. Dat wees toch wel op overconsumptie. Het was hem duidelijk waar het kind zijn onmatigheid vandaan had.

Wat later stapte hij uit de auto, na zich ervan te hebben verzekerd dat er niemand op straat was. De straat lag er verlaten bij. Iedereen was binnen of elders op visite of aan het werk. De scheiding tussen werk en vrije tijd bestond niet meer. Het leek wel of iedereen meer was gaan werken dan voorheen. Slechts enkelen kenden kennelijk de luxe van een achturige werkdag en de parttimers hadden vaak meerdere banen of hadden het door de combinatie met een huishouden te druk voor andere zaken. Er bestond sowieso geen sociale controle meer. De buurtbewoners kenden en herkenden elkaar niet en de meeste kinderen zaten, onbewaakt door hun ouders die het te druk hadden en onbeschermd, achter de computer en zelfs op het dark web. Hij lette weer goed op vóór hij de voordeur van Anton opende, op dezelfde wijze als de vorige keer. Peter merkte al snel dat hij niet geruisloos hoefde te opereren, want het ronkende geluid vanuit de huiskamer wees er op dat Anton op de bank voor de tv in een diepe slaap was gevallen.

Op zijn gemak ging hij door het huis, maar vond buiten een fles goede wijn niets dat de moeite waard was om mee te nemen. De autosleutels hingen in een sleutelkastje, dat bevestigd was aan de muur van de gangkast. Hij had wat nodig was al bij zijn eerdere missie buitgemaakt. De diepe gangkast leverde een prettige verrassing op, want er stond een Makita DCU180Z, een elektrische kruiwagen. Dat kwam handig van pas voor het transport van Anton naar de auto. Geen gesleep met een zwaar lichaam, dacht hij opgetogen.

Geroutineerd bond hij daarna Anton, die mompelend een beetje bij bewustzijn leek te komen. Daarom hield hij toch een tijdje een doek besprenkeld met chloroform over diens neus en mond. Het lichaam verslapte weer. Zijn tijd bij de welpen en padvinders kwam hem goed van pas, want hij kende nog elke knoop die hij daar had geleerd aan te leggen in allerlei materiaal. Ja, dat soort organisaties hadden prima opvoedkundige principes gehanteerd. Nu hoorde je er bijna niets meer over. Ja, de negatieve aspecten werden wel breed uitgemeten. Tegenwoordig leek in elke organisatie waar met jongeren werd gewerkt pedofielen geïnfiltreerd te zijn. Nieuws over misbruik in kerkelijke instellingen, zwemverenigingen en allerlei sportverenigingen waren schering en inslag. Dat gebeurde vroeger niet. Alles was losgeslagen in de maatschappij. Er was geen cohesie meer, het woord ‘samenleving’ bestond eigenlijk niet meer, het was een ‘naast-elkaar-leving’ geworden of een ‘apartleving’.

De klus was met het elektrische karretje snel geklaard en wederom had hij geen teken van leven in de straat gezien tijdens zijn bezigheid. De auto van Melinda liet hij aan de overkant van de straat staan.

 

 

 

 

 

16

 

Bij de vijfde naam in het adresboekje was het raak. Menno was een van de oudste vrienden van Anton. Zij kenden elkaar al vanaf de basisschool en waren de dag dat Anton zijn vrouw had verlaten gaan vieren met bioscoop- en restaurantbezoek en daarna een afzakkertje in Antons nieuwe huis.

Menno had te horen gekregen met wat voor een secreet hij getrouwd was en was verbaasd toen Theo naar Randy vroeg. Die naam was nooit naar voren gekomen in de gesprekken met Anton.

Zij hadden elkaar 12 jaar niet gezien, toen Anton een jaar geleden ineens voor zijn deur stond.

Menno was blij verrast geweest en het werd weer als vanouds. Zij gingen sindsdien twee keer per week uit eten of naar de kroeg, regelmatig vergezeld door andere gezamenlijke vrienden. Soms pokerden ze bij Menno thuis, maar nooit bij Anton. Hij wilde niet dat zij bij hem kwamen en kankerde altijd op zijn vrouw, die hem verstikte.

 

Het nieuwe huis, waar Anton introk, bleek zijn ouderlijk huis te zijn. Menno wist dat Anton dit sinds de dood van zijn vader op regelmatige basis gemeubileerd verhuurde en hij wist ook te vertellen dat Melinda hier niets van wist. Tijdens de bewuste avond had Anton hem toevertrouwd dat hij Melinda altijd in de waan had gelaten dat zijn ouderlijk huis een huurhuis was en haar niet verteld dat hijzelf de huisbaas was. Zo had hij een aardig centje buiten de gemeenschappelijke portemonnee om, waar hij leuke dingen mee kon doen.

Nu Theo en Jo de locatie van het huis kenden, wilden ze daar zo snel mogelijk naartoe, maar de teleurstelling was groot toen zij daar voor een dichte deur kwamen te staan.

Er was overduidelijk niemand aanwezig. Ze zouden moeten wachten tot Anton thuiskwam. Misschien zouden ze daar een aanwijzing voor vinden als zij de buren konden spreken. Daarom drukte Jo op de bel bij het naastgelegen huis. Na een tweede keer bellen werd de deur geopend, door een adembenemend mooie vrouw in een ochtendjas, hoewel het al een eind in de middag was. Ze kwam niet net uit bed, want haar foundation en opmaak waren van grote kwaliteit.

“Ja?”, vroeg zij met een welluidende stem.

Haar aanblik en de muzikaliteit in haar stem veranderde Theo ter plekke in een standbeeld en uit zijn trance ontwakend hakkelde hij: “W-wij z-zijn va-va-va.”

“van de recherche”, vulde Jo aan, terwijl hij achter Theo verscheen en een kneepje gaf in diens schouder.

“Tsjonge jonge, de recherche”, zei de jonge vrouw: “welke wet heb ik overtreden?”

“Nee, nee”, haastte Theo zich. “Het gaat niet om u, we willen u iets vragen over uw buurman.”

“Mijn buurman? Daar weet ik niet veel over te vertellen. Het lijkt mij een loser in een te dure auto, maar ik durf niets met zekerheid over hem te beweren. Hij woont hier nog maar korte tijd en ik heb hem niet eens hier in zien trekken. Het huis was al volledig gemeubileerd. Toen de vorige bewoners ongeveer vijf maanden geleden terug naar Amerika vertrokken heeft het huis een tijdje leeg gestaan. Ik weet niet eens hoe de man heet, maar hoorde hem een keer ’s-avonds schreeuwen en glas rinkelen, terwijl er volgens mij verder niemand in het huis was.”

“Juist, maar weet u misschien of hij een vaste tijd heeft om thuis te komen?”

“Dat wel, want dat is ongeveer het moment dat ik naar mijn werk ga. Over twee uur om precies te zijn.”

Theo achtte het niet verstandig te vragen welke werkzaamheden deze vrouw verrichtte. Hij wilde dit perfecte plaatje met geen enkele mogelijkheid verstoren. Daarom en omdat hij toch niet durfde deed hij zijn mond niet open.

Jo bedankte de vrouw en zei, nadat zij de deur had gesloten, tegen Theo: “Mooi, dan hebben we nu even tijd om met Gerda te gaan praten, want rond deze tijd maakt ze alles in orde voor een nieuw avondje ‘Proeflokaal’.

Theo begon al te protesteren, maar Jo snoerde hem de mond door te zeggen dat hij met Gerda zou praten, zodat Theo haar weer op afstand kon bewonderen.

“Ik adviseer je alleen, om daarbij echt je mond dicht te houden en dan bedoel ik niet dat je niet hoeft te praten, maar dat je werkelijk je mond sluit. Het zag er namelijk net ook niet uit, toen je die buurvrouw van Anton stond aan te gapen.”

 

 

 

 

17

 

Peter keek graag naar informatieve programma’s over gezondheid, uitvindingen en de natuur. Hij wist dat natuurprogramma’s over het dierenleven in Afrika zo mooi waren vorm gegeven dat het leek alsof roofdieren constant op zoek waren naar prooi en dat prooidieren in voortdurende angst verkeerden voor leeuwen, jachtluipaarden en krokodillen. Hij had zelf jaren geleden een rondreis gemaakt met een klein gezelschap door Zimbabwe, Botswana en Namibië en had daar gemerkt dat het meestal niet zo spannend was. Ze hadden de eerste nacht gekampeerd bij een meertje en aangezien hij als eerste weer op was, had hij maar een wandelingetje rond het water gemaakt in afwachting van het ontwaken van de rest van de groep. Het was een mooie, rustige wandeling geworden in die prachtige omgeving. De reisleider had hem bij terugkomst vermanend toegesproken, want er schenen wel leeuwen in dit gebied te zitten. Daar was Peter toch wel wat onrustig van geworden. Maar later, met hun busje wachtend bij een waterhole op dieren die kwamen drinken, waren de reisgenoten het al na 10 minuten zat, want er gebeurde niets. Er kwamen wat impala’s en koedoes drinken en een giraffe, maar er was geen roofdier te zien geweest. Het ging er kennelijk om ‘the big five’ op je lijstje aan te kunnen vinken, dus werd de jacht op de leeuw, de neushoorn, de jachtluipaard, de olifant en de buffel geopend.

 

Nu was er een wetenschapsprogramma geweest. Het interessantste hierin zat in een verhaal van een chemicus. Hij zei dat chloroform ongeschikt was om iemand bij verrassing te bedwelmen in tegenstelling tot wat in thrillers en in speelfilms gebeurt. Het was hem nu al twee keer gelukt, dus hoezo?

Maar de wetenschapper vertelde ook dat het gebruik ervan zeer gevaarlijk was, omdat het verschil tussen een dodelijke dosis en een werkzame dosis heel klein was. Er kon een ademhalingsstilstand plaatsvinden die de dood veroorzaakte. Klopte dat? De man had tenslotte ook gezegd dat het spul ongeschikt was om iemand te bedwelmen. Had hij dan zo’n geluk gehad dat hij precies de juiste dosis had gebruikt?

Peter had direct het internet geraadpleegd. Daar stond dat het wel mogelijk was, omdat iemand in paniek kan raken als hij een lap op neus en mond gedrukt krijgt. Daardoor gaat die persoon versneld adem halen en wordt de inwerking van het bedwelmende middel versterkt. Binnen een halve minuut kun je dan op de grond liggen.

Hij moest toch maar iets anders verzinnen om die gewetenloze en slechte mensen te overrompelen. Anders zou hij ze niet tot inzicht kunnen laten komen en hun gerechtvaardigde straf laten ondergaan. Best wel een dingetje, want het ging tenslotte om potentieel gevaarlijke mensen.

 

 

Wat had hij een vooruitziende blik, dacht Peter met een zekere trots. De drie ruimtes konden nu mooi gelijktijdig worden gebruikt en nu kon hij zich wat opvoedkundige spelletjes veroorloven. Met die Anton moest hij wel voorzichtig zijn, want dat was echt een kwaaie. Toen hij hem eenmaal geïnstalleerd had in zijn geluiddichte kamer en de tape van zijn mond had gehaald, was de man niet te houden geweest. De taal die uit zijn mond kwam! En dan het geluidsniveau! Dat was toch wel van het niveau van een illegale vuurwerkbom.

Je zou eigenlijk net zo’n koptelefoon op moeten hebben in zijn nabijheid, als de bladblazers en kettingzagers op hun hoofd hadden in de openbare ruimte. Wat bezigde die man een vreselijke taal!

Maar hij moest toegeven dat hij zich toch wel een beetje had vergist in de moeder. Nu hij haar dagboek had gelezen, wist hij dat de brute seks van de vader kwam en niet van haar. Hier had hij wat terughoudender moeten zijn. Maar al te grote spijt had hij niet, want aan het kind herkent men de ouders en dat kind was totaal verpest. Dat betekende dat de moeder als belangrijkste opvoeder niet zonder schuld was.

Goed, het was tijd om te oogsten en die de oogst zou bestaan uit de uitgetrokken vinger- en teennagels van ouders en kind. Wat had hij toch een geweldige creatieve ideeën. Aan de slag, het instrumentarium lag al klaar. Zou hij ze voor de gelegenheid bijeen brengen in één ruimte, of ze allemaal apart behandelen?

 

 

 

18

 

Gerda herkende Theo als stille vaste klant van ‘’t Proeflokaal’, maar het was Jo die haar aansprak.

“Hallo Gerda”, begon hij. “Wij zijn van de recherche en komen je in verband met ons onderzoek naar een misdrijf enkele vragen stellen.”

“Zijn jullie rechercheurs? Is mijn stille barklant een rechercheur?”, vroeg Gerda ongelovig.

“Jazeker en hij is zo goed in zijn vak, dat hij jou wist te vinden, terwijl je niet eens een misdrijf had begaan. Gelukkig hoefde hij je derhalve niet te ondervragen, want dat had hem in grote verlegenheid gebracht.”

Verward keek Gerda naar Theo, die rood werd tot in zijn nek.

“Maar laten we hem niet in verlegenheid brengen, Gerda. We zijn hier om te vragen of jij je een klant herinnert, waarvan wij geen naam hebben. Theo hier omschreef hem als een reus van een kerel, die hem enige tijd geleden, nadat hij van zijn kruk was gekukeld, overeind hielp.”

“Gerda dacht hierover na. “Een reus? Echt heel groot?”

“Ja, volgens Theo’s beschrijving had hij de lengte en het postuur van een Amerikaanse basketballer.”

“Dat moet haast wel Jan Palsma zijn, die is echt heel groot. Waarom zoeken jullie hem?”

“We willen hem vragen of hij op die avond van het ongelukje dat Theo overkwam een man kan beschrijven, die naast Theo aan de bar moet hebben gezeten. Theo zelf kan daar gezien zijn alcoholinname van die avond niets zinnigs over zeggen. Weet jij waar we hem kunnen vinden?”

“Tsja, dan kun je het beste op een vrijdagavond hier naar toe komen, want dan is hij er vaak. Meestal komt hij na tienen binnen.”

“Dank je wel Gerda. O, nu ik er aan denk, heb jij misschien zelf gezien wie er toen naast Theo zat?

“Nee, sorry, ik kan het me met geen mogelijkheid herinneren. Maar nu we het erover hebben ik herinner me jou nu ook. Jij bent die babbelaar, die binnen de kortste keren een kring luisteraars om zich heen kreeg. Volgens mij heb jij toen geen één biertje hoeven afrekenen.”

“Dat klopt”, zei Jo, “maar ondanks mijn faam blijf ik een heel bescheiden persoon.”

Voor de eerste keer sinds het gesprek opende Theo zijn mond: “Verdomme Jo, wat ben je toch een eikel.”

Tevreden wees Jo naar Theo, terwijl hij zei: “Luister goed, Gerda, voor het eerst van je leven hoor je Theo praten. Een unieke gebeurtenis. Koester dit moment.”

 

Een half uurtje later stonden de mannen weer bij Anton voor de deur, maar zij zagen hem niet verschijnen. Ze gingen zonder een woord te zeggen in de auto zitten wachten. Na enige tijd besloot Jo dat ze wat te eten moesten halen bij de snackbar twee straten verderop. Theo vond dat Jo boete moest doen voor de episode bij Gerda. Hij voelde zich grotelijks belachelijk gemaakt. Met Theo’s bestelling begaf Jo zich in een in hevigheid toenemende regenbui naar de snackbar. Hij wist inmiddels dat hij nu niet tegen Theo in moest gaan en nam zijn natte verlies als een vent.

Wat later met een vette hap in de maag en een milkshake als toetje, ontdooide Theo weer. Hij kon sowieso nooit lang boos blijven.

Toen zij zich hadden geïnstalleerd voor wat misschien wel een lange wachttijd zou worden zei Jo: “Die Anton komt op mij over als een echte eikel. Je hoorde van Bas en Robbie hoe hij met zijn vrouw en kind omging en zijn huidige buurvrouw kent hem niet, maar herkent wel direct het type.

Er zijn wel meer nare en ontevreden mensen op deze wereld. Van mij mogen ze zo de oersoep in. Dat zou wel een paar miljard schelen op de wereldbevolking en aangezien dit soort voornamelijk in de hogere regionen van de samenleving is te vinden, zou het bezit direct wat eerlijker zijn verdeeld.
Maar helaas zit ik vast in dit rechtssysteem, want er zijn veel forced errors om maar een tennisterm te gebruiken. Mensen die buiten hun schuld door het systeem, nare omstandigheden of door het oersoep-potentieel gedwongen zijn tot overtreding van onze spelregels. Ik kan dus niet voor Rambo spelen of voor Tom Cruise in een van zijn heldenrollen. Dat is eigenlijk best jammer.”

“Ja Jo, we moeten roeien met de ons toebedeelde riemen.”

Om 1 uur ’s nachts werd er tegen het autoraam getikt. Daar stond de knappe buurvrouw met wie zij eerder hadden gesproken, of liever waar Jo mee had gesproken. Nadat Theo het raampje had laten zakken vroeg ze of zij nog steeds op haar buurman wachtten. Toen hij bevestigend antwoordde, zei ze dat het waarschijnlijk weinig zin had te wachten, aangezien zijn auto niet in de straat stond. Op de enige logische vraag, antwoordde zij dat het een zwarte BMW X3 was. “Zwart- en wit geld, alsmede artsen waren aan deze auto te herkennen”, deelde ze haar overduidelijk aanwezige expertise.

Toen Jo haar had bedankt en het raam weer omhoog was gegaan zei hij: “Nou Theo, kennelijk zit haar werkdag er weer op en met de door haar getoonde kennis word ik steeds nieuwsgieriger naar de aard ervan. Laten wij er ook maar een eind aan breien, dan zijn we morgen weer fris op het werk.”

 

 

 

19

 

Hij had ervoor gezorgd dat de tussendeuren van de kamers open waren zodat de zoon zijn ouders kon horen krijsen van pijn en natuurlijk was het ook leuk dat de ouders elkaar konden horen. Hij vermoedde dat zij alle drie best in staat waren het stemgeluid van elkaar te herkennen.

Normaal gesproken vond hij het verschrikkelijk als mensen door elkaar heen schreeuwden. Je zag dat wel bij praatprogramma’s op tv. Daar vielen de gasten elkaar veelvuldig in de rede. Het eigen ego was groot en moest worden gehoord en soms zat er een interviewer of gespreksleider bij die eveneens behept was met een groot ego. Dan zaten ze driftig door elkaar heen te lullen, met als gevolg dat het een geluidsbrij werd die niet te verstaan was. Op de radio was dat nog erger. Hij had een aantal keren tijdens een autorit een middagprogramma op Radio 10 op staan en daar waren meerdere knapen lollig aan het doen met limericks en flauwe grappen. Op zich niets mis mee, het hoefde niet altijd hoogstaand te zijn, maar ze kwekten door elkaar en begonnen al tijdens een vertelling brullend te lachen. Je verstond er echt geen hol van. Ze zouden gewoon elke uitzending kunnen herhalen en je zou het niet eens merken.

Maar nu zijn eigen gasten dat zouden gaan doen vond hij dat niet erg. Het was tenslotte niet noodzakelijk ze te verstaan en bovendien zouden er weinig woorden in het geluid ingekapseld zitten. Haha, dat was de humorist in hem die weer bovenkwam.

Hij had zijn instrumentarium in gereedheid gebracht. Zijn oogst zou bestaan uit de vinger- en teennagels van alle drie. Gelukkig kon je op het internet alles vinden en hij wist nu precies hoe je nagels moest uittrekken.

 

Inderdaad overtrof het pandemonium zijn stoutste dromen. Het was heviger dan een aantal bladblazers en kettingzagen bij elkaar. Hij had niet voor niets zo veel centjes uitgegeven aan geluidsisolerende materialen.

De bloederige nagels verzamelde hij in een kommetje.

Hij zou ze een paar uurtjes geven om bij te komen. Het geschreeuw en gejank had hij tijdens de klus niet erg gevonden en hij had het beschouwd als een soort ‘arbeidsvitaminen’. Op dit ogenblik waren ze echter alleen aan het jammeren en snikken en dat kon hij niet goed hebben nu de adrenaline was weggeëbd. Hij sloot de drie deuren zorgvuldig en ging naar boven. Hij had er trek van gekregen en smeerde enkele fors uitgevallen boterhammen.

Enkele uren later daalde hij weer vol goede zin de keldertrap af, klopte op de deur van Randy en ging naar binnen.

“Zo, Randy, verveel je je al, jongen?”

De knaap keek hem angstig aan en sloeg daarna zijn blik neer naar zijn bloederige tenen.

“Ah joh, een grote knaap als jij kan toch wel tegen een wondje? Ik wou je juist een beetje troosten met wat comfort-food.”

De jongen keek hem niet begrijpend aan.

“Nou, denk ik laat ik wat moderne taal gebruiken en je begrijpt het niet? Iedereen gebruikt tegenwoordig, vooral te onpas en door laaggeletterdheid in de moerstaal, Engelse woorden en uitdrukkingen. Ik zal dat als ontwikkeld man niet meer doen.

Dus gebruik ik nu simpele woorden. Ik heb eerder gemerkt dat je onverzadigbaar bent op het gebied van chips en ander snoep en bovendien onmatig in het spelen van idiote oorlogsspelletjes op je computer. Je bent ook heel lelijk tegen je moeder en uitermate ongemanierd. Tegen mij ga je heel beleefd zijn, je spreekt mij aan met mijnheer en leert daarbij het woordje U als aanspreekvorm.

Hier heb ik een schaaltje met een ander soort chips. Er zit al een rode saus op, dus het behoeft verder geen dipsaus. Ik zou met de vingerchips beginnen, want de tenenchips zijn wat krachtiger van smaak. Het is net als met een kaasplankje, je begint met de mildste kaassoort en eindigt met de sterkst smakende. Hahaha, die teennagels zouden best wel eens een kaassmaakje kunnen hebben.

Eerst dus de vingernagels, want die zijn zachter dan teennagels.”

Hij hield het schaaltje voor de jongen en dwong hem de nagels te eten.

Randy kokhalsde met de nagels in zijn mond.

“Nee, nee”, waarschuwde Peter. “Niet uitspugen, netjes opeten en goed kauwen.

O, ja, dat geldt zeker voor de nagels van je vader, want die heeft last van kalknagels.”

Alles kwam er in 1 golf uit.

Geduldig raapte Peter de nagels weer tussen de andere etensresten van de grond en legde ze weer in het schaaltje.

“Tut, tut, als je drie zakken chips achter elkaar op kunt eten, kan je dit beetje ook wel op. Schiet op, dooreten!”

 

 

 

20

 

“Jongens, is er nog nieuws met betrekking tot het niet geïdentificeerde, ontvelde lijk?”

Theo en Jo zaten op de kamer van Willem voor een wekelijkse briefing. Theo schudde zijn hoofd.

“Zijn er helemaal geen openingen te vinden? Geen enkel houvast? Geen losse eindjes?”

“Behalve de huid zijn er geen losse eindjes”, sprak Jo. Zowel Willem als Theo schudden het hoofd om zoveel wansmaak. Zelfs Jo voelde nu aan, dat hij te ver was gegaan en betuigde zijn spijt.

Willem ging verder: “Ik vraag het, omdat ik het idee heb dat jullie al je tijd besteden aan een mogelijke ontvoeringszaak, waarvan we geen enkele aanwijzing hebben dat het om een ontvoering gaat. Of hebben jullie inmiddels meer kennis opgedaan?”

“Nou meneer Wever, het bewijs is er wel degelijk. Huid van de vermiste personen op achtergelaten stukken tape en de vermissing van bepaalde zaken uit het huis plus het gebruik van geweld, wat aan het omgevallen meubilair is af te lezen, wijzen in onze ogen toch wel op een ontvoering. Bovendien hebben we gisteren gepost bij het huis van de echtgenoot en het lijkt er op dat hij ook verdwenen is.”

“Hoezo verdwenen? Je kunt toch niet na 1 dag surveilleren zeggen dat iemand is verdwenen.”

“Hij is niet thuis en zijn auto is volgens een buurvrouw ook weg. De auto van de vermiste Melinda was ook verdwenen. Wij zouden graag toestemming krijgen zijn huis te doorzoeken.”

“Geen sprake van, ik ga niet op basis van 1 dag en wat vage aanwijzingen aan de rechter-commissaris een machtiging vragen.

Ik wil dat jullie vandaag alles wat we aan informatie hebben met betrekking tot het gevilde lijk opnieuw gaan bestuderen. Na jullie mislukte buurtonderzoek, heb ik er andere mensen opgezet. Die hebben de verslagen van de gesprekken met buurtbewoners gisteren ingeleverd en jullie gaan die heel intensief doorspitten. En nu ingerukt.”

 

 

 

 

21

 

Toen Peter in Melinda’s dagboek had gelezen dat Anton haar gedwongen had tot perversiteiten, had hij direct een online bestelling gedaan. De aanstootgevende foto hing nu in de ruimte, die in gereedheid was gebracht voor de opvang van Anton.

Anton was aanvankelijk nogal gedesoriënteerd toen hij zijn ogen opensloeg, maar al ras werd hem duidelijk dat hem iets zeer onprettigs te wachten stond. De foto’s die hij bewaarde op zijn computer hingen hier, sterk vergroot, uitgeprint aan de wand. De kamer was verder nogal kaal. Er stond een krakkemikkige keukenstoel naast een oude formica tafel en naast het bed waaraan hij was geketend stond een chemisch toilet. Hij wilde opstaan van het bed, maar bemerkte dat lange kokers om zijn armen en benen dat onmogelijk maakten. Stangen tussen de kokers zorgden ervoor dat hij armen noch benen van elkaar af of naar elkaar toe kon bewegen. Bovendien was hij aan het bed geketend. Die ketens waren zo te zien lang genoeg om hem gebruik te laten maken van het toilet, maar zij reikten niet tot aan de tafel, waarop een opengeslagen boek lag, naast een grote doos. Het was verder doodstil tot het moment dat een man van onbestemde leeftijd binnen kwam met een eng uitziend instrumentarium.

Zonder iets te zeggen was de man vrij bruusk begonnen zijn nagels uit te trekken. Hij probeerde de man weg te slaan, maar was door kokers en ketenen tot niets in staat. De pijn was zo erg dat hij het uitschreeuwde. De man was al enige tijd vertrokken, toen de pijn in intensiteit wat afnam. Het uitzinnige geschreeuw galmde nog na in zijn eigen oren, toen er opnieuw een schreeuw klonk. Vanachter de open deur klonk een afschrikwekkend gekrijs en gehuil. Plotseling kwam het besef tot hem dat hij Melinda’s stem daarin hoorde. Wat was hier in godsnaam aan de hand. De angst greep hem naar de keel. Hij hoorde Melinda nog huilen en snikken, toen een nieuwe schreeuw van pijn zijn oren bereikte. Dat was onmiskenbaar het geluid van een kind, het was Randy.

Mijn God, die gek had hen alle drie te pakken. Wat was hier de bedoeling van?

 

Toen hij uitgeput in een diepe slaap verzonk, was Peter weer de kamer binnengekomen. Hij had de kokers om armen en benen verwijderd, wat eten en drinken naast het bed gezet en de deur achter zich gesloten.

Anton kwam bij en bemerkte dat hij zijn armen kon bewegen toen hij zijn hand naar zijn gezicht bracht om aan zijn wang te krabben. Hij keek snel naar beneden en zag dat de koker ook daar was verwijderd. Hij herinnerde zich de voorgaande episode. Bij de aanblik van zijn nagelloze handen, schoten plotseling de krampen door zijn lijf. Hij liet zich zo snel mogelijk van het bed zakken en zat net op tijd op de wc-pot. Hij gebruikte achteraf een halve rol wc-papier om zich enigszins schoon te krijgen.

Enige tijd later had hij gretig gedronken en gegeten van het voedsel dat was neergezet. Hij werkte net de laatste kruimels weg, toen de deur openging en zijn folteraar binnenkwam met een stuk gereedschap met een lange steel. Anton ratelde zijn vragen de ruimte in. De man onderbrak hem door zijn hand op te houden en zei: “Zie je deze voorhamer? Zodra je ook maar je mond open doet zonder dat ik je iets heb gevraagd, geef ik je er een enorme ram mee.”

Hij ging op de keukenstoel zitten, pakte het opengeslagen boek van tafel en begon voor te lezen:

14 juni. Vandaag was het zeer warm. Randy speelde in het opblaasbadje in de tuin. Ik had hem goed ingesmeerd om hem te beschermen tegen de zonnestralen. Het was een lome dag en ik liep de hele dag in mijn bikini. Het was te warm om iets anders te dragen en ik was wijselijk zoveel mogelijk uit de zon gebleven. Anton kwam niet thuis voor het avondeten en we keken daarna wat tv totdat het bedtijd was voor Randy. Het bleef broeierig warm en ik nam niet de moeite mij om te kleden toen ik mij met een boek op de bank nestelde. Ik werd opgeschrikt toen Anton rond 11.00 uur thuiskwam. Hij had duidelijk gedronken en toen hij mij in bikini zag, raakte hij verhit. Hij was altijd gek geweest op mijn borsten en ik moet zeggen dat deze bikini wel iets van een toonschaaltje had. Natuurlijk had hij me deze een keer cadeau gedaan. Dat was vóór de geboorte van Randy. Ik was niet zo goed of ik moest hem direct aantrekken en daar (ik kan het niet anders zeggen) besprong hij me en nam me zonder enige inleiding. Nu trok hij met uitpuilende ogen een enorme dildo tevoorschijn en zei dat ik ‘Goliath’ naar binnen moest steken. Toen ik weigerde begon hij me te slaan. Het was zo hevig dat ik uiteindelijk wel moest gehoorzamen. Het deed zo ontzettend pijn! Ik had het gevoel dat ik helemaal uitscheurde.

Hier stopte Peter en hij keek op naar Anton.

“Nou Anton, dat is helemaal niet fraai. Je kunt je misschien voorstellen dat ik nogal geschokt was, toen ik dit las. Nou heb ik geen ‘Goliath’ kunnen vinden. Ik vermoed dat die uit de productie is genomen, maar ik heb wel wat anders voor je gevonden. Je zult het fantastisch vinden.

Ik heb een Annihilator XXXL kunnen aanschaffen. Dat is het mooie van online bestellen. Je hoeft er niet meer voor naar een winkel. Dat zou ik uitermate gênant vinden.

“Dus nu, broek naar beneden, Anton!”

Anton begon te jammeren bij de aanblik van het onmenselijke apparaat dat Peter uit de op de tafel staande doos trok. Hij moest het gevaarte met twee handen vasthouden.

Toen hij Anton naderde begon deze woest met zijn armen te maaien. De ketenen rinkelden luid.

Hij zag zich daarom gedwongen de Annihilator neer te leggen en de voorhamer weer ter hand te nemen. Buiten het bereik van Anton sloeg hij toe, waarbij zowel het linkerbeen als de rechterarm van Anton in twee fikse klappen werden verbrijzeld.

Gillend viel hij terug op het bed, waar Peter hem omdraaide en het enige kledingstuk, een onderbroek, met een ruk naar beneden trok. Hij liet de hamer vallen en pakte het marteltuig op, terwijl hij sprak:

“Zo rustig maar grote jongen. Je krijgt nu waar je al die tijd al naar verlangde.

Je hebt zelf als man niet genoeg en snakt naar iets dat groter is. Wat je doet is waar je naar verlangd, toch Anton? Ik heb vaseline op het uiteinde gesmeerd, iets dat jij geloof ik vergeten was te doen bij de ‘Goliath’.”

Met grote kracht drukte hij vervolgens de ‘vernietiger’, zoals de vertaling luidde in Antons achterwerk, waarbij het apparaat zijn naam volledig eer aan deed.

 

 

 

 

22

 

Zuchtend liet Jo zich op zijn bureaustoel tegenover Theo zakken, die al bezig was een dossier door te nemen.

“Je bent weer laat, Jo.”

“Nee hoor, ik was al heel vroeg op en ben naar de sportschool geweest om mijn hoofd leeg te maken.”

Theo reageerde wijselijk niet op dat ‘leegmaken’.

“Wat denk je? Ik was al vijftien minuten aan het roeien terwijl een jonge griet naast mij al die tijd alleen nog maar actief was geweest op haar mobiel. Bij de apparaten voor beenspieren training zaten tijdenlang twee vrouwen te praten zonder hun benen te bewegen. Het lijkt verdorie net een gewone school, de toevoeging ‘sport’ kan in hun geval gewoon achterwege worden gelaten. Zo’n sportschool is overigens meer een instelling om je zelf te laten zien. Ik keek tijdens het roeien vol verbazing naar een paar onmogelijke billen die op ooghoogte langs deinden. Die billen waren overigens uitwisselbaar met de borsten die een eindje hoger aan de andere kant waren bevestigd. Je wil het niet geloven Theo, maar die jonge meid had gewoon 4 inzetstukken in haar lijf laten plaatsen. Ongeveer 20 jaar oud en dan van die gigantische nepborsten en zogenaamd Braziliaanse billen. Wij vertelden vroeger grappen over billen als bijzettafeltje in de kroeg. Nou hier konden 6 man hun bierglas op kwijt!”

“Hoor eens Jo, volgens mij kun je beter thuis gaan trainen. Je krijgt zo veel te veel opwinding op een dag. Dat is niet goed voor je. Bovendien heeft thuis trainen als voordeel boven trainen op de sportschool, dat je veel betere muziek hebt tijdens het oefenen.”

 

Na deze gebruikelijke inleidende schermutselingen gingen de mannen geheel op in hun werk. Urenlang namen zij de verslagen van het wijkonderzoek door, alleen onderbroken voor een kopje koffie. Het halen van koffie was altijd Jo’s taak. Vanwege zijn spitproblemen, moest hij regelmatig opstaan en een stukje lopen. Dan voelde hij de stijfheid uit zijn lichaam trekken.

Kennelijk had hij tijdens dit loopje een nieuw idee opgedaan, want toen hij terugkwam zei hij: “Volgens mij zijn we zinloos bezig. Die vrouw komt natuurlijk helemaal niet uit de buurt waar ze gevonden is en kennelijk heeft niemand gezien wanneer en door wie ze daar is gedumpt. Ik dacht bij mezelf, ‘laten we eens net doen alsof die zaak verbonden is met die van Melinda’. Dat er sprake is van een reeks van zaken. Er is volgens mij 1 zichtbaar verband tussen de verdwijning van Melinda en die van Anton en dat is dat in beide gevallen hun auto ook verdween. Als we aannemen dat er een verband is, waarom gaan we dan niet op zoek naar auto’s?

We kijken eerst of er rond die tijd een onbeheerde auto is opgedoken, die door niemand is geclaimd en laten direct uitzoeken om welke auto’s het gaat in het geval Melinda. We kunnen de registratie opvragen en het kenteken”.

 

”Bij gebrek aan een beter idee en omdat ik absoluut geen zin heb om hier de rest van de dag te zitten, zullen we dat met een paar telefoontjes in gang zetten.”, zei Theo

Aangezien de namen en adressen van de betrokken personen bekend waren hadden ze al snel de beschikking over de gewenst informatie.

“Kentekens bekend.” zei Theo, in zijn boekje schrijvend “Het gaat om een BMW X3 en een Seat Ibiza.”

“Mooi en dan kunnen we nu een kijkje nemen bij het huis van Anton. Daar hoeft Willem niets van te weten.”

 

Theo had al vaker met Jo in het grijze gebied verkeerd en ze waren ook wel de grens van de regeltjes overgestoken. ‘Zolang je je maar op papier aan de regels hield’, was hun stilzwijgende overeenkomst.

“Je beseft toch wel dat we niets mee kunnen nemen, want dat zou dan bewijsmateriaal zijn waar we illegaal aan zijn gekomen. We zorgen dat niemand ons ziet, doorzoeken de boel met handschoenen aan en verlaten het huis weer stilletjes zonder iets mee te nemen.”

“We kunnen misschien wel iets meenemen”, weersprak Jo hem. Als we toegang tot zijn computer kunnen krijgen, kunnen we misschien iets interessants op een stickie zetten. Ik heb altijd een lege bij me.”

“Ja, dat kan.”, gaf Theo toe. “Maar áls we wat vinden, moeten we later officieel terug om het opnieuw van zijn computer te kopiëren. De eerste kopie mogen we niet gebruiken!”

“Dat spreekt vanzelf”, lachte Jo.

 

Het huis binnenkomen was geen probleem, want de voordeur bleek slechts dichtgetrokken te zijn. Gelukkig was er geen spoor van de buurvrouw, want als Theo haar ontwaarde, zou hij ter plekke in een zoutpilaar veranderen.

Uitgaande van de ervaringen in Melinda’s huis, gingen ze op zoek naar fotoboeken en doorzochten ze de bureauladen van zo’n oud ijzeren kantoormeubel met zwart schrijfblad. De metalen laden waren voorzien van inschuifbare teksten in een vakje aan de voorzijde. Het was een indexering die kennelijk met zijn werk als financieel adviseur had te maken.

Ze vonden geen fotoboeken en zelfs geen enkele foto van Melinda of Randy.

“Heb je er wel eens aan gedacht dat hij de dader kan zijn die we zoeken en dat hij zich schuil houdt om zich op haar te kunnen wreken. Een tweede mogelijkheid is dat hij eveneens een slachtoffer is, wat de zaak nog gecompliceerder maakt.”

“Je vergeet nog een mogelijkheid”, zei Jo. “Het kan ook zijn dat hij haar echt zo erg haatte dat hij alles van haar heeft weggegooid. “

“Dat kan wel zijn, Jo”, zei Theo, “maar vertel me dan eens waarom er geen spoor van hém te bekennen is. “

“Goed Theo, hier ga ik even speculeren. Misschien is hij een van de slachtoffers van een tijger mug en ligt hij nu ergens naamloos op intensive care. Het kan ook zijn dat hij een dubbele nationaliteit heeft en als zijinstromer in het onderwijs is begonnen. Misschien is zijn haat veel groter en gericht tegen álle Nederlandse vrouwen, waardoor hij zich genoodzaakt zag naar Thailand te verhuizen om een kleinere overheersbare vrouw te vinden en…”

“Hou maar op!”, zuchtte Theo. “Jij kan echt nooít serieus zijn.”

 

Het bleek heel makkelijk in de computer van Anton te komen en daar troffen ze in de map ‘privéfoto’s’ eindelijk foto’s van Melinda aan, maar deze waren van een heel andere aard dan verwacht.

Theo liet zijn adem ontsnappen en vloekte hardgrondig. “Nu ik dit zie, geloof ik in mijn optie nummer 1. Die vent is een sadist.”

Jo liet zijn afkeuring niet blijken, maar zette het bestand vlot op een USB-stick. Zij vonden verder niets.

 

Zij stonden net weer buiten toen de deur openging en de buurvrouw naar buiten kwam. “Dag heren. Zijn jullie toch de hele nacht en dag blijven wachten?”

Theo was nog steeds zo van zijn stuk, dat hij tot Jo’s verbazing, haar gewoon antwoordde: “Nee hoor, we komen net aan en stonden op het punt aan te bellen.”

“Nou, zijn auto staat er nog steeds niet hoor en een man met een dure auto is nooit ver van die auto te vinden.”

“Bedankt voor de tip, dan gaan we nu eerst de auto zoeken.” Terwijl Jo dat zei hapte Theo naar adem. Hij had zich eerder omgedraaid en keek schuin naar de overkant. Hij tikte Jo aan: “Kijk daar een rode Seat Ibiza en het kenteken?”

“Verdomd, je hebt gelijk. Kom op we gaan direct naar meneer Wever.”

 

 

 

 

23

 

“Ik heb bij jou thuis gemerkt dat je verzot bent op bijzondere soorten thee. Maar misschien moet ik niet van thee spreken, want het wordt niet gemaakt van bladeren van de theestruik, maar van verschillende kruiden. Het heet geloof ik tisane, is het niet? In feite kun je alles wat biologisch is in heet water hangen en drinken. Daarmee is het natuurlijk geen thee, net zomin als cichorei koffie is. Maar goed, als jij dat lekker vindt.

Ik heb begrepen dat je inmiddels zo’n hekel hebt aan je man (of ex-man zo je wil) dat je zijn bloed wel kan drinken. Misschien dat ik je daartoe nog in staat stel, maar allereerst laat ik je deze nieuwe ‘theesoort’ proberen. Hoewel niet van de theestruik is het zeker biologisch.”

Tot haar afgrijzen hield Peter haar een dampend glas voor, waarin een balzak hing te trekken.

“Dit heet Scrotum Antonius. Het is niet gevaarlijk, want het zaad bevindt zich in gekookt water, zoals je ziet. Ik weet niet of het heilzaam is. Neem maar een slokje. Wel eerst blazen, want het is nog heet.”

 

Anton was dus zijn trots kwijtgeraakt, dacht zij. Hoe vaak in het verleden had hij geen toespelingen gemaakt op zijn mannelijkheid. Zij kon zich nog een episode herinneren dat zij een muis had gezien in de keuken en toen zij riep: “Anton, een stoffer, gauw!” en ze haar hand naar achteren uitstak terwijl ze de muis niet uit het oog verloor, had hij niet een stoffer in haar hand geduwd, maar zijn piemel. Dat was de reden dat de muis het had overleefd. Anton had liggen rollen van het lachen, maar hij kon het niet waarderen als ‘Achilles’ (zo noemde hij zijn zaakje) door haar daarna ‘pielemuis’ werd genoemd.

Het bleek dat ‘Achilles’ zijn achilleshiel was.

Maar om dat ding nu hier afgesneden in haar thee te zien hangen was wel heel erg horror-achtig.

Zou er geen einde komen aan deze verschrikking? Ze kon geen enkel medelijden opbrengen voor Anton, maar deze man, die zulke enge dingen deed en er over praatte alsof het allemaal heel gewoon was, had ook haar zoon pijn gedaan. Ze had het gehoord.

Hoe kon ze hier uit komen?

 

 

 

 

24

 

Ze spraken af dat Theo melding zou maken van hun vondst en nogmaals zou proberen Willem over te halen om Antons huis te laten doorzoeken. Willem was daar niet toe bereid.

“Wat hebben jullie nou eigenlijk meer dan je al had? Die auto staat bij haar echtgenoot voor de deur. De echtgenoot is weg. Vrouw en kind zijn weg. Er is dus een gezin dat weg is, evenals de auto van de man. Een familie-uitje ligt het meest voor de hand. Trouwens ik dacht dat jullie bezig waren met een onderzoek naar ‘de gevilde vrouw’.

Theo had hier niets tegen in te brengen. Hij kon tenslotte niet met de gevonden foto’s aan komen zetten en zij hadden geen bewijs gevonden voor een misdrijf in het huis.

In een uiterste poging bracht Theo het idee naar voren van die ochtend, dat er verband zou kunnen bestaan tussen ‘de prequel’, zoals Jo het die ochtend had genoemd en de verdwijning van Melinda, welke hij de ‘story’ noemde. “En”, had hij gezegd, “dan zal Anton de ‘sequel’ blijken. Mark my words.”

Theo had hierop geantwoord dat hij gek werd van alle Engelse termen uit politieseries waar Jo mee goochelde, maar het had zich wel in zijn hoofd vastgezet, waardoor hij automatisch die benamingen gebruikte.

 

Terwijl Theo Willem opzocht om melding te maken van de rode Seat, die voor de deur van Anton stond, ging Jo snel het rapport afmaken over de zaak van de gevilde vrouw. Hij was zo euforisch door de vondst van Melinda’s auto, dat hij de tekst begon te bewerken. In een interne memo had de heer Wever gesteld dat hij het Asap wilde hebben. Dan krijgt hij het ook meteen grijnsde Jo.

Het rapport bevatte niets nieuws en lag al een tijdje in de la van zijn bureau. Het enige dat hij er vandaag aan had toegevoegd was de ingeving een zoektocht te beginnen in de bij de politie gemelde onbeheerde auto’s.

Hij liep de gang door en voegde zich met de map bij Theo in het kantoor van Willem. Hij legde de map op diens bureau en liet Theo het woord voeren.

Willem pakte de map van zijn bureau en sloeg hem open terwijl hij zei: “Ik vind het heel vreemd dat jij je mond nog niet open hebt gedaan, Jo…”

Hij stokte toen zijn oog op de eerste pagina viel.

“Wat is dit voor een rapport Docus! Alles staat in hoofdletters!”

“Ja, Wwwwillem, wwwweet je dan nnniet dat het nnnn vandaag de Internationale Cccccapslock Dag is? Het is twtwtw22 oktober.”

“Verdomme Jo, kappen nu met die flauwekul! En waarom nu ineens dat gestotter?”

“Dddat is om aaaaaandacht te ggggeven aan hhhhet feit dddat het ook wwwwereld stststotterdag is”. Hikkend van de lach verliet Jo het kantoor van zijn chef.

Theo haalde verontschuldigend zijn schouders op en ging zijn partner achterna.

 

Die avond had Jo nog steeds een uitstekend humeur, toen hij zijn vrouw vertelde over de grap die hij had uitgehaald met meneer Wever.

“Dat je dat soort grappen altijd met mij uithaalt is oké Jo, maar doe dat alsjeblieft niet met je chef. Straks word je eruit gegooid en dan? Wat ga je dan doen? Weer toeren met Hocus Docus, de band uit je jonge jaren en weer de oude nummers van Focus spelen?

Je speelt piano en je heet Jo, maar jodelen als Thijs kun je niet.

Daar was toen geen droog brood mee te verdienen en behalve politiewerk en muziek maken bezit je geen bekwaamheden die je te gelde kunt maken. Zorg dat je deze baan houdt.”

Toen ze zijn reactie zag, voegde zij eraan toe: “Niet gaan mokken en denk erom dat we om 21.00 uur een afspraak hebben met Erik en Mona voor een partijtje tennis.”

 

 

 

25

 

Het was even hectisch geweest met de gebeurtenissen in zijn kelder, maar nu was het tijd om weer wat van zijn dagelijkse routine terug te krijgen. Een mens had zeker rust en regelmaat nodig en een van die regelmatigheden was zijn zeven wekelijkse knipbeurt.

Peter wandelde naar de kapper, toen hij op een schoolplein een jongetje fanatiek zag in slaan op een kleiner meisje:

“Jij bent een stomme kleuter, je weet niks en je bemoeit je niet meer met me, anders kill ik je.” Het meisje stortte snikkend neer, waarna het jongetje haar nog enkele trappen verkocht.

De moeder van het jongetje stond bij het hek en schreeuwde dat Daantje daarmee moest stoppen. Zij greep hem bij de arm en trok hem mee, zonder om te kijken naar het meisje. Gelukkig kwam een schooljuf naar buiten hollen om zich over haar te ontfermen. Toen zij opkeek waren moeder en zoon al in een auto gestapt en weggereden.

“Dat gaat zo maar niet”, mompelde Peter in zichzelf. Toen zag hij de juf, die naast het meisje hurkte, naar hem opkijken. Hij wendde zijn gezicht af en liep haastig door. Hij wilde vooral niet opvallen. Eerst maar gewoon naar de kapper en dan uitzoeken wie dat etterige knaapje was. Het beste was een paar dagen te wachten voor hij dat ging doen.

Toen Jos, zijn kapper, begon te vertellen over de overlast die vele buurtbewoners ondervonden van de speelpauzes van de school om de hoek, leidde hij hem behoedzaam weg van dit onderwerp. Peter wilde op geen enkele manier in verband gebracht worden met die school met het oog op zijn plannen voor de nabije toekomst. Hij bracht het gesprek daarom op het favoriete onderwerp van Jos, Ajax. De tweede wedstrijd in de Champions League stond immers op het programma en met al die nieuwe spelers viel er aardig wat te praten en te speculeren.

“Tsja, verzuchtte Jos, dat is het lot van een ploeg als Ajax. Als ze eindelijk een uitgebalanceerd team hebben, worden er zo zeven à acht spelers weggekocht door het grote geld.”

Zo, dacht Peter, die knipbeurt komen we makkelijk door. Over een kwartiertje sta ik weer buiten.

 

 

 

26

 

Enkele dagen later kwam Jo opgewonden zijn kamer binnen en liet zich op een stoel naast Theo ploffen. “Gadverdamme wat is dat voor een troep. Hij zette zich af op de leuning van de stoel en keek om naar de zitting. Daar zag hij de restanten van een Limburgse kersenvlaai. Willem verscheen schuddebuikend in de deuropening. “Het is 25 oktober Jo, de Nationale Dag van de Vlaai. Voel je hem?”

Wat kon wraak toch goed voelen.

Theo kwam niet meer bij van het lachen.

“Een koekje van eigen deeg, Jo”, hik lachte hij.

Toen hij weer op adem was gekomen, vroeg hij “Waarom was je zo opgewonden, toen je binnenkwam?”

Jo liep naar een dispenser en trok er een grote hoeveelheid papier uit, waarmee hij ijverig over de achterkant van zijn broek begon te wrijven. Toen er behalve een enorme vlek geen vochtige delen taart meer aan zijn broek hingen, gaf hij zijn bureaustoel een zwieper. Deze rolde naar het raam en kwam daar tot stilstand tegen een radiator. Hij trok een stoel bij, die altijd samen met een sanseveria op een kleine tafel naast de deur stond. Je kon deze plant in principe alleen dood krijgen door ‘m te veel water te geven en daar was bij beide heren, die op deze kamer werkten, weinig kans op. Jo was de man met de groene vingers en hij had geen plant gewild die door onoplettendheid van Theo bij zijn afwezigheid tijdens vakanties, het loodje zou leggen. Theo had gelachen toen Jo hem vertelde dat de plant in Nederland bekend stond als de vrouwentong en in België als de wijventong. Hoewel het blad van de plant in niets op een tong leek, was het wel heel scherp. Jo had erbij gezegd: “Een scherpe tong, die je echter niet hoort. Een plant heeft aandacht en liefde nodig. Het is goed om ertegen te praten. Dan kan je oefenen voor als je in het echt tegen een vrouw aanloopt, Theo.”

 

Maar nu het voor hem onaangename deel van meneer Wevers grap achter de rug was, keerde zijn opwinding terug: “De computerjongens hebben in het systeem een auto gevonden, die hoort bij een vermiste vrouw. Ze hebben de kentekens van onbeheerd gevonden auto’s nagetrokken en 1 daarvan bleek het bezit te zijn van een vrouw, waarvan al enige tijd niets is vernomen. Haar ex-man had aangifte gedaan van vermissing. Ik wil Wever vragen om zo snel mogelijk de technische jongens de hele auto binnenstebuiten te laten keren. De auto is overigens gevonden op een bedrijfsterrein in de Waarderpolder. Het is onbekend om wat voor een bedrijf het gaat. Dat gaan we uitzoeken, zodra we meneer Wever op de hoogte hebben gebracht. Maar vóór we dat doen wil ik eerst naar huis voor een schone broek.”

 

Wever was enthousiast over hetgeen Jo hem vertelde en ging direct alles regelen. Maar toen zijn rechercheurs vertrokken om de losse draad op het bedrijventerrein op te pakken, kon hij het niet laten hen na te roepen: “Ik dacht dat alleen koeien vlaaien aan hun kont hadden hangen, Jo!” Onder zijn klaterende lach, die hoorbaar was tot het einde van de gang, gingen beide mannen op weg een schone broek voor Jo te halen.

 

Zodra Jo de sleutel in het slot had gestoken, riep Linda: “Ik ben al thuis Jo, we hebben de Afrikanen afgemaakt.”

Jo riep naar boven: “Nou, dat is fraai Linda. Theo hier schrok zich rot en zag al een arrestatieteam van de politie onze straat binnen komen racen. Wees gerust Theo, Linda doet vrijwilligerswerk in de stadskweektuin. Ze waren plantjes aan het verpotten. En kennelijk was het vandaag de beurt aan de afrikaantjes.”

Linda kwam de trap af en werd daar getrakteerd op de blote benen van Jo, die zijn broek al in de gang had uitgetrokken.

“Sorry, Linda” zei hij, “ik kom niet voor de seks naar huis, maar ik kom een nieuwe broek halen, omdat Wever mij in een vlaai te kakken heeft gezet.”

Niet begrijpend keek zijn vrouw hem na terwijl hij de trap met 2 treden tegelijk nam.

Jo keek over zijn schouder en riep: “Theo zal het je wel vertellen.”

Linda nam nadat Theo het verhaal had verteld en ze samen smakelijk hadden gelachen, de afwezigheid van Jo te baat om Theo te vertellen over wat zij gepland had voor Jo’s 55ste verjaardag een maand later. Een vlucht met een zweefvliegtuig vanaf het vliegterrein van de Kennemer Zweefvliegclub in Noordwijk. Theo kon haar nog snel toefluisteren dat hij de rest van het programma voor die dag met Jo’s beste vrienden had doorgesproken en geregeld, voordat Jo met grote sprongen van de trap afkwam.

“We moeten gaan Linda. We hebben iets uit te zoeken in de Waarderpolder.”

 

 

 

27

 

Een week later had Peter zich aan het einde van de schooldag tussen de moeders en enkele vaders gemengd die hun kinderen van school kwamen afhalen. Hij raakte daarbij in een onschuldig ogend gesprek met de moeder van het tirannieke jongetje. Hij zag zijn beeld van moeder en zoon daarin bevestigd. Het mens gaf hoog op van haar zoontje. “Je moet weten dat Daantje hoogbegaafd is. Op mijn aandringen werd hij bij zijn vorige school een klas hoger ingedeeld, maar ze hadden geen geschoold personeel dat om kon gaan met geniale kinderen die tevens een ADHD-aandoening hebben.”

Peter praatte haar naar de mond door te vertellen dat hijzelf als hoogbegaafde dezelfde problemen op school had gekend en dat de kwaliteit van veel leerkrachten inderdaad te wensen overliet, maar dat hij positief was over deze school, waar zijn kind goed werd begeleid. Hij wist met dit toneelstukje op slinkse wijze achter haar adres te komen. Peter vertelde eerst dat hij vier straten verderop woonde en hoe heerlijk het was dat de school zo dichtbij was.

Zij had daarop gereageerd door de buurt te noemen waar zij woonde met een spijtig “Tsja, ik moet Daantje wel steeds met de auto brengen en halen, maar het is al zo moeilijk om je kind ergens ingeschreven te krijgen als je nieuw in een stad komt wonen.” Daarna was het een fluitje van een cent geweest om achter de straatnaam en het huisnummer te komen. “Hee, daar woonden mijn ouders vóór mijn geboorte. Op welk nummer woont U? O, nee zij woonden verderop in de straat.”

 

Hij begon de volgende dag een nieuwe surveillance om bekend te worden met het dagelijks ritme van het gezin.

Na een aantal dagen besefte hij dat de tijd was gekomen zijn kelderruimte vrij te maken. Maar eerst moest hij een bestelling doen bij de steenhouwer. Het moest iets zijn dat duidelijk was, maar bescheiden in formaat. Een paar dagen later was alles klaar voor actie.

Bij thuiskomst had hij zich direct naar de kelder gerept. Hij zou geen tijd meer verspillen aan het gezin dat zijn kelder enige tijd had bewoond. De man had zijn ontmanning niet lang overleefd. Dat had hij wel jammer gevonden, want hij had hem graag nog een extra lesje geleerd. Het was natuurlijk wel logisch, dat iemand die zijn geslachtsdeel als belangrijkste deel van zichzelf zag, de wil tot leven verloor. Hij had de vloer flink moeten schrobben en had het lijk ingepakt om de ontbinding te vertragen. Hij zou hem vanavond naar het transport moeten slepen. De vrouw en het kind konden op eigen kracht bij de auto komen. In zijn ogen was de bestraffing voor hun onbehoorlijke gedragingen en gebrek aan opvoedkundige kwaliteit afgerond en kon hun zelfzuchtige, zinloze bestaan worden beëindigd.

 

Het was na 11 uur en de duisternis verdiepte zich. Peter had het lijk van Anton met veel moeite in de bagageruimte van diens eigen auto gelegd en was vervolgens Melinda en Randy gaan halen.

“Het is spijtig dat we niet langer van elkaars gezelschap kunnen genieten, maar ik heb de ruimte nodig voor nieuwe gasten.”

Toen Peter dit zei, barstte Melinda in snikken uit.

Zij besefte dat de kans hier levend uit te komen was verkeken. Met enkelboeien om, kon zij alleen maar voortschuifelen. Ze gooide zich naar voren, met als enig resultaat dat zij plat op haar gezicht viel en Peter, zonder een hand uit te steken om haar omhoog te helpen, wachtte geduldig tot zij weer was opgekrabbeld. De tranen stroomden over haar gezicht, maar haar wanhoop kon hem niet vermurwen. De jongen was gedrogeerd en hij schuifelde met een lege blik vooruit. Zo werden zij, zonder een kans op ontsnapping, naar de klaarstaande auto gedirigeerd.

 

28

 

Aangekomen bij het bedrijf in het Haarlemse industriegebied parkeerden Theo en Jo hun auto bij een toegangsdeur van het uit plaatmateriaal opgetrokken rechthoekige gebouw. Het had in elk industriegebied ter wereld kunnen staan. Het was een goedkope en uniforme bouw.

De deur was niet afgesloten en dus stapten zij naar binnen. De grote hal was minimaal verlicht en er stonden pallets volgepakt met grote zakken. Achterin leek een soort kantoortje te zijn en was het geluid van stemmen te horen.

“Hallo”, riep Jo. “Is daar iemand? We willen graag even praten. Hier is de politie.”

De stemmen verstomden abrupt. Er klonken nu rennende voetstappen.

Theo reageerde verontrust: “Hier is iets mis Jo. We…”

Op dat moment floten kogels om hun oren.

De rechercheurs doken weg achter één van de pallets en terwijl Theo zijn dienstwapen trok, werden de zakken getroffen door een kogelregen. Wit poeder daalde op hen neer. “We moeten hier weg, kom op.”  Ze sprongen op om nieuwe dekking te vinden. Een volgend salvo bleef door echoën in de grote ruimte. Het werd kennelijk afgevuurd om hen op hun plaats te houden, terwijl de schutters vluchtten.

“Geef me dekking, Jo!”

Theo sprong overeind, maar merkte dat Jo geen schoten afvuurde. De kogels spatten rond zijn voeten weg en haastig dook hij weer achter de zakken.

“Waarom geef je me geen dekking, malloot”, gilde hij geschrokken. Jo lag echter kermend op de grond. Geschrokken boog Theo zich over hem heen.

“Ben je geraakt?”

Terwijl hij Jo daar krom zag liggen op de grond, hoorde hij rennende voeten zich verwijderen. De deur klapte open en in het licht dat van buiten kwam, zag Theo opkijkend een drietal mannen verdwijnen. Direct daarop hoorde hij een auto starten en met gillende banden wegscheuren.

“Wat is er, Jo? Waar ben je geraakt?”

“Mijn rug”, antwoordde Jo. “Ik ben er door gegaan.”

Theo haalde opgelucht adem. Weliswaar was de kans verkeken de vluchters te achterhalen, maar zijn partner was tenminste ongeschonden, voor zover je daarvan bij hem kon spreken.

Hij hielp hem overeind, maar Jo bleef voorovergebogen staan en kon met geen mogelijkheid een andere houding aannemen. Voetje voor voetje schuifelde hij aan de arm van Theo naar hun auto.

Ervaring had geleerd dat er geen haast was geboden. Hij had zijn maatje al eens eerder naar huis moeten brengen met spitproblemen. Het was iets dat regelmatig terugkeerde. Hij kon dus eerst contact opnemen met de meldkamer, zodat deze hal doorzocht kon worden. Daarna zou hij Jo naar huis brengen, in bed leggen, twee stuks Ibuprofen erin gooien en de rest van het doosje naast hem neerzetten met een glas water. Dan kon hij zich verder wel redden tot Linda thuiskwam.

De komende dagen zou Jo dan weer geweldig door haar worden verwend.

 

Wat Theo niet wist, was dat de hevigheid van de spitaanval deze keer zo groot was, dat Jo een paar uur later uiteindelijk met veel moeite op handen en knieën naast zijn bed wist te komen omdat hij moest plassen. Met geen mogelijkheid had hij uit bed kunnen stappen. Hij rolde zich met moeite om en viel naast het bed, waar hij enige tijd op handen en knieën zat bij te komen van een nieuwe pijnscheut in z’n rug. Daarna kroop hij naar de slaapkamerdeur, maar merkte daar dat hij vanuit die positie niet bij de deurkruk kon komen.

In die houding vond Linda hem bij thuiskomst. Toen zij hem zo zag, kon ze met geen mogelijkheid haar lach inhouden. Het was zo’n stom gezicht. Ze stond krom van het lachen terwijl hij krom op de grond lag. Zij hielp hem overeind en begeleidde de voorovergebogen gestalte in een oneindig traag tempo naar het toilet. Die spitaanvallen waren een bijna jaarlijks fenomeen. Het enige wat in dit ritueel was veranderd, was de duur van de plasbeurt. Ze werd ongerust omdat het zo lang duurde voor ze hem hoorde roepen, maar bedacht zich dat Jo bij de laatste theatervoorstelling ook bijna de hele pauze weg was gebleven. Bij terugkomst vertelde hij dat er achtereenvolgens zeker 4 verschillende knapen naast hem bij de pisbakken waren komen staan piesen en afschudden, vóór hij de laatste druppels eruit had kunnen persen.

Thuis gekomen had zij hem gevraagd of hij moeite had met plassen, waarbij ze een prostaatprobleem in gedachte had. Jo had haar verzekerd dat de straal weliswaar niet zo krachtig was als vroeger, maar dat hij wel normaal door bleef wateren en geen pijn had. Er was geen sprake van urineretentie. Uit het gebruik van dat laatste woord kon ze opmaken dat Jo zich wel zorgen had gemaakt over zijn ‘lamstraaltje’. Kennelijk had hij flink zitten googelen op Internet. Dat hij zich zorgen had gemaakt bleek ook wel uit het feit dat normaal gesproken zij alles uitzocht.

Bij al zijn ongelukjes, pijntjes en blessures had zij informatie gezocht met als doel hem gerust te stellen of om hem te bewegen naar de huisarts te gaan. Het laatste weigerde hij bijna altijd.

 

 

 

29

 

Hij vond het heerlijk om in het duister op het kerkhof te vertoeven. Het was rustgevend en opwindend tegelijk. Allerlei fantasieën speelden dan in zijn hoofd, zo levendig dat hij ze werkelijk meende mee te maken.

Een auto stopte buiten het hek. Hij meende de kreet van een vrouw te horen en het snikken van een kind, maar al snel was het weer stil.

Opnieuw klonken er geluiden. Het leek of er iets zwaars werd voortgesleept. Hij kon ook een steeds heviger gehijg horen.

Plotseling verscheen een donkere figuur in beeld, die een grote zak op een vrij liggende plek liet vallen, waarna hij zich omkeerde.

In zijn bergplaats keek hij met grote ogen toe. Wat gebeurde hier?

Even later kwam de man terug met een schop. Hij begon te graven. Muisstil wachtte de gluurder op de nieuwe gebeurtenissen. Zoals hij al had verwacht werd de grote zak de kuil in geschoven, maar tot zijn verbazing werd het gat daarna niet dichtgegooid en liep de duistere figuur het hek weer uit.

Voorzichtig kwam hij uit zijn schuilplaats tevoorschijn, maar haastte zich weer terug toen hij weer gerucht hoorde. De graver kwam weer terug en hij sleepte een menselijke vorm onder het licht van de sterren naar de kuil.

Wat was dit? Dit moest wel een moordenaar zijn, die zijn slachtoffers op deze plek kwam begraven.

Weer ging de man weg, terwijl hij de kuil openliet.

Nu nam hij het risico tevoorschijn te komen niet. De gedachte dat hier misschien een seriemoordenaar rondliep, greep hem bij de keel. Dit zou best eens over afrekeningen van de georganiseerde misdaad kunnen gaan.

De moordenaar kwam weer terug, nu met een duidelijk kleiner lichaam.

Mijn God, werden hier ook kinderen vermoord? Verschrikkelijk.

Nu werd het gat wel dichtgegooid en gladgestreken.

Was dit het, was hij nu klaar? Hij kwam uit zijn schuilplaats om alles van dichtbij te bekijken, maar kon net nog wegduiken toen de moordenaar weer terugkwam. Nu sjouwde hij met een brok steen. Dat kon hij zien in het licht van de maan, die van achter een wolk tevoorschijn kwam. De steen werd rechtop bij het verse graf neergezet. Daarop keek de man om zich heen en liep doelbewust op een ander graf af. Hij pakte er

een vaas met bloemen en zette die bij het door hem gedolven graf. Hij sloeg wat aarde van zijn handen en verdween ditmaal definitief door het hek.

Hij hoorde een auto starten en daarna stilte.

De angst maakte plaats voor opwinding. Hier lagen verse lijken! Hij trilde op zijn benen. In al zijn stoute dromen had hij het nooit aangedurfd, maar nu was er een illegaal graf als gevolg van een misdaad. Dat was wel zeker. Niemand zou hier naar omkijken. Men zou op zoek gaan naar de moordenaar. Hier lag een mogelijkheid. Daar moest hij gebruik van maken. Opgewonden begon hij met blote handen te graven in de vers gedolven grond.

Met trillende handen maakte hij de plastic zak vrij uit de aarde. Het was de man. Het maakte hem niet uit. De vrouw kon later in deze prachtige nacht worden vrijgemaakt.

 

 

 

 

30

 

Het polderavontuur van Jo en Theo bleek nogal wat te hebben aangehaald. Er werd een grote hoeveelheid cocaïne in de bedrijfshal aangetroffen, met een straatwaarde die in de miljoenen liep. Kennelijk waren de heren in paniek geraakt bij het woord politie en hadden direct naar de wapens gegrepen. Er leek echter geen enkel verband te zijn met het onderzoek naar de verdwijning van de familie Slaghout.

Een andere gebeurtenis zong rond in het bureau toen Theo op het werk kwam. De manager van de openbare begraafplaats had gebeld over grafschennis op het terrein en had daarbij verteld dat het om een illegaal graf ging. Het rapport van de teruggekeerde agenten had ervoor gezorgd dat de forensische dienst al snel aan een onderzoek kon beginnen.

De pers was vóór de politie ter plaatse en het lokale radiostation vermeldde de lugubere vondst al in zijn nieuwsbulletin op het hele uur.

Toen Jo dit op de radio hoorde, belde hij direct Theo.

“Heb je het gehoord? Man, vrouw en kind gevonden in een illegaal graf.”

Theo trok het mobieltje met een ruk van zijn oor weg. Niet vanwege het opgewonden, luide stemgeluid van Jo, maar vanwege diens trommelvlies-beschadigende kreet, omdat hij in zijn opwinding even de pijn in zijn rug was vergeten. Met de realisatie kwam de pijn in alle hevigheid terug.

Naar adem happend, vervolgde Jo: “Dit zou best eens om ons verdwenen drietal kunnen gaan, Theo. Je moét er een kijkje gaan nemen.”

Na nog even geïnformeerd te hebben naar Jo’s probleem en diens verzekering dat hij toch op z’n laatst over 4 dagen weer helemaal in orde zou zijn, ging Theo op weg naar het gevonden graf.

Daar aangekomen, zocht hij de manager op die de vondst van het graf had gemeld. Deze gaf hem een relaas van de gebeurtenissen sinds de vroege ochtend en bracht hem naar het graf. Het terrein omheen was afgezet met lint als plaats delict. Er werd door een aantal mensen sporenonderzoek uitgevoerd en een politiefotograaf maakte regelmatig foto’s.

Wat direct in het oog sprong was een scheefstaande grafsteen van bescheiden afmeting met de tekst:

‘Hier is uiteindelijk een heel gezin tot rust gekomen. Zij faalden in de opvoeding en de sociale omgang. Het kind was niet meer te redden.’

Indachtig de opmerkingen van Bas en Robbie, de broers van Melinda, over het verschrikkelijke zoontje van hun zuster, was Theo er direct van overtuigd dat het hier om de personen uit hun onderzoek ging. Hij had er geen bewijs voor, maar de graftekst gaf hem die innerlijke zekerheid.

Hier was een aanknopingspunt. Hoeveel grafsteenhouwers waren er in deze omgeving? Dat was iets dat Jo thuis vanuit z’n bed of stoel mooi kon uitzoeken. Kon ie z’n laptop eens op een nuttige manier gebruiken. Hij zou zelf vanavond nog eens naar Gerda gaan om te vragen of de reusachtige gestalte uit zijn destijds benevelde geheugen zich nog had laten zien in het café. Ze had gezegd dat die Jan regelmatig op vrijdagavond langskwam, maar in alle hectiek waren ze niet in staat geweest die avond langs te gaan.

Hij zou nu zonder Jo gaan. Het zou makkelijker zijn zonder de opmerkingen van Jo met haar te praten. Bovendien, hield hij zich voor was hij bezig met een politieonderzoek en voor zulke gesprekken was hij tenslotte getraind.

Toch klopte zijn hart in de keel toen hij die avond het Proeflokaal binnenstapte. Hij was eerder gegaan dan het door Gerda aangegeven tijdstip en er zaten nog maar 2 klanten aan een tafeltje aan de lange zijmuur. Gerda zag hem binnenkomen.

“Ah, daar hebben we onze stille rechercheur.”

Ze zag dat de kleur vanonder de kraag van zijn overhemd omhoog kroop. Ze moest toegeven dat ze er wel een beetje vertederd door raakte. Hij zag er goed uit en ze schatte hem ongeveer half in de dertig. Ze zou hem een beetje moeten aanmoedigen.

“Dag, Theo. Mag ik iets voor je inschenken of heb je dienst?”

Theo schraapte zijn keel en aangemoedigd door haar vriendelijke uitstraling zei hij: “Dat loopt bij mij een beetje door elkaar. Eigenlijk heb ik nu een vrije avond, maar ik wil je ook nog een paar vragen stellen.”

“Dat komt dan goed uit, want ik moet werken en kan nu dus niet met je uit. Ik heb echter wel informatie voor je, want ik ben zo vrij geweest om informatie aan Jan Palsma te vragen toen hij hier vrijdagavond langskwam. Ik heb zijn adres hier. Hij heeft het voor jullie op een viltje geschreven voor het geval jullie hem willen spreken. Ik heb hem echter ook zelf gevraagd of hij zich nog iets kon herinneren van die betreffende avond. Jan vertelde mij dat hij de man waar je naar vroeg kende van de middelbare school. Hij zei dat hij in Renkum woonde, maar dat hij geen tijd had om een praatje te maken, omdat er iemand op hem stond te wachten bij de Philharmonie. Op mijn vraag naar het mobieltje zei hij dat hij geen mobieltje had gezien en hij dus niet wist of de Renkummer het had laten liggen. Hij wist ook zijn naam niet meer, maar als hij een bekend gezicht zag wilde hij nooit laten blijken dat hij de naam was vergeten zei hij en daarom vroeg hij er nooit naar. Hij had allerlei trucjes ontwikkeld om dat te omzeilen.”

Zij reikte hem het bierviltje met het adres van Jan aan.

Theo was onder de indruk van haar initiatief. Wat van haar verhaal het beste bij hem was blijven hangen was de zinsnede dat zij ‘nú niet met hem uit kon’. Betekende dat…?

“Dank je wel, Gerda. En dan ben ik nu uit functie, helemaal vrij en heb trek in een biertje.” Het leek of er bij hem een enorme dam doorgebroken was. Gerda lachte naar hem en tapte een biertje.

 

 

 

 

 

 

31

 

Onderdeel van Peters dagelijkse routine was het lezen van de ochtendkrant. Hij installeerde zich daarvoor met een beker thee en een kom magere kwark, waarin hij een schepje geplette lijnzaad en een eetlepel speltzemelen roerde. Hij voegde daar altijd nog wat vloeibare honing uit een schenkflacon bij om het op smaak te krijgen. De krant was inmiddels gedownload en wachtte hem op zijn tablet.

Papier, of in zijn geval een tablet, bracht hem het nieuws rustiger en niet op de ongeorganiseerde emotionele wijze van het bewegende beeld in tv-journalen, of nog erger, de tendentieuze multimedia.

Hij was overgestapt op een digitaal abonnement, omdat het al veelvuldig was gebeurd dat de ochtendkrant niet voor 8 uur werd bezorgd en soms zelfs helemaal niet. Als hij daarover weer eens belde kon hij niet eens kwijt dat dit al voor de zoveelste keer gebeurde. Je kon slechts aangeven dat je op die dag geen krant had ontvangen. Deze werd dan wel nagebracht, maar het betekende wel een breuk in zijn routine en daar hield hij totaal niet van.

Het digitale abonnement was gecombineerd met de bezorging van een papieren editie op zaterdag. Vreemd genoeg lag de zaterdagkrant wel steeds op tijd in zijn brievenbus. Maar zou dat een keer niet gebeuren, dan had hij in ieder geval de beschikking over de digitale versie.

Nu was dit ook al eens misgegaan doordat er plots geen internetverbinding meer was. De oplossing voor dat probleem had zich gelukkig al snel aangediend, toen hij een nieuw abonnement nam voor zijn mobiele telefoon. Hij had nu genoeg data om in geval van een internetstoring zijn krant te kunnen downloaden. Het las niet eens veel slechter dan op een tablet.

De krant opende met een foto van het door hem gegraven graf en hij las in welke staat het gevonden was. Er werd gezegd dat de manager het illegale graf met een scheefstaande grafsteen met eigenaardige tekst ontdekt had en dat er een omgevallen vaas met bloemen stond, terwijl de aarde kennelijk haastig in het gegraven gat was gegooid.

Dat kon niet, dacht Peter. Hij had juist zoveel aandacht aan de verzorging van het graf besteed! Zijn mooie grafsteen met een tekst waar hij lang over had nagedacht. De ‘finishing touch’ met de vaas met rozen. Wat was hier aan de hand? Hoe kon hij erachter komen wat hier was gebeurd na zijn vertrek?

Maar zijn planning getrouw zou hij deze ontwikkeling niet zijn voorbereidingen in de war laten schoppen.

Hij had het tijdstip voor de ontvoering van moeder en zoon zorgvuldig vastgesteld. Merk en type van de auto waarin zij reed was geen onbekende meer voor hem. Geen detail mocht aan zijn aandacht ontsnappen. Dat stond hij zichzelf niet toe. Niet alleen was hij een man van principes, normen en waarden, maar ook een perfectionist en daar was hij trots op.

De vrouw bleek onmachtig door haar eigen hysterie en de jongen lag te slapen, toen hij hem inpakte. Twee cadeautjes om zijn kelderruimte mee te vullen. De volgende dag zou hij met het openbaar vervoer gaan en het laatste stuk lopen om zijn eigen auto weer op te halen. Het had geen haast, maar je moest natuurlijk wel voorzichtig zijn. Je kon tegenwoordig bijna nergens meer parkeren en als je een verkeersbord of een mededeling over parkeertijden over het hoofd zag, had je zo een paar handhavers bij je auto staan om een bekeuring uit te schrijven.

Hij kon moeder en zoon op dezelfde manier kwijt als de vorige bewoners van zijn kelder en dan kon hij 1 ruimte mooi vrijhouden voor de voorbereidingen. Hij had liever geen attributen voor de geplande werkzaamheden boven in huis rondslingeren.

Na hun installatie in zijn kamers onder de grond, moest hij maar eens een kijkje gaan nemen op het kerkhof. Maar uiterste voorzichtigheid was hier geboden, want het kon zijn dat de politie hier een mannetje had neergezet of een regelmatige surveillance uitvoerde.

 

 

 

32

 

Theo verkeerde in een enorm goed humeur toen hij zich ’s-ochtends meldde op zijn werk. Hij had een afspraakje met Gerda! Wie had dat ooit kunnen denken. Gerda had zo’n duidelijke voorzet gegeven, toen zij liet merken dat zij hem wel zag zitten, dat het zelfs hem niet was ontgaan. Ze hadden na afloop van haar dienst samen de zaak afgesloten en tijdens de schoonmaak van de bar honderduit met elkaar gepraat. Ze was niet alleen woest aantrekkelijk maar ook enorm intelligent.

Met slechts 3 uurtjes slaap achter zich voelde hij zich euforisch.

Tijdens de koffiepauze kwamen de verslagen binnen van het forensisch team.

Ze waren met een fijne kam door de auto van de ‘prequel’ gegaan en hadden in de bagageruimte stukjes tape gevonden en enkele kleine bloedvlekken, die overeenkwamen met het bloedtype van het slachtoffer. Dit was natuurlijk geen sterk bewijsmateriaal. Het was tenslotte haar auto en zij kon zich ergens aan hebben gesneden, waardoor er bloeddruppeltjes op de bekleding van de laadruimte waren gekomen. Theo had hier voor zichzelf echter genoeg aan om de link tussen dit slachtoffer en het gezin dat begraven was op de openbare begraafplaats bevestigd te zien.

Dat het om Melinda, Anton en Randy ging was definitief bevestigd, mede door de identificatie door Bas en Robbie. Vooral Bas was zwaar geraakt toen hij zijn zuster en neefje daar zag liggen in het mortuarium.

Hij was door zijn leidinggevende naar huis gestuurd, waar hij de steun had van zijn partner, René.

 

Theo las in het verslag dat er bij de lijken sprake was van verminking aan handen en voeten en schaafwonden aan enkels en polsen. De verminking bij Anton was het grootst aangezien hij rectaal zo’n beetje aan flarden was. Bovendien was er inwendig sperma aangetroffen. Dat was ook het geval bij Melinda. Er was bij haar eveneens sprake van inscheuring. De jongen was verder ongeschonden en niet seksueel misbruikt.

Theo ging na het doornemen van de verslagen direct naar Jo om hem op de hoogte te brengen. Deze balanceerde op een Bosu-bal toen Theo de huiskamer binnenkwam.

Jo verklaarde dat het beter voelde voor z’n rug om op zo’n bal te zitten. De beweging was goed voor de verkrampte spieren in zijn rug.

“Over twee dagen ben ik weer het mannetje.”

Toen Theo hem op de hoogte bracht van de ontwikkeling floot Jo schel.

“Ze zijn dus ná hun dood misbruikt? Zowel de man als de vrouw? Het kind niet?”

Theo bevestigde dat. “Ja, dat is in het forensisch verslag te lezen.”

“Maar Theo, dan hebben we te maken met een necrofiel! En dan nog wel 1 die biseksueel is! Heb je daar ooit van gehoord, een biseksuele necrofiel?”

“Nee, zeker niet. Maar het hoeft niet per sé om een necrofiel te gaan, Jo. Ten eerste heb ik in mijn hele leven nog nooit van zo’n figuur gehoord. Alleen misschien in een film. Ten tweede is dat in een film, een schichtige en bange figuur, die het daglicht schuwt. Zo iemand zie ik niet snel een ontvoering plegen op klaarlichte dag en mensen martelen.

Ik heb overigens ook nog andere informatie. Weet je nog dat we naar het Proeflokaal zouden gaan om die Jan Palsma te spreken, waar Gerda het over had?”

“Die reusachtige kerel die jou opving toen je van je barkruk lazerde?”

“Ja, wrijf het er nog maar even in. Maar ja, die bedoel ik. Hij vertelde Gerda dat die kerel die naast mij in het café zat, een oud schoolvriendje was en dat hij nu in Renkum woonde. Het probleem is alleen, dat hij zijn naam is vergeten.”

“Ik weet niet hoe groot Renkum is, maar zonder naam en zelfs zonder foto zal het een hele toer worden om die vent te vinden.”

“Daarom wilde ik die Jan nog opzoeken om te kijken of ik zijn geheugen niet op gang kan krijgen. Misschien heeft hij nog wel een schoolfoto. In ieder geval kunnen we verder als we de naam van de school weten en de periode dat onze man daar lessen volgde.”

Jo zei: “Volgens mij klopt er iets niet. Als er hier mensen worden ontvoerd en vermoord, dan moet de dader toch al die tijd hier zijn? Ik zie hem niet dagelijks van Renkum naar zijn ‘werk’ in Haarlem forensen. Zit hij hier dan al die tijd in een hotel? Waar bergt hij zijn slachtoffers dan op? Hoe weet die Jan dat hij in Renkum woont?”

“Dat vertelde die gast zelf aan Jan”, zei Theo.

“Aha!” Jo liet hier een veel betekende stilte op volgen. Die stilte werd echter verbroken door het continue gewiebel van Jo op zijn gezondheidsbal. Er klonk een krakend geluid bij elke beweging op de houten vloer.

“Je hebt dus niet zelf met die Jan Palsma gesproken, begrijp ik?”

“Nee”, haastte Theo zich. “Dat heeft Gerda voor ons gedaan en daarom weet ik ook z’n adres.”

Jo bespeurde in Theo’s opgewonden reactie een noviteit. “Heb jij zo maar met Gerda gepraat? De vrouw die je al anderhalf jaar wekelijks vanaf je barkruk stilzwijgend bewonderd?”

Theo kleurde direct bij deze woorden.

“Theo, man, ik sta paf. Dat je de stoute schoenen hebt aangetrokken. Mijn complimenten jongen. Ik zou zeggen ‘ga ervoor’!”

 

33

 

Peter had zich na het eten in zijn favoriete stoel genesteld met het laatste boek uit de literaire top tien. Zijn plan was zich te beperken tot zo’n 50 pagina’s leesplezier alvorens eens een kijkje te gaan nemen op de openbare begraafplaats. Hij gunde zichzelf 1 glas rode wijn als compagnon tijdens het lezen. Het hoofd moest helder blijven, wilde gerechtigheid zegevieren. In de bijbel stond al te lezen:
“En als iemand de gerechtigheid liefheeft, zijn haar werken de deugden, want zij leert wijsheid, en voorzichtigheid, sterkte en matigheid, de allernuttigste dingen in het
menselijk leven.”

 

Tenslotte was het tijd te gaan. Hij legde een bladwijzer in het boek en sloeg het dicht. In de gang pakte hij een dikke, waterdichte jas en handschoenen. Een kwartiertje later lag hij op een meegebracht zeiltje tegen optrekkend vocht op het kerkhof. Hij had een uitstekende plek gevonden om het graf en de omgeving te observeren. Al snel bleek dat de politie hier niemand had geposteerd. Het idee van een moordenaar die terug kwam naar de plek van de misdaad vond men kennelijk een karikatuur van de werkelijkheid. Natuurlijk beschouwde hij zich niet als moordenaar. Hij was juist de handhaver van het recht. De werkelijke schurk was degene die het had gewaagd het graf te schenden. Plotseling werd hij geraakt door een idee. Stel dat zo’n figuur wél terugkwam om te kijken of er nog zoiets voor hem in het verschiet lag. Na nog eens de omgeving intensief te hebben bestudeerd, stond hij voorzichtig op, nam het zeiltje onder een arm en verliet de begraafplaats, om even later terug te keren met een schep. Hij zocht een vrij plekje in de buurt en stak zijn spade in de grond. Hij groef niet echt en deed meer alsof, terwijl hij af en toe zuchtte en hijgde. Na een half uur meende hij gerucht te horen en toen hij een snelle blik naar achteren waagde, terwijl hij een schep aarde die kant op wierp, zag hij een schaduw achter een boom verdwijnen. Ongelooflijk, het klopte echt. Dit moest wel die smeerlap zijn. Wie zou zich anders op dit tijdstip op een begraafplaats begeven? Het was tijd voor actie. Hij legde de spade neer en wandelde langs het openstaande hek de begraafplaats uit. Hij wachtte even en keerde op zijn schreden terug. Geruisloos sloop hij tot achter de plek waar hij de schaduw had gezien. Hij was van plan geweest de smeerlap dood te slaan, te straffen voor zijn smerige praktijken. Tijdens deze manoeuvre had hij echter een briljant idee gekregen. Hij moest het vertrouwen van dat verachtelijke personage zien te winnen, zodat hij hem kon gebruiken.

 

34

 

Bas had zich thuis niet prettig gevoel. Hij had zijn werk nodig om zijn gedachten af te leiden van het vreselijke einde van zijn zuster. Hij nam de nieuwe aangiften van vermissing door, toen zijn blik bleef rusten op de melding van een gescheiden vader. Zijn vrouw en zoon waren niet op komen dagen op een afspraak die ze hadden gemaakt voor een gezamenlijk uitje naar een pretpark. Hij was naar hun huis gereden en had daar niemand aangetroffen. Het was onmogelijk zei hij, dat zijn vrouw deze afspraak was vergeten. Daantje, zijn zoon had staan juichen toen de afspraak was gemaakt en Karin deed alles voor haar zoon en zou dat zeker niet zijn vergeten.

De overeenkomst met de gebeurtenissen rond zijn eigen zuster was zo sterk, dat hij onmiddellijk naar ‘zware delicten’ liep, waar hij Theo en Jo net aan de koffie vond. Het was toevallig ook Jo’s eerste werkdag na zijn spitaanval en de energie spatte uit zijn oren.

“Ik ben het eens met Bas en heel bang dat dit de nieuwe slachtoffers van die kerkhofmoordenaar zijn. We moeten die vent snel zien te vinden.”

Na het vertrek van Bas liep Jo naar het overzichtsbord, waar ze alle feitelijke gegevens tot nu toe en een kolom met vermoedens en ideeën hadden opgeprikt.

“Kunnen we iets nieuws uit dit alles destilleren?

We hebben tot nu toe 4 slachtoffers. Drie daarvan hebben een onderlinge relatie, vader, moeder en zoon, de vierde kunnen we niet aan hen linken. We moeten in gedachte houden dat er wel een verband kan zijn.

Dan de verwondingen, twee van de slachtoffers zijn misbruikt, de andere twee niet. Dat is vreemd, want als je het kind buiten beschouwing laat, zou je verwachten dat het eerste lijk ook was misbruikt. Ze zijn wel allemaal lichamelijk gemarteld: nagels uitgetrokken, lichaamsopeningen beschadigd en huid afgestroopt. Maar ook daar is verschil in de behandeling van de drie tegenover die ene vrouw.

Opmerkelijk is verder het kennelijk belang van auto’s. Het lijkt erop dat hij de slachtoffers ontvoerd in hun eigen auto. In die van de ‘prequel’, vonden we haar sporen in de laadruimte met stukjes tape, die wat mij betreft een aanwijzing vormen voor het feit dat de moordenaar haar in haar eigen auto heeft meegenomen en gedumpt. Melinda’s auto stond bij Anton voor de deur en diens auto is tegelijk met hem verdwenen. Ook daar zijn aanwijzingen te vinden dat moeder en zoon in haar auto zijn verplaatst. We moeten die laatste auto van Anton dus zien te vinden.

Dan hebben we nog Jan Palsma. Ik zie niet veel in zijn bewering dat de moordenaar uit Renkum komt, maar misschien worden we wat wijzer als we met hem gaan praten. We kunnen minimaal een signalement krijgen en misschien is het nuttig een politietekenaar in te zetten.

Er is ook de grafsteen met de tekst: ‘Hier is uiteindelijk een heel gezin tot rust gekomen. Zij faalden in de opvoeding en de sociale omgang. Het kind was niet meer te redden.

Je moet toch toegeven dat dit niet een tekst is die een necrofiel zou bedenken. Het lijkt veeleer de tekst van een gefrustreerde jeugdzorg-werker of een pedagoog. Onze actie hier moet zijn de maker van deze steen te achterhalen. Ook daar is wellicht een beschrijving van de moordenaar te krijgen, misschien meer dan dat, als we geluk hebben.

We hebben ook onbekend DNA, uit de twee auto’s en van de plek en lichamen op de begraafplaats. Daar kunnen we voorlopig niets mee, want de databank leverde vooralsnog niets op.”

Theo plakte post-its die hij ondertussen had beschreven op het bord.

“Hier is de voorlopige informatie over de mogelijk nieuwe slachtoffers. Ik stel voor dat we een opsporingsverzoek laten uitgaan, naar de auto van dit nieuwe stel.

Bovendien ben je nog iets vergeten. We moeten ook zelf gaan praten met de man van het eerste slachtoffer, want als je deze zaken met elkaar vergelijkt, is er twee keer sprake van moeder en kind als slachtoffer, echter niet bij de eerste zaak. Het zoontje woont sinds de scheiding bij zijn vader.”

Theo beschreef een nieuwe post-it en prikte ook deze op het bord.

 

Met toestemming van de vader, die de laatste melding had gedaan, gingen zij enkele uren later het huis van de vermoedelijk nieuwe slachtoffers binnen. Hij leverde de huissleutels, maar mocht niet mee in geval het een plaats delict bleek te zijn.

En dat bleek het inderdaad al snel. Theo vond een stuk gelijksoortig tape. Kennelijk was het stuk tijdens het afscheuren in zichzelf gedraaid en vastgeplakt. De ontvoerder had het aan de kant gegooid en waarschijnlijk een nieuw stuk afgescheurd om op een mond te plakken of om handen samen te binden. Ze zochten ook naar de auto om dit huizenblok heen. Haar echtgenoot had gezegd, dat zij in een Suzuki Swift reed en had ook het kenteken genoemd. Er was geen auto te vinden. Ook hier zou een opsporingsbericht over moeten uitgaan. Theo had gezegd dat zij in deze buurt ook moesten uitkijken naar de auto van Anton, maar ook hier hadden ze geen geluk.

 

 

 

35

 

Hun eerste doel was de steenhouwer te vinden die de grafsteen had gemaakt. Dat bleek niet zo moeilijk. Ze hadden niet verwacht dat de moordenaar de steen bij een lokale steenhouwer had besteld, maar dat bleek wel het geval. Deze wist nog precies wanneer hij deze order had gekregen en geleverd. Hij vertelde dat de klant de steen in zijn eigen auto mee wilde nemen en had zelfs de auto zien wegrijden van zijn terrein. Het was een mooie wagen zei hij, een zwarte BMW X3.

Opgewonden stootte Jo Theo aan, dit was hem in de auto van Anton!

En toen dook de man in een la onder de toonbank en wapperde triomfantelijk met een papiertje:

“Hierop staat de tekst van de bestelling. Ik heb het bewaard, omdat ik het zo’n vreemde tekst vond en me er niet helemaal prettig bij voelde en toen ik las over het graf dat jullie hebben gevonden, was ik van plan om dit bij jullie af te geven.”

Theo zag dat het de letterlijke weergave was van de tekst op de grafsteen en wilde weten of de man ook een signalement kon geven. Dat kon hij en ze spraken af dat er nog dezelfde dag een politietekenaar bij hem zou komen, die op basis van zijn beschrijvingen een schets zou maken.

Ze namen afscheid om een bezoekje te brengen aan Jan Palsma. Deze kon zich nog steeds niet herinneren hoe zijn oude schoolgenoot heette, maar hij kon wel een persoonsbeschrijving geven. Dat signalement leek wel een kopie van hetgeen de steenhouwer had gegeven. Hij kon hen ook de naam van de school waarop zij hadden gezeten geven, zodat ze terug zouden kunnen kijken in oude schooldossiers, zo die er nog waren. Theo zou daar achteraangaan terwijl Jo verslag zou uitbrengen bij meneer Wever. Hij wilde daar zo snel mogelijk van af zijn, voordat zijn leidinggevende weer met een of ander bureaucratisch werkje aan kwam zetten.

Willem reageerde verheugd op zijn verslag:

“Eindelijk komt er een beetje schot in de zaak. Zodra we het signalement hebben zullen we dit op de social media-kanalen zetten en bij de lokale tv- en radiostations aanmelden, alsmede bij het Haarlems Dagblad.”

Terwijl Willem de telefoon greep, liep Jo zijn kamer uit en bijna was het hem gelukt het bureau uit te glippen. Echter het leek wel of de oren van zijn chef altijd gespitst waren op zijn komen en gaan. Zuchtend draaide Jo zich om op zijn geroep.

“O Jo, voor ik het vergeet, je hebt toch nog wel even de tijd genomen om de enquête in te vullen hè? Je weet hoe lastig ze kunnen zijn bij het hogere management.”

“O ja, die personeelsthermometer. Die heb ik dus anaal gebruikt. Maar met die vlekken kon ik hem echt niet meer insturen. Dus ik wacht maar tot ze mij een nieuwe sturen.”

Hij liet zijn chef verbluft in de deuropening van het kantoor achter en stapte fluitend naar buiten.

 

 

 

 

36

 

Hij zette zijn dampende beker thee op een onderzettertje en liep terug de keuken in om zijn dagelijkse kom kwark klaar te maken, bracht zijn tablet tot leven en downloadde zijn krant. Hij nam een hap tijdens het wachten en vergat te slikken, want hij zag onmiddellijk de profielschets van zichzelf en die was redelijk gelukt.

Hij moest een manier vinden om mogelijk onheil af te wenden. Gelukkig had hij al met zo’n eventualiteit rekening gehouden, na de ontdekking van het graf en de grote publiciteit die dat kreeg.

Het was daarom prettig dat het zo makkelijk was geweest om de grafschenner te overtuigen. Het had hem wel enorm veel wilskracht gekost om de man vriendelijk te bejegenen. Het bleek een angstige nietszeggende, walgelijke grijze muis. Het voordeel was in het licht van de laatste ontwikkelingen dat diens postuur aardig overeenkwam met dat van hemzelf en hij had ook zandkleurig haar. De man stond echter niet recht, zoals hijzelf, maar met gebogen schouders. Voor het doel dat hij in gedachte had, was deze necrofiel echter uitermate geschikt. Hoewel Peter van hem walgde, zou hij hem zelfs enige tijd in huis halen. Het was een noodzakelijk kwaad. Eerst zou hij hem terug laten keren naar de eigen woning en dan zou hij hem als een spin in zijn web vangen. Hij moest de man leren kennen, hoeveel moeite dat ook zou kosten. Dan kon hij zijn vertrouwen gaan winnen. Daarna zou hij hem verleiden met datgene wat bij Peter het maagzuur omhoog deed komen. In de tussentijd mocht hij niet in het vizier van de politie terechtkomen.

Karel had aanvankelijk ook zijn bedenkingen, nadat hij in het holst van de nacht door Peter was betrapt op de begraafplaats. Dat was een enorme schok voor hem geweest. De plek die zo thuis en veilig voelde was plotseling veranderd in een val. De angst had hem bij de keel gegrepen, toen de moordenaar hem vastgreep. Hij wilde vluchten, maar kon zich met geen mogelijkheid in beweging zetten. Zijn benen begaven het onder hem. Een moordenaar! Dit zou zijn einde betekenen. De man bleek echter zeer vriendelijk en voorkomend en zei zelfs dat hij hem begreep en dat hij hem kon helpen.

“We zitten in hetzelfde schuitje. De politie zoekt zowel jou als mij en we zullen allebei levenslange gevangenisstraf krijgen als ze ons te pakken krijgen. Ik weet echter hoe wij ons daaruit kunnen redden. Het is daarom het beste als wij een tijdje samen optrekken, totdat dit is overgewaaid. Geef mij je 06, ga dan naar huis en pak een koffer met alle noodzakelijke spullen voor ongeveer twee weken. Ik bel je dan op met verdere instructies. Denk erom, samen zijn we veilig.”

 

 

 

37

 

Toen Theo die ochtend aan het werk wilde gaan, begon Jo te mopperen:

“Die klote aaltjes! Het zijn van die zilvervisjes, watervlug en zo plat dat ze overal achter en tussen ontsnappen. Elke keer als ik ’s avonds thuiskom lopen ze in de gang op de muren, onder de deurmat. Het wordt dwangmatig zoals ik de deurmat wegtrek op speurtocht naar die krengen. Het geeft een enorme voldoening om er elke avond een aantal dood te trappen. Uitroeien is echter onmogelijk. Ik weet niet hoeveel jonkies ze krijgen, maar tegen de tijd dat ze groot genoeg zijn dat ik ze in het snotje krijg zijn ze volgens mij al geslachtsrijp. Man als je zo lelijk bent hoe kan het dan dat er gewoon wordt geneukt? Ik zou het niet eens met de buurvrouw kunnen.”

Zuchtend keek Theo op hem neer:

“Ik hoor dat je weer helemaal bent hersteld. Waar gaat dit over, Jo? Dit soort opmerkingen kunnen echt alleen van jou komen. Ik heb zulke monologen zelfs nooit in een boek gelezen.”

“Nee, natuurlijk niet, want we hebben het over het échte leven en in het echte leven rennen er van die garnalen met enorme voelsprieten door een huis, waarvan je weet dat je het goed genoeg schoon houdt.

Ik heb achter het hoofdeinde van mijn bed een plexiglas plaat aan de muur bevestigd, zodat je lekker met een kussentje in je rug een boek kunt lezen zonder dat je behang hartstikke vet wordt. En wat denk je…? Altijd lopen die krengen achter dat plexiglas en dan moet je ze natuurlijk dooddrukken. Dan kan ik me niet inhouden. En ja hoor kijk je weer elke avond tegen zo’n dooie vlek aan. Elke avond komt er wel één bij en kijk je tegen die smeerboel aan voor je in bed stapt.”

“En dat laat je dan zo?”

“Tja, dan moet je je bed naar voren trekken 18 schroeven uit die plaat halen en de achterkant schoonmaken, weer bevestigen, bed terug…Dat ga je echt niet elke week doen. Bovendien blijft die vlek wel op het behang erachter zichtbaar!”

“Oké, jij hebt je hart weer gelucht. Dan gaan we ons nu weer bezig houden met andere slachtoffers dan jouw ‘garnalen’. We gaan eerst een praatje maken met de man en het zoontje van het eerste slachtoffer.”

 

De naam van het eerste slachtoffer, dat van haar epidermis was ontdaan, kon bij het natrekken van een auto vastgesteld worden. Hierna was het simpel om een echtgenoot te vinden en een zoontje. De man kon daarop de politie de naam van haar tandarts verstrekken, waarna het mogelijk was haar identiteit definitief vast te stellen.

Bij binnenkomst wachtte Theo en Jo koffie en glacékoeken. Jo was nu wel zo gemanierd om netjes te bedanken. Dat zou onder normale omstandigheden niet mogelijk zijn geweest voor hem. Hij had een vreselijke hekel aan dat soort koeken. ‘Smerige, zoete troep’, noemde hij het.

Het was duidelijk voor Theo dat de man met een probleem zat. Het was niet dat hij enorm geschokt was door de dood van zijn vrouw, er was iets anders. De aap kwam al snel uit de mouw. Chris, zoals hij zich bij binnenkomst had voorgesteld, had niet veel liefde voor zijn ex-vrouw, maar hij was doodsbenauwd dat hij haar moest komen identificeren in het mortuarium.

Theo vertelde hem dat het niet nodig en waarschijnlijk zelfs onmogelijk was. De gebitsgegevens waren bewijs genoeg voor de vaststelling van haar identiteit.

Een zucht van opluchting ontsnapte aan Chris lippen.

“Ik zou het echt niet hebben gekund om naar een lichaam te kijken dat ontdaan was van alle huid. Ik denk dat ik direct onderuit was gegaan.”

Theo zei: “Ik merk dat u niet erg onder de indruk bent van haar dood.”

“Nee, ik kan geen traan laten om het feit dat ze dood is. Let wel, het is verschrikkelijk om op zo’n manier aan je eindje te komen, maar dat ze dood is vind ik zelfs een opluchting.”

Bij verder doorvragen kwam het hele verhaal naar buiten. Hoe wreed Esther was ten opzichte van hun zoontje. De opsomming die volgde was eindeloos. Ze had het kind eens in te heet water gelegd, zijn vingertjes expres tussen de deur geklemd en die dichtgeslagen. Ze vond altijd redenen het kind ergens voor te straffen en had hem regelmatig de huid tot bloedens toe geslagen. Het gebeurde altijd als hij enige tijd voor zaken in het buitenland verkeerde. Uiteindelijk was hij bij haar weggegaan met medeneming van zijn zoon. Hij had ontslag genomen, zodat hij de zorg voor het kind op zich kon nemen. De rechter had het kind gelukkig aan hem toegewezen.

Het fotoboek dat hij op tafel legde herhaalde dit verhaal. Het waren foto’s van de jongen, waar kapotgeslagen huid, blauwe plekken en dichtgeslagen ogen op waren te zien.

“Ik ben foto’s gaan maken, als er weer iets was gebeurd. Het duurde beschamend lang, voordat ik mij bewust werd van de opzet en dat het niet om ongelukjes ging, zoals zij beweerde. Met die foto’s kon ik mijn verhaal kracht bijzetten. Hetgeen leidde tot de huidige situatie, waarin ik voor mijn kind kan zorgen.”

Het fotoboek werd dichtgeslagen. De tranen stonden Jo in de ogen, waarop hij ze snel wegveegde met zijn hand. Het was Theo echter niet ontgaan. Hij besloot dat het tijd was om afscheid te nemen en met Jo een drankje te gaan nemen.

Het werd natuurlijk het Proeflokaal.

 

 

 

 

 

38

 

Na hem via zijn mobiel richtlijnen te hebben gegeven, zag Peter enkele uren later zijn nieuwe gast met twee koffers aan komen lopen. Hij opende snel de deur en sluisde zijn gast door naar de huiskamer.

“Boven is een ruime kamer voor je met eigen douche, waar je je straks kunt installeren. Maar laten we eerst even echt kennismaken. Ik ben Peter.” Hierbij stak hij zijn hand uit. Deze werd aangepakt en zijn gast zei: “Ik ben Karel, Karel van de Kerkhof.”

“Ja, dat weet ik. Je hoeft er niet bij te zeggen waar ik je heb ontmoet.”

Even keek Karel verward, toen brak een lach door op zijn gezicht.

“Nee, je begrijpt me verkeerd. Het is mijn achternaam. Ik heet Van de Kerkhof.”

Een langgerekte ooo klonk uit de mond van Peter, toen het begrip doorbrak.

“Het is dus je naam en je bestemming.”

De ironie droop van zijn stem, maar Karel miste dat compleet.

“Zo zou je het kunnen zeggen”, glimlachte hij.

“Over kerkhof gesproken, wat dacht je toen je mij eerder bezig zag op de begraafplaats?”

“Om je de waarheid te zeggen was ik bang. Bang dat je me zou zien en voor wat je mij zou aandoen.”

“En over mijn spitwerk?”

“Ik zag je met drie lichamen zeulen en het graf daarna dichtgooien.”

“En kwam toen de begeerte bij je op?”

Karel aarzelde.

“Niet bang zijn, je kunt vrijuit tegen mij praten. Heb je dit al vaker gedaan?”

“Nee, dit was de eerste keer. Ik had wel al regelmatig gefantaseerd, maar dit was de eerste keer dat de gelegenheid zich voordeed en ik was zo bang dat je mij zou betrappen en kwaad zou doen”

Peter had moeite met slikken en kon zijn emoties niet helemaal onderdrukken. Om dat te maskeren zei hij met een boos gezicht:

“Natuurlijk ben ik kwaad. Ik ben kwaad omdat je mijn werk verstoorde. Ik had het graf zo liefdevol verzorgd en toen maakte jij er zo’n puinhoop van.” Nu had hij zich weer in de hand en zei:

“Als je het nou weer mooi achtergelaten had, dan was ik niet zo boos geweest.” Inwendig rilde hij bij deze woorden.

Karel betuigde zijn spijt, maar de angst betrapt te worden had weer toegeslagen en daarom was hij zo haastig te werk gegaan.

“Van nu af werk je met mij samen. Jij krijgt wat je begeert en ik bescherm je. We werken voortaan alles netjes af. Dat moet je me beloven.”

De opwinding van dit vooruitzicht was zo groot voor Karel, dat hij begon te stotteren:

“D-d-d-dat b-b-beloof ik je.”

“Mooi, dan is het nu tijd om de spullen op je kamer te zetten en je op te frissen. Over twee uur eten we in de keuken. Die is daar.” Hij wees naar achteren. Daarop pakte Karel zijn twee koffers en ging naar boven.

“And now for something completely different”, fluisterlachte Peter binnensmonds.

 

 

 

 

39

 

Ze waren de eerste klanten in het Proeflokaal. Gerda verwelkomde ze en boog over de toog naar voren om Theo een zoen te geven. Vol verbazing keek Jo hoe Theo vol zelfvertrouwen de kus beantwoordde. Zo kende hij zijn jonge collega niet en voor het eerst in hun partnerschap maakte hij er geen geintje over. Hij was stiekem heel blij voor Theo. Zijn nieuwsgierigheid was natuurlijk wel groot en hij wilde net een opmerking maken naar Gerda, toen Jan Palsma binnen kwam lopen. Hij herkende de rechercheurs en kwam direct naar hen toe.

“Ik weet het weer,” zei hij met enige opwinding.

“De naam van die oude klasgenoot was Gerard, Gerard Rouvoet. Hij werd vaak gepest door de medeleerlingen, omdat hij altijd zo netjes was gekleed en niet mee wilde spelen. Dat mocht niet van zijn pappa, zei hij.”

“Bedankt Jan, dat scheelt ons weer een zoektocht naar de archieven van de school. Als je de schooljaren weet, kunnen we veel directer op zoek gaan naar een schoolfoto. Met die gegevens en de naam komen we hopelijk snel achter zijn huidige verblijfplaats. Wil je wat van ons drinken? En vertel dan gelijk wat je nog meer weet”

“Dat sla ik niet af.”

“Schaaltje nootjes erbij, Jan?” vroeg Gerda en zette gelijk al een schaaltje voor hem neer.

Jan ging naast hen aan de bar zitten en trok het schaaltje naar zich toe. Hij begon de velletjes van de pinda’s los te peuteren.

“Ik weet verder niet zoveel, maar herinner me wel de voornaamste reden voor de hatelijkheden van de leerlingen naar deze jongen. Hij was namelijk een verklikker. Als een leerling iets deed dat niet volgens de regels was, meldde hij dat direct bij de leraar of bij het hoofd van de school. Menigeen kreeg door hem straf toebedeeld. Je begrijpt natuurlijk dat de leerlingen hem dat niet in dank af namen. Het was de voornaamste reden dat zij hem in de pauzes en na schooltijd pestten.”

Terwijl hij dit zei groeide de hoeveelheid rode velletjes onder zijn barkruk aan. Jo zag de troep op de grond en zei:

“Waarom peuter je al die velletjes van de pinda’s. Je hebt ten eerste wel erg grote handen voor zo’n precisiewerkje en ten tweede maakt het niets uit voor de smaak. O ja, ten derde wordt het een zootje onder je kruk.

Ik haal zelfs de velletjes er niet af als ik bezig ben met pel pinda’s. Ik zal je vertellen dat ik ook mijn eigen velletje nog heb. De voorhuid is mijn meest gekoesterde velletje.”

Theo schaamde zich weer eens plaatsvervangend. Vooral tegenover Gerda. Gerda was echter de laatste die daar last van had. Ze was als barvrouw wel meer gewend en reageerde: “Zorg er goed voor Jo, dat het niet gaat lubberen op jouw leeftijd.”

Jo schaterde het uit. Dat was een vrouw naar zijn hart. Wat fijn dat zij het hart van Theo had geraakt.

Toen de drukte toenam, besloten ze Gerda niet te storen in haar werk. Zij namen afscheid, waarbij Theo haar nog wat in het oor fluisterde en ze knikte.

Ze liepen samen weg door de Rosse buurt.

“Het gaat je niks aan.” zei Theo.

“Ik vroeg helemaal niks.”

“Nee, maar je wilde wat vragen. Je wilde vragen wat ik in haar oor fluisterde. Nou, dat gaat je niks aan.”

Zwijgend liep ieder naar zijn eigen huis.

 

 

 

 

40

Karel was geïnstalleerd en zou de eerste twee uur uit de weg blijven. Peter kon nu alle aandacht besteden aan de andere gasten in zijn kelder. Eerst was het de beurt aan de jongen. Hij pakte pen en papier en liep de kelder in, waarbij hij de toegangsdeur achter zich vergrendelde. Hij had tenslotte een andere gast boven en hij wilde niet dat die op de hoogte kon komen van de gebeurtenissen hier, voordat hij er gereed voor was. Hij ging een van de kamers in en een verschrikt jongensgezicht keek op bij zijn entree.

Hij ging dit voortvarend aanpakken, want door de laatste gebeurtenissen was de noodzaak voor enige haast groot.

 

“Nou Daantje, we gaan eens even kijken hoe intelligent jij bent. Ik ben speciaal voor jou op internet gaan surfen en daar vond ik het raadsel van Einstein. Dat leek mij wel wat voor jou om op te lossen.

Het volgende raadsel is bedacht door Einstein zelf. Hij beweerde dat 98% van de mensen het niet kan oplossen. Maar jij kan dat als hoogbegaafde natuurlijk wel. Het gaat zo:
Er zijn vijf huizen in vijf verschillende kleuren. In ieder huis woont iemand met een verschillende nationaliteit. De vijf personen drinken ieder iets anders, roken allemaal een ander type sigaar en hebben ieder een ander soort huisdier.
Een persoon heeft een vis. De vraag is: wie? De aanwijzingen die je hierbij nodig hebt zijn:

  • De Brit woont in het rode huis.
  • De Zweed heeft honden als huisdier.
  • De Deen drinkt thee.
  • Het groene huis staat naast en links van het witte huis.
  • De eigenaar van het groene huis drinkt koffie.
  • De man die Pall Mall rookt houdt vogels.
  • De eigenaar van het gele huis rookt Dunhill.
  • De man die in het middelste huis woont drinkt melk.
  • De Noor woont in het eerste huis.
  • De man die Blends rookt woont naast degene die katten heeft.
  • De man die een paard heeft woont naast degene die Dunhill rookt.
  • De persoon die Blue Master rookt, drinkt bier.
  • De Duitser rookt Prince.
  • De Noor woont naast het blauwe huis.
  • De man die Blends rookt heeft een buurman die water drinkt.

Ik geef je er een pen en een blaadje bij, de aanwijzingen staan erop en je kunt meteen alle gegevens in een tabel zetten. Als ik je moeder zo hoor, heb jij niet langer dan een kwartier hiervoor nodig. Ik ga even een kopje thee zetten en dan heb jij het opgelost als ik terugkom.”

Daan zweette peentjes. Dit was niet te doen. Hij kwam er echt niet uit. Maar wat zou die gek doen als hij geen oplossing had? De man praatte op een rustige en zelfs vriendelijke manier, maar ondertussen had hij hem wel vastgeketend in een kale ruimte met een bed, een tafel en een stoel. Wat wilde hij eigenlijk? Dat was het meest beangstigende. Daan wou dat zijn ouders hem kwamen halen, maar die wisten natuurlijk helemaal niets.

De deur ging open en de man kwam binnen met een dienblad, waarop twee bekers thee en twee koekjes lagen. Voorzichtig zette hij het dienblad op het tafeltje en keek van Daans lege stuk papier met verbaasde blik op naar Daan.

“Heb je het helemaal uit het hoofd opgelost? Dat is heel knap! Nou vertel het me maar, wat is de oplossing?”

“Ik weet het niet.”, zei hij met benepen stem. “Ik snap het helemaal niet.”

“Ai, dat is een tegenvaller. Nu moet ik om je intelligentie niveau vast te stellen iets vinden dat makkelijker is. Misschien moet ik het anders doen en beginnen met makkelijke raadsels en dan naar de moeilijker puzzels toe.

Ok, ik heb gekeken op ‘Raadsels en puzzels.nl.’ Hier een die gepost is in 2016 door ene Takkie. Het gaat als volgt: Een schip ligt aan de pier. Vanaf de reling hangt een touwladder naar beneden. De onderste tree van de touwladder raakt het water. De touwladder is 30 cm breed, 270 cm lang. Elke tree is 1 cm dik en zit 34 cm van een andere tree vandaan. Als het vloed wordt, stijgt het water met 15 cm per uur. Hoelang duurt het voordat het water de bovenste tree van de ladder raakt?

Dit is makkelijk, dus nu wil ik wel direct een antwoord van je.”

Met trillende stem zei Daan dat hij niet zo goed in rekenen was.

“Maar jongen, hiervoor hoef je helemaal niet te rekenen. Denk nou eens even na. Simpeler kan het echt niet.”

Daan kon hem echter met de beste wil van de wereld geen antwoord geven en gokte maar op 4 uur, want hij had wel eens gehoord dat de getijdebewegingen in blokken van 4 uur plaatsvonden. Wanhopig riep hij daarom: “Vier uur!”

“Nee, dat is fout. Het antwoord luidt: Het water zal de bovenste tree nooit aanraken omdat het schip met het tij mee zal stijgen.

Ik stel je nog 1 vraag en als je daar geen antwoord op kan geven, weet ik dat ik mijn tijd hier zit te verspillen. Klaar? Daar gaat ie:

Jantje werd op zijn vorige verjaardag 24 jaar, terwijl hij op zijn volgende verjaardag 26 wordt. Hoe is dit mogelijk?”

Er verscheen een natte vlek in het kruis van zijn broek.

“Zit je je nu onder te pissen? Je weet niks en je bent ook niet eens zindelijk. Nee het is over. Jouw problemen ga ik niet oplossen. Als jij niets kunt oplossen, moet ik jou maar oplossen.”

Dat zou een klusje voor de komende nacht worden, bedacht hij.

 

 

 

 

 

41

 

“Hé Jo, weet je nog de nationale vlaaien dag?” Theo moest weer lachen toen hij aan de stunt van meneer Wever dacht. Jo keek hem met een gepijnigde blik in de ogen aan.

“Ik moest direct aan jou denken, toen ik zag dat 4 november de dag is van de onbekende held. Zoals je bij dat vuurgevecht in die bedrijfshal moedig in het schootsveld van de schurken lag.” Theo’s klaterende lach klonk weer op.

“Lach jij maar. Jij weet niet wat het is als het in je rug schiet. Maar weet dan, dat ík wel degelijk die onbekende held ben als ik die pijn kan verdragen. Ik zal je vertellen dat het zeker zo was vóór ik met jou ging werken. Een hielspoor hield me immobiel. Uiteindelijk kon ik weer een beetje normaal bewegen, maar mijn achillespees was twee keer zo dik geworden en daar had ik goed last van. Een kennis raadde mij een uitstekende therapeut aan in Haarlem-Noord. Het werd niet vergoed door de verzekering, maar ik ben er toch naar toe gegaan. Het was een kale reus van een Cubaan met indrukwekkende spierbundels. Hij had overal in de wereld gewerkt, maar was begonnen als therapeut in een gevangenis voor zware criminelen op Cuba. Een batterij aan diploma’s hing aan de muur van zijn behandelkamer.

Die vent heeft mij zoveel pijn gedaan, dat je mij best een held kunt noemen. Hoeveel pijn kan een mens een ander toebrengen?  Geweld is nooit de oplossing zeggen ze. Toch kreeg hij met zijn deegroller en ontzaglijke spiermassa mijn achillespees terug tot normale proporties. Ik huil niet snel, maar de tranen biggelden over mijn wangen en aan het einde van elke behandeling stond er een plasje op de vloer.”

“Jezus Jo, je bent weer aardig aan het overdrijven. Een deegroller?”

Jo reageerde beledigd: “Ik zou niet weten hoe ik het anders moet omschrijven. Het zag eruit als zo’n houten deegroller, dus noem ik het een deegroller. Overigens wilde hij na deze succesvolle behandeling verder met mij. Maar zijn voorstel om met bloementherapie mijn persoonlijkheid te veranderen, waarna mijn geest volkomen in balans zou zijn, leek mij een te grote tegenstelling tot het eerder vertoonde geweld.
Beleefd heb ik het dan ook afgewezen en de sessies beëindigd. Ik wil echt niet mijn persoonlijkheid veranderen of mijzelf leren kennen. Al die programma’s en religies om jezelf te leren kennen, pfffft. Liever niet. Als ik mijzelf niet leer kennen is er ook geen drang om mezelf te veranderen en dat vind ik prima.”

Nou, dacht Theo, dat gedoe met nationale en internationale dagen kon hij beter overlaten aan experts als Jo en meneer Wever. Zij namen elkaar ermee te grazen, maar als hijzelf iets probeerde werd de humor direct ontmanteld door Jo. Misschien was de dag van de onbekende held geen goede keuze geweest.

Aan de uitweiding van Jo werd gelukkig een einde gemaakt door de melding van de vondst van de auto van Anton. Hij bleek al die tijd geparkeerd te staan bij de begraafplaats. De auto werd al doorzocht door de forensisch specialisten.

Theo had het vermoeden dat de uitkomst zou zijn dat Melinda, Randy en Anton met deze auto naar de begraafplaats waren vervoerd. Zolang ze niets wisten van de moordenaar, hadden ze ook niets aan de door hem in de auto achtergelaten sporen.

“Weet je wat we zouden moeten hebben?”, vroeg Jo. “Zo’n psychiater of profiler die in het hoofd van een misdadiger kan duiken, terwijl hij hem nog nooit heeft gezien en die bij ondervragingen aan elke beweging van een ooglid of aan het trillen van een neusvleugel kan afleiden dat iemand liegt en ook in welke gemoedstoestand hij zich bevindt. Dat zou wel verdomd makkelijk zijn. Helaas bestaat dat alleen in het hoofd van scenarioschrijvers.”

“Hier is nog een melding. Er zijn vier reacties gekomen op de profielschets die gemaakt is van onze moordenaar. Eén is van een schooljuf, één van een medewerker van een supermarkt, één van een kapper en één van een vrouw die denkt hem gezien te hebben bij het verwisselen van een autoband. De eerste drie zijn werkzaam in dezelfde buurt.”

Jo reageerde opgewonden: “Dat zou wel eens een doorbraak kunnen betekenen. De eerste aanwijzing, die ons naar hem kan leiden. Hij woont ergens in die buurt. We gaan ogenblikkelijk naar meneer Wever om een groot buurtonderzoek te starten.”

 

 

42

 

De auto kon natuurlijk een probleem worden. Hij zou vandaag maatregelen nemen om de registratie te wijzigen. Natuurlijk zou de auto altijd naar hem te herleiden zijn, maar als hij zijn plannetje snel ten uitvoer zou brengen, kon dat wel eens verder gesnuffel door de politie voorkomen. Timing was hierbij belangrijk. Maar eerst moest hij boodschappen doen en daarvoor had hij de auto nog even nodig.

Karel moest op non actief worden gesteld wilde hij alles vandaag voor elkaar krijgen. Het was makkelijk genoeg geweest iets toe te voegen aan het glas verse sinaasappelsap dat hij had geperst. Na een kwartiertje begonnen de rillingen zichtbaar te worden en klaagde Karel over hoofdpijn.

“Duik jij maar lekker weer de koffer in. Ik denk dat je een griepje onder de leden hebt. Ik kom later vandaag wel even bij je kijken.”

Karel was blij dat hij terug in bed kon gaan en Peter had nu zijn handen vrij om zijn plannen ten uitvoer te brengen.

Vandaag echter geen koffie of lunch bij de supermarkt, daar was geen tijd voor.

Op het moment dat hij het parkeerterrein bij de supermarkt opdraaide, werd hij zich bewust van twee politiewagens bij de ingang.

Ze waren sneller dan hij had verwacht.

De motor draaide nog en hij zette de versnelling in z’n één en reed rustig het terrein weer af. Hij besloot langs enkele vaste bezoekadressen te rijden om te kijken of die ook al met een politiebezoek werden vereerd. In de 30 kilometer zone tufte hij langs de drogisterij en zijn kapper. Bij de laatste zag hij door het grote raam een agent binnen praten met Jos. Dat was foute boel. Eerst naar het postkantoor voor een vrijwaringsbewijs en dan zo snel mogelijk naar huis voor de rest van het plan.

 

Enige tijd later had hij het kenteken op naam van Karel laten zetten en de verzekering opgezegd. Hij had ook direct een kopie van het vrijwaringsbewijs naar de verzekeraar gestuurd.

Eerst verzekerde hij zich ervan dat Karel nog een tijdje was uitgeschakeld. Een andere klus wachtte hem nog en daarbij kon hij geen pottenkijkers gebruiken.

 

 

 

 

 

 

43

 

De vrouw keek angstig naar hem op. Zag hij dat nou goed? Liep er kwijl langs haar kin? Wat een afstotelijk mens. Hij zou het kort houden, niet alleen had hij haast om dit af te ronden, maar zijn lust tot intensiever onderzoek was tot nul gereduceerd na zijn ervaring met het verschrikkelijke handwerkje van afgelopen nacht. Dat was hem toch niet in de kouwe kleren gaan zitten.

“Op het schoolplein stond je hoog op te geven van je zoon. Volgens jou was hij hoogbegaafd. Heeft hij tests ondergaan? Door welke instelling is dat bevestigd? Had de jongen een hoge Cito score??”

“Ik…ik…ik…”

Peters stem knalde door de ruimte: “Ik, ja ík, dat is alles wat telt niet?  Een kind dat gebruikt wordt voor het verheffen van de moeder tot een hogere status. Een kind dat niet aan de verwachtingen van zijn moeder kan voldoen en daardoor compleet verpest is voor de rest van zijn leven.

Er zijn natuurlijk ook geen medische verklaringen.

Je bent zelf zeker eveneens hoogbegaafd? Dat zullen we dan maar eens gaan testen. Eens kijken welke score jij behaalt. We beginnen met een raadsel om je niveau vast te stellen. En omdat ik je niet hoger inschat dan je zoon, moet je hem met een IQ van 95 kunnen oplossen. Luister goed.

Een politieagent loopt op straat en hoort in een huis een vrouw roepen: “Frans, Frans, ik wil niet dood, schiet niet!” Er volgt een knal. De politieagent aarzelt niet: hij trapt de deur in, rent het huis binnen en ziet daar een vrouw dood op de grond liggen met om haar heen een advocaat, een chirurg en een postbode. De agent loopt direct naar de postbode en zegt: “Ik arresteer jou wegens moord op deze vrouw.”

Hoe weet de politieagent nu dat de postbode de dader is?”

Een diepe zucht ontsnapte hem toen de vrouw hem met nietszeggende blik en openhangende mond aankeek. Hij had er echt genoeg van.

“Laten we maar besluiten dat het onder de 95 is. Nu zal ik alleen nog even de ondergrens vaststellen.

Deze is voor de liefhebbende moeder: Daantje werd bij zijn vorige verjaardag 11 jaar, terwijl hij op zijn volgende verjaardag 13 jaar zou worden. Hoe is dit mogelijk?”

De vrouw keek radeloos naar hem op.

 

 

“Oké, laten we afronden. Het wordt nog makkelijker” Peter wees naar de deur: “Ik doe die deur open. Daarachter ligt een jongetje en staat een badkuip met zoutzuur. Wie is de dader?”

“Neeee! Jij monster, je hebt Daantje vermoord.” Wanhopig snikkend viel zij terug op het bed.

“Dat heb je in één keer goed geraden. Zie je dat je het kan. Ik heb wel het raadsel uitgekleed en naar jouw niveau gebracht, dus daar is geen kunst aan. Uiteindelijk is gebleken dat je zoon net zo stom is als jij. Je intelligentiebewering en je ADHD-merkje zijn alleen maar een stoplapje voor je eigen onvermogen een kind op te voeden tot een normaal mens.”

Morgen zou hij de losse eindjes aan elkaar knopen. Nu eerst maar eens controleren hoe het met Karel was gesteld.

 

 

 

 

 

 

44

Er werd grootschalig buurtonderzoek verricht en de beide rechercheurs hadden het op zich genomen de meldingen na te trekken die binnen waren gekomen met betrekking tot de profielschets. Het feit dat de meldingen uit een en dezelfde buurt waren gekomen, vormde volgens hen een duidelijke aanwijzing dat ze de moordenaar in dit deel van Haarlem moesten zoeken.

Eerst legden ze een bezoekje af aan de school en vroegen naar mevrouw Schouten. Ze werden doorverwezen naar een lokaal waar een jonge blozende vrouw tafels aan het opruimen was. Het bleek juf Irene te zijn, de lerares van Daantje.

“Ja, ik dacht de man van de schets te herkennen van het schoolplein.” Was haar antwoord op Theo’s vraag.

“Heeft hij dan een kind hier op school?”

“Nee, dat denk ik niet, maar hij viel mij op omdat hij nogal lang stond te praten met Daantjes moeder op het plein. Bovendien had ik hem al eerder vanuit de klas gezien, toen er buiten een ruzie was tussen Daantje en Sandra. De intensiteit waarmee hij naar Daantje keek beviel mij niet, maar toen ik naar buiten liep om de kinderen uit elkaar te halen, was er geen spoor meer van hem te bekennen.”

Toen het bij verder vragen bleek dat de juf geen idee had wie deze man was, bedankten ze haar en liepen de straat uit op weg naar de herenkapper op de hoek.

Kapper Jos, nam net afscheid van een klant toen zij de zaak binnengingen. Van hem hoorden ze dat de man eens in de paar weken kwam voor een knipbeurt. “Je kan de klok erop gelijkzetten”, zei Jos. Theo maakte een aantekening na de raadpleging van Jos agenda. Misschien hadden ze geluk en zou de man in de geplande week hier weer verschijnen. Hij leek een gewoontedier te zijn. Ondanks het frequente kappersbezoek kon Jos hen geen naam of andere informatie geven. Ze hadden altijd over voetbal gepraat of over zaken uit het nieuws. Er was geen brokje informatie over de man zelf. Een tegenvaller voor de rechercheurs was dat de man altijd contant betaalde. Hij had nooit gepind.

 

De volgende stop voor Theo en Jo was bij de grote supermarkt even verderop. Er was al vooruit gebeld, waardoor zij wisten dat de betreffende medewerker vandaag aanwezig zou zijn. Zij vonden hem bij de koffiehoek in de supermarkt, waar ze met een koffie en een slagroomgebakje aan een tafel gingen zitten en lieten de jongen vertellen.

“Ik herkende hem direct. Hij drinkt hier altijd een café crème met een appelgebakje, of een croissantje en dan observeert hij de mensen in de winkel. Wat ik wel grappig vond is dat hij in plaats van koffie altijd een koffietje bestelde”

“Betaalt hij met pin?”

Deze vraag van Jo, kreeg het al vermoedde antwoord: “Nee hij betaalt altijd contant.” Na nog wat vragen te hebben beantwoord, nam de jongen zijn plek achter de toonbank weer in.

Terwijl ze hun gebak met smaak verorberden, zei Theo: “Ik voel aan mijn water dat we dicht op zijn huid zitten. Eindelijk komen we ergens. De jongens die buiten de deuren langs gaan, zullen zeker iets vinden dat ons in zijn kielzog brengt. Als hij een koffietje besteld, zou hij wel eens een Vlaming kunnen zijn. We moeten dit bijzonderheidje melden bij de jongens die huis aan huis gaan.”

Jo stond op. “Laten we nog een bezoekje brengen aan het adres van onze vierde signalering.” Daarvoor stapte zij in hun auto op weg naar Santpoort, waar de laatste melding vandaan was gekomen.

De begroeting op de van Daelelaan was spontaan en hevig. Nadat hij hen beiden al had besprongen, stond de Mechelse herder op zijn achterpoten, in een innige omhelzing met Jo. De hond had zijn voorpoten op Jo’s schouder gelegd en likte zijn gezicht alsof de slagroom van het gebak daar nog op zat.

“Af Thierry, af stoute hond.” De bazin had de grootste moeite het enthousiaste dier bij Jo weg te krijgen. Zij sleepte hem de bijkeuken in en verontschuldigde zich wel vier keer voor het gedrag van het dier.

Jo liet zich afkopen met een warme beker chocolademelk en genoot zichtbaar daarvan, terwijl Theo het verhaal van de vrouw aanhoorde.

“Ik liet Thierry enige tijd geleden uit, toen ik even verderop een auto met een lekke band zag. Een man was bezig de band te verwisselen. Het duurde enige tijd voordat ik bij de auto kwam, want Thierry stond stil bij elke boom en perste er dan weer een paar druppels uit. Toen ik er bijna was, gooide de man de band en de krik in de auto. Ik kon nog net zijn gezicht zien voor hij bukte om in te stappen.”

“Heeft u verder nog iets gezien? Zaten er meer mensen in de auto?”

“Nee, ik heb niet in de auto gekeken en weet dus niet of er nog iemand in zat. Hij reed ook direct weg, maar het was een rode auto. Dat weet ik zeker.”

“Weet u ook het merk?”

“Daar let ik eigenlijk nooit op. Ik heb helemaal geen verstand van auto’s. Ik heb zelf ook geen rijbewijs. Ik fiets of neem het openbaar vervoer.”

Het bleek dat er verder geen informatie voor hen was. Belangrijk was echter dat ze in ieder geval de datum wist en die kwam overeen met de dag dat Melinda en Randy verdwenen. Bovendien wees het gegeven van een rode auto naar de Seat Ibiza van Melinda.

 

 

 

 

 

 

45

 

Karel was wakker, toen hij met een warme grog in de hand aan zijn slaapkamerdeur klopte. Gelukkig was het slechts een eendagsgriepje, had Peter opgemerkt. Karels stemming was gelijk opgegaan met zijn lichamelijk welzijn en hij was regelrecht opgetogen, toen Peter hem vertelde dat hij voor hem een auto had geregeld. Peter had gezegd dat het makkelijker was als hij voortaan de boodschappen voor hun beiden zou doen. Hij vond het dus prima toen Peter hem die ochtend de hele auto van binnen liet schoonmaken. Peter gaf hem ook nog een bon mee voor de autowasstraat.

Nu Karel even uit de weg was kon Peter maatregelen nemen om zich te ontdoen van de inhoud van de badkuip en dat irritante viswijf in feestverpakking voor Karel klaar te leggen. Hij had nog een spannend setje liggen, dat Anton kennelijk bij Christine Leduc had gekocht voor Melinda. De twee vrouwen hadden grofweg dezelfde maat.

 

Tegen de tijd dat Karel met een prachtig glimmende auto terugkwam, had hij alles geregeld. De politie moest sporen van de vrouw in Karels auto vinden, daarom was het zaak haar nu eerst in de auto te leggen. Haar eigen auto stond geparkeerd bij station Santpoort-Zuid. Het kon wel enige tijd duren voor die daar ontdekt werd. Daarna was het zaak naar Karels woning te gaan. Daar kon hij de boel in scène zetten.

Het lijk en de auto moesten natuurlijk niet bij Karel worden gevonden. Dat was te voor de hand liggend.

Peter had de inhoud van de badkuip in vier jerrycans van 20 liter weten over te brengen en in de afwezigheid van Karel naar boven gesleept en in de schuur gezet. Nu vroeg hij Karel hem te helpen deze jerrycans met ‘chemisch afval’ naar het milieuplein in Haarlem te brengen. Na drie kwartier waren ze alweer terug en bereidde Peter zijn smakeloze gast voor op het volgende transport. Er was nu geen reden meer om Karel bij de kelder weg te houden. De aanwezigheid van een kelder op deze locatie zou hij nooit meer aan iemand kunnen verraden.

Een beetje bevreesd daalde Karel achter Peter de trap naar de kelder af. Hij verwonderde zich over het portaaltje met 3 deuren. Het leek wel of zich een appartement onder dit huis bevond! Toen Peter echter een van de deuren opende, werd zijn aandacht in één keer volledig in beslag genomen van wat zijn oog trof. De vrouw op het bed had een extreem verleidelijk lingeriesetje aan. Hij begon hevig te trillen toen hij merkte dat zij dood was.

“Ik kon haar niet meer redden. We kunnen natuurlijk niet naar de instanties gaan, dus we moeten haar zelf begraven. Maar eerst is ze natuurlijk voor jou.”

Ze sjouwden haar naar boven en legden haar in de auto, nadat Peter er zich van had vergewist dat niemand zich op de openbare weg bevond. Op het moment dat Peter het portier dichtgooide, schoten er 2 wielrenners langs op de weg buiten het hek.

“Vanavond rijden we naar de begraafplaats”, zei Peter. “Eerst gaan we wat eten, drinken we nog iets en dan mag jij het toetje.” Hij liet niet blijken hoe misselijk hij was bij het beeld dat hij voor ogen kreeg.”

Hij at dan ook nauwelijks. Karel liet het zich echter goed smaken en kakelde volop.

Eindelijk was het donker genoeg. Nu moest het maar gebeuren

 

 

 

 

46

 

Op 19 november kwam de melding binnen, dat er een nieuw graf was gevonden op de openbare begraafplaats.

Jo, was naar aanleiding van het feit dat het wereldtoiletdag was een heel verhaal begonnen over wc’s.

“Ja Theo, zo’n pisbak is het mooiste wat er is. Ik kan namelijk zelf bepalen of ik op het noordelijk of zuidelijk halfrond ben door links of rechts in te stralen en daardoor een andere draaikolk te krijgen. Thuis mag ik niet meer staand plassen van Linda, dus mijn gulp gebruik ik alleen nog voor noodgevallen, op het werk en in openbare ruimtes.  Ik heb tegen Linda gezegd ‘Oké, ik ga zitten, maar dan wil ik wel een verwarmde wc-bril.”

Willem was een geïnteresseerd deelnemer aan dit gesprek, want de hele discussie over gender neutrale toiletten had hij zelf aangezwengeld bij een landelijke vergadering van politiefunctionarissen. Hij vertelde dat hij bij hem thuis een Japans toilet had laten plaatsen, omdat dat veel hygiënischer was.

“Geen gerommel met papier, dat in de riolering terechtkomt en wat vervolgens weer bij de waterzuivering moet worden verwijderd. Geen schraal achterwerk door het vegen. Geen strepen in je onderbroek. En je kunt hem helemaal afstellen zoals je zelf wil. Een zachte of hardere straal op je anus met water dat een lekkere temperatuur heeft. Ik heb een app, die ik ook kan gebruiken als ik bij een ander ben, die ook zo’n toilet heeft.”

Theo had verwacht dat Jo hier wel een opmerking zou maken over het verlangen van meneer Wever naar anusmassage, maar tot zijn verbazing bleek Jo uitermate geïnteresseerd in het concept van een Japans toilet, tot hij hoorde hoeveel zo’n ding kostte.

 

Het bericht over het nieuwe graf dat binnengebracht werd door Patricia, een jonge agent, viel eerst uit haar handen en toen zij zich bukte om het op te rapen en aan Willem te geven, kroop haar truitje omhoog en van achter gezien leek het net of ze nog een paar billen boven haar forse achterwerk had. Er was overduidelijk een diepe voor die eruit zag als bilnaad. Jo maakte snel zijn blik los van dit vervreemdende spektakel. De agent liep met een rood hoofd het kantoor uit.

 

Willem las met een frons op het gezicht het bericht, nam direct een telefoon ter hand en zei, terwijl de telefoon overging, tegen het tweetal voor hem: ”Ik denk dat jullie zo snel mogelijk naar de openbare begraafplaats willen. Er is een nieuw graf ontdekt.”

Theo en Jo struikelden bijna over hun eigen voeten in de haast om te vertrekken. Theo’s stoel viel om toen hij hem naar achteren schoof.

 

 

 

 

 

47

Het moést, omdat het nou eenmaal onderdeel van het plan was, maar het bleef onsmakelijk en Peter probeerde zijn oren af te dekken om de geluiden die Karel maakte buiten te sluiten. Eindelijk leek die klaar te zijn en zonder iets te zeggen begonnen de twee mannen het gat te vullen, nadat zij het lijk in het gat hadden laten zakken. De afwerking was nu helemaal niet belangrijk voor Peter. Sterker nog het moést juist slordig ogen, dan zou het eerder opvallen. Hoe sneller de politie hierin werd betrokken, hoe beter.

Ze hadden afgesproken om eerst naar Karels huis te rijden. Peter had hem ervan weten te overtuigen dat het noodzakelijk was vanaf een vaste telefoon naar de krant te bellen. Peter had geen vaste telefoon, maar Karel wel. Hij snapte gewoonweg niet dat Karel zijn simpele verhaaltje geloofde. De man had wel een uitzonderlijk laag intelligentieniveau. Maar het maakte alles wel een stuk eenvoudiger.

 

Bij het huis aangekomen, liet Peter zich lichtjes onderuit zakken. Hij wilde absoluut niet door een buurtbewoner worden gezien. Terwijl Karel uitstapte keek hij zorgvuldig om zich heen tot hij het veilig vond naar het huis te gaan. Gelukkig was het een maanloze nacht. Hij zocht de schaduwplekken op om het huis te bereiken. Karel was zich daar niet van bewust. Hij verkeerde in een opperbeste stemming.

Eenmaal binnen opende Peter de meegenomen rugtas en trok een klein kaliber pistool tevoorschijn dat hij op zijn partner in crime richtte. Nog vóór hij iets kon zeggen, begon Karel te hyperventileren. Het werd snel erger en naar adem snakkend zakte Karel in elkaar en zijn slappe lichaam raakte de grond.

Verbijsterd over deze ontwikkeling, boog Peter zich over hem heen. Ongelofelijk! De man was dood!

Hij moest improviseren, nu de necrofiel niet kon worden gedwongen tot het schrijven van een zelfmoordbriefje.

Goed, nu zijn kop erbij houden. Eerst zelf een afscheidsbriefje schrijven. Daarna het huis doorzoeken op handgeschreven brieven. Gelukkig wist hij uit de gesprekken met Karel, dat deze alles op de laptop deed, maar misschien lagen er boodschappenbriefjes en wellicht een agenda. Die moesten worden verwijderd.

Nu eerst dus een tekst, iets van het niet kunnen leven met zichzelf na de afschuwelijk behandeling die hij deze mensen heeft laten ondergaan en het niet kunnen beheersen van zijn smerige gedachten.

Het briefje was geschreven, een oude agenda en wat gevonden puzzelboekjes verdwenen in de rugzak, waar hij een lang stuk touw uithaalde. Men zou zelfs geen vingerafdrukken vinden, hoewel de politie daar waarschijnlijk niet eens naar zou zoeken.

Een ouderwetse haak aan het plafond (dank aan de mode van industriële interieurs) kon worden benut om het touw aan te bevestigen. Het lichaam werd in positie gebracht, de strop aangelegd. Hij moest hem hard laten vallen, zodat de nek zou breken.

Een kleine twijfel beving hem. Zou men kijken of dit wel de doodsoorzaak was? Nee, besliste hij, stikken was tenslotte stikken! De oplossing werd de politie panklaar aangereikt. Ze zouden het wat fijn vinden het dossier te kunnen sluiten.

 

 

 

 

 

 

48

 

Meneer Wever had er haast achter gezet. De jongens en meisjes van de forensische dienst arriveerden zowat gelijktijdig met Jo en Theo op de begraafplaats. Het nieuwe graf was al met politielint afgezet en er stond een agent op wacht.

“In ieder geval géén grafsteen”, merkte Theo op.

“Misschien heeft een ander dit gedaan.”

“Dat lijkt me sterk, Jo. Nee, dit is ons baasje”

“Ik vind het zo godverdomde smerig! Waarom zoekt zo’n smeerlap niet iemand met het syndroom van Cotard?”

“Waar heb je het nou weer over, Jo?”

“Nou degene die lijdt aan het syndroom van Cotard, denkt dat hij dood is en hij kan niet van het tegendeel worden overtuigd. Dan heeft zo’n necrofiel in ieder geval altijd een vers lichaam. Bovendien protesteert de Cotard-lijder niet, want hij is naar zijn eigen maatstaven dood. Een mooie symbiotische relatie dus.”

“Het moet niet gekker worden”, mompelde Theo binnensmonds, waarna hij besloot Jo maar even te negeren.

 

Intussen hadden de specialisten het lichaam naar boven gehaald. Het zou naar het mortuarium worden gebracht voor verder onderzoek.

Jo keek met open mond naar het onbedekte lijk.

“Dat lijkt Christine Le Duc zelf wel. Het einde van een tijdperk. Er is voor ons hier niet veel te doen.”

“Nee, we zullen de resultaten van de autopsie moeten afwachten. Waar is nog een los draadje waar we aan kunnen trekken? We hebben de Suzuki Swift van het laatste slachtoffer nog niet kunnen lokaliseren. De gesprekken met vier ooggetuigen hebben verder ook niets opgeleverd. Laten we maar teruggaan naar het bureau. Misschien is er nog iets uit het buurtonderzoek naar voren gekomen.”

Dat bleek inderdaad zo te zijn. Met het signalement in de hand waren alle beschikbare krachten door de buurt gegaan en hadden hun vragen gesteld. Opvallend en uitermate hoopgevend voor het onderzoek was, dat in 1 specifieke straat drie mensen aangaven in de man van de schets hun buurman te herkennen, ene Karel van de Kerkhof.

Jo zei: “Met zo’n naam zou het heel vreemd zijn als hij het niet was.”

“Niet te snel conclusies op basis van namen trekken, Jo. Dat zou uitgerekend jíj toch moeten weten.”

 

Meneer Wever verkreeg met 1 telefoontje toestemming om een inval te doen op het genoemde adres en liet onmiddellijk een arrestatieteam samenstellen. Theo en Jo sloten zich bij hen aan.

Buiten het feit dat de buurtbewoners bij het verschijnen van de politie direct te hoop liepen, werd het geen bijzondere gebeurtenis. De immer mogelijk uitbarsting van geweld tijdens een arrestatie bleef achterwege. Logisch want de moordenaar, werd na het inbeuken van de voordeur, dood aangetroffen in zijn eigen huis.

 

 

 

 

49

 

Zowel kapper Jos, de supermarktmedewerker als de schooljuf, Irene Schouten was bereid gevonden om het lijk van de moordenaar te identificeren. De vrouw, die getuige was geweest van het verwisselen van de lekke band, weigerde haar medewerking. De kapper en de supermarktmedewerker bevestigden dat het om dezelfde man ging, die zij regelmatig hadden gezien, juffrouw Schouten aarzelde, maar bevestigde uiteindelijk ook dat deze persoon op het schoolplein was geweest. Lichaamsbouw en teint kwamen volgens haar wel overeen. Haar aarzeling werd als kanttekening in het verslag opgenomen.

 

Op 24 november werd het hele team bijeengeroepen door meneer Wever. Het zaaltje was bomvol, want iedereen die een bijdrage had geleverd aan het onderzoek, was benieuwd naar de uitkomst.

Wever sprak: “Mensen, dank jullie allen voor je inzet bij de oplossing van deze serie moorden. Dat we een definitieve conclusie kunnen trekken is duidelijk. De dader is gevonden, weliswaar dood, maar gevonden. Diverse sporen op de lichamen van drie slachtoffers wijzen zijn betrokkenheid bij hun overlijden uit. Er zijn ook sporen gevonden in een grijze Opel Meriva, die op zijn naam staat geregistreerd en voor zijn deur werd aangetroffen. De overbuurman heeft hem op de avond dat het laatste graf werd gegraven thuis zien komen. Het was weliswaar behoorlijk donker, maar de lichtstraal van een straatlantaarn raakte zijn gezicht toen hij het autoportier dichtgooide, vertelde hij ons. De auto was de laatste twee weken vaker door buurtbewoners voor zijn deur gesignaleerd en hijzelf als bestuurder ook.

De tekst op zijn zelfmoordbrief luidde:

Ik, Karel van de Kerkhof, heb na een jarenlange worsteling met mijn ‘ziekte’, besloten dat ik niet het recht heb op deze wereld rond te lopen. Het werd steeds erger en ik kon de verleidingen niet langer weerstaan, die dode lichamen bij mij teweeg brengen. Daarom zal ik mezelf nu straffen voor datgene wat ik niet met mijn geweten in het reine kan brengen.

Het was doodstil in het zaaltje toen Willem Wever deze brief voorlas.

“Aangezien onze patholoog anatoom duidelijk was over de doodsoorzaak, gebroken nek en verstikking na ophanging aan touw, kunnen we deze zaak als afgerond beschouwen. De zaak wordt gesloten, de eindrapporten worden op dit moment gemaakt. Enkelen van jullie moeten dit nog afronden. Daarna gaat het geheel het archief in.”

Het geroezemoes nam in sterkte toe, terwijl men alleen of in groepjes het zaaltje verliet.

Willem riep Theo en Jo bij zich en zei:

“Nu dit alles achter de rug is jongens, moeten jullie direct naar jullie bureaus en de wachtwoorden op je computer veranderen. Dit heeft urgentie.”

Verbaasd, vroeg Jo:

“Waarom moeten onze wachtwoorden stante pede worden veranderd, meneer Wever?”

“Omdat het ‘Verander je wachtwoorden dag’ is Jo!”

Lachend liep meneer Wever het vertrek uit.

“O, wat is Wever weer lollig. Ik heb er spijt van dat ik ooit over die speciale dagen ben begonnen. Maar wat deze zaak betreft, ik weet het niet, Theo. Ik blijf nog steeds met het gevoel zitten dat er iets niet klopt. Die kinderen bijvoorbeeld. Ik kan ze niet in het plaatje passen en ik blijf maar nadenken over de tekst op die grafsteen. Waar slaat dat op? En dan ook nog, waar is Daantje? Wat heeft de moordenaar met dat jochie gedaan?”

 

 

 

 

 

50

 

Het was heerlijk weer en Peter maakte een wandeling door het Schoterbos. Hier was hij in jaren niet geweest. Het was enorm veranderd. Er waren hoogtes aangelegd, waar hij ooit had geschaatst. Het ondergelopen land aan de Mr. Jan Gerritszlaan was een veilige schaatsplek, waar hij op zijn ‘blokzeilers’ schaatsen had geleerd.

Hij zag dat de ‘eendenvijver’ nu een opening had naar het water van de Jan Gijzenkade. Overal was het water met elkaar in verbinding gebracht en bij de Jeugdherberg was nu ook een opening naar de Jan Gijzenkade. De schooltuintjes lagen nog op dezelfde plek. Hij had hier zelf ook ooit worteltjes mogen zaaien en oogsten.

In zijn jeugd ging hij met zijn vriendjes voetballen op de speelweide bij de vijver en als ze dorst hadden konden ze met een rolschaatssleutel het kraantje bij het huis van de boswachter opendraaien.

Later hingen ze vaak rond bij een soort prieel aan de zuidkant van de vijver. Er stonden stenen banken en een beeldje in het midden. Nu hij erover nadacht, had hij geen flauw idee wie of wat het voorstelde. Tsja, op dat soort dingen lette je helemaal niet op die leeftijd. Hij herinnerde zich ook nog dat zijn hondje, een foxterriër met een heel kort gecoupeerd staartje, er als een razende vandoor ging, toen hij in de verte een ander hondje zag. Het hondje liep aan een lijn, maar toen het ‘vrouwtje’ Tikkie aan zag komen sprinten, tilde ze in blinde paniek haar hondje op. Precies datgene wat je in zo’n geval niét moest doen. Tikkie bleef maar springen om bij het hondje te komen en daardoor verpestte hij haar kleding. Hij had geroepen: “Stomme trut, zet dat hondje op de grond.” Dat had hij natuurlijk niet mogen roepen, maar hij begreep niet waarom mensen niet eerst lessen volgden in het omgaan met een hond. Het grootste deel van de hondenbezitters behandelde z’n huisdier als een kind en begreep er geen bal van. Een rijbewijs kon je alleen na veel lessen en een examen halen. Voor de opvoeding van zowel huisdieren als kinderen werd niets geëist. Elke klojo kon zo het leven van dier of kind verwoesten.

Op dat moment hoorde hij een luide knal verderop bij het prieel. Daarna klonk het gejank van een hond. Een jongen stond met een aansteker in zijn hand te lachen. De hond rende weg en Peter zag dat er iets aan zijn staart bungelde. De stoom kwam uit zijn oren, toen hij zich realiseerde dat de jongen vuurwerk aan de staart van de hond had gebonden. Een domme eigenaar die zijn hond uit onwetendheid en angst optilt is één ding, een dier moedwillig beschadigen is van een totaal andere orde. Die gast had een lesje nodig. Hij begon de jongen te volgen.

 

 

 

 

 

51

 

Jo liep door de Grote Houtstraat op weg naar één van de terrasjes op de Grote Markt. Een aantal mensen likte in vrolijk gekleurde zomerkleding aan een ijsje voor een ijssalon. Schuin aan de overkant werkten 4 mannen een koel pilsje weg op het kleine terras. Een groepje straatmuzikanten speelde landerig een wijsje. De gitaarkoffer voor hen was nagenoeg leeg, slechts een paar munten waren erin geworpen. Alleen de kinderen bewogen zich als altijd, de warmte leek geen vat op hen te hebben. Joelend schaarden zij zich rond een poppenspeler, die met een soundmixer en een Michael Jackson-pop een imitatie verzorgde van het nummer Thriller. De pop danste houterig en verloor vele malen het contact met de grond.

De plekjes onder parasols waren allen bezet. Toch waren er genoeg die met blote buik de krachtige straling van de zon trotseerden. Roodverbrand en veelal met tatoeage of tepel­ring negeerden zij de aloude verordening met betrekking tot de zedelijkheid. Van het bestaan van een wettelijke regel dat het bovenlichaam bedekt moet zijn wisten nog maar weinigen.

Jo zag een echtpaar afrekenen bij een kelner en schoot haastig erop af. Hij bereikte de vrijgekomen stoelen vlak voor een groepje van drie personen. De man keek hem stuurs aan, stak zijn handen in zijn zakken en gebaarde de twee vrouwen, die beladen waren met papieren tassen naar een tafeltje wat verderop.

Vreemd, bedacht Jo, je zag zoveel mensen in de stad waarvan de vrouw met een rugtas of een boodschappentas liep, terwijl de man naast haar zijn handen in de zakken hield.

Hij bestelde een Affligem triple en terwijl hij de voorbijgangers bekeek, dwaalde zijn geest af.

 

Hij nam tevreden een slokje en z’n blik viel op een moeder met kind, die kennelijk in een spelletje waren verwikkeld. Het kind riep al achteruit hollend enthousiast naar haar. De moeder deed het na, maar ze kon hard achteruitlopend niet genoeg snelheid ontwikkelen om haar zwaartepunt voor te blijven, waardoor ze hard op haar kont terechtkwam.  Gelukkig rolde ze niet zo hard door dat haar achterhoofd tegen de grond sloeg. Hij moest aan het verhaal van Randy en Wimpie denken. In tegenstelling tot Randy had dit kind niet als doel gehad haar moeder ten val te brengen.

Randy, een van de slachtoffers van de kerkhofmoordenaar van het vorige jaar.

 

Hij hoorde het gesprek aan een tafeltje naast hem aan. Een echtpaar was aangeschoven bij een man van middelbare leeftijd, die daar al een krant had zitten lezen. Toen het echtpaar zag dat het een Franse krant was, hadden ze hem aangesproken. Daarop had de Fransman hen aan zijn tafeltje genood: “Non, vous ne me dérangez pas du tout. Asseyez-vous s’il vous plaît.”

Er ontstond een geanimeerd gesprek. Voor zover Jo het kon volgen bevroeg het tweetal de man over Franse wijnen.

Jo verloor zijn interesse toen Theo ineens in zijn blikveld verscheen.

“Ha Theo, kom erbij. Wat wil je drinken?”

Theo wierp een blik op Jo’s glas en zei:

“Dat ziet er lekker uit. Doe mij maar hetzelfde.”

Nadat beiden waren voorzien, want Jo had voor zichzelf ook een nieuw glas besteld, zei hij:

“Hier naast mij zitten een paar Nederlanders en een Fransman. Waarover praten zij? Over wijn!  Het is toch vreemd dat zodra er een Fransman in het gezelschap is men tegen hem over wijn begint te praten. Ik heb nog nooit meegemaakt dat men in Frankrijk tegen mij een gesprek begon over melk. Overigens ook niet over jenever.

Ik heb daar niets mee. Ik vraag een Zwitser ook niet naar zijn ervaringen met Zwitserse kaas.”

“Nee, maar je vraagt een Zweed of een Fin wel naar zijn sauna ervaring.”

“Dat is wat anders. De sauna is een levenswijze, uniek in veel samenlevingen. Het Turkse bad is iets totaal anders dan de Finse sauna of de zweettenten van de steppevolken in Siberië. Ik zal een Zweed echter niet naar aquavit vragen. Elke Scandinaviër leeft in en met een sauna, maar ze drinken niet allemaal aquavit. Er zullen genoeg Fransen zijn te vinden, die geen wijn lusten. Sterker nog, ik heb ooit contact gehad met Franse amateur bierbrouwers. Voor hen ging er niks boven een lekker biertje.”

Het was even stil en de mannen genoten van hun drankje, terwijl zij het langslopend schoon bewonderden.

“Ik moet er niet aan denken, dat we morgen die verplichte heidag hebben op de Veluwe. Het is altijd zo slaapverwekkend en onzinnig. Waarom heet het trouwens een heidag als het twee dagen duurt? ‘In alle rust vergaderingen en training volgen’, zeggen ze.”

“Het is om sneller en effectiever samen te werken. Maar wanneer je terug aan het werk bent, blijkt alles nog steeds op dezelfde stroperige manier te werken.”

“Precies, snel en effectief dat ben je met maximaal twee personen. Jij en ik dus.”

 

 

 

 

52

 

De volgende dag meldde Jo zich ziek.

Willem Wever stond aan Theo’s bureau en fulmineerde:

“Nu meldt hij zich weer ziek! Vorig jaar zat meneer tijdens de bijeenkomst gewoon een boek te lezen. Hij negeerde de spreker volkomen. Ik geneerde me dood en weet je wat ie zei? ‘Ik vind het boek vele malen interessanter dan dat gewauwel’.”

Theo stond op:

“Ik ga wel even bij hem thuis kijken, meneer Wever.”

Een half uurtje later zat Theo met een kop koffie tegen de dikke neus en blauw oog van Jo aan te kijken.

Deze legde uit dat het partijtje tennis tegen Mona en Erik de avond ervoor niet helemaal naar wens was verlopen. Zijn verhaal werd regelmatig onderbroken door Linda. Zo werd het beetje bij beetje duidelijk, dat Jo de schade aan zijn gezicht uitsluitend aan zichzelf te wijten had.

“Wat denk je, slaat die malloot achterovervallend een bal, waarbij zijn racket door zwaait tegen zijn neus en oog. Het bloed stroomde er uit. Erik probeerde het te stoppen, maar een heel pak watten hielp niet en daarom is hij voor de zekerheid met hem naar de eerste hulppost gereden.”

“Ach,” vulde Jo aan. “Compleet overbodig. In het ziekenhuis was het bloeden al gestopt. Ik zie alleen niet veel uit dit oog, dus het heeft weinig zin mee te gaan op onze teamdag.”

Fijntjes vulde Linda aan: “Dit komt Jo natuurlijk uitstekend uit. Nu is ie de held, maar weet je wat voor onbenulligs hij gisteren nog meer had?”

“Laat dat Linda. Je hoeft dat niet aan Theo te vertellen.”

“Ha, maar ik doe het toch.”

Berustend haalde Jo zijn schouders op.

“Wat denk je Theo. Na het inspelen wil Jo zijn trainingsbroek uittrekken. Een simpele taak. Aan de broekband vastpakken en naar beneden schuiven. Alleen had de slimmerd de racketsteel tijdens deze activiteit in zijn mond gestopt en toen hij vooroverboog raakte het racketblad de grond, waardoor de steel achter in zijn keel schoot.”

Theo kromp ineen: “Ai, pijnlijk!” Toen het visualisatieproces was uitgekristalliseerd kon hij echter alleen nog bulderend lachen. Naar adem happend zei hij:

“Nou Jo, nog een mazzel dat zo’n steel te kort is om je rectum te bereiken.”

Het gesprek kwam daarna op de onwenselijkheid mee te doen aan de heidag. Jo voerde het woord:

“Het grootste deel bij zo’n bijeenkomst is niet te verstaan. Het gewauwel is trouwens toch ieder jaar hetzelfde. Als je zit te luisteren worden bepaalde maniertjes steeds irritanter. Er is altijd wel een spreker die steeds ‘uh’ zegt, of een ander die een luie, dikke tong onder in zijn mond heeft liggen, waardoor er een visueel effect op je netvlies komt, waar je het overtollige deel van die tong zou willen afsnijden. En dan die gasten die vragen stellen, die eigenlijk al zijn beantwoord.  Dezelfde onderwerpen, meestal dezelfde sprekers en er komt nooit iets uit dat in de praktijk iets oplevert. Zo’n dag kruipt om.”

Bij terugkomst op het bureau kon Theo meneer Wever melden dat Jo met geen mogelijkheid adequaat zou kunnen deelnemen aan de teambijeenkomst in verband met zijn oogblessure.

Willem mompelde nog iets over Jo en zijn onmogelijkheid ergens adequaat voor te zijn.

 

 

 

53

 

Lange tijd had hij zich weten te beheersen. Hij kon over straat zonder om te kijken. Het vorige jaar was bevredigend afgesloten. Hij had zijn inkoopbeleid verplaatst naar online winkelen. Er was een vaste dag waarop een wagen van Albert Heijn langskwam. De avond ervoor kon hij al checken hoe laat hij in de ochtend langs zou komen. Hij kon zijn ritme daar prima op aanpassen. Hij wisselde twee weekmarkten en de Bazaar in Beverwijk met elkaar af. Eerst reed hij naar de weekmarkt in Velserbroek op een dinsdag, een week later fietste hij op vrijdag naar de weekmarkt in Santpoort-Noord en de week erop bezocht hij op zaterdag of zondag de Oosterse markt op de Bazaar. Groente, vlees en vis en brood waren daar van prima kwaliteit en op de bazaar kon hij voor elk ander artikel terecht. Daar had hij ook een prima kapper gevonden.

De gebeurtenis in het park had echter veel bij hem losgemaakt en hij moest en zou die vuurwerk knaap een lesje leren. Een weerloos dier op zo’n manier behandelen getuigde van een zieke geest.

Zijn verkenningen hadden hem duidelijk gemaakt dat hij op bekend terrein in actie moest komen. In zijn jeugd was hij hier vaak met zijn vader geweest. Deze richtte honden af op een terrein aan de Hoge Duin en Daalseweg. De honden moesten over kuilen springen, over een schutting klimmen, manrevieren en speuren naar objecten. Pa was pakwerker. Hetgeen betekende dat hij lopend of op een fiets door een hond tot stilstand moest worden gebracht. Peter verafschuwde het gebruik van geweld tegen de honden. De pakwerker sloeg met een stok op de hond in. De hond moest hem echter vast blijven houden tot de geleider een sein gaf. Pa schepte er genoegen in de hond af te ranselen en Peter kon daar niets tegen doen.

In sommige winters was het leuk om daar met een slee aan de oostkant van het Kopje van Bloemendaal te glijden.

Het huis was aan deze kant aan de Hoge Duin en Daalseweg gelegen.

De meeste rijken hadden camera’s bij hun opritten, garage en voordeur, maar hier was daar geen sprake van. Het hek stond open. De ouders waren weggegaan zonder het achter zich te sluiten. Peter had de vader zien vertrekken op een racefiets en de moeder was een half uurtje later met haar Mini Cooper de oprijlaan afgereden.

Het was een fluitje van een cent om binnen te komen. De jongen was in dromenland verzonken, dankzij de expertise die Peter inmiddels in ruime mate had.

Er hingen en stonden heel wat foto’s van de vader des huizes in uniform en er lagen plakboeken, waaruit bleek dat hij bij missies in Uruzgan en Irak betrokken was geweest.

Dat vuurwerk had de jongen dus niet van een vreemde.

Volgens Peter werd je alleen militair als je een gewelddadige inborst had en hield van de baas spelen over anderen.

 

Peter ging via de binnendeur de garage in. Met open mond staarde hij naar een Aston Martin DB11. Wat een auto! Die kon hij straks mooi gebruiken voor het transport en daarna natuurlijk een flink toertochtje maken. Deze dag kon al niet meer stuk. Nu nog even rondkijken, want hier zou vast wel ergens wat illegaal vuurwerk liggen. Hij vond inderdaad al snel wat super zwaar vuurwerk. Het leken wel mortiergranaten. Hij hoopte dat er wat tussen zat dat zou passen en bedacht dat een doorsnede van 5 centimeter toch wel zo’n beetje het maximale was om te gebruiken. Handenwrijvend laadde hij de doos in de niet afgesloten auto.

Na het indrukken van de startknop links van het stuur klonk een prachtig motorgeluid. Wat een schitterend dashboard had deze auto. Hij verheugde zich er op straks alles uit te proberen. Natuurlijk kon hij de auto niet te lang gebruiken, zo realistisch was hij wel. Maar een of twee weken kon hij er best plezier mee maken.

 

 

 

 

54

 

Theo deed uitgebreid verslag van de heidag op de Veluwe. Het was zoals Jo al had gevreesd. In de ochtendsessie waren twee saaie lezingen gepland. Volgens Theo had de helft van aanwezigen met het hoofd in de nek op hun stoel liggen snurken. De korte koffiepauze was een welkome onderbreking geweest. De middag was besteed aan rollenspellen en er waren voorstellen gedaan voor de integratie van verschillende onderdelen door het middle management. Twee nieuwe managers mochten hun ideeën ontvouwen. De volgende dag moest iedereen meedoen aan het op papier invulling geven van de ideeën van de dag ervoor.

Jo begreep er weinig van toen Theo aan een lang verhaal begon over hoe zij op basis van kleuren in groepjes waren verdeeld. Je kleur werd bepaald op basis van vragen over je gevoelens en een karakterschets van jezelf.

Jo stond abrupt op en riep: “Opzij! Ik moet vreselijk braken.”

Hij snelde langs Theo de deur uit. Daar kwam hij Wever tegen.

“Zo Docus, ben je alweer hersteld van je zware blessures?”

Verontschuldigend wees Jo op zijn blauwe oog en nog steeds dikke neus. “Eergisteren kon ik echt niets zien met dit oog meneer Wever en mijn neus bloedde telkens.”

Dat laatste was dik aangezet, want er was na het ziekenhuisbezoek geen druppel meer gevloeid.

“Ik zal maar doen alsof mijn neus bloed, Jo. Maar dit is de laatste keer geweest dat je je onttrekt aan je werkzaamheden. Er komt een aantekening in je dossier.”

Als een mak lammetje kwam Jo weer terug in hun gezamenlijke werkkamer.

Theo’s nieuwsgierigheid was gewekt na deze omslag in Jo’s gedrag, maar Jo weigerde te reageren en keek sikkeneurig een stapel bladen op zijn bureau door.

“Een ding heb je echt gemist op de eerste heidag, Jo. We hadden een whiskey proeverij, omdat het Wereld whiskeydag was.”

Nu had Jo helemaal de smoor in. Hij keek met een vuile blik naar Theo en mompelde ‘barst.’

Theo liet zich echter niet uit zijn humeur brengen. Met het vooruitzicht van een vrije avond met Gerda in een subliem restaurant en afsluitend met een intiem samenzijn, kon zijn dag niet stuk.

 

 

 

 

55

 

Peter was zich ervan bewust dat hij voor vijf uur ’s-Middags terug diende te zijn in het huis aan de Hoge Duin en Daalseweg, want dan zou de militair waarschijnlijk terug zijn van zijn rondje IJsselmeer. De moeder was op zakenreis naar Londen. Zij had haar auto gestald bij Schiphol en werd deze week niet terug verwacht.

De schoon geschrobde kamer in de kelder kende nu een nieuwe bewoner. Peter had hem vastgebonden aan het bed en een geluidinstallatie neergezet, waaruit onregelmatig harde knallen klonken. Dat zou wel voor een goede geestesgesteldheid van de jongen zorgen. Hij wilde dat hij bij zijn terugkeer totaal murw gebeukt zou zijn.

Peter verkeerde in een buitengewoon goede stemming, want niet alleen was dit door hem mooi in scène gezet, maar kwam de vrieskist die hij destijds met Karels hulp in de kelder had gezet buitengewoon goed van pas.

 

Er was nog mooi tijd om naar de dinsdagmarkt te gaan. Zijn opa liet soms wel 5 haringen achtereen naar binnen glijden, had zijn moeder hem vaak verteld, gevolgd door 2 pierenverschrikkertjes. Dat waren borrelglaasjes jonge jenever. Volgens opa bleef je daar gezond bij. De pruimtabak had hij vaarwel gezegd, want die was volgens hem niet meer zo zuiver als vroeger.

Jonge jenever, pruimtabak en rauwe eieren op een nuchtere maag waren niet aan Peter besteed, maar een verse haring aan de staart ging er soepel in.

Het fruit was ook altijd goed. Afhankelijk van het jaargetijde kocht hij mandarijnen, meloen, sinaasappels of peren. In januari haalde hij heerlijk sappige kaki’s. Die waren helaas maar een korte periode te koop. Ze waren nog wel in de winkels, maar dat was Sharon fruit of onrijpe kaki’s, die zelfs na drie maanden nog keihard op de fruitschaal lagen. De beste kaki’s waren te vinden op de oosterse markt in Beverwijk.

Hij zou zichzelf één ondeugd toestaan op de markt. Behalve het brood haalde hij twee roombroodjes. Waarom dit als ‘broodje’ stond vermeld, was niet duidelijk. Het was namelijk een enorme croissant gevuld met vanillepudding. Hij beschouwde dit als een lekkere zonde bij zijn koffie.

 

Na zijn bezoek aan de markt, had hij genoeg tijd om naar huis te fietsen, de boodschappen weg te zetten en naar het huis aan de Hoge Duin en Daalseweg te rijden. De mensen woonden hier zo geïsoleerd in hun grote vrijstaande villa’s, dat het onwaarschijnlijk was dat iemand hem zou zien. Alleen de hordes fietsrecreanten zouden hem kunnen zien, maar die waren niet ‘van hier’ en hadden alleen maar aandacht voor het fietsen zelf.

Het was noodzakelijk om in dit huis te wachten, want de man mocht natuurlijk niet de politie bellen om aangifte te doen van een gestolen Aston Martin. Hij moest hem uitschakelen om tijd te winnen voor zijn plan.

Peter wilde echter geen enkel risico nemen met een professionele militair, al had deze zwembandjes omdat hij alleen nog actief was achter een bureau.

Het geweer dat hij in een niet afgesloten kast had gevonden zou hier perfect geschikt voor zijn. De man zou geen enkele kans krijgen. De kogels zaten in het magazijn.

Twee tijdschriften verder zag Peter hem de oprijlaan op fietsen. Hij legde het tijdschrift op de salontafel om te kijken waar de militair naar binnen zou klossen op zijn rennersschoenen. Hij maakte geen aanstalten om zijn fiets de garage in te rijden, waar de Aston Martin stond af te koelen, maar liep met de fiets aan de hand over het grindpad om het huis heen. Peter haastte zich naar de achterdeur.

 

 

 

56

 

“Luiwammes, kom je nu pas je bed uit.”

Jo stond bij Theo aan de deur.

De laatste had de deur geopend in ochtendjas met een grote lach om zijn mond.

“Ik had een droom waarin ik iedereen tegenkwam die ik ooit ontmoette. Die droom moest ik dus wel afmaken. Ik ben overigens nog niet klaar. Eigenlijk zou die droom nog een week gaan duren”

“Dat kan toch. Je neemt gewoon twee weken vakantie op. Dan kan je lekker met je meisje weg.”

“Dat zou ik wel willen, Jo, maar Gerda zit natuurlijk met de zaak. Zij kan niet zomaar de boel de boel laten.”

“Dan zal je het moeten doen met plezier maken binnen beperkingen. Ik zou er voor tekenen met zo’n meid.”

Theo lachte en zei dat hij dat ook zeker deed en nooit zo gelukkig was geweest als nu.

De avond met Gerda was er een uit duizenden geweest. Ze hadden elkaar tot in elke vezel verkend. Sinds Theo in een tv-programma had gezien dat de vulva groter was dan het mannelijke geslachtsdeel, was het besef doorgedrongen dat seks iets anders moest zijn dan wat werd voorgeschoteld in de gemiddelde speelfilm.

Alles was daar gericht op penetratie. Een beetje wrijven, een beetje voelen, soms wat beffen en pijpen, maar alles direct gericht op het geslacht.

In pornofilms zag je de mannen met grote ijver clitorissen oppoetsen. Dat gebeurde zo hevig dat je zou denken dat ze koper aan het poetsen waren of hun schoenen stonden te smeren en opborstelen.

Gerda had hem duidelijk gemaakt, dat het heel onplezierig was als een man direct op dat punt aanviel.

Hij had haar verteld dat mannen dat deden, omdat ze zelf enorm gericht waren op hun geslacht. De gemiddelde man fantaseerde dat een vrouw hem direct in haar mond nam en na een opwarmfase de andere opening aan de beurt was. Waarbij opgemerkt dat er voor menig man de optie lonkte van een derde opening.

Samen ontdekten ze dat likken in de armholte voor Theo een sensuele prikkeling betekende. Dat zich ook zo’n zone onder zijn ballen bij zijn perineum bevond, wist hij al en Gerda blijkbaar ook.

Gisteravond kwam de sportmassagecursus die hij ooit succesvol had afgerond, goed van pas. Hij had haar een totale lichaamsmassage willen geven en was begonnen met haar voeten. Eerst had hij met massageolie gewreven over de spiergroepen van kuit en hamstring. Ze bleek zeer gevoelig voor het uitstrijken in de knieholte.

Daarna was hij begon met het kneden of petrissage. Eerst de voeten, vervolgens de achillespees en de kuiten. Daarna het bovenbeen, waarbij hij verder naar boven doorging dan hij normaal gesproken bij een massage zou doen.

Hij merkte dat ze het als heel plezierig ervoer. Haar opmerking in gedachte houdend, zorgde hij ervoor dat hij haar geslacht net niet beroerde. Toen hij echter licht met zijn duimmuis haar perineum begon te masseren, bij vrouwen het gebied tussen de vulva en de anus, kwam er niets meer van de rest van de lichaamsmassage.

De lichaamssappen waren gaan stromen en er was geen houden meer aan geweest. Later die nacht hadden zij nog zo’n verkenning doorgemaakt en wederom met een uitermate bevredigend resultaat.

Gerda was vroeg in de ochtend uit bed gestapt. Ze had een gesprek met haar financieel adviseur op het programma staan.

Toen Theo onrustig bewoog, boog zij zich over hem heen, drukte een kus op zijn mond en fluisterde:

“Slaap jij nog maar lekker even door, lieverd.”

Op kousenvoeten verliet zij de slaapkamer.

 

“Hee, dromer, haal die grijns eens van je gezicht en laat mij erin.”

Theo belandde met een schok weer in de realiteit: “Sorry Jo, kom erin. Wil je koffie? Ik heb net gezet.”

“Jazeker, dan kunnen we mooi even bijpraten.” Jo liep door naar de keuken.

 

 

 

 

 

57

 

De zwaarste klus zat erop. Het was een heel gesleep geweest, maar nu kon hij met een gerust hart naar boven om het voorbereidende werk te doen.

Na het inventariseren van de doos met vuurwerk, ging Peter met zijn lijstje aan de computer zitten. Daar zag hij al snel dat het zwaarste vuurwerk de Big Boy Cipolla was. Met 120 gram flitspoeder was dit het gevaarlijkste artikel waar in Nederland aan te komen was in het illegale circuit. Mooi, die zou niet te groot zijn voor de jongen en dus makkelijk in te brengen. Wel even goed kijken hoe hij die het veiligst kon afsteken. Hij wilde tenslotte niet zelf beschadigd raken. Hij las dat het geluid van de klap ver boven de 120 decibellen zou reiken.

Het was dus zaak wasbolletjes in zijn oren stoppen en zo’n isolerende koptelefoon op te zetten als hij het ging aansteken. Die koptelefoon bewaarde hij bij zijn gereedschap in een kist.

 

Na gedane arbeid was het tijd voor een ritje.

Hij had enige tijd geleden het programma Top Gear gezien, waarin Chris Harris deze auto testte en het was helemaal waar. De auto was extreem subtiel. De drie standen: normaal, sport en sport plus, waren heel onderscheidend. Het leek tijdens het rijden wel of de auto zelf voor je dacht. Hij schakelde heerlijk en eigenlijk zou hij hem eens helemaal open moeten gooien op een circuit. Zandvoort was dichtbij en dus aanlokkelijk, maar misschien moest hij wat verder weg gaan en het in Assen proberen met het oog op registratie van persoonsgegevens.

Dat was iets wat hij moest uitzoeken. Aan de ene kant mocht hij zichzelf op geen enkele manier in het daglicht brengen, maar aan de andere kant was de verleiding die de auto bood te groot om te weerstaan. Hij zou heel goed de risico’s moeten afwegen.

 

In een opperbeste stemming trakteerde hij zichzelf bij thuiskomst op een tweede roombroodje met een kop koffie. Vanavond was weer een uitzending van Top Gear op de BBC en dan kon hij nog terugkijken naar Peptalk met Jack van Gelder en Frank Evenblij. Dat was heerlijk ontspannen. Peptalk was trouwens veel leuker dan Voetbal Inside met Genee, Gijp en Derksen. Er was aandacht voor verschillende sporten en niet alleen voetbal. Het lollige van de eerste series was eraf. VI was over zijn houdbaarheidsdatum heen. Het gelach van Gijp wekte nu alleen nog maar irritatie bij hem op. En dan die domme expressie van Jan Boskamp en andere ex-voetballers die zich in dat programma lieten gebruiken. Het was allemaal zo negatief ondanks het bulderend gelach van vooral Gijp en Boskamp.

 

 

 

58

 

Het was een relatief makkelijke week geweest voor Jo en Theo. Ze hadden zich voornamelijk bezig gehouden met bureauwerk. Jo was daarom blij dat buiten het avondje met zijn trainingsmaatjes op de baan, Linda ook een avond afgesproken had met Erik en Mona, hun vrienden van de tennisclub.

Ze hadden eerst een eetcafé bezocht en waren daarna naar het Patronaat gegaan voor een concert. Het concert hield niet over, maar uiteindelijk hadden ze de avond op een prettige manier afgesloten in het Wapen van Bloemendaal aan de overkant van het water op de Zijlvest.

Toen Jo na het weekend Theo weer zag wisselde zij hun ervaringen van de doorgebrachte tijd met elkaar uit.

“Wij zijn in het Patronaat bij Nielson geweest. We gingen eigenlijk voor het voorprogramma. We hadden een Nederlandse zangeres gezien op YouTube. Dat klonk goed en zag er ook goed uit. Linda zag toevallig op een aankondiging van het Patronaat, dat ze daar zou optreden als voorprogramma en kocht direct kaartjes voor vier personen, want we hadden het al over die zangeres gehad met Mona en Erik. Die kenden haar al en wilden ook mee. De hoofdact zei me niets. Dat was ene Nielson. We waren duidelijk de oudsten in de hele zaal. Veel hele jonge meisjes stonden te joelen en te schreeuwen. Toen onze zangeres opkwam, stond zij daar alleen met haar gitaar. De muziek verzoop in het geluid van de zaal. Heel jammer. Na een aantal liedjes mocht zij van het toneel en klonk na enige tijd luid gejuich voor Nielson met band.  Het waren volgens mij allemaal dertienjarigen, die enthousiast meezongen. Slechts twee liedjes zijn mij bijgebleven. Eén heette geloof ik Oe of Oehoe en de ander EO. Dat sloot wel aan bij het idee dat ik op een jongeren dag was.

We zijn natuurlijk wat eerder weggegaan bij dat optreden. Het kon ons geen van allen boeien. Gelukkig was het daarna nog gezellig in het Wapen van Bloemendaal.

Ik ben overigens jaren geleden bij een optreden in het Patronaat geweest van Richard Thompson, die zat vroeger bij Fairport Convention, een folkband uit Engeland. In het voorprogramma was een zanger die met zijn voet tegen een trommel schopte en een gitaar bespeelde. Hij zat daar op het podium met een integraalhelm op zijn kop, Het doel daarvan ontging mij volkomen. Bovendien klonk het voor geen meter met die helm op z’n kop. Gelukkig was toen het hoofdprogramma een stuk beter.

En jij, Theo? Hoe heb jij het weekeinde doorgebracht?”

“Nou”, zei Theo, “wij zijn natuurlijk lekker samen geweest en hebben op zondag overigens een optreden gezien van een vent die op een zelfgemaakte gitaar speelde.”

“Zelfgemaakt? Klonk dat een beetje?”

“Ik zag dat zijn gitaar gemaakt was van een sigarenkistje, een bezemsteel en prikkeldraad.”

“Neem mij in de maling. Prikkeldraad? Echt niet!”

“Er werd ook aan hem gevraagd of het geen pijn deed.”

Wantrouwig vroeg Jo: “Wat zei hij daarop?”

“Hij zei dat het niet zoveel pijn deed als het schrikdraad tijdens zijn elektrische periode.”

Theo lag na deze woorden dubbel van het lachen en haalde gierend uit.

Jo keek hem misprijzend aan. “Wat ontzettend flauw.”

Een hoofd verscheen om de deurpost. Het was Bas. Terwijl Theo nog na hikte zei Bas: “Ik dacht dat het jullie misschien wel zou interesseren in het licht van de gebeurtenissen van vorig jaar. We kregen een melding binnen van de vermissing van een man en kind in Bloemendaal. De vrouw des huizes deed de melding. Bij thuiskomst van een zakenreis, waren manlief en zoon verdwenen, alsmede een Aston Martin DB11, die in de garage stond.”

Al snel werd het de rechercheurs duidelijk dat de vermissing serieus moest worden genomen, want er was bloed gevonden bij de achterdeur. Er werd al een sporenonderzoek verricht in en om het huis.

 

 

 

 

59

 

“Zou je jezelf als een aardig persoon omschrijven?”

De jongen zweeg. Hij was volkomen machteloos. Liggend op zijn buik, was hij niet in staat om te kijken en zijn kwelgeest in het gezicht te zien. Hij was in zijn leven nog nooit zo bang geweest.

“Jij bent heel goed met vuurwerk, hè? Heb je dat van je pappa geleerd of ben je op eigen kracht expert geworden?

Geef antwoord!”

Een scherpe pijn schoot over zijn rug. De man had hem ergens mee geslagen. Hij haastte zich om te antwoorden.

“Pappa kocht altijd vuurwerk en dat staken we dan samen af.”

“Met Oudjaar of deden jullie dat vaker?”

Toen het antwoord niet snel genoeg kwam liet Peter een leren zweep met knopen knallend op de rug van de jongen neerdalen.

Kermend wist deze uit te brengen dat ze toch wel één keer per maand samen vuurwerk afstaken. Na nog wat aandringen kwam het hele verhaal eruit. De vader kwam regelmatig met nieuw knalvuurwerk thuis. Siervuurwerk hadden ze nooit. Vader en zoon hielden van knallen. Hoe harder hoe mooier.

“Heeft je pappa je ook geleerd hoe je huisdieren kunt martelen?”

Niet begrijpend schudde de jongen zijn hoofd, waarbij het kussen hem de adem benam.

“Dus je bent zelf op het idee gekomen om vuurwerk aan dieren vast te maken?”

Al snel kwam het hele verhaal eruit. De verhalen van pa over zijn ervaringen in oorlogsgebied. Verhalen die absoluut ongeschikt waren voor jonge oren.

Peter besloot dat het genoeg was. De schouders van de jongen schokten van angst en pijn. Het bleef enige tijd stil.

Plots werd echter zijn broek naar beneden getrokken. Hij voelde een scherpe pijn toen iets tussen zijn billen werd geduwd.

Een kalme stem drong door de mist van zijn pijn heen: “Wat je nu voelt is een Big Boy Cipolla. Met jouw kennis, weet je vast wel waartoe die in staat is.”

Het voelde als een warme zucht en een licht knetteren bereikte zijn oor. Toen was er alleen maar een enorme knal en helse pijn.

“Nu ga je het zeker nooit meer doen hè?”

De jongen gaf geen antwoord. Hij was buiten bewustzijn en het bloed stroomde uit zijn afsteekplek. Peter was niet van plan daar ook maar iets aan te doen en zei tegen het slappe lichaam: “Ja, je hebt nu je lesje geleerd en ging er waarschijnlijk vanuit dat je een tweede kans zou krijgen. Maar dan moet ik je teleurstellen. Je gaat dit lesje meenemen naar een volgend leven.”

 

 

 

 

60

 

De melding kwam van het milieuplein in de Waarderpolder. Er was een plastic zak gevonden bij het chemisch afval. Een medewerker van Spaarnelanden had de zak opengemaakt en had daarna al brakend aan de kant een toegesnelde collega duidelijk gemaakt dat zich een lijk in de zak bevond. De technische dienst was ingeschakeld en het was duidelijk geworden dat het de uit Bloemendaal verdwenen jongen betrof. De informatie die Jo en Theo bereikte over de staat waarin het lichaam zich bevond maakte een grote woede bij hen los. En die woede werd nog groter toen zij een stukje MDF-plaatmateriaal onder ogen kregen dat bij de jongen in de zak was aangetroffen. De opgeschilderde tekst luidde:

Hij probeerde een hond te lanceren. Zijn eigen lancering is helaas mislukt. Er ging iets mis bij de ontsteking.’

Jo sprong geagiteerd op en riep: “Het briefje van de steenhouwer! We moeten het vergelijken.”

Het briefje werd getraceerd en de mannen stonden er overheen gebogen om de vergelijking te maken met de tekst op de MDF-plaat.

“Ik weet het niet, het een is geschreven, het ander geschilderd, Jo.”

“Toch zie ik wel overeenkomsten bij de lussen in sommige letters.”

“Laten we, voordat je je helemaal laat meeslepen, eerst eens een inventarisatie doen, Jo. Jij wil graag dat er hier sprake is van dezelfde dader als vorig jaar, maar als eerste punt noem ik de zelfmoord en afscheidsbrief van de dader, plus het feit dat de sporen van deze man gevonden zijn bij de slachtoffers en in zijn auto sporen van de slachtoffers zelf. Vervolgens hebben we het feit dat zijn lijk geïdentificeerd is door verschillende getuigen. En dan wil ik nog opmerken dat de huidige ontvoering een vader en zoon betreft en de ontvoeringen van vorig jaar hadden allemaal betrekking op een moeder en haar kind.”

“Oké, maar dan zet ik daar een paar dingen tegenover. Er zijn geen sporen van die dader gevonden in het geval van de eerste ontvoering. Ten tweede, waarom gebruikte hij zijn eigen auto bij de laatste slachtoffers, terwijl daarvóór steeds de auto’s van de slachtoffers zelf werden gebruikt? Jij zegt dat er een verschil is in ontvoering, maar vader Anton werd toch ook ontvoerd en mishandeld. Dan is er nog iets raars, vind ik, want kinderen en ouders werden steeds mishandeld, maar uiteindelijk leeft hij zich op de begraafplaats alleen op de volwassenen uit. Dus logisch gezien moet het om dezelfde dader gaan.”

“Hmm, of een copycat.”

“Dat is natuurlijk een mogelijkheid. Ik denk dat we het volgende moeten gaan doen.

Ten eerste is er een overeenkomst met de ontvoeringen van vorig jaar, namelijk een waarschijnlijke ontvoering met de eigen auto van het slachtoffer. We moeten dus een opsporingsbericht laten uitgaan voor die Aston Martin. Dan moeten we contact zoeken met de patholoog anatoom om te kijken of de zelfmoord van de necrofiel misschien toch een moord geweest kan zijn. We moeten ook weer kijken naar het buurtonderzoek van vorig jaar. Hebben we daar iets over het hoofd gezien? Tenslotte laten we het briefje, de zelfmoordbrief en de tekst op de MDF-plaat onderzoeken door een handschriftdeskundige.”

 

 

 

61

 

De tijd drong. Hij reed al twee weken in deze auto rond en wilde hem eigenlijk niet kwijt. Het risico was echter te groot om hem te houden. Maar eerst wilde hij met deze kar op een circuit hebben gereden en kijken wat het beestje in zich had. Na de ochtendspits begaf hij zich naar Zandvoort.

Hij had goed geïnformeerd. Je kon op bepaalde dagen vrij rijden, wanneer er geen races of officiële wedstrijden waren. Hij wilde echter dit schatje testen tegenover andere auto’s. Bij wedstrijden moest je je inschrijven en bleven de gegevens bewaard, maar niet voor amateurraces. Hij had zich daarom voor zo’n race ingeschreven. Hij zou er alleen voor moeten zorgen dat hij niet bij de eerste auto’s zat die over de finish kwamen en geen brokken maken. Hij zou dan al vergeten zijn op het moment dat hij het circuit verliet. Dat was een te verwaarlozen risico op ontdekking.

Het werd een feest. De auto bleek een fantastische balans te hebben en gleed heerlijk rond. Hij kon zich echter niet te veel laten meeslepen en liet zich daarom in de laatste ronde langzaam terugzakken.

Met een zucht van tevredenheid verliet hij het circuit. Op een parkeerplaats aan de boulevard controleerde hij nog even of ‘pa vuurwerk’ nog netjes onder de plaid op de achterbank lag. Hij had hem die morgen uit de koeling gehaald. Ook het meenemen van de body bag was een berekend risico geweest. Hij wilde nu zo snel mogelijk van het lijk af en gezien de militaire achtergrond van de man, vond hij het gepast hem te dumpen op de Duitse Oorlogsbegraafplaats in Ysselsteyn.

Deze begraafplaats was de grootste Duitse militaire begraafplaats ter wereld. Het was de moeite waard om er naar toe te rijden. De man paste uitstekend bij de Nederlandse collaborateurs en SS’ers die hier lagen begraven. Peter had het zeer grappig gevonden toen hij merkte dat de achternaam van dit gezin Kolonel was. Zou je je met zo’n naam verplicht voelen het leger in te gaan om die rang ook werkelijk te halen? Het hoefde natuurlijk niet, want je kon daarvoor misschien ook wel bij het Leger des Heils terecht. Je had daar ooit een Majoor Bosshardt rondlopen, maar Peter wist niet zeker of men daar de rang van kolonel ook kende.

 

Het was noodzaak om het terrein op en rond de begraafplaats goed te verkennen, want hij wist niet of er extra beveiliging op deze plek was. Het ging tenslotte om iets militairs en voor zover Peter wist uit zijn eigen diensttijd, knapte de leiding soldaten graag op met nutteloze klusjes. Hij kon zich nog herinneren hoe zij met z’n zevenen van de Hollandse Rading met een militaire vrachtwagen naar de stad waren gereden om 5 potloden te kopen. Toen hij op de Zeven Provinciën voer, kreeg hij per dag 2 telegrammen te verwerken. De rest van de dag was er niets te doen. Wie weet hoeveel soldaten ze hier lieten wachtlopen. In het donker zou het probleem heus niet zo groot zijn, maar hij moest wel eerst de plek lokaliseren waar de SS’ers lagen, want daar moest deze gast echt bijgestopt worden. Eerst maar eens op zoek naar een motel, want dit klusje zou wel een dag of drie duren. Daarna wilde hij de Aston Martin in Duitsland dumpen en de trein terug naar huis nemen. Hij had weliswaar een 60 plus abonnement en zou zijn vrij reizen dag er voor kunnen gebruiken, maar dat leek hem toch onverstandig. Dat zou te traceren zijn. Peter wilde wel graag terug zijn vóór Roland Garros begon. Voor de Grand Slams bleef hij altijd thuis om zoveel mogelijk wedstrijden te zien. Hij zou graag eens een echt Grand Slam bijwonen. Wimbledon leek hem het mooist, maar de toegangsprijzen waren hem veel te hoog. Misschien kon hij volgend jaar naar Roland Garros. Daar waren de prijzen veel schappelijker.

 

 

 

 

62

 

Meestal nam Jo eind mei een weekje vrij. Samen met Linda keek hij dan naar de eerste paar rondes van de tenniswedstrijden op Roland Garros. In de eerste week vielen meestal de grote verrassingen in zo’n toernooi. Ze zaten dan gezellig samen op de bank met een verfrissing of een kopje koffie, afhankelijk van de tijd van de dag.

Maar nu zou dat niet worden geaccepteerd. Niet met een moordzaak achter de kiezen.

Precies op de openingsdag van het toernooi werden de rechercheurs bij Willem Wever geroepen.

“Mannen, ik heb hier het verslag van de handschriftspecialist en zij is er zeker van dat de zelfmoordbrief en de tekst voor de grafsteen door één en dezelfde persoon zijn geschreven.”

Jo kwam heel langzaam overeind uit zijn stoel, in slow motion ging zijn wijsvinger richting Wever en hij sprak uitermate traag de woorden uitrekkend: “Daaaat……issssss…faaannnttaaassssttiiisssch.”

Wever keek met open mond naar deze bizarre opvoering en reageerde uiteindelijk heel geïrriteerd: “Welke bizarre fantasie is er nu weer in dat hoofd van je opgekomen?”

Jo begon weer traag, maar zijn spreektempo versnelde gedurende zijn uitleg. Het bleek Wereld Schildpadden Dag te zijn en Jo had zich solidair met de dieren gevoeld.

Na dit, kennelijk alleen door Jo als leuk ervaren, intermezzo kreeg het gesprek weer een serieuze wending.

 

Niemand was er getuige van geweest toen de zak met het lichaam van een jongen bij het chemisch afval werd neergezet. De minimale personeelsbezetting van het afvalbrengstation zorgde ervoor dat niet overal op het terrein te allen tijde personeel aanwezig was. Wel zou men de 24-uurs beelden van de camera’s bij toegang en uitgang bekijken en het systeem hield bij welke ingezetenen van de stad hun afval hadden gebracht, want zonder geregistreerde afvalpas had niemand toegang tot het terrein.

Theo zei: “Hebben we mevrouw Kolonel in Bloemendaal gevraagd of ze haar afvalpas kwijt is? Het zou mij namelijk helemaal niet verbazen als de ‘perp’ niet alleen hun auto gebruikt, maar ook hun afvalpas.”

Meneer Wever vertelde hun dat hij het complete dossier van de patholoog anatoom over de zelfmoord had opgevraagd en dat daar toch nog iets stond als kanttekening, wat de doodsoorzaak op losse schroeven kon zetten. Er was sprake van slagaderverkalking. Er waren beschadigingen in de vaatwand. Daardoor waren er plaques ontstaan en er was er kennelijk één opengescheurd, waardoor een stolsel het bloedvat had afgesloten. Een hart- of herseninfarct kon vooraf zijn gegaan aan het breken van de nek door ophanging.

Jo reageerde onmiddellijk op deze informatie met de constatering dat de huidige dader wel dezelfde moést zijn als die van vorig jaar. “Ik wist het!”, riep hij triomfantelijk. “Ik heb er altijd aan getwijfeld toen de zaak afgesloten werd. Er klopte duidelijk iets niet.”

Theo vroeg hoe de moordenaar dan in contact was gekomen met de necrofiel. Maar daar was geen antwoord op te verwachten, voordat ze de moordenaar in de kraag konden vatten. “

Wever zei: “Ik heb de indruk dat het een toevallige ontmoeting was, want die necrofiel is niet in verband te brengen met de eerste zaak, die we op ons bordje kregen.”

“Indrukken, die krijg je veelal gratis of dat handel je af met een knopje.” Dat was natuurlijk weer een oprisping van Jo.

Meneer Wever weigerde dan ook er op te reageren en na enkele instructies van zijn kant, verlieten de rechercheurs zijn kantoor om zich intensief aan het onderzoek te wijden.

 

 

 

63

 

Theo werkte aan zijn bureau de inhoud van zijn in-bakje weg. Uit de registratie van het vuilnisverwerkingsbedrijf Spaarnelanden op het milieuplein van de Waarderpolder bleek dat de Aston Martin het terrein op was gereden, maar er was geen registratie van de afvalpas van de familie Kolonel te vinden.

Zoals hij al had vermoed viel hier weinig mee te beginnen om de ‘perp’ te achterhalen.

Een telefoontje van Linda haalde hem uit zijn overpeinzingen. Zij meldde dat Jo niet naar zijn werk kon omdat hij wat ongelukkig was geweest bij het werk in de voortuin. Zij had Jo al ziek gemeld, maar dacht dat Theo ook wel wilde weten wat er aan de hand was.

“Ik kom zo langs, dan drinken we een bakkie koffie en kun je me alles vertellen over de nieuwste capriolen van Jo.”

Linda liet Theo binnen en daar zat Jo met een flinke pleister op zijn linkeroog over een pluk vette watten heen.

“Jezus, wat heb jij nou weer uitgevoerd?”

Jo lachte als een boer met kiespijn. “Tsja, in onze voortuin staat een vijgenboom in een kuip, zoals je weet. Wij hebben er een leivijg van gemaakt. Het stond allemaal wat schuin. Er zijn wat boomstronken die de klinkertjes omhoog drukken. Die wil ik nog gaan weghakken. Maar ik dacht laat ik die kuip even waterpas stellen en buig dus voorover om hem aan een kant op te tillen en er een keg onder te schuiven. Dat is iets wat je niet moet doen wanneer je door leeftijd genoopt een leesbril dient te dragen om zaken die dichtbij zijn goed te kunnen zien. Ik duik dus met mijn oog boven op het uiteinde van een lat die te dichtbij is om met m’n blote oog te zien. Drie horizontale scheuren in mijn hoornvlies, zeiden ze in het ziekenhuis. Man, ik dacht dat ik door de grond zakte, zo’n pijn deed het. Eigenlijk ben ik gered door mijn zachte contactlens. Die voorkwam ernstiger beschadiging.”

“En nu? “vroeg Theo.

“Ja, nu moet ik een weekje mijn oog afgeplakt houden. Ze zeggen dat het dan heel snel zal herstellen. Waarschijnlijk kan ik volgende week mijn maandlenzen alweer in.”

Linda mengde zich in het gesprek.

“Het is echt ongelofelijk, Theo. Hij is net z’n moeder. Die had het ook. Zij zette bijvoorbeeld een stoel op een wankel tafeltje om bij een plafondlamp te kunnen komen. Het beeld spreekt voor zich en de daaropvolgende val spreekt vanzelf. Hoe vaak dat mens al niet een ongelukkige val heeft gemaakt. En net zo onnadenkend, hè! Die ging bijvoorbeeld met hoge hakken in een bos wandelen. Ja, dan weet je dat het verkeerd afloopt. Jo is net zo. Dan doet hij een klusje en hoe vaak ik het ook zeg, hij laat alle rommel om hem heen liggen. Dus in plaats van op te ruimen, zodat hij ruimte heeft om te werken, moet hij steeds over van alles heen stappen. Je begrijpt natuurlijk wel dat het steeds verkeerd afloopt. Het topje van zijn vinger eraf, omdat hij op een losliggend stuk hout een struik staat te snoeien. Hout rolt weg, Jo valt achterover en knipt maaiend met zijn handen om een val te voorkomen, met z’n snoeischaar het topje van zijn middelvinger. Als hij timmert slaat hij meestal een paar keer op z’n duim. Werkt hij in de tuin, dan blijft hij zeker hangen aan een rozenstruik of maakt hij contact met een berenklauw. En, O, wat is ie dan zielig.”

Jo wilde het gesprek snel op een ander onderwerp brengen en informeerde daarom naar de stand van zaken bij het onderzoek naar het lijk op het milieuplein.

Theo vertelde hem dat de jongen een explosief in zijn achterwerk had gekregen, waar het was geëxplodeerd. De bloeding die dat had veroorzaakt, had het einde van zijn leven betekent.

“Ze konden zelfs vaststellen dat het een Big Boy Cipolla betrof, een enorm explosief illegaal stuk vuurwerk.”

“Die tekst op dat stuk MDF zegt dat de jongen een hond probeerde te lanceren. Je zou denken dat de moordenaar een straf heeft uitgedeeld, omdat die jongen iets met een hond deed, dat zijn goedkeuring niet kon wegdragen. En nou bedenk ik mij dat die ouders vorig jaar op de grafsteen beschuldigd werden van het niet kunnen opvoeden van een kind.   Er stond: ‘Zij faalden in de opvoeding en de sociale omgang’.”

“Maar waarom werd dat kind dan gestraft? Daar snap ik niks van. Er stond dat het kind niet te redden was. Wat houdt dat in?”

“Geen idee, Theo, maar één ding is duidelijk, deze gast deelt straffen uit aan gezinnen die in zijn ogen iets niet goed doen.

 

 

 

 

64

 

In de trein naar huis zat Peter in een stiltecoupé. Hij was verdiept in zijn boek.

Tegenover hem pakte een man zijn telefoon en begon een nogal luid gesprek. Peter vroeg de man vriendelijk of hij buiten deze stiltecoupé wilde bellen. De man was zeer grof.

“Bemoei je er niet mee vieze homo of ik ram dat boek van je achter in je strot.”

Peter was met stomheid geslagen door de rauwe reactie op zijn vriendelijk verzoek.

De onbeschofte kerel begon op luide toon een nieuw gesprek.

“Ik ben over 20 minuten op de boerderij. Je hebt toch wel de biggen al weggehaald bij de zeugen? Nee? Ik moet ook godverdomme alles zelf doen! Reken er maar op dat je een goed pak op je lazer van me krijgt, mannetje.”

Peter had het gesprek aangehoord. Het was zinloos die kerel manieren bij te brengen. Hij zat nu zo smerig te rochelen, dat Peter besloot de coupé te verlaten.

De trein stopte op het station en Peter keek uit het raam. Daar zag hij die kwaaie boer uit de trein stappen. In een opwelling stond hij op, pakte zijn jas en stapte de trein uit. Hij volgde de man naar de uitgang van het station.  Al snel bleek dat deze naar de P+R Parallelweg Noord liep. Het geluk was met Peter toen op dat moment een taxi aan kwam rijden. Hij hield deze aan en liet de chauffeur even later de Nissan Leaf volgen, waarin de brute boer het parkeerterrein verliet. Het bleek een kort ritje te zijn. Na een kwartiertje was het doel van de varkenshouder bereikt. Hij draaide het erf op van een boerderij, waarachter een megastal te ontwaren viel.

Peter betaalde de taxichauffeur en wenste hem een prettige dag.

 

Eerst maar eens even poolshoogte nemen in die grote stal. Er stond een geschilderd bord met de tekst ‘Knorreland’. Eigenlijk wist hij het wel, maar toen hij naar binnen ging schrok hij van de massaliteit van het geheel. De dieren hadden vrijwel geen bewegingsruimte. Rijen en rijen van metalen boxen elk iets groter dan het varken dat er in stond. Er was een bedieningspaneel en Peter zag al gauw dat de boxen voorzien waren van valdeuren die geopend en gesloten konden worden met een druk op een knop.

Er lag ook enig gereedschap en het mooist vond Peter de voorhamer. Hij stelde zich met dit attribuut op bij de toegangsdeur.

 

 

 

65

 

Het weekje rust had Jo goed gedaan. Hij was in ieder geval goed gehumeurd op het werk verschenen.

Op Theo’s vraag hoe het ging, zei Jo: “Het is ongelofelijk hoe snel een oog herstelt. Als je zo’n oog rust geeft geneest het snel. Dat hadden ze in het ziekenhuis al gezegd. Maar het deed wel een paar dagen verdomde veel pijn.

Weet je wat nou het gekke is, Theo? Ik zie bewegende lijntjes. Dat heb ik trouwens ook als ik bijvoorbeeld in het zonnetje op het strand lig. Als ik mijn ogen sluit, zie ik altijd bleke lijntjes en het vreemde is dat het er altijd uitziet als een tiet uit een striptekening. Een bolling en een tepel. De bolling fluctueert en vloeit steeds onder uit beeld.  Zo zie ik alle soorten borsten langskomen.”

“Tsja, ik vind het maar mager, Jo. Als ík mijn ogen dicht doe zie ik altijd heel realistische borsten, zowel klein en mooi, als groot en vlezig. Misschien komt het door je lenzen dat je cartoon borsten ziet? Dan moet je eens gaan denken aan laseren.”

“Ik laat mijn ogen van mijn leven niet laseren. Als je ouder wordt neemt de druk binnen je oogbol toe. Ik moet dan altijd denken aan die cartoons waarbij het figuurtje schrikt en zijn ogen enorm uitpuilen. Daarna moet ik denken aan een ballon en een speld. Dat is de reden dat ik nooit een laserbehandeling aan zal gaan.

Bij mijn nichtje is het trouwens gedeeltelijk mis gegaan, dus die percentages van geslaagde behandelingen zeggen mij niets. Ik zal waarschijnlijk net degene zijn bij wie het misloopt.

Ik zie prima met mijn lenzen, ik moet er alleen een brilletje bij op als ik iets wil lezen. Daar kan ik mee leven. Bovendien zou ik nog steeds een bril nodig hebben na het laseren, want volgens mij kunnen ze niet zowel min als plus in 1 keer behandelen.

Maar iets anders, heb je dat op het nieuws gehoord van die boer in Boxtel die in zijn stal door zijn eigen varkens is opgevreten? Er was niet veel van hem over.”

“Ja, ik zag het vanmorgen op mijn mobiel. Weten ze inmiddels al hoe dat kon gebeuren?”

“Nee, maar de boerenzoon zei dat het wel vreemd was, dat alle valhekken openstonden en de varkens los in de stal liepen.”

 

 

 

66

 

Peter was met de Nissan teruggereden naar station Boxtel, waar hij weer vermeed zijn vrije keuze dag te benutten voor de treinreis naar Haarlem. Hij kocht een enkele reis tweede klas bij een automaat. Vanaf station Haarlem volgde een heerlijke wandeling naar huis. De zon scheen en het was windstil. Hij kon net zo goed langsgaan bij Peper’s Pannenkoekenhuis. Een spekpannenkoek zou er wel in gaan.

Hij moest toch alles nog maar eens nalopen. De politie begreep nu vast wel dat Karel de gezinnen niet had bestraft. Ze zouden hem weer gaan zoeken. Welnu, zijn deelname aan een race op het circuit van Zandvoort zou hen niet bereiken. Daar was hij wel redelijk van overtuigd. Ze zouden op een gegeven moment de Aston Martin wel vinden, maar daar konden ze niks mee beginnen. Alleen in het haast onmogelijke geval dat ze hem aan die varkensboer bij Boxtel zouden koppelen, waren er wat losse eindjes. De taxichauffeur zou een signalement kunnen geven en misschien konden ze zijn pinpasbetalingen voor de treinreizen traceren. Maar dat was toch wel een speld in een hooiberg zoeken. Nee, daar hoefde hij niet bang voor te zijn.

Vertederd keek hij naar de tafel tegenover hem. Vader, moeder en 2 kleine kinderen. Er was een kinderstoel aangeschoven voor de een en de ander werd al groot genoeg bevonden voor een normale stoel. Amper boven de tafel uitstekend at hij met graagte zijn pannenkoek. De blozende wangen lieten zien hoe gelukkig hij was met zijn maaltijd. Het meisje in de kinderstoel werd gevoerd door pappa. Wanneer de vork naderde ging het mondje gewillig open.

Wat een voorbeeldig gezin. Geen gedrein of geschreeuw. De kinderen waren gezeglijk en gedroegen zich naar behoren. Zo hoorde het te zijn. En maar hopen dat ze niet elders verpest zouden worden. Het was, vond hij, ongelofelijk hoe er met kinderen werd omgegaan in veel scholen. Het leek wel of ze aangemoedigd werden zo hard mogelijk te gillen. Het idee dat hier achter zat was dat kinderen alles er uit moesten gooien om zich volkomen vrij te voelen. Er werd niet bij stil gestaan dat deze zelfde kinderen sociale vaardigheden moesten leren en daarom moesten leren rekening houden met anderen. Zijn vader was bakker geweest en hij had al snel geleerd er rekening mee te houden dat vader overdag diende te slapen als hij nachtdienst had. Lawaai maken was uit den boze.

 

 

 

67

 

“Ik zit nu alles van vorig jaar door te nemen, maar ik mis een verslagje van een bezoek aan de school van die moordenaar. Jan Palsma noemde destijds de naam Gerard Rouvoet en volgens mij zou jij toen naar die school gaan om te kijken of er een dossier was en misschien wel foto’s uit die tijd.”

Theo moest bekennen dat daar niets van was gekomen. Alles was in een stroomversnelling terecht gekomen en toen was er ineens een dode moordenaar.

“Dan moeten we als de donder gaan uitvogelen hoe we die Gerard Rouvoet te pakken kunnen krijgen. We kunnen alvast beginnen het internet af te struinen, Facebook, LinkedIn enzovoort.”

Terwijl Jo zich hiermee bezig hield, zou Theo alsnog gaan informeren bij de school die Jan Palsma had genoemd.

Jo vond op Facebook alleen een Gerard Rauvoet met a u. Over deze persoon was overigens niks te vinden. Die Facebook profielen waren soms akelig leeg. Verder kwam hij alleen uit bij een Gérard Rouffet uit Frankrijk. Daar hadden ze niet veel aan. Op LinkedIn was ook niks te vinden. Misschien zouden ze beter bij de Burgerlijke Stand kunnen kijken, of misschien zou er iets te vinden zijn bij providers. Daar zouden ze dan waarschijnlijk wel op problemen met betrekking tot de privacywetgeving stuiten.

Theo had meer geluk. Er waren inderdaad nog foto’s uit de periode dat Rouvoet op school had gezeten. Een gesprek met de huidige directeur van de school had hem naar de Facebook pagina geleid van een gepensioneerde leerkracht.  Deze was een groepspagina begonnen waar hij de wederwaardigheden van oud leerlingen, die naam maakten in het openbare leven, als muzikant, kunstenaar, acteur of schrijver, bijhield. Hij plaatste daarop ook regelmatig oude foto’s uit zijn eigen archief, opgebouwd in een periode van 40 jaar voor de klas. Ex-leerlingen plaatsten hierop ook regelmatig foto’s, herinneringen en weetjes uit hun schooltijd.

Gerard was op twee foto’s te bewonderen, maar er stond geen enkele herinnering aan hem op de Facebook pagina. De betrokken leraar zelf had ook geen enkele ‘actieve herinnering’ aan die scholier. Het VVD-jargon begon overal door te dringen, merkte Theo onwillekeurig op.

Met de twee foto’s zou hij in ieder geval Jan Palsma nog eens bezoeken. Maar hoe nu verder?

 

Die avond belden Gerda en Theo aan bij de familie Docus. Linda ontving hen hartelijk:

“Wat fijn, dat jullie er zijn. Je mag wel weten, Gerda, dat ik heel nieuwsgierig was naar Theo’s vriendin. Hij komt al zolang bij ons over huis, dat hij als familie voelt. Wees dus gewaarschuwd dat jij waarschijnlijk ook deel gaat uitmaken van de familie, als je definitief voor Theo kiest.”

Theo schoof wat ongemakkelijk heen en weer, maar Gerda waardeerde de klare taal en de warmte van Linda.

Ze gingen de huiskamer binnen, waar Jo uit zijn stoel opstond en in één beweging de tv uitschakelde. “Ik zat net naar het nieuws te kijken en het was heel aandoenlijk. Het ging over een geplande milieudemonstratie in Den Haag. Ze interviewden leerlingen op een school en er was een meisje dat zei niet mee te gaan protesteren. Ze zei dat we allemaal zélf iets moeten doen en gaf als voorbeeld: ’Als we nou stoppen met minder lang douchen.’ Zij lijkt mij nog niet klaar om te debatteren.

Maar vergeef me mijn manieren. Welkom Gerda, leuk dat jullie een hapje mee komen eten. Het woord ‘hapje’ kun je trouwens wel vergeten, want je wil niet weten hoelang Linda bezig is geweest in de keuken.”

Het driegangen-diner dat Linda had bereid was voortreffelijk en het gesprek vloog alle kanten op.

Het bleek dat Gerda en Theo in het weekeinde naar een babyshower van een hartsvriendin van Gerda zouden gaan.

Jo had daar natuurlijk direct een verhaal over.

“Ja, vorig jaar had Linda een babyshower van haar achternichtje. Voor mijn schoonmoeder betekende dat haar derde achterkleinkind.

Schoonmoeder vond het vreemd dat daar geen mannen bij mochten zijn. Zij dacht dat het ‘babysjouwer’ heette en een sjouwer is volgens haar altijd een man.”

“Het filmpje dat ik haar stuurde vond ze geweldig, het aansnijden van de taart, waar een kleurtje tevoorschijn kwam tegelijk met het klappen van ballonnen met roze confetti was voor haar een vondst van jewelste.

Ga jij even koffie zetten, Jo. Misschien nog een likeurtje er bij?”  “

Toen zij voldaan naar Theo’s huis liepen, zei Gerda: “Ik mag Linda heel graag en jouw collega valt mij alleszins mee. Zeker na alle verhalen die ik van jou heb gehoord.”

Theo lachte besmuikt. “Je zal nog wel van mening veranderen.”

 

 

 

 

68

 

Jan was zo vriendelijk om naar het bureau te komen, toen Theo hem belde met de vraag of hij hem wat foto’s mocht tonen.

Om 10.00 uur kwam hij binnenlopen bij de 2 rechercheur. Jo zette hem direct een kop koffie voor de neus.

“Ha, lekker man. Ik moet voor mijn bedrijf hier twee straten verderop zijn, dus het is voor mij wel zo handig om even langs te komen, in plaats van een andere afspraak te plannen. Wat wilde je me laten zien, Theo?”

“Nou deze twee foto’s. Is dit de man waar we over praten?”

Jan keek naar de voor hem liggende foto’s. “Zeker weten. Dat knaapje daar rechts, dat moet hem zijn. En ik heb nog eens nagedacht en ik herinnerde mij dat ik enkele maanden geleden een meisje uit mijn klas tegenkwam. Ik deed boodschappen bij de Dekamarkt aan de Planetenlaan en toen zat zij aan de kassa. Zij herkende mij direct. Zij is nooit uit de Indische buurt weggegaan en woont in haar ouderlijk huis. Misschien kan zij jullie meer vertellen over Gerard dan ik. Haar naam is Irene Plantinga.”

Natuurlijk volgden zij de raad van Jan Palsma op en bezochten de supermarkt, waar ze de vrouw inderdaad aantroffen.

Zij vertelde hun dat Gerard bij haar om de hoek woonde in de Minahassastraat. Hij was een paar jaar uit huis, maar kwam weer in het ouderlijk huis wonen, toen zijn vader verdween. Na een tijdje ging zijn moeder naar een verzorgingshuis en Gerard was daar blijven wonen. Een jaar of 15 geleden waren er nieuwe bewoners gekomen. Irene had geen idee wat er daarna met Gerard was gebeurd. Zij had nooit contact met hem gehad, ook niet destijds op school. Het was altijd een erg introvert persoon geweest en volgens haar had hij geen vrienden op school. Ze speelde zelf vroeger met een aantal kinderen uit de Minahassastraat, maar hij was er nooit bij.

Voor Theo en Jo betekende dit alles dat zij aan de overkant van de Rijksstraatweg navraag gingen doen bij bewoners van de Minahassastraat.

Ze voerden vervolgens gesprekken met een aantal mensen in de straat. De oudere bewoners herinnerden zich Gerard en een andere man, die het laatste jaar voor hij vertrok bij hem woonde, maar niemand van hen had omgang met hen. Uit alle gesprekken bleek dat Gerard en zijn vriend een zeer teruggetrokken leven leden. Een directe buurvrouw kon hen wel vertellen dat ze dezelfde huisbaas had als Gerard en zijn ouders. De nieuwe huurders van het huis waar Gerard woonde konden niets vertellen. Zij hadden de man zelfs nooit gezien.

De volgende stap was dan ook een bezoek aan de heer Zwart, de huisbaas van Gerard. Deze kon hen melden dat de huishuur 14 jaar geleden schriftelijk werd opgezegd.  Volgens de huisbaas woonde Gerard Rouvoet, naar hij dacht, alleen in het huis van zijn ouders.

 

 

 

69

 

“Podkrepa, Theo, we zitten vast. We weten niks over de geheimzinnige huisgenoot van die Rouvoet en hoe vinden we informatie om het gat van 14 jaar waarin die gek is verdwenen helder te krijgen? Bij het kadaster, het bevolkingsregister, waar?”

“Ik denk niet dat we dit als opsporingsambtenaar daar zelf kunnen opvragen. Waarschijnlijk moet er een vordering door de hulpofficier van justitie plaatsvinden.

Het is ook wel altijd een gedoe met die privacywetgeving. Je weet pas zeker dat het lukt om informatie te krijgen als een rechter een machtiging op een vordering van een officier van justitie afgeeft. We gaan dit aan meneer Wever voorleggen. We hebben gewoon informatie uit het gemeentelijk systeem nodig.”

 

De daad bij het woord voegend liepen zij het kantoor van Wever binnen.  Deze zat kennelijk met een onverwerkte ochtendgeschiedenis, want hij riep bij hun binnenkomst:

“Mensen behandelen hun huisdieren als mensen en andere mensen als beesten.”

Theo wist uit ervaring, dat het beter was Wever eerst zijn verhaal te laten vertellen, vóór ze ‘shop’ konden praten.

“Loop ik vanmorgen op straat, staat een vrouw de kont van haar hondje met een papieren zakdoek af te vegen en gooit die vervolgens op straat. Een klein meisje zegt tegen haar ‘Mevrouw, dat mag niet. Dat moet u opruimen.’

De vrouw raapt de zakdoek op en wrijft hem in het gezicht van het kind.”

“Wat hebt u toen gedaan, meneer Wever?”

“Ik heb mij bekend gemaakt, haar adres genoteerd en hier op het bureau een klacht tegen haar ingediend. Maar voor ik naar het bureau ging heb ik het kind naar huis gebracht en de ouders ingelicht. Die hebben mij gevraagd stappen te ondernemen.”

Jo applaudisseerde en zei: “Meneer Wever, u bent 2 meter in mijn achting gestegen. Ik word er vaak niet goed van hoe mensen met hun huisdier omgaan. Jezelf pappa en mamma van je hond noemen is nog tot daar aan toe. Een Mexicaanse naakthond kopen en hem een gebreide trui aantrekken is van de zotte en dan kan ik nog extremere zaken bedenken!”

Theo viel hem bij: “Ze hebben het tegenwoordig vaak over zoönose. Dat is een ziekte of infectie die van dier op mens overspringt. Wij hebben het hier over een ander ziektebeeld, dat de mens zichzelf aandoet, namelijk het vermenselijken van dieren.

Zoölogische virussen kunnen zich verstoppen in andere soorten en daardoor niet uitgeroeid worden. Ze passen zich aan nieuwe gastheren aan. De commercie vormt het virus dat mensen bevordert in het idee dat een dier menselijk is, door het aanbieden van allerlei onzinnige producten.”

Jo sprong hier enthousiast op in: “Ja en virusjagers zijn wetenschappers die op zoek gaan naar dieren die virussen overdragen aan de mens.
Eigenlijk zijn wij ook virusjagers. In ons geval is het virus een dierlijk mens dat doodt. Dat brengt me dan bij een dierlijk mens, waar wij op jagen.”

Vervolgens bracht Jo zijn chef op de hoogte van de laatste ontwikkelingen met betrekking tot Gerard Rouvoet. Wever beloofde direct stappen te ondernemen.

 

 

 

70

 

Vanuit de koffiecorner van de Dekamarkt aan de Planetenlaan had Peter twee mannen zien praten met Irene. Hij had haar bij binnenkomst al gezien en was snel de koffiecorner ingedoken. Het was hem duidelijk dat hij ervoor moest zorgen hier niet te worden herkend. Het bleek maar weer dat zijn keuze voor een boodschappenbezorgdienst en uitstapjes naar de anonimiteit van een weekmarkt een goede was. Nadat hij door het raam de twee mannen de Minahassastraat in had zien lopen, verliet hij onopvallend de supermarkt en stak de Planetenlaan over om zijn fiets te pakken, die hij bij het voormalige Haarlem stadion tegen het hek had gezet. Bij de ondergrondse afvalcontainers laadde een vrouw een aantal zakken uit haar tweewielbakfiets en gooide ze achteloos naast de containers op de grond. Een enorme woede maakte zich los in Peter. Hij holde naar zijn fiets en racete achter de bakfiets aan, die inmiddels de hoek om was gegaan de Korteweg op.

De woede stuwde hem voort en zorgde ervoor dat hij ternauwernood de soepel fietsende jonge vrouw bij kon houden. Gelukkig bleek zij niet ver te hoeven. Voorbij de Gouden Lelie sloeg zij linksaf de Preangerstraat in. Zij hield halt in de Timorstraat. Hij prentte het huisnummer in zijn geheugen voor het nachtelijk bezoek dat hij zou afleggen.

Deze vrouw moest worden gestraft. De hele samenleving ging naar de verdommenis door dit soort lui.

Vroeger had je borden met: ‘Laat niet als dank voor het aangenaam verpozen, de eigenaar van het bos de schillen en de dozen.’

Tegenwoordig werd alles maar neergesmeten. In het park had hij verlaten wegwerp barbecues gezien met hopen plastic en papier ernaast en afgekloven botten. Vroeger moest hij het wikkeltje van zijn kauwgum in zijn zak steken en thuis weggooien en het was helemaal verboden het uitgekauwde stuk op straat uit te spugen. Ook dat werd meegenomen als er geen prullenbak in de buurt was.

De keuze voor verwerking van dit stuk menselijk vuil was moeilijk. Moest hij haar als voorbeeld stellen en daardoor misschien veel aandacht op zichzelf vestigen, of moest hij gewoon aan afvalscheiding doen?

De mannen in de supermarkt indachtig besloot hij tot het laatste.

Peter fietste naar huis om voorbereidingen te treffen in zijn gastenverblijf onder de grond. Alles moest er spic en span uitzien, dat had hij wel van zijn moeder geleerd. Ook al waren de gasten onwelkom en van nature smoezelig, reinheid was het eerste gebod.

Nadat de grote schoonmaak was voltooid, zette hij zich aan een lichte maaltijd, want hij was voorzichtig met zijn Helicobacter probleem. Er was een ontsteking van de maagwand geconstateerd. Hij had te horen gekregen dat de weerstand van zijn maagslijmvlies kon verminderen door overmatig alcohol- of koffiegebruik, roken, bepaalde medicijnen, stress of door infectie met een bacterie, de Helicobacter pylori.

Daarom beperkte hij zich tot maximaal twee glazen wijn per dag en niet meer dan 3 kopjes koffie. Gelukkig rookte hij al 30 jaar niet meer. De grote uitdaging voor hem was om stress te voorkomen. Zo’n achtervolging als vandaag leidde direct tot brandend maagzuur. Hij kreeg dan pijn in de bovenbuik in combinatie met misselijkheid en een opgeblazen gevoel. Z’n klachten verergerden ook na het eten. Daarom kreeg hij Omeprazol, want dit zorgde voor minder maagzuur. De tabletten moest hij heel slikken, zonder te kauwen. Dat lukte niet altijd en dan roerde hij het tablet in een half glas water.

 

 

 

 

71

 

Een nieuwe dag vond Jo en Theo aan het bureau van meneer Wever. Deze was vol over zijn beslissing om het donorcodicil te tekenen. Hij had zich de avond ervoor als donor geregistreerd.
Met een heel serieus gezicht vroeg Jo: “Maar hoe zit het nou als je schijndood blijkt te zijn? Kun je ook een schijndonatie doen?”

“Jezus man, wat is dat nou voor een flauwe grap.”

Het bleek echter dat Willem direct uit zijn tunnel was gehaald door deze opmerking. Dat kwam mooi uit, want Wever kon heel lang van stof zijn zodra het ethische, esoterische of spirituele onderwerpen betrof.

“Oké, mannen, dan het nieuws. Gerard Rouvoet heeft inderdaad op het door jullie gevonden adres gewoond en is daar 14 jaar geleden vertrokken. Daarna is hij echter van elke radar verdwenen. Hij staat bij de lokale en landelijke overheid nergens geregistreerd. Er wordt zelfs geen belastingaangifte op die naam gedaan. De naam komt ook niet voor bij bijvoorbeeld het UWV. We zijn nu in het verleden aan het spitten om een werkgever van deze man te vinden. Vooralsnog hebben we geen succes.”

“En hoe zit het met die man die een jaar bij hem heeft gewoond.”

“Dat is een groot onbeschreven vel. We hebben daar geen enkel aanknopingspunt.

Het ziet ernaar uit dat we afhankelijk zijn van een fout die hij maakt bij een eventueel nieuw slachtoffer. Dat is een heel vervelende en tragische uitgangspositie.”

 

Somber gestemd verlieten de mannen Wevers bureau.

Theo was de eerste die sprak: “Ik ga dit maar even uit mijn hoofd zetten. Wat een ellende. Gelukkig ben ik vanavond bij Gerda. Ik heb beloofd haar achter de bar te helpen. Dat wordt de tweede keer en het is hartstikke leuk werk.”

Jo antwoordde: “Ik blijf gewoon heel somber, want ik moet van Linda vanmiddag naar een begrafenis van een oom. Podkrepa, dat is voor mij wel het meest onzinnige om te doen. Een reden om vrij te nemen is prima, maar dan graag zonder begrafenis.”

“Wat is dat Podkrepa, Jo? Ik hoor je dat vaker zeggen.”

“O dat gebruik ik tegenwoordig als scheldwoord. Zo klinkt het tenminste in mijn oren. Ik mag van Linda niet zoveel vloeken, maar om steeds ‘bloemkolen’ te gaan roepen vind ik niks en toen kwam ik dit toevallig tegen. Het schijnt een Bulgaars vakbondscentrum te zijn.”

 

 

 

 

72

 

Hij had haar uitgekleed en nu lag ze op een stuk plastic op een onderzoekstafel. Bij het uitkleden was zijn vermoeden bevestigd. Zij had onnatuurlijke materialen in haar lichaam laten plaatsen. Zowel de billen als de borsten zagen er zeer onnatuurlijk uit.

Hij wachtte tot ze bij kennis zou komen.

Carole merkte dat zij haar ledematen niet kon bewegen. De fijne haartjes op haar lichaam stonden overeind. Ze besefte dat zij naakt was en dat een vreemde man, die op een stoel zat, haar intensief bestudeerde. Tranen begonnen op te wellen in haar ogen, toen de angst toesloeg. Ze trilde ongecontroleerd. Spastische bewegingen vlogen door haar lichaam.

“Mooi, je bent wakker. Dan kunnen we eindelijk beginnen. Ik zal je uitleggen waarom je hier ligt. Het viel mij op dat jij je niet veel aantrekt van ons milieu, terwijl dat juist voor ons nageslacht zo belangrijk is. Wij hebben de taak deze wereld gezond te maken. Jij houdt je niet aan de regels van onze maatschappij. Je hebt er schijt aan en smijt je vuilniszakken gewoon op straat. Dat is afkeurenswaardig en daarom ga ik je laten zien hoe je afval moet scheiden en weggooien. Je zult overigens niet het hele proces bewust mee kunnen maken.

Kijk, hier heb ik de instrumenten waarmee ik het afval ga scheiden.”

Peter wees op een selectie van messen, tangen en zagen, die op een trolley aan het voeteneinde van de tafel lag. Daarnaast stond een groene bak, een zwarte bak, een oranje bak en een met het opschrift ‘chemisch afval’.

Carole wilde gillen, met haar armen slaan en met haar voeten trappen. Haar tong perste zich onsuccesvol tegen de prop in haar mond. Haar angst kon niet ontsnappen en zat samen met haar gevangen in het immobiel gemaakte lichaam.

“Botten mogen in de groenbak, vlees echter niet. Nagels en tanden weet ik eigenlijk niet. Er staat niets over in de voorlichting van het afvalverwerkingsbedrijf. Dat zal ik dus maar bij het restafval doen. Je borst- en bilimplantaten kunnen denk ik bij het plastic afval en ik denk dat je fillers bij het chemisch afval moeten. Daar zal ik maar mee beginnen. Met een snelle haal van een scalpel trok hij de onder- en bovenlip open.

 

 

 

 

73

 

Jo was somber gestemd. Hij had een hekel aan begrafenissen en crematies. Er wilde bijna altijd te veel mensen een woordje spreken ter nagedachtenis.  ‘Woordje’ was een eufemisme. Er waren enorm breedsprakige figuren bij en dan duurde en duurde het maar. Vervolgens moest er dan nog afscheid worden genomen bij een open kist. Jo vond dat kolder. Die persoon was volgens hem allang uit dat lichaam vertrokken. Men zat te snikken bij een leeg omhulsel. Die hele ceremonie rond de dood was verschrikkelijk. Je moest gewoon die kist dichttimmeren en aan vaklieden meegeven voor begrafenis of crematie. Je kon zelf beter een feestje gaan bouwen ter nagedachtenis aan de dierbare. Afscheid nam je van iemand die nog leefde, daarna was het niet meer nodig. Hij hoopte ook dat het zo geregeld zou kunnen worden bij zijn eigen begrafenis. Dan mochten ze van zijn centjes een leuk feest organiseren. Waarom niet? Andere tradities werden toch ook gewijzigd of afgeschaft? Kijk alleen maar naar dat Zwarte Pieten-gedoe.

Toen hij Theo in het oog kreeg had hij meer dan genoeg van de hele zaak en om vragen te voorkomen opende hij zelf met een vraag:

“Ik vraag mij af als een lijkauto een ongeluk krijgt, schrijft de journalist dan ‘twee gewonden en 1 dode’?”

Het was kennelijk gelukt om Theo in verwarring te brengen, want deze verstarde met een half uitgestoken hand om zijn condoleances uit te spreken.

Theo herpakte zich en zei: “O, ik zie het al. Je wil er niet over praten. Dan zal ik je wat opvrolijken met mijn belevenissen van gisteravond. Ik stond achter de bar, toen drie gasten een potje blufpoker gingen doen. Degene die verloor moest een rondje geven. Dat ging in zo’n hoog tempo, dat er op een gegeven moment één van zijn kruk lazerde. Gerda zei daarna, dat we hun niet meer konden schenken. Eerst reageerden ze vrij opstandig, maar je moet het Gerda nageven, ze waren binnen de kortste keren als was in haar handen en ze verlieten braaf de zaak.”

“Dat ken ik nog wel van vroeger, maar wij gaven elkaar bij verlies een zevenklapper of een kanonslag. De een troefde de ander af. Dan kreeg je in één keer 7 biertjes voor je neus.” Jo’s stemming was omgeslagen. Hij vertelde steeds enthousiaster over de uitgaanservaringen in zijn jeugd.

Breed gebarend om zijn verhaal te illustreren stapte Jo het gebouw binnen, waar Willem hen direct aanschoot.

“Er is weer een lijk gevonden, of liever er zijn delen van een lijk gevonden.”

Spoedig maakte Willem hen deelgenoot van het hele verhaal. Een medewerker van de vuilstort was bij het GFT-afval op botten gestuit, die hij meende te herkennen als van menselijke oorsprong. Een eerste conclusie van het team was dat het waarschijnlijk om een jonge vrouw ging. Er werd nu verder onderzoek aan de verzamelde botten gedaan.

“Hebben we al bericht van een vermissing binnen? Enig idee wie dit zou kunnen zijn?”

“Nee, helemaal niets, maar zodra er meer informatie is laat ik het jullie weten.”

Theo bedacht zich dat zij zelf een direct contact hadden bij ‘Vermissingen’.

“Kom,” zei hij tegen Jo, “we gaan Bas even een bezoekje brengen. Hij zit tenslotte het dichtst bij de bron.”

Bas beloofde hen te waarschuwen zodra er een melding van vermissing binnenkwam.

 

 

 

74

 

Het belletje van Bas bracht de volgende dag het vermoeden van een aanknopingspunt.

“Hoi Theo, er is een melding binnengekomen van ene Bennie de Heer. Hij gaf aan dat zijn vriendin, Carole Wijfje, al 4 dagen niet thuis is geweest. Jullie verhaal indachtig vroeg ik naar haar leeftijd en ze is 28 jaar. Ik heb een adres voor jullie en een telefoonnummer.”

“Dank je Bas, we gaan direct bij hem langs.”

“Kom op Jo, we hebben mogelijk beet. We gaan eens kijken wat meneer de Heer ons te vertellen heeft.”

Dit plan werd direct getorpedeerd toen zij op weg naar buiten meneer Wever tegenkwamen. Deze was kennelijk ergens vol van. Hij hield hen tegen en begon plompverloren aan een monoloog:

“Is het je opgevallen dat in vrijwel alle religies op dezelfde manier wordt aan- of gebeden? Voorovergebogen op de knieën. Dat is de beste houding om gepenetreerd te worden. Vrouw of man, maakt niet uit. Het geloof moet erin!”

Willem Wever was kennelijk in een contemplatieve stemming.

“Alles is energie. Als foetus komt die energie in je. Ga je dood verdwijnt het weer uit je lijf en voegt zich bij alle andere energie. Er is geen bewustzijn meer en je eindigt in een zwart gat.”

Jo reageerde op deze ontboezeming van zijn chef door te antwoorden: “Dat is geweldig, meneer Wever! Een religieuze beleving zonder instituut met regels. Als alle mensen op de wereld hun geloof nu eens individueel gingen beleven, zonder voorschriften en regeltjes van een kerkelijke kliek, die het alleen maar om politieke invloed gaat, zou de wereld een stuk vriendelijker en vredelievender zijn. Geen fanatici, die bereid zijn iedereen op te blazen met het idee dat ze voor altijd zijn gezegend. Het idee van terugkeer tot kale energie in plaats van de aankomst in een hemel met maagden die je ten dienste staan, zou een heleboel van dat soort acties kunnen voorkomen. Die gasten beseffen trouwens in hun domheid niet dat die toegewezen maagden binnen de kortste keren geen maagd meer zouden zijn door hun eigen toedoen.”

Theo deed ook een duit in het zakje: “Ik las toevallig iets over een nieuwe theorie. Deze wetenschappers geloven dat donkere materie eigenlijk bestaat uit kleine zwarte gaten, die de sterrenstelsels tegenwicht bieden, zodat de sterren niet als in een slacentrifuge uit elkaar geslagen worden en alle kanten opgaan. Er ontwikkelen zich baby sterrenstelsels die imploderen tot zwarte gaatjes.”

“Ha, meneer Wever, zou dat betekenen dat als we dood gaan we in baby zwarte gaatjes komen? Dat is dan écht een nieuw begin.”

Willem was door de reactie van beide rechercheurs direct ontnuchterd. “Laten we dit maar als koffiepauzegesprek beschouwen, dan kunnen jullie nu direct aan het werk.”

 

Lopend op de gang, kon Jo het niet nalaten tegen Theo te zeggen: “Waarom moest je het er nou zo dik bovenop leggen met je zwarte gaten. Als je de ideeën van meneer Wever zulke flauwekul vindt, hoef je het er niet zo in te wrijven.”

Theo was stomverbaasd. “Jullie zitten een beetje te filosoferen van de kouwe grond en dan kom ik met een echt wetenschappelijke ontdekking en word ik door jou afgeserveerd! Het moet niet gekker worden.”

“Oké, oké, vergeet het. Laten we naar die meneer de Heer gaan.”

 

 

 

 

75

 

De voordeur stond open en een man in een hemd en een lijf vol tatoeages stond met zijn rug naar de deuropening. In de smalle gang probeerden 2 mannen een kast de huiskamer in te manoeuvreren.

De man draaide zich om toen Theo een roffel op de voordeur gaf.

“Wat moeten jullie?”, vroeg de met een forse bierbuik gezegende man.

“Wij zijn van de recherche. Heeft u opgaaf van een vermissing gedaan?”

 

De naam die bij de man behoorde, bleek Bennie te zijn. Dat kwam voorbij in een enorme woordenstroom, waarbij hij flink afgaf op zijn vriendin.

“De trut zal er wel vandoor zijn. Dat mens heeft me klauwen met geld gekost. Nieuwe tieten en billen, liposuctie, fillers, neuscorrectie en dan heb je eindelijk iets leuks, neemt ze de benen. Maar wel raar dat ze al haar kleren, luchtjes, sieraden en schoenen hier laat. Ze zal wel een rijke vent tegen het lijf zijn gelopen.”

Uit Jo’s darmen steeg een machtig gerommel op. Hij wrong zich langs Bennie en met zijn hand tegens zijn achterste rende hij de trap op en dook de badkamer in. Bennie en de kastensjouwers keken hem vol verbazing na.

“Wel verdomme,” sputterde Bennie, “dat gaat zo maar niet! Politie of niet ik smijt je m’n huis uit.”

Hij nam een paar grote stappen de trap op, maar hield stil toen hen een enorme reeks scheten vanuit de badkamer tegemoet donderde. In plaats zich te excuseren, riep Jo: ”Gelukkig, mijn overdrukventieltje werkt nog goed!”

Die geneert zich ook nergens voor, mompelde Theo.

Bennie brieste van woede maar ging niet verder naar boven.

Opgelucht kwam Jo weer tevoorschijn. Hij zag de woedende Bennie naar hem opkijken.

“Sorry man, ik kon het niet inhouden en anders had het hier in je gang gelegen. Nu is het netjes doorgespoeld en heb je alleen even last van een luchtje. Gewoon even niet naar binnen gaan.”

Samen wisten ze Bennie te kalmeren en konden terugkeren met een duidelijke beschrijving van Carole, alsmede een foto. Ook vertelde hij dat ze kennelijk was vertrokken met haar tweewielbakfiets.

Op de weg terug moest Jo zelf smakelijk lachen om het voorval in Bennies huis. Hij keek in het misprijzende gezicht van Theo en reageerde met:

“Wat nou Theo? Flatuleren helpt tegen dementie, dat moet je gewoon laten gaan.”

Theo kon het sarcasme niet uit zijn stem houden toen hij zei: “Ja, je begint natuurlijk al aardig op leeftijd te komen, dus ik begrijp je uitbarsting.”

Jo besloot hier niet op te reageren en ging in plaats daarvan over op het onderwerp ‘Bennie’.

“Wat vond jij nou van die ‘buik’ met zijn tattoos? Hij heeft zijn vriendin helemaal naar zijn wensen laten ombouwen. Snap je zo’n meid nou? Ik kan me bij seks tussen die twee alleen maar voorstellen dat ze het heel passief ondergaat. Ze kan in ieder geval plaatjes kijken.”

Ik snap het ook niet Jo, ik ben zelf ook niet zo voor tattoos. Het is zo zonde van een mooi velletje. Al wil ik bij hem natuurlijk niet van een ‘mooi velletje’ spreken. Ik hoop niet dat Gerda ooit het idee krijgt een tatoeage te nemen.

Ik heb trouwens eens een verhaal gelezen van Ray Bradbury. Het heette ‘De Geïllustreerde Man’ en ging over een vent die een tatoeage over zijn hele lichaam kreeg van een beroemde kunstenaar. Daarna was hij volkomen vogelvrij. Zijn huid was zeer gewild.”

Jo rilde: “Weer een reden om niet aan die malligheid te beginnen, Theo. Maar wat wij in deze zaak bij de hand hebben is enger dan een verhaaltje over een man die in angst leeft gefileerd te worden. Het wordt alsmaar erger. Als we maar eens een doorbraak zouden krijgen om die lijpo in z’n kraag te vatten.”

 

 

 

 

76

 

Peter fietste terug van de weekmarkt in Velserbroek, toen ter hoogte van McDonalds een knaap op een elektrische step vlak voor een bus over de busbaan schoot en hem bij die manoeuvre bijna omver reed. De jongen begon meteen tegen Peter te schreeuwen: “Vieze ouwe homofiel. Sodemieter op met je bejaardenfiets.”

De knaap reed zonder om te kijken langs het ziekenhuis en stak over naar de Vondelweg, waar hij linksaf sloeg.

Peter was ziedend en besloot hem niet uit het oog te verliezen.

De aso had van die witte staafjes in zijn oren, waarmee hij volgens Peter een gevaar op de weg was. Meestal hadden die gasten een of andere dreunende beat op hun oren, waardoor ze het verkeer om zich heen totaal vergaten.

‘Elektrische step’, was een volstrekt onjuiste benaming. Het was namelijk niet nodig om een poot uit te steken om te steppen. De bedoeling van het voertuig was om iemand staand op een plankje te transporteren. Voor een step ging het verdomde hard. Het was weer zo’n gevaarlijke toevoeging aan een diversiteit van voertuigen. En alles moest gebruikmaken van de meestal smalle fietspaden, zelfs als een voertuig zo breed was als het fietspad zelf.

De step ging rechtsaf de Palamedesstraat in. De bestemming bleek bereikt.

Het was voor Peter nu zaak om noodzakelijke informatie te verzamelen

zonder opgemerkt te worden door de buurtbewoners.

Hij merkte al snel dat hier van enige gemeenschapszin sprake was. Een drietal vrouwen was frequent buiten aanwezig. Hun kleine kinderen speelden onder hun toezicht op straat. Zij hadden daartoe stoelen bij hun voordeur gezet. In de avond werden er nogal wat honden uitgelaten. Hun baasjes hadden de locatie aan de andere kant van de Vondelweg voor dat doel uitgekozen. Daar lag een stukje ‘natuur’. Volgens hem zou je flink op moeten letten bij het wandelen, aangezien plastic zakjes daar kennelijk niet werden gebruikt.

Al met al was het hem na een aantal dagen duidelijk dat hij hier niet in actie kon komen. Hij zou de dagelijkse routine van de knaap zelf moeten bestuderen.

Dagenlang trok hij de gangen van Mac na. Dat was de naam die hij de jongen had gegeven. Hij was tenslotte in zijn leven gekomen vanuit een vestiging van McDonald’s. Welke locatie zou het meest geschikt zijn voor zijn plannen. Al snel bleek dat Mac vaak via de Schoterbrug naar Schoteroog ging. Dit was gelegen aan de Mooie Nel, een zijtak van het Spaarne. Daar was genoeg gelegenheid om hem op te pikken. Gewoon het juiste moment afwachten.

Nu deze beslissing was genomen, fietste Peter vanaf Schoteroog de Hofmanweg op om een biertje te nemen van brouwerij ’t Uiltje. Hij installeerde zich op het met een pallethek afgezet terras en genoot van zijn IPA.

 

 

 

77

 

Iemand belde aan de voordeur en gelijktijdig ging de telefoon over. Terwijl Linda naar de voordeur liep, haastte Jo zich naar het bijzettafeltje om op te nemen.

“Goedendag, spreek ik met de heer Docus?”

Toen Jo hier bevestigend op antwoordde, klonk het volgende:

“Meneer Docus, ik bel namens energiemaatschappij…”

Voordat de stem door kon gaan, zei Jo:

“Ah, u gaat mij iets verkopen.”

“Nee, nee, ik wil u alleen aanbieden om …”

“Ja, ik zei het al, u wilt mij iets verkopen. Ik kan u echter verzekeren, dat wanneer ik iets nodig heb, ik uitstekend in staat ben zelf te informeren naar hetgeen beschikbaar en wenselijk is. Veel geluk in de rest van uw carrière.”

Hij hing op en verzuchtte tegen zijn vrouw, die net weer binnenkwam: “Dat Bel-me-niet Register helpt ook geen bal. Ik denk dat we ons vaste abonnement maar moeten afschaffen en alleen nog maar mobiel bellen.”

 

“Je wil het niet geloven, Jo, maar terwijl jij aan de telefoon was, wimpelde ik een colporteur van Eneco aan de deur af.”

Op dat moment rinkelde de telefoon weer.

Woedend nam Jo op: “Ik heb net al…”

Voor hij door kon gaan, klonk de stem van Wever.

“Hallo Jo, ik wilde je zo snel mogelijk laten weten dat het rapport over de vrouw op de stortplaats binnen is. Het is inderdaad Carole Jansen, de vriendin van meneer de Heer.”

 

Opnieuw klonk de voordeur bel. Jo, begon opnieuw te koken en riep tegen Linda: “Ik zal dat varkentje wel even wassen.” Hij trok de deur met een woeste ruk open en keek recht in het gezicht van Theo.

“Dat is gek, het leek wel of je in 1 keer leegliep”,  zei Theo terwijl hij langs Jo de gang in stapte.

De koffie werd geschonken en Theo kreeg er een stuk zelfgebakken appeltaart bij. “Heerlijk Linda, wat maak jij altijd lekkere appeltaart. Die rozijnen erbij zijn voortreffelijk.”

“Ja ik laat ze altijd wellen in rum en eigenlijk hoort er nog een kaneellikeurtje bij. Dat zullen we maar niet doen, midden op de dag.”

Jo brak in en vroeg: “Heb jij ook een telefoontje van Wever gehad?”

“Jazeker en ik kan je nog meer vertellen. Ze hebben namelijk na een melding ook de tweewielbakfiets van Carole teruggevonden en weet je waar? Op de Midden Duin en Daalseweg in Bloemendaal.”

“Dat is een eind uit de richting.”

“Ja, dat is het zeker. Maar dit betekent misschien wel een doorbraak. Onze jongens zijn nu de afvalbakken van dat adres aan het controleren, want in de plastic bak vonden zij siliconen implantaten en in de bak voor het restafval grote stukken vlees. De eigenaar van het pand staat onder verdenking en wij hebben als taak hem te verhoren, zodra hij thuiskomt. Z’n dochter zegt dat hij meestal om vier uur thuis is.”

 

De rechercheurs stonden te wachten op de thuiskomst van de bewoner van de Midden Duin en Daalseweg. Jo stond zich verwoed te krabben.

“Ik snap het niet. Een mug heeft 1 druppeltje bloed nodig om zijn kroost te voeden. Dat mag ie van mij zo hebben. Maar waarom word ik zo gepest door het kreng? Voordat ie gaat zuigen brengt ie een stofje in mijn lijf, waardoor ik 3 weken lang een onbedaarlijk jeukende bult heb. Ik ben gewoon een onvrijwillige bloeddonor. En dat terwijl ze me bij de Bloedbank niet wilde hebben.”

“Waarom niet, Jo?”

“Ze zeiden dat mijn stamcellen te veel jaarringen hebben.”

“Je kan ook nooit eens ernstig zijn, hè?” zei Theo zich omdraaiend. Voor op de weg stond een man naar hen te kijken. Hij wendde zijn gezicht af en liep snel door naar de Karmeltrap, waar hij uit het zicht verdween.

“Een nieuwsgierige buurtbewoner, denk ik”, zei Jo.

 

 

 

 

78

 

Peters oog werd getrokken door een hevig krabbende man op de oprijlaan van het huis waar hij het afval had gedumpt. Achteraf was het niet zo verstandig geweest dat hier te doen. Hij had de zwarte afvalbak weg willen halen en elders legen, maar nu stonden hier overduidelijk twee politiefunctionarissen voor het huis.

Ze waren er sneller bij dan hij had verwacht. Hij had die fiets hier niet moeten achtergelaten, maar hij had zo snel mogelijk thuis willen opruimen en was daarom met die bak teruggefietst met het idee hem de volgende dag weg te rijden. De fiets mocht niet bij hem worden gezien, dus had hij hem neergezet om het laatste stukje te lopen.

Daarna had hij helemaal niet meer aan de fiets gedacht tot vandaag. Maar zowel de fiets als de afvalbak was nu buiten zijn bereik.

Hij moest goed nadenken, hoe hij de politie weer weg kon leiden uit deze wijk.

Mac zou hier goede diensten kunnen verlenen. Zijn bestelling bij Bol.com zou morgen komen. Hij kon het pakket online volgen en vanavond zou het duidelijk zijn op welk tijdstip hij thuis diende te zijn. Hoewel je niets aan een pakket kon zien, wilde hij toch niet dat er een briefje in zijn bus zou liggen met de mededeling dat het pakket bij z’n afwezigheid bij de buren was bezorgd.

Voor de verandering zou hij de handleiding nu eens goed lezen. Meestal nam hij een apparaat op goed geluk in gebruik, maar dit was natuurlijk een serieuze zaak. De herinnering aan een episode uit een boek van de Amerikaanse journalist Carl Hiaasen stond hem nog bij. Een plastisch chirurg nam daarin een liposuctie-apparaat in gebruik zonder de handleiding te lezen en had meer weggezogen dan het bedoelde vet.

Grappig dat ‘zijn’ Carl de aanschaf van dit apparaat mogelijk had gemaakt. Peter Carl, om precies te zijn. De man die hij toevallig had ontmoet, waarna ze samen doorgezakt waren in Amsterdam.

Peter was bij hem ingetrokken en het duurde niet lang of hij had z’n hele levensverhaal opgehoest. Eerst was alles fijn, maar al spoedig begon Peter te slaan en dat was een echo van de ervaringen met z’n eigen vader. Niemand buiten hun eigen huis had ooit vermoed dat hij als kind regelmatig slaag kreeg. Het was de voornaamste reden dat hij nooit contact met andere kinderen zocht. Met z’n vader had hij op een gegeven moment kunnen afrekenen. Z’n moeder had altijd gedacht dat haar man haar had verlaten en hij had haar in die, door hem gecreëerde, waan gelaten.

Peter mocht niet verder gaan op de weg van zijn vader, maar hij mocht wel verder gaan op de weg die hijzelf ooit voor zijn vader had bedacht. Hij had daarna de huur opgezegd en was in het huis getrokken dat op Peters naam stond. Peter had het geërfd nadat zijn ouders bij een ongeluk in het noorden van Pakistan waren omgekomen. Hij wilde niets met zijn ouderlijk huis te maken hebben. Gerard Rouvoet werd op dat moment Peter Carl Engerling en met de papieren van zijn voormalige huisgenoot kon hij zich als zodanig presenteren.

 

 

79

 

De resten in de groenbak kwamen overeen met de gevonden botten op het afvalbrengstation in de Waarderpolder. DNA-sporen op de siliconen implantaten uit de plasticbak werden gecontroleerd en ook de resten in de restafvalbak werden onderzocht.

Bij de teamvergadering van Wever werd alles weer eens op een rijtje gezet. Willem was in de weer met een grote flipover op een driepoot. Een medewerker kwam haastig binnenlopen.

“Een bericht uit Duitsland meneer Wever, ze hebben de gezochte Aston Martin gevonden.” Hij keek op zijn briefje en zei: “Hij stond net over de grens in de Bahnhofstrasse in Kaldenkirchen, vlak bij het station.”

“Hmm, een station. Waar gaat de trein naartoe?”

Theo keek al op zijn mobiel. “Die trein gaat naar Venlo.” Hij keek verder. “En van Venlo kun je via Eindhoven naar Amsterdam.”

“En overstappen naar Haarlem”, vulde Wever bedachtzaam aan. “We moeten dit uitstapje van onze man maar eens nader gaan bekijken. Jij neemt contact op met Kaldenkirchen, jij neemt contact op met Venlo.” De vinger van Wever wees beurtelings een medewerker aan. “Theo en Jo, jullie nemen het hele treintraject onder de loep. Daar moet iets te vinden zijn. Neem contact op met alle districten op de route.”

 

Alle telefoons stonden binnen de kortste keren roodgloeiend. De auto bleek net buiten de P+R-locatie Parkplatz Bahnhof gestald te zijn. Die parkeerplaats werd als ‘niet handig’ beschreven. Je moest je van hier door hoge struiken worstelen over een natuurlijk gevormd paadje naar het perron.

De jongens die bij de politie in Venlo informeerden kregen te horen dat er niet lang ervoor een pas gedolven graf gevonden was op de Duitse oorlogsbegraafplaats bij Ysselsteyn. Het graf was gegraven naast die van de Nederlandse collaborateurs en SS’ers. Er stond een bordje bij met: ‘Deze was vergeten’. Het was onbegrijpelijk dat niemand dit eerder had opgemerkt. Het stoffelijk overschot was naar Eindhoven gebracht voor onderzoek, zo werd gemeld.

Willem Wever zocht direct zelf contact met Eindhoven en informatie werd uitgewisseld.

 

Intussen volgden Theo en Jo het spoor van Venlo naar Amsterdam. Jo had alle tussenstations op de route genoteerd en Theo begon bij de halte Boxtel bedachtzaam aan zijn kin te plukken. “Er was iets met Boxtel.”

“Ja, daar was een boer opgevreten door zijn varkens”, herinner ik me.”

“O ja, een waanzinnige gebeurtenis en er staat me iets van bij dat het niet helemaal klopte. Ik ga dit even opzoeken.”

Even later kwam Theo terug de kamer in: “Ik dacht al dat er iets vreemds mee was. Sorry, dat klinkt niet. Op zich is het opgevreten worden door je eigen varkens al vreemd. Maar de zoon van die boer zei dat alle valhekken openstonden en de varkens los in de stal liepen. Volgens hem kon dat helemaal niet.”

Jo stond op: “Hier moeten we zelf maar op af gaan. Kom, we rijden naar Boxtel.”

 

Hun tocht was niet vergeefs, want niet alleen konden ze het verhaal van de zoon zelf aanhoren en het mechanisme van de varkensstal bekijken, maar ze kwamen via de lokale politie ook in contact met een taxichauffeur, die de man van de politieschets herkende als zijn passagier naar de boerderij op de dag van het ongeluk in de varkensstal. Een ander gegeven dat zij meekregen, was dat de Nissan van de overleden varkensboer gevonden was op de Parallelweg Noord, vlak bij het station. Jo had verzocht het interieur van de auto grondig te laten onderzoeken, waarbij ook op vingerafdrukken moest worden gelet.

Op de terugweg kwamen ze in de avondspits terecht. Met horten en stoten reden zij op Utrecht aan, maar bij knooppunt Oudenrijn stonden ze definitief vast.

“12 kilometer file.” Verzuchtte Theo, waarop Jo reageerde met:

“Dit hadden we op 12 november moeten doen.”

“Hoezo?”

“Dan is het filevrije dag.”

“?”

“De dag van…”

“Jij met je kalender van bijzondere dagen,” pruttelde Theo.

 

 

80

 

Het was net bezorgd. Peter pakte de grote doos uit. Dat was wel weer vervelend van die bezorging aan huis. Je had altijd weer een zootje karton, plastic en piepschuim. Grote brokken van dat laatste materiaal moest je altijd kleinmaken als je het in je container kwijt wilde en dan bleven overal die bolletjes piepschuim aan kleven. Het was haast niet op te pakken. Al dat plastic was ook volkomen onnodig. Het was de pest voor het milieu, zeker nu je ook blikjes en drinkpakken bij het plastic afval mocht gooien. Hij had net ergens gelezen dat het daardoor niet meer mogelijk was om het plastic te hergebruiken.

Dus omdat de verbranding van restafval duurder werd gemaakt, werd nu van alles bij elkaar geflikkerd in de andere containers voor papier, glas en plastic. Hoe moeilijk wilde je iets maken! Nederland verzoop in de regeltjes en uitzonderingen daarop.

Maar nu ging hij eerst werk maken van de handleiding. Dat was ook zoiets. Deze besloeg circa 120 bladzijden. Ergens in het midden was een Nederlandse versie. Hij begon dus met het afscheuren van alle andere talen tot hij de Nederlandse handleiding van 8 pagina’s overhield. Dat moest maar weer in de papierbak.

Hij keek nog eens naar het apparaat. Dit was er een voor de echte vakman. Met die gedachte en de handleiding nestelde hij zich op de bank met een glas droge rode wijn.

Hij nam geen tweede glas, want ten eerste was hij voor matigheid en ten tweede had hij zin om zijn fraaie apparaat in werking te zien.

Peter droeg het naar beneden en positioneerde het naast de tafel waarop Mac lag gekluisterd.

De jongen keek hem woedend aan.

“Hoi Mac!”

“Wie ben je? Waarom noem je me Mac? Je vergist je, ik heet niet zo. Je moet mij niet hebben, maar iemand anders. Laat me gaan, stuk fossiel.”

“Nee, nee. Je hebt het mis. Jij bent Mac, want ik zag je zelf bij de Mac vandaan komen en je bent tenslotte wat je eet.”

“Crazy, man. Je bent hartstikke gek.”

“Tuttuttut, niet zo heetgebakerd. Dat komt nou van die slechte voeding. Kom je vaak bij McDonalds?”

“Dat gaat je niks aan, gek!”

“Ach, je houding bevestigt mijn vermoedens. Slechte voeding resulteert in episodes van gewelddadig of agressief gedrag. En daar geef jij alle blijk van. Je bent een toonbeeld van agressie. Wist je trouwens dat slechte voeding ook het leren bemoeilijkt?

Daarom is het zo zinloos je te onderwijzen. Ik zal die moeite dan ook niet nemen.

Bedenk dat boosheid en angst heel dicht bij elkaar liggen. Je bent boos, maar straks ga je heel bang worden.”

Lachend liep Peter weg en hij trok de deur achter zich dicht zonder om te kijken.

 

Op zijn gemak, maakte hij z’n avondeten klaar. Mac hoefde niets. Een galgenmaal was overbodig. Eerst de angst maar laten indalen en dan overgaan tot de ‘Grande Finale’.

Fluitend daalde Peter weer af naar zijn kelder. Bij het openen van de deur zag hij dat de angst de jongen inmiddels in zijn greep had.

Peter maakte 1 hand los en zette het apparaat naast de tafel aan. Hij verstevigde zijn greep op de arm om deze naar het toestel te brengen.

Mac vocht om vrij te komen, maar met slechts 1 arm, terwijl alle overige ledematen vastgezet waren, duurde dat niet lang. Vol afgrijzen zag hij hoe Peter zijn hand in de machine duwde. Hij gilde toen het apparaat toehapte en verloor genadiglijk het bewustzijn.

81

 

Jo en Theo zagen de bui al hangen toen ze het kantoor van hun chef betraden.

Het was duidelijk dat ze weer door een fase van Wevers wereldbeschouwing moesten voor het werk aan de beurt was.

Willem stak direct van wal: “Wat ik nou weer lees over de radicalisering op islamitische scholen. Ideologieën en godsdiensten zijn levensgevaarlijk als basis van een school. Er wordt voor geen enkel tegenwicht gezorgd. Ze moeten artikel 23 uit de grondwet schrappen. Alleen nog door de overheid gefinancierde openbare scholen toestaan en dan kan daar facultatief godsdienstonderricht worden gegeven. Dáár kan tegenwicht worden gegeven en controle uitgeoefend. Toen ik een kleuter was werd ik door mijn ouders aangemeld bij een christelijke kleuterschool. Als ontvankelijk kind vond ik de Bijbelverhalen prachtig, maar zij bleken een gevaar in te houden. Ik vereenzelvigde mij met de hoofdpersoon uit een verhaal. Zo kon het dus gebeuren dat ik onderweg vanuit school in een sloot eindigde, want ik wilde net als Jezus over het water lopen. Het hoofd van een kind wordt met een hoop flauwekul volgestort.”

In plaats van Wever te laten uitrazen, vond Jo het nodig de man nog verder te prikkelen.

“Die oude geloven zijn natuurlijk over de houdbaarheidsdatum, maar er ontstaan mooie en zinvolle nieuwe religies. Denk maar eens aan de Scientology Kerk, waar John Travolta en Tom Cruise lid van zijn.”

Voor zijn doen klonk Wever beheerst, toen hij zei: “Ach, laat ik het zo zeggen. Ik geloof wel in Tom Cruise maar absoluut niet in Scientology. God, wat schreef die Ron L. Hubbard slechte sciencefiction boeken, maar wat was hij ontzettend slim in het ontwijken van belastingen door voor zijn ideetje de status van ‘kerk’ te bemachtigen. Nee Jo, de Scientology is een sectarisch verdienmodel.
Ik ben ervan overtuigd dat de mens God naar zijn evenbeeld heeft geschapen. Laten we de feiten uit de verhalen zeven en de rest als folklore zien.”

Daarmee was het kennelijk afgelopen voor meneer Wever. Theo was blij dat ze dat achter de rug hadden, want de door hen op de Midden Duin en Daalseweg opgepakte en verhoorde meneer Remmerswaal, had duidelijk niets te maken met de resten in zijn afvalbakken. Zijn DNA kwam niet overeen met specimen uit de eerdere onderzoeken en ook niet met datgene wat ze op de botten hadden gevonden. Bovendien had de man zelf gemeld dat er al enige dagen een tweewielbakfiets bij zijn uitrit stond. Dat maakte de verdenking al onlogisch.

 

Waarom was juist dit huis door de moordenaar uitgekozen om zijn slachtoffer te dumpen? Remmerswaal beweerde geen vijanden te hebben en de omgang met zijn buren was weliswaar spaarzaam, maar verder normaal.

Tsja, als je in vrijstaande huizen van dergelijke afmetingen leefde, was het duidelijk dat je niet veel contactmomenten met je buren had.

Maar toch, zou een moordenaar de moeite nemen om helemaal uit Haarlem hier bij een willekeurige particulier de afvalbakken vol te storten? Hij was natuurlijk extreem slim, anders zouden ze hem al te pakken hebben gehad, maar het leek Theo toch waarschijnlijker dat ze het hier in de buurt moesten zoeken.

“Meneer Wever, ik denk dat we toch verder moeten zoeken in Bloemendaal, in de omgeving van de doorzochte afvalbakken. We hadden al de familie Kolonel aan de Hoge Duin en Daalsweg en nu dus 1 weg lager een dumpplek. Onze perp moet ergens een ruimte hebben waar hij zijn slachtoffers ongezien onderbrengt. Een apart geïsoleerde schuur of een kelder lijkt mij daarvoor het meest geschikt.”

Jo sprong daarop in. “In dat geval moeten we in het kadaster van die buurt kijken. Daar kunnen we informatie over gebouwen en kelderruimtes vinden.”

“Dat is een nogal tijdrovend klusje jongens. Ik zal een paar extra krachten aan jullie toevoegen om die klus te klaren.”  Daarmee stuurde Willem zijn rechercheurs weg.

 

 

 

 

82

 

“Onze dader is weggetrokken uit Haarlem-Noord en toen dit alles begon was hij niet veel verderop actief in de Transvaalwijk. Hij heeft in Noord de huur opgezegd. De vraag is, waar is hij naartoe getrokken? Een tweede vraag, die ik mij stel is, waar is die huisgenoot van hem gebleven? Wie is dat trouwens?

Bij ons onderzoek in de Transvaalwijk heeft niemand hem kunnen plaatsen. Een aantal winkeliers en de kapper hebben een signalement gegeven, maar hij is door geen enkele buurtbewoner herkend. Hij lijkt daar niet te wonen. Ook het tv-programma ‘Opsporing verzocht’ heeft niets opgeleverd.”

“Wacht even Theo, ik bedenk me opeens iets. Onze gedachte moordenaar van vorig jaar had een auto. Een grijze Opel Meriva, als ik mij goed herinner. Is het misschien een idee om te kijken waar hij die had gekocht? Misschien kan die persoon of dat bedrijf hem identificeren.”

Wever kwam hun werkruimte binnen. “Jo, Theo, het is inderdaad Kolonel, die was begraven op de Duitse Oorlogsbegraafplaats in Ysselsteyn. Dat sluit prima aan bij de informatie die we hebben over de auto in Kaldenkirchen. Vanaf de begraafplaats rij je zo bij Venlo de grens over. En daar kon hij een trein terug pakken. Zowel in de Aston als in de Nissan is hetzelfde DNA gevonden. En dat komt overeen met al onze vondsten in de hele serie moordzaken.”

“Het is heel fijn dat die gast geen boodschap heeft aan handschoenen en kwistig met zijn DNA rondstrooit, meneer Wever, maar hij blijft voor ons een fantoom. We hebben geen enkele grip.”

“Dat gaat veranderen. Ik heb een paar jongens de opdracht gegeven om langs te gaan bij de kelderruimtes, garages en dergelijke, die wij in het kadaster hebben gevonden.”

“Ik hoop wel dat ze wat vinden voor er weer een nieuw slachtoffer valt. Maar om bij een vorig slachtoffer te blijven, was Kolonel niet begraven naast de graven van Nederlandse collaborateurs en SS’ers? Het bordje met: ‘Deze was vergeten’, wijst misschien wel op een slechte ervaring met militair gezag. Heeft onze perp in het leger gezeten?”

“Dat lijkt me een mooie insteek, Jo, maar hoe wil je daarnaar gaan zoeken? We hebben geen enkele ingang.”

Het weekeinde stond voor de deur en de enige hoop die zij hadden was dat de zoektocht op basis van de gegevens uit het kadaster een treffer zou opleveren.

Jo en Theo spraken af in het Proeflokaal op vrijdagavond.

 

 

 

83

 

Peter had alle bakjes gevuld. Hij had er meer nodig dan hij aanvankelijk had gedacht en dus had hij weer online geshopt om het aan te vullen tot hij het benodigde aantal had bereikt.

Het meeste werk was het maken en uitdraaien van de etiketten geweest. Het zou een aangename verrassing worden voor de bezitters van huisdieren. Wie weigerde iets dat gratis werd verstrekt.

De wasmachine draaide op volle toeren en er was flink gesopt. De kelder lag er weer blinkend bij en hij had direct ook maar de keuken, het toilet en de badkamer gedaan. Hij moest er aan denken om nieuwe universele allesreiniger te halen. Ook de wc-reiniger was op, evenals de Glassex en dikke bleek. Jammer dat hij niet naar de Action aan de Werfstraat kon. De Transvaalwijk was echter een no-go voor hem. Daar wilde hij zijn gezicht niet laten zien. Maar wacht! Er was er ook een bij de Westergracht. Dat kwam mooi uit, want daar kon hij ook meteen boodschappen doen bij de Aldi of Albert Heijn, die daar waren gevestigd. De wekelijkse bezorging van de boodschappen door een wagen van Albert Heijn had Peter al eerder afgezegd. Het leek anoniem en daardoor voordelig te zijn, maar hij had een aantal keren achtereen dezelfde bezorger gehad. Daardoor moest hij denken aan wat zijn ouders altijd zeiden over hun leveranciers. Vroeger kwamen zowel de bakker als de melkboer aan huis. De aardappelschillen en het groenafval werden regelmatig opgehaald door de ‘schillenboer’, de verzekeringsagent kwam aan huis, net als de huisbaas. Het was vroeger haast nog erger dan de ‘sociale media’ van nu. Je was in die tijd door iedereen gekend. Dat was iets wat Peter wilde voorkomen. Wisselende bezorgers was oké, maar 1 vaste bezorger zou dingen kunnen gaan opvallen en dat was ongewenst.

Het terrein aan de Westergracht was groot genoeg met zijn winkelaanbod om als individu niet op te vallen.

Het was wel jammer dat hij zich op dit moment geen auto kon veroorloven. De registratie daarvan zou funest kunnen blijken voor zijn anonimiteit. Hij zou de twee fietstassen eerst thuis neerzetten. Het was een heerlijke dag om een strandwandeling te maken en daarom zou hij naar Zandvoort fietsen en de fiets aan het einde van het dorp op de boulevard neerzetten.

De wandeling voerde hem naar Noordwijk. Hierbij kwam hij langs een naaktstrand. Hele gezinnen genoten hier van het zomerzonnetje. Er gebeurde hier niets onbehoorlijks. De plastic zakjes van de meegebrachte lunches en de frisdrankblikjes werden netjes in de afvalbakken gedeponeerd. Het gezegde luidde ‘kleren maken de man’, maar dat betekende niet dat die man dan ook een behoorlijk mens was. Hier waren geen kleren, maar wel behoorlijke mensen. Tevreden liep hij langs de branding.

Thuisgekomen overdacht hij deze prachtige dag en maakte hij zich klaar voor de distributietaak die hem te wachten stond.

 

 

 

 

84

 

Jo ging ’s-avonds naar het Proeflokaal, waar hij met twee zoenen welkom werd geheten door Gerda.

“Hoi Jo, heb je Linda niet meegenomen?”

“Nee, die kan nooit op vrijdag, dat is haar oefenavond van het blokfluitorkest.”

“Blokfluitorkest? Nu neem je me in de maling.”

“Nee, nee, het is echt waar. Ze zijn met dertig man en het gaat van kleine fluitjes tot hele grote. Dat zijn een soort basfluiten. Ze is al 40 jaar lid van het orkest en binnenkort vieren ze hun 50-jarig jubileum met een optreden. Ze zal je vast wel uitnodigen voor die gelegenheid.”

“Nou, ik kan me er helemaal niets bij voorstellen, maar ik ben wel nieuwsgierig.”

“Ik heb wat voor je meegenomen, Gerda. Is dit wat voor je zaak?”

Jo hield een geëmailleerd bordje omhoog, met de tekst ‘Handen wassen na het plassen. Voel je niet alleen geroepen na het poepen’. Ik dacht voor bij de toiletten.

“Dat lijkt mij een leuke. Wil je hem zelf ophangen? Theo wijst je wel even de gereedschapskist. Dan wacht daarna een lekker biertje.”

Met de hulp van Theo was het klusje snel geklaard. Het bordje leidde natuurlijk tot allerlei filosofische bespiegelingen tussen de twee mannen.

“Wij zijn toch wel gezegend met onze moderne toiletten en pisbakken. Stel je je eens de tijd van de prehistorische mens voor. Hoe zat het met de hygiëne van een holbewoner na het poepen. Veegde hij zijn gat af? Waarmee dan?”

Jo vulde aan: “Geen idee. Waarschijnlijk gingen ze met hun kont in een beekje zitten of in de sneeuw in de winter. Bedenk verder dat holbewoners waarschijnlijk zelf ook holbewoners hadden. Ik krijg meteen jeuk als ik daar aan denk.”

Theo negeerde de laatste opmerking en zei: “Maar het kan nog luxer. Kijk maar naar Japan, daar heb je toiletten, die met een gerichte warme straal je achterwerk schoonspoelen en masseren, waarna je droog wordt geföhnd. Zij vinden ons maar viezeriken met ons toiletpapier. Nou moet ik toegeven dat papier niet optimaal is, het kan behoorlijk schuren.”

“Ik was ooit op vakantie in Slovenië en in Ljubljana kwam ik in een kroeg waar ze boven de pisbakken gecapitonneerde kussens aan de muur hadden gehangen, zodat een zatte klant er met zijn kop tegenaan kon leunen tijdens het pissen. Een geweldige vondst!”

In zijn enthousiasme liet Jo zijn mobiel uit zijn handen vallen.

Theo riep uit dat het nu al de zoveelste keer was dat dit Jo overkwam.

“Man jij verslijt die dingen net zo snel als een formule-1 coureur zijn slicks.”

“Maak je geen zorgen Theo. Ik heb nu een app gedownload die Shockproof heet. Nu maakt het niet uit als mijn mobiel uit mijn handen valt.”

De beide mannen gierden het daarop uit van het lachen.

“Dit roept om een nieuw biertje.”

Gerda vulde hun glazen bij. Ze kon zien hoe die twee op elkaar waren gesteld.

 

 

 

85

 

Het weekeinde was voorbij en een nieuwe werkweek wachtte onze rechercheurs, toen Theo een belletje kreeg van Linda.

“Theo, je wil het niet geloven, maar ik moest gistermiddag met Jo naar de poli. Hij heeft zijn enkelbanden zwaar verrekt.”

“Jezus Linda, hoe heeft hij dát nou weer voor elkaar gekregen?”

“Dat zal hij je zelf wel vertellen, Theo. Kom maar hier naartoe. Ik heb de koffie klaar.”

Toen zij aan de koffie zaten, kwam het hele verhaal al snel naar buiten. Jo en Linda hadden zich terug in hun jeugd gewaand. Ze speelden ‘verstoppertje’. Jo was de tuin in gesprint en had zich verborgen in de schuur. Maar toen hij Linda aan hoorde komen, bedacht hij dat het een slechte verstopplek was. Daarom had hij de deur weer geopend en wilde hij over het tuinhek springen om zich in de poort te verbergen. Jo had dat houten hek zelf gemaakt. Daarbij had hij de latten aan de bovenkant voorzien van sierlijke punten en precies daaraan bleef hij tijdens de sprong met zijn broekspijp haken. Hij was over het hek in de poort geklapt en daarbij had z’n enkel het aardig te verduren gehad. De bloedneus was van mindere zorg. Linda was van de zenuwen in lachen uitgebarsten, terwijl Jo zieltogend in de poort lag. Uiteindelijk was hij met behulp van Linda bij de poli geraakt. Gelukkig was die dichtbij gelegen.

Nu was de voet ingezwachteld en stonden twee krukken omgekeerd tegen de muur naast de stoel van Jo. Op zijn vraag over de omgekeerde krukken antwoordde Jo dat het zijn ervaring was dat omgekeerd staande krukken niet snel omvielen.

Na enige tijd nam Theo afscheid van de ervaringsdeskundige en ging terug naar het bureau om te kijken hoe het vorderde met het kadasteronderzoek. Er gebeurde die dag niets spannends, maar de volgende dag werd hij opgevangen door een hevig geagiteerde Willem Wever.

“Theo, het is echt verschrikkelijk. In de Pernambucolaan en de omliggende straten in Overveen zijn bakjes met vlees in de voortuinen gezet. De bakjes zijn voorzien van een etiket. Daarop staat ‘voor uw huisdier’, een houdbaarheidsdatum en de mededeling ‘van uw ambachtelijke slager’.  Een vrouw was gaan informeren bij de lokale slagers en kreeg te horen dat zij van niks wisten en dat ze zoiets nooit konden doen, zonder een enorme boete te krijgen en hun vergunning waarschijnlijk kwijt zouden raken.

Zojuist is na een analyse bevestigd dat het gehakt van menselijke oorsprong is.”

Het afgrijzen stond te lezen op het gezicht van Wever.

“We zijn nu alle bewoners aan het contacten en waarschuwen. Een aantal had de kat of de hond al gevoerd! We zeggen natuurlijk niet dat het om mensenvlees gaat. We houden het op bedorven vlees.”

 

 

 

 

 

86

 

Het was een verschrikkelijk hectische week, want de pers meldde de dubbele moord op vader en zoon Kolonel in chocoladeletters. Er waren al speculaties geweest over een nieuwe seriemoordenaar. De berichten van het jaar daarvoor waren ook weer opgerakeld door de media en het woord ‘copycat’ viel vele malen te lezen in de dagbladen. De talkshows op tv zaten vol met misdaadexperts en psychologen. Peter R. de Vries was prominent aanwezig bij ‘Jinek’, ‘Op1’ en ‘Beau’.

 

Jo was in zoverre hersteld dat hij zich met zijn krukken op het bureau kon redden. Hij wapperde met een briefje om Theo’s aandacht te krijgen.

“De vrijwaring voor de Opel Meriva van Karel van de Kerkhof is gegeven door André Vellinga. We hebben ons eerste aanknopingspunt!”

 

“Het is voor mij duidelijk dat die Vellinga onze man is. Hij heeft op de een of andere manier aangepapt met van de Kerkhof. Hij wilde hem voor de moorden op laten draaien en heeft hem waarschijnlijk vermoord om ons het spoor bijster te laten raken.”

“Dat ben ik helemaal met je eens, maar waar is de connectie met die verdomde Rouvoet? Vellinga heeft wegenbelasting voor die auto betaald, dus we moeten zijn adres kunnen achterhalen.”

Op voorspraak van Wever werd een machtiging op een vordering afgegeven en konden zij bij de Belastingdienst het adres van André Vellinga achterhalen.

Onmiddellijk renden Theo en Jo het gebouw uit. Jo maakte enorme passen op1 been met z’n 2 krukken. Theo moest rennen om hem bij te houden.

“Jo, we moeten Wever inlichten, zodat er een overvalteam kan worden samengesteld.”

“Niks ervan, we gaan die klootzak zelf in z’n nekvel grijpen. In de dienstauto, nu!”

Toen zij op het door de Belastingdienst gegeven adres in Schalkwijk aankwamen, bleek daar na herhaaldelijk aanbellen en kloppen niemand aanwezig.

“Wat wil je nu, Jo? We kunnen niet de deur intrappen en er is hier geen handig achterommetje om via een poort en een openstaande achterdeur in het huis te komen. Een achterom is nogal moeilijk op 4 hoog. We moeten meneer Wever inlichten en het aan hem overlaten.”

Morrend stemde Jo hiermee in.

Wever zette er direct vaart achter en het appartement in Schalkwijk werd opengebroken.

Het werd echter al snel duidelijk dat dit gemeubileerde 3 kamer appartement niet werd bewoond. Het postvak in de hal leverde enkele aan Vellinga geadresseerde enveloppen op.

Het bleek een huurflat te zijn. De huiseigenaar kon hen niet veel verder helpen. De huur en de servicekosten werden altijd netjes op tijd betaald. Het leverde echter wel een banknummer op van waaruit de betalingen werden gedaan. De medebewoners van dit flatgebouw konden ook geen licht in het duister brengen. Slechts 1 oudere buurvrouw kon vertellen dat ze met grote tussenpozen een man hier naar binnen had zien gaan, of naar buiten komen. Ze kon echter niet met zekerheid zeggen of het steeds om dezelfde man was gegaan. Men hield haar het signalement voor dat destijds op basis van verklaringen van winkeliers en een kapper was opgesteld. Daarop durfde ze niet overtuigend een bevestiging te geven. “Ik weet het niet zeker, misschien was het wel telkens een ander.”

 

Wever belegde weer een bijeenkomst van het team om de nieuwe gegevens op een rijtje te zetten in de hoop tot nieuwe inzichten te komen. De verklaringen van buren, woningbouwvereniging Ymere als huiseigenaar en de verslaglegging van het team dat de woning had onderzocht, kwam eerst aan de beurt. Tijdens de presentatie hiervan, werd Wever afgeleid door Jo.

Deze zat ongemakkelijk te schurken en in zijn kruis te wroeten.

“Kun je even stoppen met dat onsmakelijke gewroet, Jo? Kun je even je aandacht hierbij houden.”

“Sorry, meneer Wever maar die moderne slips! Iedereen heeft tegenwoordig kennelijk magere pootjes en geen kont en daardoor valt bij deze slips je zak steeds uit een pijp. Ik ben overal geweest. De maten kloppen ook voor geen meter. Bij de Primark zijn de emmetjes zo klein, dat je er alleen twee M&M’s in kunt stoppen. Elders is die maat dan weer veel te groot. Er is geen behoorlijke slip te koop.”

“Fijn dat je ons hiervan deelgenoot wil maken, maar het is noch de tijd noch de plaats om dat te doen. Trek desnoods dat ding uit als het je zo stoort, maar richt je op je werk. En voordat je het ook werkelijk gaat doen, niet in deze ruimte! Loop maar naar het toilet.”

Toen het gelach was weggestorven en Jo zijn handen in bedwang hield, ging Wever verder.

“De huurder heet André Vellinga. Er is een bankrekeningnummer van de ING bank, waarvan de huur automatisch wordt voldaan. Op dat nummer komt maandelijks een bedrag van € 1250,- binnen van een nummer dat behoort tot de Spar-und Leihkasse Bucheggberg te Lüterswill-Gächliwil in Zwitserland.

We gaan proberen van die kant meer informatie te krijgen.

De huurder is slechts een enkele maal gezien door een medebewoner en niemand kon een duidelijk signalement geven.

Onze mensen hebben vastgesteld dat de huurder zelden gebruikt maakt van het appartement. Zo is de douche helemaal nooit gebruikt. Alleen op het toilet

zijn enige sporen veiliggesteld. Er zijn vingerafdrukken gevonden, die overeenkomen met de afdrukken die wij bij meerdere gelegenheden in de serie van moorden hebben aangetroffen. Er wordt ook nog DNA-onderzoek verricht. We kunnen er zeker van zijn dat onze man dit niet als woonadres gebruikt. Ik zal het gebouw wel permanent laten observeren. Louise en Sjoerd, jullie wisselen elkaar hierbij af.

Jo en Theo, jullie gaan verder met het onderzoek in Overveen. Waarschijnlijk is dit een nieuwe moordzaak. De bakjes hebben dezelfde vingerafdrukken als die van het appartement en vorige moorden. Ze bevatten, naar wij denken, tot gehakt verwerkte menselijke resten. Ga de adressen af waar deze bakjes in de voortuin zijn gedeponeerd. Pak die kerel!”

 

 

 

 

87

 

Wat een vondst was het geweest. Nederlanders waren verzot op ‘gratis’, spaaracties en kortingen. Het was Godfried Bomans die ooit in het tv-programma ‘Kopstukken’ een verhaal vertelde, waarin zijn oma per schip naar Zuid-Afrika voer, omdat de pindakaas daar per potje een dubbeltje goedkoper was. Dat was de Nederlander in een notendop.

Kijk alleen eens naar de rijen mensen voor de IKEA-vestiging. Velen van hen kwamen voor het belachelijk goedkope ontbijt, waarbij je zoveel koffie of thee kon tappen als je wilde.

Zijn eigen bakjes gehakt waren uitermate welkom geweest bij vele Overveners.

De ‘Dikke Ikke’ was niet alleen alom aanwezig, maar steeds meer mensen waren zo op zichzelf gericht dat je ze zou kunnen betitelen als narcist.

Het was de tijd van de bloei van narcisten. Hij zou iemand zo een gesorteerd boeketje ervan kunnen aanbieden. Dat boeket bestaat uit redelijk onschuldige narcisten, zoals Ivo Niehe, domme narcisten, die denken slim te zijn, zoals Thiery Baudet, slimme narcisten die dom overkomen, zoals Donald Trump en Erdogan en keiharde narcisten, zoals Poetin, Maduro, Duterte, Assad en Kim Jong-un. De laatste twee soorten waren overigens het gevaarlijkst.

 

Peter legde zijn tablet aan de kant. De krant had vandaag voor genoeg opschudding gezorgd. Tsja, hij had natuurlijk al verwacht dat zijn laatste actie niet onopgemerkt zou blijven. Het was nu zaak alle banden met zijn alter ego te verbreken. Eigenlijk best grappig dat hij zijn oorspronkelijke identiteit zijn alter ego noemde.

Het appartement in Schalkwijk zou hij niet meer bezoeken, want dat had men intussen waarschijnlijk wel achterhaald. Al zou het wel grappig zijn daar eens van een veilige afstand een kijkje te nemen.

Voorlopig geen acties op basis van emoties van zijn kant. Hij moest voorkomen dat emoties hem zouden meeslepen. Boosheid mocht, maar de ratio moest de boventoon blijven voeren.

Alleen goed doordachte acties konden wat meer onder de radar plaatsvinden.

De rest van de zaterdagkrant zou hij wel later op de dag lezen. Hij had dit weekeinde zin in een goede Indonesische maaltijd. Als voorafje dacht hij aan een Soto Ayam, een goed gevulde kippensoep. Daarvoor had hij naast kip ook rijst, aardappelen, ei, taugé, selderij en diverse kruiden nodig.

Dit kon hij allemaal in Beverwijk halen op de Bazaar. Even rustig zitten met koffie en gebak naar de mensen kijken. O ja, dan kon hij net zo goed daar naar de kapper gaan. Er zaten er genoeg.

Als hoofdgerecht had hij Rendang bedacht. Het stoven van de Rendang nam wel veel tijd in beslag, maar dat gaf niet, want het was voor morgenavond. Niets was zo lekker als de Rendang uit West-Sumatra. Bij de gedachte alleen likte hij zijn lippen af. Vanmiddag zou hij aan de bereiding beginnen.

 

 

 

88

 

“We hebben dit weekeinde getennist met Erik en Mona en ik denk dat ik een tennisarm heb opgelopen. Als ik hier druk doet het zo’n pijn.”

“Kan je zo van bovenaf een kopje oppakken?”

Jo probeerde het. “Ja, maar het doet wel zeer.”

“Weet je wat je kan doen? Zo’n bandje voor over je onderarm kopen. Dat vermindert de trekkracht van je spier bij de aanhechting en je kunt in een balletje knijpen als oefening.”

“Ja, maar daar krijg ik zo’n pijn van in m’n ballen. Ze zijn al helemaal gekneusd en van Linda mag het ook niet meer, want ze zegt ‘dan krijg je zeker ook nog last van je andere arm’.”

“Ach ouwehoer! Ben je een keertje serieus en boem het is alweer over. Kom we gaan naar de teambijeenkomst bij Wever.”

 

Bij gebrek aan enige aanknopingspunten wilde Willem alles vanaf het begin op een rijtje zetten.

“We gaan zoeken naar een gemeenschappelijke deler. Wat hebben de moorden of de slachtoffers met elkaar gemeen? We hebben geen onderling verband tussen de slachtoffers kunnen achterhalen. Laten we beginnen met de eerste moord, waar wij pas in een later stadium achter kwamen. Het is bekend dat het slachtoffer regelmatig haar kind sloeg, zelfs tot bloedens toe, volgens de verklaring van haar echtgenoot. De vrouw is compleet gevild door onze moordenaar. Van de slachtoffers in de tweede moordzaak is, buiten het feit dat daar ook van een slecht huwelijk sprake was, geen mishandeling van hun kind bekend. Eerder het tegendeel. Het knaapje scheen uitermate onhandelbaar te zijn, waardoor de omgeving gek werd. Wat er met hen gebeurd is op de begraafplaats komt waarschijnlijk niet op het conto van de moordenaar, maar op die van Karel van de Kerkhof. Over de moord op hem kunnen we kort zijn. Deze valt waarschijnlijk buiten elk kader, omdat de man duidelijk werd gebruikt om de eerdere moorden op af te schuiven. Maar de familieleden zijn voorafgaande aan hun dood wel gemarteld. Nagels zijn uitgetrokken en de volwassenen zijn genitaal dan wel anaal mishandeld.

Dan door naar de familie Kolonel. Het verband daar schijnt te zijn dat zowel vader als zoon dol waren op zwaar vuurwerk. De vader is doodgeschoten, maar de zoon is mishandeld met zwaar vuurwerk in zijn achterste.

Mishandeling dus, maar niet altijd. Vader Kolonel is de uitzondering. Vervolgens de bakfietsvrouw, die eindigde in een aantal afvalbakken. Hiervan weten we niet of zij is mishandeld. Er viel niet veel pre- en postmortaal vast te stellen. Bij haar is ook geen sprake van kinderen zoals in de andere gevallen. Dit is een groot vraagteken voor ons. We moeten er ook rekening mee houden dat de laatste vondst in Overveen in dit rijtje thuis hoort. Het is door het DNA-laboratorium bevestigd dat het om mensenvlees gaat.

Zoals het nu staat, hebben we daar nog geen slachtoffer aan kunnen koppelen.

Ik zou graag zien dat jullie proberen verbanden te vinden in deze chaos. Ja, Jo?”

“Meneer Wever, we hebben één ding over het hoofd gezien. We konden geen registratie van de afvalpas van de familie Kolonel vinden op de dag dat hun auto op het Milieuplein in de Waarderpolder was. Dat is echter vrij logisch, want met een Bloemendaalse pas, ga je naar het Milieuplein in Bloemendaal. Je kunt hem niet in Haarlem gebruiken.”

“Dat is een goeie, Jo. Ga kijken of de registraties van die dag bewaard zijn en of er iets opvallends bij zit. Het blijft natuurlijk zoeken naar een naald in een hooiberg, maar wie weet…”

“En de rekening in Zwitserland, vanwaar maandelijks geld wordt gestort op de rekening van Vellinga?” Deze vraag kwam van Patricia, de jongste uit hun team.

“Dat is een mooie taak voor jou, Patries. Zoek contact met Zwitserland.”

 

 

 

 

89

 

Misschien is er iemand te vinden die er plezier in heeft om in de registraties van een vuilverwerkingsbedrijf te duiken, maar ik denk niet dat het wat zal opleveren. Het is interessanter om naar een verband te zoeken. Waar wordt onze moordenaar door getriggerd?

Wever deed een poging en het leverde niets op. Laten wij het ook eens stap voor stap doornemen. Kijk, die eerste zaak lijkt een oorzakelijk verband te hebben. Als de moeder het kind tot bloedens slaat en haar eigen huid later kwijtraakt, zou je het als een toebedeelde straf kunnen zien voor wat zij haar kind heeft aangedaan.”

“Dat klinkt best logisch, maar dat lijkt niet op te gaan voor het tweede geval. Daar zijn zowel kind als ouders geslachtofferd. Hebben we hier dan ook te maken met straf voor verwerpelijk gedrag?”

Jo peinsde hier enige tijd over en zei toen aarzelend. “Het jongetje gedroeg zich slecht, dat weten we van zijn ooms en de buren. Dat zou zijn straf verklaren.”

“Maar de ouders dan? Hun straf bestond kennelijk uit vaginaal en anaal misbruik. Heeft hun misdrijf dan te maken met iets op seksueel vlak?”

“Dát is niet na te gaan. De tekst op de grafsteen zegt dat ‘een heel gezin tot rust is gekomen en dat de ouders faalden in de opvoeding en de sociale omgang’.  Ook stond er dat ‘het kind niet meer te redden was’. Dat zou erop wijzen dat de ouders gestraft werden voor hun slechte opvoedingsmethoden. Het laatste deel van de tekst zou in kunnen houden dat de moordenaar geen mogelijkheid zag het gedrag van het kind positief te wijzigen.”

“Als we de derde zaak erbij pakken, zou je kunnen stellen dat daar eveneens sprake is van slecht gedrag door een kind. De tekst op het bord luidde: ‘Hij probeerde een hond te lanceren. Zijn eigen lancering is helaas mislukt. Er ging iets mis bij de ontsteking.’ Hij heeft kennelijk illegaal vuurwerk aan een hond gebonden. Daar is hij dan voor gestraft met een of andere kanonslag in z’n reet.”

“Oké, maar hoe zit dat dan met vader Kolonel? Hij was ook een vuurwerkfanaat, maar is gewoon overhoop geschoten. Waarschijnlijk is dat met z’n eigen wapen gebeurd, maar dat is nog niet gevonden.”

“Misschien heeft onze moordenaar een hekel aan het leger? Is ie in Uruzgan of Srbrenica geweest en heeft ie PTTS opgelopen of zoiets en heeft hij daarom een hekel aan officieren.”

“Dat is speculeren ‘ins blaue hinein’, Theo.”

“Mee eens, maar laten we eens naar de bakfietsjuffrouw kijken. Zij eindigt in verschillende afvalbakken. Daar is sprake van het scheiden van afval. Wat heeft

zij dan misdaan? Scheidde ze soms geen afval en werd onze ‘perp’ daar zo

kwaad over dat hij haar vermoordde? Dat gaat mij toch wel erg ver, Jo. Dat geloof ik niet. We hebben ook nog die boer uit Boxtel, die Wever vergat te vermelden in zijn resumé. Opgevreten door zijn eigen varkens. Waaraan had hij zijn straf te danken? Is de moordenaar moslim en vind hij de boer evenals diens varkens haram? En als we nu ook nog de laatste erbij pakken. Stel dat het hier ook om een slachtoffer in de reeks gaat, wat heeft hij dan gedaan om te eindigen als honden- en kattenvoer? Ik weet het niet.”

“Ik ook niet Theo. Het enige verband dat ik zou kunnen bedenken is dat alle slachtoffers gestraft zijn voor hun gedrag of handelswijze en daar is geen lijn in te ontdekken.

“Als we ervan uitgaan dat Vellinga de dader is en we weten dat hij niet in dat appartement in Schalkwijk woonde, welk verhaal vertelt dat ons dan? We hebben DNA-materiaal en we hebben een veelvoud aan vingerafdrukken, maar de man blijft een ongrijpbaar fantoom.

Tot nu toe hadden we de namen Rouvoet en van de Kerkhof. Daar is dus Vellinga bijgekomen. Hebben we te maken met een trio? Hebben de twee er één opgeofferd?”

“Nee, we komen zo ook niet verder. Dan toch maar eerst de administratie. On y va!”

 

 

 

90

 

Peter had de bank in Lüterswill-Gächliwil opdracht gegeven de betalingen aan het account van André Vellinga in Nederland stop te zetten. Hij vertrouwde verder op de handhaving van het bankgeheim in Zwitserland.
De Zwitsers vormden een gedisciplineerd volk, heel anders dan de Nederlanders. De ouders leerden de kinderen in een vroeg stadium de waarden van een democratische samenleving. Zelfs kleuters leerden op school al hoe ze hun stem moesten uitbrengen en discussiëren over lokale zaken.

Hoe anders was dat in dit land. Hier werd niet naar inhoud gekeken en zeker niet naar de toekomst. De lijsttrekkers van de politieke partijen vingen elkaar alleen maar vliegen af en deden aan symptoompolitiek. Gelukkig draaide het ambtenarenapparaat altijd door, want anders was het land onregeerbaar. De ambtenaren moesten zelf de boel draaiende zien te houden, wadend door een veelheid aan regelgeving, regels die elkaar vaak tegenwerkten.

En de burgers zelf, die bleven maar in termen van ‘wij tegen zij’ denken. Pietluttige zaken werden breed uitgemeten. Bijvoorbeeld een woord dat pijn veroorzaakte omdat het gebruikt werd door ‘zij’ tegen ‘wij’.

Hij mocht zichzelf niet meer ‘blank’ noemen, omdat het de connotatie van ‘onschuldig’ had en dat kon niet, want zijn voorouders hadden schuld aan de slavernij. Ja en dat reken je dan maar alle generaties daarna aan!

Nu was hij dus een ‘witte’ man, die zowel vrouwen seksistisch bejegende, als mensen met een andere buitenkant beledigde door zijn bestaan alleen.

Wit stond voor maagdelijk, ergo voor onschuldig. Wat was het verschil met blank?

Ondanks dat hij als witte man werd beschuldigd zaken te bekijken vanuit een ‘wit privilege’, zag hij heus wel dat zwarte moeders meer aandacht aan hun kroost besteedden, dan veel witte moeders.

Hij moest grinniken. Hoezo wit? Meestal waren het luie donders, die de hele dag in de zon lagen te bakken zonder zich iets aan te trekken van hun koters. Ze gaven hun kinderen alles wat ze wilden behalve hun tijd. Tijd was er alleen voor zichzelf. Egoïsten.

Tijd aan een kind besteden was het belangrijkst. Echter niet zoals zijn vader had gedaan. Dat stukje van zijn geschiedenis drukte hij zo ver mogelijk weg.

Léér je kinderen. Vertel ze verhalen. Enthousiasmeer ze voor zelf lezen. Leer ze de waarde van geld door ze zelf te laten sparen voor de dingen die zij willen. Zo creëerde je zelfdenkende mensen met verantwoordelijkheidsgevoel, die niet weerloos door de consumptiemaatschappij werden opgeslokt.

Er waren zo veel nare en ontevreden mensen op deze wereld. Van Peter mochten ze zo de oersoep in. Dat zou vast wel een paar miljard schelen op de hele wereldbevolking. Dat zou een mooie opruiming zijn, aangezien dat soort mensen voornamelijk in de hogere regionen van de samenleving te vinden waren. Het betekende waarschijnlijk een eerlijker verdeling van het bezit op de wereld.

 

 

91

 

De sfeer in het kleine zaaltje was geladen met een mengsel van frustratie, woede en gelatenheid. Deze emoties waren verspreid onder het personeel op basis van hun persoonlijkheid. Zo was Jo woedend en Theo gefrustreerd door het gebrek aan enige positieve ontwikkeling in deze voor Nederland ongehoorde seriemoorden. Een deel van het team hing apathisch in zijn stoel.

Patricia mocht haar bevindingen eerst spuien.  Ze vertelde dat de ING bank geen nuttige informatie kon verstrekken, buiten hetgeen zij al had gegeven. Het enige element dat daar aan toegevoegd kon worden, was dat de rekening door Vellinga in 1998 was geopend. Sindsdien was het een, wat de bank noemt, ‘rustige’ rekening.

De Spar-und Leihkasse Bucheggberg in Zwitserland wilde geen openheid geven. Het bankgeheim was voor hen heilig.

Vervolgens kreeg Jo het woord. Hij vertelde dat uit de administratie van het milieuplein in Haarlem bleek dat die dag een afvalpas was gebruikt van… (hier hield hij even in, als wilde hij de spanning opvoeren) …de familie Slaghout, de slachtoffers van het eerste uur.

“Sorry mensen, ik had het ook spannender gewild. Maar eigenlijk wisten we al dat het niks zou opleveren.”

Theo vroeg of ze die ochtend het nieuws hadden gezien.

“Het golft door het hele land. De minister is al aan het woord geweest. Het Openbaar ministerie wordt opgedragen deze zaak zo snel mogelijk tot een einde te brengen. Hij werd bijna tot een belofte gedwongen het deze week nog op te lossen. De mensen zijn bang meneer Wever, zeker na de berichtgeving over die dubbele moord”.

“Ik weet het Theo, vanmiddag komen politici en hoge ambtenaren bij elkaar om te brainstormen. Het gaat er natuurlijk vooral om rugdekking te geven aan de verantwoordelijken voor het beleid. Zij krijgen in de media de schuld van het uitkleden van het politie apparaat gedurende langere tijd en van het beleid om managers te laten rouleren, waardoor er sprake is van kennisvernietiging.

Ik zal aan het einde van de dag wel een uitgebreid communiqué krijgen. Oké mensen, we kunnen niet meer doen dan we nu doen. Ga dus verder met je bezigheden tot er werkelijk nieuws komt. Theo en Jo gaan jullie even met mij mee?”

 

Eenmaal aan zijn bureau gezeten vroeg Wever:

“Jo, jij zit lang genoeg in het vak en weet dat je vaak op je intuïtie moet afgaan. Wat is jouw idee over de plek waar we deze pervert kunnen vinden?”

“Nou, meneer Wever, ondanks het feit dat hij vooral opereert in Haarlem, heb ik toch het gevoel dat we in Bloemendaal moeten zijn. Het feit dat die afvalbakken daar zijn gebruikt lijkt mij daar een aanwijzing voor. Hij mag dan gek zijn, maar wie gaat vanuit Haarlem helemaal naar Bloemendaal om daar een stoffelijk overschot te dumpen. Zo ook die bakjes gehakt in Overveen. Ergens daartussen moet ie zitten. Helaas hebben de gevonden en door onze mensen doorzochte garages, schuurtjes en kelders in dat gebied ons nog niets opgeleverd. We moéten snel wat vinden want de angst in dit rayon is groot, sinds het gedoe met de afvalbakken.”

Hier kon Wever het niet nalaten een van zijn filosofische lessen naar voren te brengen.

“Ja, maar de échte angst begon met de komst van monotheïstische godsdiensten en later ook die van ideologieën. Bij polytheïsme kun je alle goden incorporeren, precies wat ze in het Romeinse Rijk deden. Is je hoofdgod Jupiter, dan is hij tevens Zeus en Ra en desnoods Baal. Aangezien je voor alle aspecten een god hebt, kun je dat overal doen. Een monotheïsme sluit echter alle andere goden uit en dan is er stront aan de knikker.
Parijs 2015 of Madrid 2014, het maakt niet veel uit. Het probleem van geloven en ideologieën is dat je geen argumenten meer nodig hebt en ook niet hoeft te luisteren naar argumenten, omdat je toch gelijk hebt. God, of het volk, staat achter je.”

Jo kon er niet meer tegen en zei:

“Sorry meneer Wever, ik moet er vandoor want ik heb een vergisafspraak.”

Volkomen verbouwereerd liet Wever hen vertrekken.

Op de gang gekomen vroeg Theo. “Wat is nou een vergisafspraak?”

“Dat is een afspraak waar je een week eerder bent dan afgesproken. Ik ga nu naar het tennispark. We kunnen toch niks doen. Tenminste niet aan deze zaak en ergens anders staat mijn hoofd nu niet naar.”

Theo besloot op dat moment dat het nu prettiger was om bij Gerda te zijn. Even het hoofd leegmaken.

 

 

92

 

De volgende dag zag Theo dat Jo een grote pleister op zijn linker wenkbrauw had. “Zeker getennist gisteren?”, informeerde hij op onschuldige toon.

“Ik kreeg zo’n harde bal op mij af dat ik de bal achterovervallend sloeg en mijn racket zwiepte door.”

“O Jo, je doet het je altijd zelf aan. Volgens mij zou het je lukken te verzuipen tijdens de schoolslag in een bad van 1 meter 60 diep. Je ziet, van jou verwacht ik elke keer weer een ongeluk. Dat is mijn beeld van jou, dat staat gefixeerd op mijn netvlies. Neem nou het beeld van mijn vader. Voor mij is dat altijd een hele sterke man geweest. Zelfs toen hij 80 werd kon ik hem niet anders zien. Tot vorige week. Ik zou bij mijn ouders een nieuw schuurtje bouwen. Hun tuin loopt uit in een hoek en daar wilde mijn moeder een schuur. Goed, pa is in zo’n geval altijd de verzorger van het materiaal. De schuur stond vrij snel en toen had ik bitumen nodig voor het dak. Pa ging dat op de fiets halen. Je weet dat hij altijd alles op de fiets doet. Hij heeft nooit een rijbewijs gehaald. Het duurde en het duurde maar voor hij terugkwam. Ik zat me op te winden, maar goed, uiteindelijk kwam hij met de bitumenrol en kon ik de klus klaren. Wat denk je? Blijkt later dat hij onderweg twee keer onderuit is gegaan met die rol bitumen op zijn nek. Mijn moeder vertelde me toen dat pa Parkinson had. Dat was mij nog helemaal niet opgevallen. Nou, dan verandert het beeld, dat je van iemand hebt, drastisch.”

“Dat is zo Theo, ik zag het ook bij mijn vader toen hij op leeftijd kwam. Dan mag ik nog van geluk spreken met mijn ongelukjes en mijn terugwijkende haargrens. Hoewel ik het wel vervelend vind dat het haar op allerlei andere onwelkome plekken aan een groeispurt begint.

Overigens het beeld van Patricia bevalt mij steeds beter. Ik heb haar gevraagd om naspeuring te doen naar die gehaktbakjes en ze heeft zich daar voorbeeldig van gekweten. Die jongste op de afdeling is een aanwinst.

Ze is op zoek gegaan naar de oorsprong ervan. Het zijn108mm salade bakjes van Pro Pac met 125 cc inhoud. Ze vertelde dat ze door behoorlijk wat horeca keukens worden gebruikt, omdat het de meest voorkomende verpakking is voor sauzen of salades. Je kan ze per doos van1000stuks kopen. Vermoedelijk zijn ze in een webshop besteld. Daarom is ze nu bij alle online verkopers aan het informeren. Het lijkt mij zoeken naar een speld in een hooiberg. Maar misschien levert het wat op.”

 

 

 

93

 

Peter dacht terug aan hoe het allemaal was begonnen. Nadat hij zijn ouderlijk huis was ontvlucht en ingetrokken was bij een iets oudere vriend, die een eigen driekamerappartement had, was hij eindelijk tot rust gekomen. Een winnend lot in de Staatslotterij had hen in staat gesteld een huis te kopen. Het werd een benedenhuis in de Slachthuisstraat.

Dat bleek het begin van een nieuwe periode van onrust en ellende. Het huis kwam op naam te staan van zijn vriend André. Al snel bleek dat er niets, maar dan ook niets klopte aan het huis. Je kocht in die tijd een huis nog met ‘verborgen gebreken’ en o, wat had de vorige eigenaar veel gebreken van het huis verborgen. Sterker nog, hij had de gebreken zelf veroorzaakt.

Toen het huis leeg werd opgeleverd, bleek het overvloedig gebruik van het grove spuitgips dat toen in de mode was, plaats te hebben gevonden om de kasten heen. De contouren van de nu afwezige kasten, waren te zien in de onbewerkte delen van de muren. Het hoogpolige tapijt was moddervet en nadat zij het hadden geshamporeld, was er weinig verbetering merkbaar. Ze hadden daarop besloten het tapijt te verwijderen. Het bleken allemaal losse stukken, die om de 20 centimeter aan de vloer waren genageld met spijkers van 12 centimeter lengte. Toen zij onder de huiskamervloer keken leek de onderkant van die vloer net een spijkerbed. Daar zagen zij ook dat er blote elektriciteitsdraden aan de vloer hingen en dat het water in de kruipruimte bijzonder hoog stond. Een grote plantenbak van bielzen midden in de kamer bleek lek te zijn en toen zij op een avond gezellig de openhaard wilden aansteken, kwamen de bovenburen melden dat er rookontwikkeling was in hun huiskamer.

Na een maand leverde de douche ook problemen op. Er was sprake van een binnenplaatsje tussen de keuken en de slaapkamer achter het huis. De vorige eigenaar had dat plaatsje overdekt en er een cv-ketel neergezet en er een doucheruimte in gemaakt. De douchebeurt leverde een stinkend voetbad op in grijsachtige drek. Het bleek dat er zich onder de betegeling nog een buitenput bevond, waar ook het afvalwater van de bovenburen op uit kwam.

Onder de slaapkamer bevond zich een lekke kelder, waar ze pas achter waren gekomen toen ze al het zand eruit hadden gegraven. Ze konden het zand direct weer terug storten. De druppel die de emmer deed overlopen was het feit dat er zich helemaal geen steunbalk onder de toiletruimte bevond. André of hijzelf hadden al poepend met pot en al naar beneden kunnen storten.

De herrie van het asociale gezin boven hen was alleen in de achtertuin te ontlopen. De oudere sjofele vrouw met haar twee volwassen kinderen waren voortdurend in ruzies verwikkeld. De geestelijk achtergebleven 40-jarige zoon zette de muziekinstallatie van zijn prostituerende zuster zo hard mogelijk, waarop zus lief weer tegen hem te keer trok. De poten van haar twee Afghaanse windhonden roffelden voortdurend op de houten vloer boven hun hoofd.

De rust in de tuin was overigens betrekkelijk, want iets verder in de poort dealde een drugshandelaar vanuit zijn achtertuin. Allerlei types, van wazig tot agressief trokken door de poort richting dealer en één keer zelfs een hele roedel ME’ers. De dealer wist nooit hoe de drugs bij hem in de tuin kwamen, waardoor de politie weer bot ving en zij de man na luttele tijd weer moest laten lopen.

Eén keer was er ’s nachts veel geschreeuw op straat, de dealer had zijn vriendin na een ruzie in haar blote kont met een karretje van de supermarkt buiten de deur gezet.

Hij werd gestoord in zijn overpeinzingen door de voordeurbel.

 

 

94

 

Het telefoontje dat rond 10.00 uur binnen kwam, zette Bas in beweging. Hij ging ogenblikkelijk naar de afdeling waar Theo en Jo zaten.

“Jongens, ik denk dat we weten wie er tot gehakt is verwerkt. Een man uit de Palamedesstraat in Haarlem-Noord heeft zijn zoon als vermist opgegeven. De jongen bleef wel vaker een nacht weg, maar meestal kwam hij een dag later wel weer opdagen. Nu was hij echter al meerdere dagen niet thuis geweest.”

 

Op berustende toon zei Jo dat de specialisten dat misschien konden vaststellen op basis van het DNA. “Maar ik heb er geen enkel vertrouwen in, Bas, dat dit gaat helpen bij het vinden van de moordenaar.

Gelukkig hebben wij op deze afdeling wél goeie koffie. Trek een stoel bij en drink een bak.”

Jo zag eruit alsof hij net was leeggelopen. Een gepijnigde grimas trok over zijn gezicht.

Bas zag dit en vroeg: “Wordt die constante spanning je te veel, Jo?”

“Ach man! De enige spanning die ik voel is in mijn anus”, antwoordde Jo.

“Jezus Jo, wat is dat nou weer”, zei Theo. “Wat kan je toch grof en banaal zijn.”

“Maar het is echt waar! Ik kan gewoon niet zitten, niet staan, niet poepen en niet denken van de pijn in mijn anus. Elke keer als ik naar de plee moet krimp ik bij het idee al van de pijn.”

“Zou je dan niet ‘s naar je huisarts gaan in plaats van ons ermee lastig te vallen?”

“Wat denk je dat ik gedaan heb?  Natuurlijk ben ik daar geweest, het was niet meer te harden. Nou heb ik een zalfje gekregen om de pijn te verlichten en de verkramping tegen te gaan.”

“Nou dat is mooi, dan ben je er snel van af!”

“Ja, ja lekker hoor! Maar ondertussen heb ik wel een geweldig sperti gevoel tussen m’n billen, dat ze van elkaar af en naar elkaar toe glijden en er in je broek een skischans ontstaat.”

“Hou nou maar op, want dat willen we allemaal niet weten. Hou die onsmakelijke verhalen voor je. Hier neem een kop koffie en probeer eens opgewekt uit je ogen te kijken.”

“Oké, ik zal wel gaan binnenvetten. Als toch niemand wil luisteren kan ik net zo goed gaan zwelgen in mijn eigen pijn.”

“Vertel het vanavond maar aan Linda. Zij zal vast wel medelijden met je hebben. Misschien dat haar vingertjes wonderen voor je gaan verrichten.”

 

In een afgeslankte teambijeenkomst, benadrukte Wever dat niemand van hen buiten deze kring zou praten over het menselijk karakter van het in Overveen rondgedeelde gehakt. Voor Theo was dit een reden om Wever te wijzen op Bas Oudenhorn. “Hij was bij ons en kwam zelf met het vermoeden dat een als vermist opgegeven jongen uit de Palamedesstraat het hoofdbestanddeel van de gevonden vleeswaar zou zijn.”

Wever liet hem direct Bas ophalen om een mogelijk lek te voorkomen.

“Als dit in het nieuws komt, zijn we zuur jongens. Dus voorlopig mondje dicht.”

 

 

 

 

95

 

Er stond een politieman voor de deur. Hoewel deze geen uniform droeg, wasemde hij het als het ware uit. Peter begroette hem vriendelijk.

“Goedemiddag, waarmee kan ik u van dienst zijn?”

Felix hield zijn badge omhoog om zich te legitimeren.

“Dag meneer, mijn naam is Felix Snel. We zijn in deze wijk bezig met een onderzoek naar speciale ruimten, zoals het kadaster ze aangeeft. Mag ik misschien een kijkje nemen in uw garage?”

“Natuurlijk beste man. Kom ik loop even met u mee.”

Peter opende de garage. Hij was blij met het feit dat hij enige tijd geleden een tafeltennistafel had aangeschaft. Niet dat hij van plan was het spelletje te gaan spelen. Nee, het was de finishing touch. Niets oogde onschuldiger dan een tafeltennistafel in een garage.

De politieagent maakte een notitie op papier en aarzelde.

“Als u misschien de rest van het huis wilt zien?” nodigde Peter Felix uit.

“Misschien hebt u trek in koffie? U zult wel even onderweg zijn met deze taak, want de helling is steil en de huizen liggen een aardig eindje uit elkaar. Dan kunt u even op adem komen.”

Felix nam de uitnodiging aan en Peter stond erop hem na de koffie de rest van het huis te laten zien. De arme Felix kreeg hele verhalen te horen bij elke kamer waar Peter hem langs leidde. Ook de deur van de kast werd getoond, waarachter de toegang tot de kelderruimte voor ieders oog was verborgen.

Het was duidelijk dat de politieman nu wel weg wilde. Weer buiten, nam hij kort afscheid. Peter keek hem na. Die zou hij voorlopig niet terugzien. Tevreden ging hij naar binnen.

 

96

 

Alles leek prima te verlopen. Toch kon Peter de slaap niet vatten. Hij lag te draaien en woelen. Uiteindelijk stond hij op. Dit had geen zin. Een gezonde wandeling zou hem goed doen en de slaap zeker bevorderen. Het was stil op straat. Iedereen lag natuurlijk op 1 oor. Het was tenslotte al twee uur. In een prettig tempo liep Peter langs HC Bloemendaal naar de Brederodelaan. Wat was het hier toch mooi. Het meertje van Caprera lag er nog net zo bij als in zijn jeugd. Op zondag wandelden ze vanuit Haarlem-Noord hier naartoe om zoethout of Engelse drop te halen bij het huisje naast de ingang van Thijsse’s Hof en dan door naar het Hertenkamp.

Hij zou nu niet ver gaan. Tot aan verzorgingshuis De Rijp en dan terug.

Een hevig gerinkel deed hem opschrikken uit zijn mijmeringen.

Twee jongens uit een leeftijdscategorie, die op dit uur van de nacht niet buiten hoorden te zijn, hadden zojuist één groot ruit van een bushokje in gruzelementen geslagen. De brokstukken regenden neer op de stoep en tot op het fietspad. Het was een daad van vandalisme. De enige remedie hiertegen was hard optreden en de schade verhalen op de dader. De ene jongen bloedde als een rund. Die had alvast zijn eerste straf te pakken. Terwijl de knaap stond te jammeren, pakte Peter een dikke tak van de grond en kwam achter de nietsvermoedende jongens. Er klonk een doffe klap toen hij de andere knaap op het achterhoofd raakte, waarna hij snel over het gras het Bispinckpark in rende, waar hij tussen de bomen verdween. De jongen met de bloedende hand zag zijn makker vallen en boog zich over hem heen.

Gelukkig kwam zijn vriend vrij snel weer bij. Hij schudde zijn hoofd en keek op naar zijn eveneens gewonde vriend.

“Wat is er gebeurd?” In paniek keek hij om zich heen. “Ik weet niet wat dat was, maar we moeten hier pleite. Kom met me mee, dan zal ik thuis verband pakken. Mijn vader ligt toch knock-out van de drank.”

“Maar gaat het wel met jou?”  vroeg de handbloeder.

“Alleen een beetje duizelig, verder niks. Kom op, weg hier.”

Ze merkten niet dat zij werden gevolgd.

Weer thuis gekomen, ging Peter rechtstreeks naar zijn slaapkamer. Morgen zou hij plannen maken.

 

De volgende ochtend zat hij goed gehumeurd aan tafel. Het dagelijkse ontbijt, bestaande uit een kom met magere Franse kwark en een beker Earl Grey-thee, stond naast zijn tablet. Eerst de krant lezen en zijn ontbijt naar binnen werken en dan ging hij een stappenplan maken.

Stap 1 was achter het adres van de knaap met de bloedende hand komen.

Stap 2 zou uit het toebedelen van het tweede gedeelte van de straf bestaan en

stap 3 was het duidelijk maken dat er sprake was van een straf voor hun vandalisme.

Stap 4 was het afdoen van de schade.

 

 

 

 

97

 

Vier dagen na hun avontuur bij verzorgingshuis De Rijp wilde de jongen, die behalve een stukje kapotte opperhuid niets over had gehouden aan de klap op zijn hoofd, op zijn scooter stappen om naar school te gaan. Hij was er zeker van dat hij hem voor de deur op slot had gezet. Toch ging hij ook in de schuur kijken. De scooter bleef onvindbaar. Dit was een dilemma. Moest hij aangifte van diefstal doen? Ja, natuurlijk! Die scooter was niet vanzelf verdwenen. Goed, eerst school bellen dat hij niet kon komen, omdat zijn scooter was gejat en dan de politie.

Waar was zijn mobieltje? Hij lag niet op de oplader op zijn kamer. Hij zocht het hele huis af, maar vond hem niet. Verdomme, hij had hem gisteravond nog gebruikt om een TikTok filmpje naar Martijn te sturen.

Hij zou naar Martijn lopen, die woonde enkele straten verder. Dan kon hij daar bellen.

Toen hij daar voor de deur stond, hoorde hij Martijns vader op luide toon uitvaren tegen zijn zoon, die op dat moment de voordeur opentrok en oog in oog stond met zijn vriend.

“Wat…” begon hij.

Vader verscheen in de deur opening. Hij wapperde met een stuk papier.

“Aah, Nico! Het andere brok ellende. Wat hebben jullie nu weer uitgevreten. Hier staat dat jullie een bushokje hebben gesloopt bij De Rijp en dat je daarvoor moet betalen. Is dat waar?”

Nico keek zijn vriend aan en zei: “Ja, meneer van Veen, dat klopt. Martijn heeft zijn hand verwond en ik ben waarschijnlijk neergeslagen.”

“Waarschijnlijk? Hoezo weet je niet zeker of je bent neergeslagen.”

“Ik voelde een klap en ging neer, maar we hebben niemand gezien.”

Nogal sarcastisch zei van Veen: “Dan hebben we zeker met superman te maken. Hij sloeg snel toe en bestrafte de boeven op gepaste wijze. Je mist zeker een smartphone en een scooter?”

Verbaasd stotterde Nico: “Hoehoe weet u dat?”

“Dat staat hier op dit blaadje. Kom, we stappen in de auto en gaan naar het bureau om aangifte te doen van gestolen eigendommen.”

De dienstdoende agent vond de aangifte heel bijzonder. “Dus als ik het goed begrijp heeft iemand de jongens verwond, toen zij in de nacht van 12 augustus een bushokje vernielden ter hoogte van het verzorgingshuis aan de Bloemendaalseweg?”

“Nee, één van de twee werd neergeslagen, de ander heeft zichzelf verwond aan het glas van het bushokje.”

“En u zegt dat u vanmorgen een briefje in de keuken zag liggen met de mededeling dat voor straf hun smartphones en scooters zijn meegenomen door deze persoon?”

“Ja, dat staat op dit briefje.” Meneer van Veen overhandigde het papier aan de agent.

“Alles is genoteerd, meneer van Veen en zodra wij meer weten krijgt u een belletje.”

Even later stond het drietal weer buiten, waar van Veen zei: “Hup, de auto in. Ik breng jullie nu naar school.”

De jongens protesteerden. “Maar we hebben geen boeken bij ons en hoe moeten we thuiskomen?”

“Ze zullen wel extra exemplaren hebben op school en hoe jullie thuiskomen moet je maar zien. Lopen is zo gek nog niet.”

De jongens achtten het wijzer om hierna hun mond te houden.

 

 

 

 

98

 

“Ik heb een theorietje waarmee ik Wever op stang kan jagen als hij weer begint te filosoferen.” begon Jo die dag, gezeten aan zijn bureau.

“Oké Jo, laat maar horen, want je gaat toch niet eerder stoppen dan dat je het hebt verteld.” Theo tilde zijn kopje op en ging in luistermodus zitten.

“Kijk, als hij begint dan kom ik met de volgende theorie;

Als het leven begint, komt er een stukje ‘goddelijke’ materie tot wasdom in ‘natuurlijke’ materie.  Je zou kunnen zeggen, ziel en lichaam komen samen. Wanneer de ziel ‘rijp’ is, wordt hij geoogst en volgt de dood van het lichaam. Elke ‘rijpe’ ziel draagt bij aan de onbekende consumptie van ‘God’.  Het lijden, liefhebben, kortom het totale pakket aan emoties zijn de bouwstoffen die de schepper nodig heeft.
‘God’ cultiveert, wiedt en bemest het menselijk ras door het sturen van profeten. Voor je het weet knokken de mensen dan voor het gelijk van hun ‘eigen’ profeet.”

“Dat is een leuke, Jo. Maar ik heb liever niet dat je dat gaat doen, want dan blíjft Wever aan de gang.”

Op dat moment stapte Bas hun werkruimte binnen. “Hoi jongens. Ik dacht even een koffie bij jullie te komen halen.”

“Dat is prima Bas, maar niet meer dan één keer per week hoor. We willen niet dat de mensen gaan roddelen.”

Bas moest lachen. “Als je nog een roddel wilt horen, hebben jullie al gehoord van die rare aangifte?”

“Hoezo?” vroeg Theo voorzichtig.

“Nou vanmorgen is er aangifte gedaan van diefstal van 2 scooters en 2 smartphones. Twee jongens schijnen hun spullen te zijn kwijtgeraakt als onderdeel van een straf.”

“Straf?”

“Ja, er schijnt sprake te zijn van een straf voor de jongens, omdat zij een bushokje sloopten. Iemand heeft ter plekke de ene jongen toegetakeld en later hun spullen gejat.”

“Je meent het! Maar hoe weten ze dat het om dezelfde persoon gaat?”

“De vader van één van de jongens vond een brief in zijn keuken waarop stond dat hij de jongens strafte voor hun vandalisme.”

“De dief gaf dus toe dat hij de jongen eerder had gemolesteerd? Waar was dit?”

Jo’s interesse was gewekt.

“De jongens wonen bij de Vijverweg in Bloemendaal en het bushokje staat voor De Rijp.”

Opgewonden zei Jo: “Theo, dat is niet ver uit de buurt van ons zoekgebied. Zou…? We moeten dat briefje hebben. Kom, we gaan naar de balie. Bas, je moet terug naar je eigen werkplek, want wij sluiten hier af als we weggaan.”

 

De drie verlieten het kantoor en de rechercheurs liepen in een staat van opwinding naar de frontdesk. Gelukkig was het papier bewaard. Jo wierp er een blik op en zei: “Volgens mij is dit hetzelfde handschrift als wat we eerder hebben gezien van de moordenaar! We laten het checken door de handschrift deskundige. Ik maak eerst even een foto van de tekst.”

Terug aan hun bureau haalde Jo zijn mobiel tevoorschijn om de tekst te lezen.

Hij las het voor aan Theo.

Je hebt je met je vriend schuldig gemaakt aan vandalisme. Bovendien handelden jullie midden in de nacht. De knal van het glas heeft naar alle waarschijnlijkheid aan zo’n 10 oude mensen in het verzorgingshuis het leven gekost. Een hartaanval of beroerte als gevolg van het harde geluid. Schuldgevoel is één van de straffen die jullie ondergaan. Ik pas hier snelrecht toe. De tweede straf was een lichamelijke. Het is lik op stuk. Het laatste deel van de straf is de schadevergoeding. De vandaal betaald. Ik vorder jullie spullen als schadevergoeding aan de samenleving. Een gepaste en proportionele straf.

“Dit is inderdaad onze man, Jo. En we hebben nu ook zekerheid over zijn motivatie. Hij deelt straffen uit. Als er iets naar zijn mening fout is, straft hij. Zo te zien zijn er heel veel dingen waar hij zich aan stoort. Opvoeding, dierenmishandeling, waarschijnlijk afvaldumping. Pfoei!

Ik moet ineens nodig pissen.”

“Ik loop even met je mee, want ik moet ook.”

Zij liepen naar het toiletblok op hun afdeling. Theo liep een hokje in, terwijl Jo het urinoir opzocht. Jo was nog bezig toen Theo alweer terugkwam en z’n handen ging wassen. Jo keek om en zei:

“Hee Theo. Word je verlegen dat je een hokje induikt?”

“Nee Jo, maar net als jij gebruik ik de gulp alleen nog voor noodgevallen en in openbare ruimtes.  Gerda wil dat ik zittend plas als we samen gaan wonen. “

“Kom op man, je bent toch een vent.”

Jawel, maar toen ik een tijdje terug thuis stond te plassen, had ik een korte broek aan en merkte ik dat ik tegen mijn eigen benen spetterde. Het scheelt een hoop schoonmaakwerk. Ik plaste daarna thuis al zittend, maar dat heb ik Gerda niet verteld. Dus als we nu gaan samenwonen krijg ik net als jij in ruil voor het zitten een verwarmde wc-bril van Gerda.” Hierbij grinnikte Theo. “Je ziet, ik leer nog steeds van je.”

Jo moest er hartelijk om lachen.

 

 

 

99

 

Jo had Linda overgehaald om een avondje naar het Proeflokaal te gaan. Ze had eerst tegengesputterd, want het leek haar niks dat zij gezellig gingen drinken terwijl Gerda aan het werk was. Maar Jo had gezegd dat Gerda het juist leuk zou vinden en dat ze zo trots was op haar café, dat ze het geweldig zou vinden als Linda kwam kijken.

“Maar ik vind het niks als jij met Theo over jullie werk gaat praten.”

Jo verzekerde haar dat het niet zou gebeuren. “Gewoon een gezellig avondje.”

Tot hun verrassing zagen ze Theo achter de bar, toen zij binnenkwamen.

“Is Gerda achter?”

“Nee, ze is ziek. Ze ligt met een griepje thuis in bed en wilde een vervanger regelen voor achter de bar. Maar ik heb hier nu al zo regelmatig geholpen, dat ik haar wist te overtuigen geld uit te sparen en mij hier te laten staan. Ik heb daarom 5 dagen verlof opgenomen. Je zult het een paar dagen zonder mij moeten doen Jo.

Maar ik schenk jullie even een drankje in. Van het huis. Ga lekker zitten.”

Linda vond het lokaal mooi ingericht. “Je kan wel zien dat Gerda smaak heeft. Een man zou het nooit zo hebben gedaan. Dan zou het kaal hebben geoogd, ondanks een overweldigende massa aan prullaria. Dit is mooi en harmonieus.”

Jo hield zich aan zijn woord en als Theo even tijd had om bij hun te komen, werd er niet over hun politiewerk gesproken. Het belangrijkste onderwerp was vakantie.

Ze haalden herinneringen op aan hun gezamenlijke vakanties en wogen de zomervakanties af tegen de wintersportvakanties.

Jo weigerde op wintersport te gaan. Hij was van mening dat een zonvakantie het lekkerst was en hoe Linda hem er ook van probeerde te overtuigen dat de zon in de wintersportgebieden heerlijk was en warm, bleef hij hierin koppig.

“Het zijn maar hele korte dagen. Dat vind ik niks.”

Maar hij wist wel dat Linda graag een keer het noorderlicht wilde zien en bij het eerstvolgende ronde jaartal dat zij zou bereiken, was hij van plan haar mee te nemen naar een plek ergens in Lapland. Het zou weliswaar vroeg donker zijn, omdat je het noorderlicht in de winter het beste kon zien, maar dat had hij er wel voor over. Hoewel hij voor geen goud een helling af wilde skiën, leek het hem wel leuk om een stuk door de natuur te langlaufen en zo’n tocht met sledehonden te maken.

Natuurlijk sprak hij hier niet over, want dan was de verrassing weg. Tegen die tijd moest hij ervoor zorgen dat zij beiden thermo-ondergoed, warme sokken en handschoenen hadden. Dat was nog lastig. Gewoon een keer langs de neus weg over kledingmaten babbelen zou al moeilijk zijn, want Linda wist altijd snel ergens doorheen te prikken.

De avond vloog om. Zelfs na zoveel jaren huwelijk waren Linda en hij nog niet met elkaar uitgepraat. Ze bleef naast zijn liefje ook altijd zijn beste maatje. Zou er toch iets in astrologie schuilen. Ze hadden per slot van rekening allebei het sterrenbeeld tweelingen.

 

 

 

 

100

 

 

“Nee Jo, dat kan nu niet. Theo heeft al verlof gekregen. Ik kan jou op dit moment niet missen.” Zo reageerde Willem Wever op het verzoek van Jo. Deze had na het avondje in het Proeflokaal het idee opgevat om met Linda een stedentrip van enkele dagen naar Berlijn te maken.

“Ik ben niet onmisbaar, hoor. We hebben geen enkel aanknopingspunt in de zaak van onze seriemoordenaar en de overige zaken kunnen goed over het team worden verdeeld.”

“Nee, Jo. Niet nu we net een nieuwe aanslag hebben gehad op die twee jongens.”

“Nou, meneer Wever, dat kunnen we toch geen aanslag noemen. Beide jongens hebben de ontmoeting overleeft. Niet alleen zijn ze vrij en in leven, maar ze worden ook nog een stuk gezonder zonder scooter. Ze krijgen nu meer lichaamsbeweging omdat ze moeten lopen.”

“Ik geef toe dat het een stuk beter is, dan het vermoorden van slachtoffers. Maar jij krijgt geen vrijbrief voor verlof. Stel je tripje maar even uit. Linda weet dat ze met een politieman is getrouwd.”

Peinzend voegde hij eraan toe. “Hij heeft deze keer niet gemarteld en gemoord. Zou dit een nieuwe fase zijn?”

Knorrig antwoordde Jo. “Ik zou er maar niet te zeer op hopen, gezien zijn daden in het verleden. Ik ben echter naar één ding wel benieuwd. De moordenaar schrijft in zijn strafbriefje aan de jongens, ‘Ik vorder jullie spullen als schadevergoeding aan de samenleving’.”

“Ja, en…?”

“Hoe gaat die schadevergoeding plaatsvinden? Vind hij dat hij zelf die samenleving is en houd hij die spullen? Of verpatst hij die scooters en smartphones en gaat hij de schade netjes afrekenen bij het vervoersbedrijf. In het eerste geval is hij al van de pot gerukt, maar in het laatste geval is ie helemaal van lotje getikt.

Wat voor ons nu openstaat is zo snel mogelijk die scooters en smartphones opsporen. Eerst maar kijken of hij die telefoontjes aan heeft laten staan. Dat zou te mooi zijn om waar te zijn.”

 

Willem ging er direct achteraan om informatie bij welke zendmast de telefoons waren aangemeld. Al snel bleek dat de locatiebepaling niet zou slagen. Er was kennelijk geen verbinding met het internet en het was duidelijk dat de dief ze had uitgeschakeld.

Jo keerde terug naar zijn bureau en zat daar doelloos wat poppetjes te tekenen op zijn notitieblok. De telefoon ging, het was Linda. Zij kon hun huis niet in, want ze had geen sleutels bij zich. Jo greep zijn jas en riep bij de frontdesk dat wanneer iemand hem nodig had hij met een uurtje terug zou zijn.

Hij trof Linda bij de voordeur en stak zijn hand in zijn jaszak om daar tot de ontdekking te komen dat zijn sleutels zich daar niet bevonden.

“Verdorie, ik heb vanmorgen gewoon de deur achter mij dichtgetrokken. Hij dacht even na. Het is geen probleem. Ik ga achterom, klim over de poortdeur en kan dan zo over ons tuinhekje bij de slaapkamer komen. Er zit zoveel speling in de openslaande deuren van de slaapkamer, die krijg ik wel open.”

“We kunnen toch beter een slotenmaker laten komen? Straks sloop je daar de hele boel! Als je er tenminste al komt. Ik wil niet dat je weer aan het hekje blijft haken en iets breekt.”

“Geen zorgen, het is een fluitje van een cent.” Jo was al weg en klom redelijk soepel over de deur die de poort afsloot. Hij was al snel in zijn tuin en begon te wrikken aan de openslaande deuren. Deze moesten nodig worden vervangen. Zowel één deur als de stijl waren behoorlijk rot. Hij maakte een plant los van een stang, die gebruikt werd om de plant te stutten en trok deze uit de grond. Daarna zette hij de stang in de kier die hij veroorzaakte door aan de deur te trekken. Hij zette enige kracht en er klonk een grote knal. Het glas spatte uit de sponning en Jo kreeg een aantal scherven in zijn lijf.

Linda had zijn activiteiten aan de voorkant van het huis kunnen zien, want ze kon door de kamer in de tuin kijken en zag hoe Jo tegen de grond ging. Paniekerig greep zij haar mobiel en belde de politie.

Twee agenten waren snel ter plekke en zij wisten de poortdeur te openen. Jo zat op het gras en had al enige stukken glas uit zijn armen en benen getrokken. Hij keek op en herkende één van hen.

“Dat grote stuk in uw bovenarm laten zitten, meneer Docus.”

De agent had hem kennelijk ook herkend.

“Een geluk dat de poli om de hoek is. We brengen u er wel even heen.”

Drie kwartier later was Jo weer thuis met zijn arm in een mitella.

“Ik moet mijn arm rust geven, zei de dokter.”

“O,” antwoordde Linda. “En zei hij ook iets over mij?”

“Wat bedoel je, Lin?”

“Dat je mij ook rust moet geven? Want ik zie dat je mij weer een paar dagen gaat lastig vallen. Als ik gewoon voor de komende dagen 1 keer zeg dat ik het zielig en rot voor je vind, is dat dan genoeg?”

Jo gromde wat en zei: “Ik bel meneer Wever, dat ik even niet naar het bureau kan komen.”

 

 

101

 

Wever belde Jo’s mobiele nummer.

“Hoe gaat het met je, Jo?

“Nou van de vier elementen ben ik net water en wind kwijtgeraakt. Verder gaat het goed. Ik ben begonnen met dichten. Het is overigens goed dat u belt, want nu kan ik u meteen mijn eerste gedicht voorlezen. Het gaat zo:

Nooit zal ik die dag vergeten dat wij uit fietsen gingen.

Ik maakte indruk door met een sierlijk zwaai op mijn fiets te springen,

Maar mijn zadel was gestolen door een stel vandalen.

Het kwam weer goed, want ik heb later nooit die hoge C kunnen herhalen.’

Hoe vindt u het?”

“Ik raad je aan op proza over te stappen en verder denk ik dat er niks mis is met je hersens. Er is geen reden om niet te werken. Ik laat je ophalen door een agent.” Wever hing op, vóór Jo kon reageren.

Binnen het uur vond hij zich terug op zijn vertrouwde plek achter z’n bureau waar de hoeveelheid papier in het in-bakje zoals gewoonlijk een stuk hoger was dan in het uit-bakje. Nauwelijks gezeten stapte Wever zijn werkplek binnen.

“Mooi dat je er bent. We hebben de gegevens binnen van de handschrift deskundige. De jongens zijn inderdaad aangevallen door de persoon die wij zoeken. Wat betreft de scooters. Ik heb Marktplaats laten checken en andere sites. Dat leverde niks op. Particuliere verkoop is lastig na te gaan, maar aangezien je bij verkoop alle kentekenbewijzen van de scooter nodig hebt en de jongens nog steeds in het bezit zijn van alle drie delen van het kenteken, lijkt me niet dat de dief heeft geprobeerd de machines te verkopen. Het team dacht aan sloop. Vóór 2011 bestond er geen wet of voorziening voor het demonteren van een scooter, nu wel en dan heb je óók de kentekenbewijzen nodig. Geen bedrijf zal een scooter zonder papieren accepteren.”

Jo dacht hierover na. “Ik heb steeds meer het gevoel dat hij de scooters niet ingenomen heeft als betaling voor de schade, maar dat hij dat gewoon de jongens wil laten geloven. Zij hebben tenslotte met hun bezittingen ‘betaald’, al is dat niet feitelijk aan het vervoersbedrijf gebeurd. Voor de zekerheid zal ik contact opnemen met de financiële administratie van Connexxion.

Verder kan het natuurlijk ook zo zijn dat hij de scooters gewoon ergen op straat heeft laten staan en is er iemand langsgekomen die doet aan dynamisch verwervingsbeleid.”

“Die uitdrukking ken ik niet, Jo. Wat houdt dat in?”

“Dat is een verwervingsvorm, die sommigen gebruiken als ze geen eigenaar zien of kunnen vinden.”

“Dan hebben ze nog steeds papieren nodig!”

“Niet wanneer ze in een vrachtwagen richting het oosten terechtkomen.”

 

 

102

 

 

Toen Jo uit het raam keek, dacht hij net Theo de hoek om te zien gaan. Wat zou Theo hier nou doen op zijn vakantiedag?

Na het beloofde terugbel telefoontje van het vervoersbedrijf zou hij Theo even bellen om te vragen hoe het met Gerda ging.

Het telefoontje van Connexxion kwam een half uurtje later.

“Ja, meneer Docus, wij hebben inderdaad een bedrag binnengekregen met een mededeling dat dit compensatie is voor de schade aan een bushokje bij verzorgingstehuis De Rijp in Bloemendaal. Dat is zacht gezegd heel merkwaardig.”

“Kunt u mij ook zeggen van welke rekening het bedrag is gestort?”

“Ik heb hier het rekeningnummer niet, maar het komt van een Zwitserse bank.”

“Dan kan ik ú denk ik de bank wel noemen. Jo spiekte even op een notitie, die voor hem lag. Het is de Spar-und Leihkasse Bucheggberg.”

Het was duidelijk dat de employee van het vervoersbedrijf aan de andere kant van de lijn met stomheid geslagen was. Meer bevestiging had Jo niet nodig.

Maar voor hij dit nieuwtje aan Wever ging melden belde hij Theo op.

“Hoi Theo, ik zag je een uurtje geleden hier bij het bureau. Wat deed je hier op een vrije dag?”

“O, dat moet mijn dubbelganger zijn geweest. Ik bleek namelijk zo’n mooi model dat het nog een aantal keren is geproduceerd.”

“Geen flauwekul Theo. Jij bent niet mij.”

“Je wil het niet geloven Jo, maar gisternacht heeft een bende alle auto’s in mijn straat opengebroken. Ze hebben van alles uit de auto’s gejat en hebben de spullen waarschijnlijk in mijn auto geladen, waarna ze er vandoor zijn gegaan. Daarom kwam ik aangifte doen.”

“Dus jouw auto is de enige die gestolen is?”

“Ja, kennelijk is ie het makkelijkst te starten zonder contactsleutel. Daar moet ik bij een volgende auto maar eens op letten. Gelukkig heb ik op dit moment geen auto nodig, want ik ben de meeste tijd in de zaak.”

“Ja, dat wou ik nog aan je vragen. Hoe gaat het met Gerda?”

“Dat gaat al een stuk beter. Maar wat denk je? Ze had waterpokken. Dat schijnt heel zeldzaam te zijn als je volwassen bent. Maar het kan, als je het in je kindertijd niet hebt gehad.”

“Ik hoor van iedereen dat waterpokken bij volwassenen heel ernstig kan zijn. Is het dan niet gordelroos?”

“Ja, dat klopt. Er is bijvoorbeeld meer kans op een longontsteking. Maar gelukkig niet bij Gerda. Het is al haast over. Haar ijzeren zelfdiscipline heeft ervoor gezorgd dat zij zich niet wezenloos krabde tegen de jeuk. Daardoor is haar mooie huidje nog intact. Overigens gordelroos kun je op latere leeftijd krijgen als je éérder waterpokken hebt gehad. Dat virus blijkt in je lichaam te blijven zitten en kan dan veel later tot gordelroos leiden.”

“Wauw, sterk van haar hoor! Ik heb het zelf gekregen toen ik 16 was. We waren op de terugweg van een schoolreis naar Parijs. Ik werd gek van de jeuk en mijn moeder zei dat ik niet mocht krabben en bestreed het met mentholpoeder. Ik had het ook op mijn zak en toen heb ik zelf die bus praktisch leeg gestrooid op die plek. Daarna wist ik niet hoe snel ik bij de wastafel moest komen om er koud water overheen te laten stromen. Man, wat brandde dat!”

“Hoe kan het nou Jo, dat jij altijd alles in de meest ernstige mate hebt gehad. Volgens mij is jouw lange termijn geheugen net zo slecht als je korte termijn geheugen.”

“Nee Theo, daar maak ik geen grapjes over. Ik overdrijf alleen als ik grapjes maak. Dan zeg ik bijvoorbeeld ‘Ik heb last van mijn schenkel.’ Dan vraagt een ander ‘schenkel? Dat ken ik alleen van de slager.’ En dan zeg ik ‘Klopt, dat is het stuk tussen m’n schouder en m’n enkel!’”

“Bewaar het slap gelul maar voor de kroeg. Kom je trouwens een dezer dagen nog langs?”

“Als jij even een seintje geeft wanneer Gerda er weer is, komen Linda en ik langs. O ja, ik praat je even bij over onze zaak. Dit is echt zo bizar! Ik weet niet waar onze ‘perp’ de scooters en mobieltjes van de jongens heeft gelaten, maar hij heeft zelf een bedrag aan schadevergoeding voor het gesloopte bushokje naar Connexxion overgemaakt via de ons bekende Zwitserse bank.”

Theo gaf blijk van zijn verbazing met een langgerekt “Neeee. Dus hij heeft uit eigen zak betaald voor de schade die de jongens hebben aangericht?”

“Precies. Die figuur wordt steeds vreemder voor mij. Eerst een meedogenloze folteraar en moordenaar en vervolgens een klapje als voor een ondeugend kind en voor de kosten opdraaien. Heel vreemd en niet te rijmen.”

 

 

 

 

103

 

 

Peter zat achter de laptop. Hij rondde net z’n bankzaken af. De waarde van zijn aandelen was vandaag op de beurs naar een aangenaam niveau gestegen. Zijn relatie met de originele Peter had hem geen windeieren gelegd. Idioot gewoon, dat de zoon van een rijke industrieel niets te maken wilde hebben met het kapitaal dat diens vader had vergaard. Zoon Peter was al snel bij hem ingetrokken in de Minahassastraat na een kennismaking waar de vonken van af waren gesprongen. Met enige weemoed dacht hij nu terug aan die tijd. Zijn nieuwe relatie liet maar weinig los over zijn verleden, maar op een gegeven moment was er toch iets doorgeglipt over pappa. Dat was toen hij reageerde op een artikel in de krant over een industrieel complex waarover pappa Engerling de scepter had gezwaaid tot diens dood anderhalf jaar geleden. Dat artikel in combinatie met de opmerking ‘Pa galbak’, zette Peter ertoe aan wat te gaan spitten in het verleden, waarbij de vader-zoon relatie boven water kwam. Toen hij dit feit had ontdekt, was het een kwestie van simpele planning om het geld in Zwitserland onder te brengen. Het huis in Bloemendaal stond ook op Engerlings naam. Het was een geweldig geschenk, dat hij dankbaar als compensatie voor aangedaan leed had aanvaard. De zoon had niet in zijn ouderlijk huis willen wonen en was bij hem ingetrokken. Hij had niets over het bezit van dit onroerend goed aan zijn nieuwe vlam verteld.

Toen Peter Engerling bij hem kwam wonen was alles mooi en puur geweest. Maar na een paar maanden bleek hij vreemde seksuele voorkeuren te hebben. Het vastbinden was nog tot daaraan toe, hoewel dat hem al terugbracht naar zijn kindertijd, waarin zijn vader hem vastbond en in de donkere gangkast zette als straf voor iets volkomen onbenulligs. Het verleden kwam heviger terug toen Peter hem ging afranselen, terwijl hij weerloos vastgebonden was. Daarmee had hij zijn doodvonnis getekend. Het verliezen van een liefde betekende in dit geval het verkrijgen van rijkdom. Daarvoor moest Gerard wel Peter worden. Nu was de liefde al eerder wat bekoeld door enige onsmakelijke gewoonten van zijn vriend, die aan het licht waren getreden. Een voorbeeld daarvan was het harde en veelvuldige boeren. Het klonk zo hard dat het wel middernacht op oudejaarsavond leek. Waar zijn relaties geen blijvende liefde opleverden, brachten ze wel geluk na de beëindiging ervan. Wonen in het benedenhuis in de Slachthuisstraat was geen onverdeeld genoegen geweest, gezien alle onvoorziene zaken in het huis en het asociale gedrag van de bovenburen. Ook het gedrag van André was in een totaal verkeerde richting gegaan. Hij had er echter een huis aan overgehouden, dat met een leuke winstmarge kon worden verkocht. Twee liefdes eindigden in het bezit van onroerend goed en genoeg geld om van te leven en zijn privacy te garanderen. Zijn privacy was tenslotte goed afgedekt door nieuwe identiteiten.

 

 

 

 

104

 

Willem verkeerde in een melancholische stemming. Toen Jo bij hem binnenstapte kreeg hij het direct voor zijn kiezen.

“Is de zin van het leven slechts het doorgeven van leven? Dan verschilt de mens in niets van alle andere levensvormen. Eerst was je er niet, toen werd je geboren en er was daarna sprake van bewustwording en aan het eind los je weer op. De vraag is: Waarin los je op? Als een regendruppel in een plas, of zoals een golf terug in zee?”

“Dat is een vraag waar ik u geen antwoord op kan geven, meneer Wever. Misschien kunt u één van de vele cursussen op dat gebied gaan volgen.”

“O nee Jo, dat gaat veelal uit van programma’s en religies met als doel jezelf te leren kennen. En daar ligt m’n enige overeenkomst met jou. Ook ik heb niet de aanvechting mezelf te veranderen en dat vind ik prima, want ik ben heel tevreden met de verandering die ik eerder onderging. Maar ik filosofeer graag over het onder- en bovenmaanse. Genoeg hierover. Vertel me liever wat je kwam doen.”

“Ik kwam het vreemde feit melden dat vanaf een ons bekende rekening bij de Spar-und Leihkasse Bucheggberg te Zwitserland een bedrag is overgemaakt aan vervoersbedrijf Connexxion als vergoeding van de geleden schade aan een ons eveneens bekend bushokje.”

“Die vent is echt gestoord! Ik ga proberen of ik via wat andere ingangen informatie kan aftroggelen van die bank. Het lijkt mij dat wanneer wij de identiteit van die rekeninghouder kennen, deze onverkwikkelijke reeks van moorden snel ten einde komt.”

“Ik help het hopen, maar die vent is zo link, dat ik niet denk dat we zo makkelijk achter zijn identiteit komen. Er zal wel geld naar de Maagdeneilanden stromen of het geld loopt, maar dan via belastingvrije zones. Ik gok op vertakkingen naar allerlei lege firma’s. Eén ding weten we, hij is naar alle waarschijnlijkheid behoorlijk rijk en Bloemendaal is ons enige aanknopingspunt.”

 

Gelukkig kon Jo die avond geheel ontspannen bij een leuk potje tennis met Linda, Mona en Erik. Het lukte Jo zelfs zich die avond niet op enigerlei manier te verwonden. Erik maakte daar nog een grapje over. Eerder op de avond waren Jo’s beschadigingen in het gezicht en zijn armen het echtpaar al opgevallen en Linda had natuurlijk in geuren en kleuren het verhaal van Jo’s inbraak in eigen huis, met als gevolg een gesprongen raam, verteld. Mona had daarop gevraagd of Jo niet net als alle politieagenten een praktische training met een klerenhanger om een deur open te krijgen had gevolgd. Jo had schaapachtig gelachen.

De tijd vloog in de sportkantine. Erik en hij waren het erover eens dat het een goede zet van de vereniging was geweest op een andere leverancier over te stappen, aangezien ze nu La Chouffe van de tap hadden. Daarentegen beklaagden Mona en Linda zich over de matige kwaliteit van de witte wijn.

“Er zijn altijd wel vier verschillende soorten bier op de tap en nog een keur aan flesjes, maar van witte wijn is er maar één soort. Dat moet maar eens aangekaart worden op een ledenvergadering.”

 

“In ieder geval kun je wat dat betreft zaterdag je lol op. Na de voorstelling in de Toneelschuur gaan we met z’n vieren naar het Proeflokaal. Ik kreeg net een appje van Theo dat Gerda van plan is weer aan het werk te gaan dit weekeinde.”

 

 

 

 

105

 

 

Hij werd wakker van een gesmoorde kreet, gevolgd door een ingehouden vloek. Peter stond op uit de oude rookstoel, waarin hij zich heerlijk had genesteld.  De stoel was nog van de vorige bewoner van het huis en werd door Peter intensief gebruikt.  Wel zonder sigaartje of pijp, want roken vond hij een smerige gewoonte. Op zijn tenen liep hij naar het raam en schoof het gordijn voorzichtig een stukje opzij. Buiten hing er een dikke mist. Hij meende iets te ontwaren bij het zijraam, waar hij onder een hoek op keek. Een licht gekraak klonk. Peter pakte de pook die bij de ouderwetse schoorsteenmantel hing en sloop naar de kamer waar iemand zich kennelijk probeerde toegang te verschaffen. Hij hoorde wat gerommel in de kamer en besloot hier achter de gesloten deur te blijven wachten. Na enige tijd zag hij de deurknop in beweging komen. De deur werd voorzichtig geopend en een hoofd verscheen. Op dat moment sloeg Peter toe.

Hij sleepte het slappe lichaam de trap af en de kelder in, waar hij het vastbond op de tafel. Daarna ging hij de schade aan het raam opnemen en de pook schoonmaken. Tijdens deze klusjes zou hij wel een idee krijgen over de door te voeren straf voor de onbekende in zijn kelder. Eens denken, de man was er overduidelijk op uit geweest iets te stelen. De straf zou dus iets te maken moeten hebben met dat gegeven. Wat kon hij van hem stelen. Zijn leven natuurlijk, maar dat zou wel een erg snelle straf zijn. Een beetje bewustwording creëren kon geen kwaad. Het was misschien een idee om eens te controleren in welke toestand het gebit van zijn gast zich bevond.

 

Het was ver voorbij middernacht, toen Peter besloot een kijkje te nemen in zijn kelderkamer. De gast was bijgekomen en lag te worstelen met zijn bindingen. Toen zijn gastheer in z’n blikveld verscheen stopte hij daarmee en keek hem met grote ogen aan. Met veel moeite wurmde Peter een lijmtang in diens mond. Het hoofd had hij daarvoor eerst met een grote hoeveelheid tape vast moeten zetten.

De man scheen hevige pijn te hebben door de dislocatie van zijn kaak. Verkramping zorgde ervoor dat er onder zijn kin een bal leek te ontstaan. Hij had misschien een lip- en wangretractor moeten aanschaffen, maar dat er vanavond een inbraak plaatsvond had hij niet kunnen voorzien. Evenmin als de door hem te treffen maatregelen en de daarop bedachte gepaste straf.

Ah, dat was jammer. Hij bemerkte dat de man een brug had. Die moest hij er eerst maar aftrekken.  De lijm waarmee zoiets bevestigd was ging tientallen jaren mee, dus dat zou vast wel enige pijn veroorzaken. Krakend kwam de prothese los van de onderliggende ankerplekken. Het lichaam kromde zich tegen de riemen, waarmee de dief was vastgebonden. Een kreet ontsnapte hem.

Toen de pijn begon weg te ebben, vond Peter het tijd voor een stichtelijk verhaal.

“Kijk vriend, je breekt bij mij in om iets te stelen. Waarschijnlijk heb je het zelf niet nodig, maar ga je het verpatsen om je inkomsten aan te vullen. Nu wil het geval dat ik mijn inkomsten niet hoef aan te vullen en ik heb ook niks van je nodig. Toch ga ik je bestelen. Ik begon met je brug. Ik weet het, ik heb er niks aan en kan het niet naar een heler of naar de lommerd brengen. Hij eindigt dus gewoon in de vuilnisbak. Wat ik doe heeft echter toch nut. Ten eerste ga jij hieruit leren dat inbreken niet altijd profijtelijk is en heel risicovol. Ten tweede dat het oog om oog, tand om tand principe door sommige mensen, waaronder ik, nog steeds wordt aangehangen. Een derde leermoment is voor mijzelf. Door één voor één jouw kiezen en tanden te trekken, leer ik meer over de geheimen van de mond en zijn inhoud. Ik zie de wortels en de zenuwen, die bloot komen te liggen en kan de effecten bestuderen als ik daarin prik. Hetzelfde geldt overigens voor je oog. Eén is wel genoeg, denk ik.”

De dief begon hevig te trillen over zijn hele lichaam en zweetdruppels verschenen op zijn blote huid.

 

 

 

106

 

 

Theo’s korte vakantie zat erop. Het reguliere werk was weer begonnen. Jo kon hem vertellen dat er niet veel schot zat in hun belangrijkste zaak.

Zonder een goede bak koffie konden ze de dag niet beginnen en Jo zette zich aan de taak van het zetten. Theo babbelde:

“Het was gezellig hè, zaterdag.”

“Zeker. Ik ben blij dat Gerda hersteld is. Ze was weer het stralend middelpunt van de zaak. Mona en Erik hadden het ook naar hun zin. We hadden dat echt even nodig, want die voorstelling in de Toneelschuur was niet om aan te gluren.”

“Hou erover op. Dat verhaal heb ik al uitentreuren op zaterdagavond van jullie gehoord. Hoe verzint iemand het om een pinguïn twintig minuten lang de grondwet van Patagonië in het Frans te laten voorlezen.”

“Tsja, Alleen al het idee om pinguïn poppen te gebruiken, die aan een bar bier zitten te drinken om een verhaal over een Duitse en Franse avonturier, die zich allebei koning van Patagonië noemen, te vertellen.”

“Ik vind deze zin van jou al ingewikkeld, laat staan twintig minuten grondwet in het Frans. Heb je zondag wel nog iets leuks kunnen doen?”

“Ja, we zijn naar een museum geweest. Daar was een man die leek op een walrus. Hij had net zo’n soort snor en liep vanwege zijn omvang met een wandelstok. Hij gleed hard onderuit in zaal 1 en bleef een tijdje kreunend liggen, omringd door zijn vrouw en een fragiele suppoost. Toen begon het grote hijsen. Eerst moest zijn afgezakte broek omhoog en toen het omvangrijke lichaam zelf. Op aandringen van Linda bemoeide ik mij ermee met het risico van een zware rugblessure. Je weet hoe Lin is, ik moést gaan helpen. Dus ik sta daar aan dat blok beton te hijsen samen met een oudere vrouw en een zwakke suppoost. Het is wonder boven wonder gelukt om hem overeind te krijgen en blessurevrij te blijven.”

“Alweer een avontuur, Jo. Jij kan echt niet zonder een spannend leven. Wat was het overigens voor een exhibitie? Een beetje interessant?”

“Het ging over Nederlandse romantische schilderkunst. Eigenlijk best wel sentimenteel te noemen. Veel landschapsschilderkunst van Koekkoek, Schelfhout, Springer en van Schendel. De nachttaferelen van de laatste vond ik erg mooi.

Maar genoeg over mijn weekeinde. Ik heb in jouw afwezigheid nog wat werk verricht. Bij mijn naspeuringen naar Gerard Rouvoet heb ik eerst zijn moeder onder de loep genomen. Zij is in verzorgingstehuis Schoterhof terecht gekomen en daar drie jaar later overleden. Gerard heeft het huurcontract voor het huis in de Minahassastraat overgenomen, toen zijn moeder naar Schoterhof ging.”

Zijn vader is een heel ander verhaal. Daar kon ik namelijk niks over vinden. Niemand heeft enig idee wat er met vader Rouvoet is gebeurd. Er is nergens een registratie van overlijden te vinden. Ik heb alle woonzorgcomplexen, ziekenhuizen, overheidsinstanties en dergelijke benaderd voor informatie. Niks!  De man is drie jaar vóór Gerard weer in het ouderlijk huis kwam wonen van het toneel verdwenen, zonder een spoor na te laten. Er gingen vroeger in de buurt wel geruchten over pa Rouvoet als heethoofd die zijn handjes ook tegen gezinsleden liet wapperen. Ik heb het een en ander kunnen opduikelen over vechtpartijen in kroegen, waarna hij ter ontnuchtering in een cel werd gegooid. Maar dat is allemaal vroeger.

Van Gerard Rouvoet is zoals je weet ook geen enkel spoor.”

“Hmm, klinkt als een man die wel eens op gewelddadige wijze aan z’n eindje kon zijn gekomen.”

“Misschien, maar dat weten we dus niet. We staan nog steeds bij ‘Af’ en mogen pas weg als de dobbelstenen gunstig voor ons gaan rollen of als we een ‘kanskaart’ trekken.”

 

 

 

107

 

 

Voor Monica en Linda was de vrijdagavond iets anders verlopen dan voor de drie mannen. Voor een groot deel liep dat parallel, maar toen de mannen in hun moppentapfase terechtkwamen, was er aan het einde wat meer ruimte gekomen voor Gerda en de drie vrouwen bespraken hun mannen tot in centimeters. Monica en Linda bevonden zich een stukje verder in hun relatie dan Gerda, maar de laatste verraste hen met een weergave van de seksuele escapades met Theo. Voor de twee was het een openbaring te horen dat er mannen bestonden die wisten wat zij deden als het om seks ging. Zowel Monica als Linda moest toegeven dat hun -door de tijd in sterke mate verminderde- seksuele activiteit, gekenmerkt werd door een beetje likken en beffen, waarna er rechttoe rechtaan penetratie plaatsvond die meestal niet eindigde in een hoogtepunt voor de vrouw en veelal ook leidde tot een verslapping bij hun mannen. De mannen voelden zich daar kennelijk slecht onder. Dat had waarschijnlijk iets te maken met mannelijke viriliteit en eer. Het kwam niet in hen op om erover met hun partners in gesprek te gaan.

De jongste bleek hierin de wijste.

“Mannen praten niet. Ja, ze vertellen elkaar schuine moppen en als ze jong zijn pochen ze over veroveringen, zelfs als ze deze niet hebben gemaakt. Dat laatste is tussen haakjes meestal in het nadeel van de betreffende meisjes, die daarna als ‘makkelijk te krijgen’ door de heren wordt gekarakteriseerd. Het is dus zaak dat jullie zelf het bespreekbaar maken met je man. Jullie moeten toch écht met elkaar praten. Zeg wat je prettig vindt en ook wat je vervelend vindt. Laat blijken dat je z’n mannelijkheid niet in twijfel trekt omdat hij niet klaarkomt of verslapt. Begin met elkaar te knuffelen en masseren of wrijven en denk erom een orgasme hoeft niet het einddoel te zijn. Intimiteit daar draait het om.

Toen moest Gerda weer aan het werk. Voor de andere vrouwen was dit een eyeopener geweest en zij waren vast van plan om hun mannen te onderrichten, zodat deze zelf niet langer uitsluitend op de onderkant van hun vrouwen waren gericht.

 

 

 

108

 

De inbreker die zijn gast was geworden had het niet zo naar z’n zin. Hij was duidelijk niet gewend zelf bestolen te worden, dacht Peter. Hij had het zelf echter uitstekend naar z’n zin. Fluitend en neuriënd ging hij door het huis, terwijl hij de stofzuiger hanteerde. Schoonmaken besteedde hij niet uit, zoals veel van zijn buren wel deden. Alhoewel zijn gastenverblijven goed verborgen waren, was er tegen ultieme nieuwsgierigheid geen kruid gewassen. Dus nu had hij gestoft en de keuken gedweild en waren de ramen van binnen gelapt. De buitenramen vormden het enige onderdeel van de schoonmaak dat hij door een glazenwassersbedrijf liet doen. Dat kon geen kwaad. Die lui kwamen niet binnen.

Jaren 80 muziek klonk uit de speakers, toen het lawaai van de stofzuiger verstomde. Heerlijke muziek. Het voelde echt als een feestelijke dag. Hij ging zichzelf eerst trakteren op een mooi glas rode wijn. Het werd tijd weer in zijn laatst geopende boek te lezen. Dat was al te lang geleden. Gelukkig had hij een uitstekend geheugen en hoefde niet, zoals veel mensen schenen te doen, een paar bladzijden terug te bladeren om de draad weer op te vatten.

Hij hield van historische romans en dit boek, Caribbee van Thomas Hoover, voldeed volkomen aan zijn verwachtingen. Het bracht hem ook een beetje terug naar zijn jongensjaren, waarin lezen de ontsnapping was geweest uit de rauwe werkelijkheid thuis. Hoeveel plezier had hij niet van het lezen en herlezen van ‘Patava de holenjongen’ of ‘De laatste der Arkels’. Ook de westerns van Karl May had hij destijds verslonden. Old Shatterhand en Old Surehand waren voor hem epische figuren geweest.

Hij zou morgen z’n eigen ‘surehand’ gebruiken om de laatste items van zijn gast te stelen en daarna kwam waarschijnlijk z’n ‘shatterhand’ van pas. Hij moest lachen om z’n eigen woordspeling. Het leven was goed.

Hij moest er wel aan denken zijn gast wat vloeibaar voedsel te brengen. De man had nu weliswaar zelf ‘tender meat’ in de mond, maar daarmee kauwen ging natuurlijk niet meer lukken.

 

109

 

Ook deze dag was weer zeer bevredigend verlopen. Hij was natuurlijk begonnen met zijn kom kwark, speltzemelen, lijnzaad en honing. Daarna opende hij de krant op z’n tablet en las eerst de vertrouwde columns terwijl zijn thee tot een drinkbare temperatuur afkoelde. Hij eindigde zijn krant altijd met de rubriek schrijvende lezers. Zijn eigen stukjes naar die rubriek waren nog nooit in de krant opgenomen. Hij begreep niet waarom de krant zo nodig de eigenaar van de stukjes wilde zijn, als ze toch niks van hem publiceerde. Zo begreep hij ook niet dat sommige lezers met grote regelmaat werden gepubliceerd. De heer T.Maassen uit Eindhoven stond er kennelijk altijd in. Zou dat toch door de naam komen? Het was zeker niet omdat al die stukjes zo goed waren, vond Peter. Ach ja, het door hem zo verfoeide BN’er schap drong overal in door. Overal hoorde, zag en las je ‘Bekende Nederlanders’. Gelukkig waren er door de sociale media en de vele puzzel-en ren-je-rot programma’s zoveel BN’ers bijgekomen, dat Peter ze niet als zodanig herkende en kon pretenderen dat er iemand uit de straat bij de -eveneens vele- praatprogramma’s op tv aan tafel zat. Je moest dan wel het geluid van de tv uit laten, want anders werd je toch weer geconfronteerd met een voor jou nieuwe Bekende Nederlander. Gelukkig kon je tegenwoordig terugkijken en alle flauwekul versneld doorspoelen, op de commercials na.

Na zijn krantje was het tijd voor de boodschappen en een lunch op een terras. In de namiddag had hij de laatste diefstal geplaatst bij zijn gast en werd het tijd om voor de tweede keer die dag te genieten van het mooie weer.

Om 20.00 uur, na een eenvoudige en voedzame maaltijd, besloot Peter naar de Kennemerboulevard bij het IJmuider strand te fietsen. Deze mooie fietstocht begon voor hem op de Brederodelaan, waar hij bij eetgelegenheid Bartje Bloemendaal linksaf sloeg de Bergweg op. Daar kon hij de Kennemerduinen in. Hij zag vanaf zijn fiets een vos voorbij schieten en even verderop in Duin en Kruidberg verdwenen twee herten achter een bomenrij. Hij sloeg vervolgens linksaf, waar hij in Midden Herenduin op een groep Schotse Hooglanders stuitte. Deze lagen en stonden natuurlijk midden op het fietspad. Met een kleine omtrekkende beweging sloop hij met zijn fiets aan de hand er langs. Je wist het maar nooit met die beesten.

Bij de volkstuinen verliet hij het natuurreservaat om via de Heerenduinweg naar IJmuiderslag te rijden, waar hij het duin overstak en het fietspad langs het Kennemermeer volgde. Hij zette zijn fiets neer op de parkeerplek bij de strandopgang om van een strandwandeling te gaan genieten.

Hij liep naar het zuiden tot de strandopgang van Duin en Kruidberg en keerde toen weer om.

Bij het paviljoen Zilt aan Zee keek hij vanaf de duinovergang nog een keer om naar de zee. Daar werd zijn oog getroffen door een groep jongelui, die luid schreeuwend een BOA belaagden. Deze in een blauw uniform gestoken man hief bezwerend zijn handen, maar één jongen spoog hem in het gezicht en een meisje begon hem te schoppen, spoedig gevolgd door de rest van het vijftal. De handhavingsambtenaar lag ineenkrimpend op de grond terwijl hij meermaals werd geschopt. Twee mannen kwamen al schreeuwend naar de jongeren toegerend.  De drie jongens en twee meisjes maakten dat zij weg kwamen. Peter haalde haastig zijn fiets van het slot. Het vijftal rende langs hem heen de Promenade op.

Hij kookte van woede. Die gasten hadden een lesje nodig, maar niet hier. Hij bedacht dat hij slechts één van hen hoefde te volgen. De rest zou hij dan wel vinden.

De vijf hielden stil bij het Apollohotel en barstten daar in lachen uit. Ze schreeuwden boven elkaar uit hoe ze die ‘smeris’ te pakken hadden genomen.

Kennelijk hadden ze hier hun voertuigen gestald, want twee jongens riepen op een gegeven moment ten afscheid en vertrokken op een scooter. De twee meisjes en de overgebleven jongen beklommen hun fietsen. Eén van de meisjes had een accufiets en zij reed weg, terwijl het andere meisje haar schouder vasthield en zich mee liet trekken. De jongen sloot de rij. Peter moest zijn best doen hen bij te houden. De tocht ging gelukkig niet ver, want de Kromhoutstraat, die door het industriegebied liep, werd al bij de verkeerslichten verlaten met de Planetenbuurt als doel.

De jongen was hier kennelijk thuis, want na de meisjes gedag te hebben gezegd, zette hij zijn fiets voor de deur en ging naar binnen.

 

 

 

110

 

’s-Avonds na de maaltijd ging het gesprek over Theo’s werk.

“Nu valt het wel mee. Jo en ik zitten nu op één grote zaak, maar daar zit weinig schot in en wat kleinere dingen, die allemaal in kantoortijden te doen zijn. Als er echt weer iets gebeurt, zijn de werktijden zeer onregelmatig en weekends schieten er dan bij in. Besproken vakanties kunnen worden afgezegd, omdat er onverwacht veel werk is. Eigenlijk beviel het weekje achter de bar me heel goed. Hoe zou je het vinden als ik permanent bij je in de zaak kom?”

Voor Gerda klonk dit als muziek in de oren. “Ik zou het fantastisch vinden. De horecatijden zijn ook niet altijd even vast. Het verschilt per periode. In de lente krijg je het terras erbij en de weekends zijn natuurlijk altijd druk. Daar staat wel tegenover dat je elkaar kan afwisselen als je het samen runt en je kan bepalen wanneer je samen vrij bent om iets te ondernemen. Ik zou het heel prettig vinden als je dit samen met mij deed.”

“Ik doe het natuurlijk ook voor een erotisch ontwaken. Dat lijkt mij heerlijk. Wakker worden in elkaars armen en dan een onblusbaar verlangen voelen opkomen.”

“O, ik weet zeker dat ik elk verlangen van jou kan blussen, zowel op een voor beide prettige manier, als op een voor jou onprettige manier.”

Gelukkig lachte Gerda hierbij uiterst charmant.

Een soortgelijk gesprek deed zich voor aan de keukentafel tussen Linda en Jo.

Zij begon: “Jo, ik heb het idee dat je niet meer echt gelukkig bent in je werk. Ik merk aan je dat je met enige tegenzin naar het bureau gaat. Klopt dat?”

Jo aarzelde even en zei toen: “Ja Linda, je hebt het goed gezien. De dingen waarmee we te maken krijgen staan me steeds meer tegen. Telkens komen er nieuwe managers en die hebben dan weer grootste plannen en dat leidt dan tot nieuwe regels en plannen, die eigenlijk helemaal niet nieuw zijn. Elke zoveel jaar wordt er weer iets uit de kast getrokken, waarvan de manager denkt dat het nieuw en origineel is en betere resultaten zal opleveren. Het is echter zelden nieuw en al helemaal niet origineel. Ze vergeten altijd naar de resultaten uit het verleden te kijken. Nou hebben Theo en ik nog wel het geluk dat we Wever als buffer hebben, maar ook hij kan niet onder nieuwe richtlijnen en procedures uitkomen. Maar ik ben nu 56 en heb nog even te gaan tot mijn pensioen.”

Hierop verraste Linda hem door te zeggen dat ‘geld’ helemaal niet het probleem was. “Ik ben 4 jaar jonger dan jij en heb het fantastisch naar mijn zin op m’n werk. Ik verdien genoeg voor ons tweepersoonshuishouden en we kunnen een stukje van jouw pensioen naar voren halen voor iets extra’s. Ik heb al een berekening gemaakt en het is zelfs niet eens nodig om jouw pensioen aan te spreken. Onze vaste lasten zijn zeer laag. De hypotheek is vrijwel nihil. Jij kunt rustig stoppen. Het gaat er alleen om wat je wil gaan doen. Hoe ga je je tijd vullen? Het lijkt mij overigens logisch dat je in zo’n geval wat meer huishoudelijke taken op je neemt.”

Een grote lach verscheen op het gezicht van Jo. “Dat zou echt geweldig zijn, Linda. Het is inderdaad logisch dat ik meer in het huishouden ga doen. Stofzuigen, ramen lappen en de wasmachine vullen en uitruimen, dat waren mijn taken tot dusver. Ik denk erover na om te leren koken en dat we dat dan om de beurt doen. Boodschappen doen natuurlijk, want ik kan dan makkelijker overdag.”

“Oké, dat wat betreft het huishouden, maar wat zou je verder doen.”

“Ik moet bekennen dat ik daarover al eens heb nagedacht. Ik zou graag mijn ervaringen als rechercheur omzetten in één of meerdere boeken. Een soort Baantjer, dat zou leuk zijn. Ik zou ook graag een volkstuin willen met een huisje erop. Dan kan ik werk in de tuin afwisselen met in alle rust schrijven in het huisje. We verbouwen onze eigen groente en hebben ook een soort vakantieplekje ineen.”

“Dat lijkt me een goed plan. Laten we ons meteen oriënteren op de mogelijkheden van zo’n tuin. Hoe eerder jij je weer senang voelt, hoe beter.”

Zij stond op van tafel, boog zich over Jo heen en kuste hem liefdevol op z’n voorhoofd. Daar kon Jo het natuurlijk niet bij laten. Hij leidde haar aan de hand naar boven, terwijl zij bedacht hoe zij de lessen van Gerda in praktijk ging brengen.

 

 

 

 

111

 

De volgende dag begon Peter met zijn verkenning van de Planetenbuurt in IJmuiden. Hij rekende erop enkele dagen nodig te hebben om achter het leefpatroon van de jongen te komen, die hij tot aan diens huis had gevolgd.

Zoals te verwachten viel was daar weinig spannends aan. De volgorde was: ontbijt-school-rondhangen-avondeten-rondhangen. Het weekeinde zou ongetwijfeld iets anders laten zien, maar het was niet nodig daarop te wachten. Na twee dagen wist hij hoe hij eenvoudig kon toeslaan.

Hij wist dat hij de andere vier snel hierna te pakken moest zien te krijgen, want een verhaal ging snel rondzingen en hoe meer tijd er verstreek, hoe lastiger het zou worden om zijn plannen uit te voeren. Daarom moest hij zo snel mogelijk de namen en adressen van de overige twee knapen en van de meisjes aan zijn eerstvolgende gast zien te ontfutselen.

De knaap lag keurig gekneveld op een bed in de tweede kamer. Hij werd steeds beter in het knevelen van zijn beoogde gasten. ‘Oefening baart kunst’, zoals zijn gehate vader zei, terwijl hij hem weer eens met een wandelstok sloeg. Die herinnering zette hij snel opzij. De jongen had zijn ogen open en staarde hem wild aan.

“Aah, je bent er weer. Mooi, dan kunnen we even babbelen.” Peter stak een soldeerbout in een wandcontactdoos en hield hem voor het gezicht van de jongen.

“Kijk joh. Ik heb enige haast, dus ik hoop dat je begrijpt dat ik geen geluid uit je mond wil horen, tenzij ik een vraag stel. Dan geef je netjes antwoord, maar je onthoud je verder van enig commentaar. Als je me begrijpt knik je eenmaal.” De jongen knikte met een van angst vertrokken gezicht.

“Mooi zo.” Peter trok de tape van zijn mond en legde zijn vinger op zijn lippen. “Dus mondje dicht, tenzij ik je wat vraag. Welnu ik zet mijn mobiel op ‘opnemen’ en jij geeft antwoord. Wat zijn de namen en adressen van de twee vrienden en twee vriendinnen waarmee je drie avonden geleden op het strand van IJmuiden was?”

De jongen wist duidelijk niet wat hij moest doen. Instinctief wilde hij zijn vrienden beschermen, want klikken was in zijn ogen verkeerd. Enige aansporing was dus vereist en Peter hield daartoe de soldeerbout tegen het voorhoofd van de knaap. Deze gilde het uit.

“Ik had gezegd dat ik geen geluid van je wilde horen anders dan antwoorden op mijn vragen. Ik zie het voor deze ene keer door de vingers, maar er komt geen tweede keer. Nogmaals, namen en adressen graag!”

Hij hield de soldeerbout dreigend voor het gezicht van de jongen.

Deze blubberde in één keer alle gevraagde informatie naar buiten.

Tevreden sloot Peter zijn spraakrecorder-app af.

“Mooi, dan laat ik je nu een tijdje alleen om je zonden te overdenken.”

Hij had nu geen tijd om inkopen te doen of te wachten op een online bestelling. Hij kon ook geen tijd besteden aan zijn gast in de eerste kelderruimte. De afwerking van dat probleem moest maar even wachten. Gelukkig had hij nog een drietal veldbedden in de berging, samen met het bed in de derde ruimte was dat genoeg om de 4 aanstaande gasten te herbergen. Ze konden echter niet allen rekenen op een aparte kamer. De vraag was alleen of hij de 2 meiden in de derde ruimte zou onderbrengen en de twee jongens bij hun vriend in de tweede ruimte of dat hij een beetje zou experimenteren met een gemengde placering. Dat kon psychologisch gezien een voordeel hebben. Jongens vonden het meestal erger een meisje te zien lijden dan een jongen. Waarschijnlijk had dat met een gevoel van ridderlijkheid te maken. Het was echter vreemd dat jongens vervolgens op seksueel gebied geen rekening hielden met de pijn van een meisje. Geef een aantal jongens één meisje in een donkere portiek zonder vluchtweg voor het slachtoffer en ze grepen hun kans. Gedwongen castratie zou eigenlijk mogelijk moeten zijn bij wat duidelijk een ondersoort was. Zij behoorden niet tot homo sapiens, maar tot Ignarus et hominis, waarbij zij zelf het Latijnse woord ‘homo’ ongetwijfeld verkeerd zouden interpreteren.

 

 

 

 

112

 

De meisjes bleken twee straten van het eerste huis in de Planetenbuurt te wonen. Aan de door de jongen opgegeven adressen zag Peter dat zij buurmeisjes waren. Het was een voordeel dat hij eraan had gedacht dat deze vrienden waarschijnlijk zouden communiceren via de sociale media. De knaap had vrij snel de toegangscode tot zijn smartphone afgegeven en Peter was blij verrast dat zij nog een groepsapp hadden. Hij dacht dat alle jongeren na Facebook te hebben verlaten, dat ook hadden gedaan met Whatsapp om zich te bekeren tot een nieuw platform, waar ouderen nog geen gebruik van maakten. Dat bleek in dit geval niet te kloppen. Gelukkig maar, want die nieuwe platforms waren Peter volslagen onbekend.

Nu kon hij zien dat de twee meisjes samen de zaterdag zouden doorbrengen en blijven slapen op nummer 15. De ouders van een van de meisjes bleken namelijk een lang weekeinde te hebben geboekt om Antwerpen te zien.

Hij observeerde het huis van enige afstand en besloot daarna een wandelingetje om het hele blok te maken. Misschien kon hij bij nadere inspectie van soortgelijke huizen zien, wat de beste mogelijkheden waren om zich toegang te verschaffen.

Nadat hij naar zijn mening een goed inzicht daarvan had verkregen, besloot hij thuis enige maatregelen te treffen om de nieuwe gasten naar behoren te kunnen ontvangen. Gezien de leeftijd van zijn groep nieuwe gasten zou hij wel het bordje ‘Stayokay hostel’ aan zijn huis kunnen hangen. Hij lachte smakelijk om deze geslaagde grap. Jammer dat hij geen stapelbedden aan de muren had bevestigd. Weer werd hij overweldigd door zijn eigen fijnzinnige humor.

 

Alle voorbereidingen waren getroffen en zijn twee gasten waren gevoed, nadat hij zelf van een feestelijke maaltijd had genoten. Alleen dat gedoe met chemische toiletten bleef een lastige zaak. Hij moest allerlei voorzorgsmaatregelen nemen voor hij zijn gasten kon losmaken om gebruik te maken van het toilet. Het vrat tijd. Ook zag hij ertegen op om in een later stadium drie chemische toiletten te moeten legen. Het was wellicht handiger om ze gevuld en wel als chemisch afval bij het milieuplein te dumpen.

Midden in de nacht parkeerde hij de huurauto recht voor huisnummer 15. De hele buurt was diep in slaap. Nergens brandde een lichtje. De meisjes maakten het hem wel heel makkelijk, want de voordeur zat niet op slot. Met een oud bankpasje verschafte hij zich toegang tot hun huis. Al snel was de kamer geïdentificeerd, waar de twee in een diepe slaap waren verzonken.

Het was een fluitje van een cent om hun slaap te verdiepen, waarna hij ze één voor één over zijn schouder naar de auto droeg.

De meiden werden door hem ondergebracht in de derde kelderruimte. Hij had er toch voor gekozen hen apart van de jongens te houden, zoals in een goed Stayokay hostel normaal was. In tegenstelling tot hetgeen gebruikelijk was in de meeste jeugdhotels konden de jongens echter niet een nachtelijk bezoek aan de meisjeskamers afleggen. Hij had naamkaartjes gemaakt en plakte deze op de deur van hun kamer, Isabel de Groot en Yvette van Deurssen.

De eerstvolgende stap was de huurauto zo snel mogelijk uit deze buurt te verwijderen nu het nog donker was.

Daarna was het zaak de resterende knapen in huis te halen. Dat was een wat lastiger klus, want deze woonden niet in dezelfde straat. Hij had Google Maps geraadpleegd en zag dat de Waalstraat in een buurt lag met rivierennamen, zo’n beetje ter hoogte van de wandelingang van Nationaal Park Zuid-Kennemerland en dat de andere jongen in de zeeheldenbuurt woonde, namelijk in de Trompstraat en dat lag vlak bij het Noordzeekanaal.

Heisa rond de meiden zou misschien pas ontstaan na het weekeinde. Dat hing een beetje af van het gegeven hoezeer de buren op de hoogte waren van de plannen van de meisjes. Als hij geluk had zouden ze pas maandag worden vermist. De jongen uit de Planetenbuurt was een onzekere factor. Misschien was hij al als vermist opgegeven. Het was dus zaak de laatsten van het vijftal zo snel mogelijk in zijn kelder te krijgen.

Hij zou zich eerst richten op Boris van Egteren in de Trompstraat en daarna op Fabian Smelleken in de Waalstraat.

 

 

 

 

113

 

Op de teambijeenkomst van maandagochtend meldde Wever dat de specifieke orders bij ‘Aangiften’ hadden geleid tot een verhoogde waakzaamheid op kinderen die als vermist werden opgegeven. De lijntjes waren wat korter gemaakt en zo stond de vermiste 16-jarige Robbert Zonhoven uit IJmuiden centraal bij de mededelingen van Wever.

“De jongen is sinds donderdagavond niet meer gezien. We hebben indachtig al het voorgaande gekeken naar samenhangen. Moeder en vader Zonhoven hebben de melding gedaan. Er is dus niet sprake van een ouder-kind kidnapping zoals in eerdere gevallen. Een ander voorkomend gegeven is de misdraging van een kind als kennelijke aanleiding voor de moordenaar om over te gaan tot actie. We hebben van zulk gedrag in IJmuiden slechts 1 melding van eerder die week binnen. Een BOA is daar mishandeld door een groep van vijf jongeren. Twee inwoners van IJmuiden zijn toegesneld en hebben ze weggejaagd. Het ging om drie jongens en 2 meisjes van naar schatting 15 jaar. Een van de mannen die te hulp kwam meende een van de jongens te herkennen. Hij zou het aan ons doorgeven als hij zich herinnerde waar hij die jongen eerder had gezien of ontmoet. Op dit moment is Louise bij de betreffende BOA langs met een foto van Robbert, om vast te stellen of de jongen bij dat incident was betrokken.”

Hierna kwam de informatie ter tafel over de Zwitserse connectie. Financiële experts waren daarmee bezig, nadat er contacten waren gelegd op bestuurlijk niveau. De rest van het team was verdeeld om te zoeken naar de gestolen scooters en mobieltjes, terwijl Sjoerd en Felix zich bezighielden met informatie verzamelen onder de inwoners van het woongebied rond ‘het Kopje’ en twee anderen met het vergelijken van de verkregen informatie met de gegevens uit het kadaster.

 

Twee uur later kwam Wever binnen bij Theo en Jo.

“Op de voetjes, jongens. We hebben net een belletje gehad van één van de redders van de opsporingsambtenaar. Hij heeft er met z’n gezinsleden over gesproken en herinnerde zich het gezicht van een verjaardagspartijtje van zijn zoon. Met behulp van zoonlief en een schoolfoto kwam er zelfs een naam bovendrijven, Boris van Egteren. Hij heeft op mijn verzoek de schoolfoto gemaild. Hier hebben jullie een print.

We hebben ook z’n woonadres gekregen. Dat is in de Trompstraat in IJmuiden. Jullie gaan direct naar de Trompstraat om die jongen op te pikken. Als hij daar niet is, gaan jullie naar het Vellesan College in de Briniostraat en trekken hem uit de klas. Daarna komen jullie hier met hem terug. Ik vraag of Louise de BOA meeneemt naar het bureau, dan weten we meteen of we de juiste te pakken hebben.”

De rechercheurs trokken hun jas aan en reden met een dienstauto naar het opgegeven adres. Daar troffen ze meneer van Egteren aan, die hen vertelde dat zijn zoon die ochtend naar school was gegaan. Tijdens hun gesprek vertelde de man dat hij twee dagen per week het huishouden deed en het jongste lid van de familie, dat nu 3 jaar oud was, verzorgde. Hij schrok toen Theo vertelde dat zijn zoon mogelijk betrokken was bij het incident met de opsporingsambtenaar op het strand van IJmuiden eerder die week. Hij zei dat het verhaal over de mishandeling rondging in IJmuiden en dat ze er thuis ook over hadden gesproken. Zijn zoon had zich net zo verontwaardigd over het gebeuren getoond. Hij kon dus niet geloven dat Boris daar iets mee te maken had.

De rechercheurs stapten weer in hun auto om een bezoek te brengen aan het Vellesan College. Daar werd hen gevraagd te wachten. Boris zou uit de klas worden gehaald. Twee minuten later was de decaan weer terug en vertelde ze dat Boris die ochtend niet naar school was gekomen. De administratie was op dit moment de ouders aan het bellen van de leerlingen die zonder opgaaf van redenen weg waren gebleven.

Jo vroeg of er veel gespijbeld werd en specifiek in het geval van Boris.

“Maandag is wel de dag dat er meer leerlingen afwezig zijn, of later op school komen. Boris heeft in ieder geval geen negatieve aantekening met betrekking op ongeoorloofde absentie in zijn dossier.”

De rechercheurs bedankten haar en vroegen te bellen wanneer Boris alsnog naar school kwam.

 

“Dit voelt niet goed, Theo. Twee jongens uit dezelfde plaats, die vermoedelijk betrokken zijn bij een misdrijf en allebei vermist.”

Ze zaten weer in de auto om terug te keren naar het bureau.

Theo stak zijn hand uit naar Jo en hield hem tegen toen hij de auto wilde starten. “Wacht even, Jo. Ze waren met z’n vijven toen zij die BOA aanvielen. Dat betekent dat hun vriendjes hier misschien ook op school zitten. We moeten terug om de klasgenoten van Boris te ondervragen.”

 

De decaan hoorde hen aan. Toen zij begreep dat de jongens wellicht bij een misdrijf waren betrokken, gaf ze direct toestemming aan de rechercheurs om de les te onderbreken en de leerlingen te bevragen.

Hier hadden Theo en Jo geluk, want zij kregen te horen dat Boris inderdaad bevriend was met Robbert Zonhoven en met een jongen die op het Technisch College zat, Fabian Smelleken. Wat de twee meisjes betreft werd door een van de leerlingen gesuggereerd dat het waarschijnlijk om Isabel de Groot ging, die een klas lager in dit gebouw zat. Zij werd beschouwd als het meisje van Boris.

Natuurlijk informeerde Theo direct bij de decaan naar Isabel.

“Dat is ook toevallig. Ook zij staat op de lijst met ongeoorloofde absentie. De administratie heeft gebeld, maar nog niemand te pakken gekregen.

“Wij willen graag haar adres om haar zo snel mogelijk te kunnen spreken.” De decaan dacht er niet aan om uit privacyoverwegingen te weigeren deze informatie aan hen te verstrekken en met het adres op zak togen Jo en Theo naar de Planetenbuurt.

Daar was inderdaad niemand thuis en terwijl zij besluiteloos voor de deur stonden, ging de voordeur bij de buren open.

Een vrouw stapte hevig geagiteerd naar buiten. Theo sprak haar aan:

“Mevrouw, wij zijn van de recherche en zoeken Isabel de Groot. Weet u misschien waar zij is?”

Een ware stortvloed aan woorden kwam hun tegemoet. Jo begreep eruit dat Yvette en Isabel waren verdwenen. De zenuwen gierden de vrouw door de keel. Ze stond te trillen op haar benen. Theo wist haar enigszins te kalmeren en de mannen gingen met haar naar binnen om het hele verhaal aan te horen.

Langzamerhand kregen ze daarbij een duidelijker beeld.

Haar dochter Yvette zou het hele weekeinde hiernaast bij Isabel blijven. De ouders van Isabel waren een lang weekeinde naar Antwerpen en werden deze ochtend terugverwacht. Eerder op de ochtend had de vrouw bij de buren aangebeld, omdat ze vermoedde dat de meisjes wel eens door de wekker heen zouden kunnen slapen en daardoor niet op tijd op school zouden zijn. Er was echter niet gereageerd op haar gebel en geklop aan de deur. Daarop had zij Yvette op haar mobiel geprobeerd te bereiken, maar er werd niet opgenomen. Ook Isabel beantwoordde haar mobiel niet. Daarna had ze Yvettes school gebeld. Daar was ze niet verschenen. Vervolgens had ze het ziekenhuis gebeld en was ze langs de deuren in de straat gegaan om te vragen of iemand haar dochter had gezien. Alles zonder resultaat.

De rechercheurs vroegen door over haar vrienden en vriendinnen. Volgens haar had Yvette geen vriendje en was Isabel haar hartsvriendin. Dat waren ze al vanaf de basisschool en dat waren ze gebleven nadat ze een verschillend schooladvies hadden gekregen voor het vervolgonderwijs. Ze haalde een paar foto’s tevoorschijn, die in verschillende stadia van het leven van de meisjes waren genomen. Theo vroeg of hij van de meest recente afbeelding een foto met zijn mobiel mocht maken. Dat mocht.

Jo vond het niet raadzaam de vrouw alleen te laten en kreeg voor elkaar dat deze haar zuster belde. Vijf minuten later stond de laatste voor de deur en verlieten de rechercheurs, met de verzekering dat ze hun uiterste best zouden doen haar dochter te vinden, het pand.

 

 

 

 

114

 

Peter was weer de Planetenbuurt in gereden om poolshoogte te nemen. Als daar met de terugkomst van de ouders uit Antwerpen de pleuris was uitgebroken, zou het vrijwel onmogelijk worden om Fabian te pakken te krijgen. De tijdsdruk had ervoor gezorgd dat hij Boris niet eerst naar zijn gastenverblijf had gebracht. De jongen lag netjes ingesnoerd achter in de auto.

Hij zette z’n auto rustig aan de kant, toen hij verderop bij Isabels huis de twee mannen zag staan, die hij eerder bij het huis aan de Midden Duin en Daalseweg had gezien. Vervolgens zag hij de buurvrouw naar buiten komen. Zij gesticuleerde hevig en nam de twee smerissen mee naar binnen.

Hij zou zich écht moeten haasten. Gezien die tijdsdruk was het een geluk dat Peter de smartphones van zijn nieuwe gasten in handen had.

Hij startte de auto en reed naar het Technisch College Velsen in de Briniostraat, waar hij in één van de parkeervakken zijn auto stilzette.

Vervolgens appte hij Fabian met het mobieltje van Robbert. ‘Kom asap naar buiten stap in de Opel Corsa in het 3e parkeervak voor de school. We hebben een probleem ivm met de BOA. Mijn pa helpt ons’

Peter was uitgestapt en hoefde niet lang te wachten. Toen Fabian aan kwam rennen, dook hij snel weg achter de auto. Fabian trok de autodeur open en bukte zich om in te stappen. Op dat moment werd hij op het achterhoofd geraakt. Peter schoof hem snel naar binnen, gooide de deur dicht en liep om de auto heen naar de bestuurdersstoel.

Ondanks het daglicht reed hij door tot aan zijn eigen garage. Het was een berekend risico. Het was noodzakelijk de bewusteloze jongen zo snel mogelijk gebonden in zijn gastenverblijf te hebben. Hij moest de gok maar nemen dat de auto gespot zou worden. Dat was eigenlijk niet zo aannemelijk, want hier was overdag vrijwel nooit iemand thuis en de garage stond vanaf de weg uit het zicht.

De twee jongens moesten dus fluks bij hun maatje in de kamer worden geïnstalleerd en dan zou hij de huurauto terugbrengen en met openbaar vervoer en te voet terug naar huis gaan.

 

 

 

 

115

 

Theo en Jo reden vanuit de Planetenbuurt met een hogere snelheid dan toegestaan naar de Briniostraat. Ze spraken bij binnenkomst een meisje aan dat hen snel naar het kantoor van de decaan begeleidde.

De decaan kwam over als een kordaat type en zijn daden bleken daarmee overeen te komen, want binnen de kortste keren werd het duidelijk dat Fabian zich niet in het gebouw bevond. Hij vond ook heel snel een ooggetuige van diens verdwijning. Deze jongen kon de rechercheurs vertellen, dat Fabian de les uit was gelopen en dat hij hem, toen hij uit het raam keek, weg zag rennen. Hij werd afgeleid van de scene omdat de leraar hem op dat moment een vraag stelde. Toen hij weer naar buiten keek zag hij Fabian niet, maar ongeveer op de plek waar hij hem voor het laatst had gezien stapte een slanke man haastig in een Opel Corsa en reed weg. Het kenteken had hij niet gezien, maar wel dat het een huurauto was. Op Theo’s verzoek maakte de decaan een kopie van de foto in Fabians dossier.

 

De rechercheurs kwamen terug op het bureau, waar direct een opgewonden sfeer heerste, toen Wever, als reactie op hun weergave van de gebeurtenissen, het team voor de tweede keer die dag bijeenriep.

“Er is werk aan de winkel. Naar alle waarschijnlijkheid heeft onze nog steeds onbekende verdachte binnen een week 5 jongeren opgepikt. Theo en Jo denken dat er deze ochtend 2 jongens door hem zijn overmeesterd. Eén daarvan was op weg naar school, de ander is zelfs op school gekidnapt!

Er is daarbij vermoedelijk gebruik gemaakt van een huurauto, een Opel Corsa. Ik wil dat alle autoverhuurbedrijven binnen een straal van 20 km worden gebeld om een inventarisatie te maken van alle verhuurde Opel Corsa’s.

 

 

De opsporingsbeambte zat, moeizaam ademend met z’n arm in een mitella, een blauw oog en allerlei verkleuringen aan z’n huid, aan de koffie. Hij was in gesprek met Louise.

De pijnlijke ademhaling was te wijten aan een aantal gekneusde ribben.

Toen hem de foto’s van de 5 jongeren voorgehouden werden, sprongen hem de tranen in de ogen en bevestigde hij snikkend dat het de groep was, die hem had bespuwd en geschopt.

“Ik hoop dat jullie ze een goed lesje leren,” stotterde de man geëmotioneerd.

Theo en Jo keken elkaar over het hoofd van de man aan en hun gedachten gingen naar het ‘lesje’ dat hen misschien wel op ditzelfde moment werd geleerd door een krankzinnige moordenaar. Theo schudde voorzichtig het hoofd.

Louise kreeg de opdracht de gekneusde ambtenaar naar huis te brengen, terwijl de resultaten van de telefonische zoektocht naar de Opel Corsa binnendruppelden. Er waren twee overeenkomsten met het signalement van Vellinga en het betrof in beide gevallen uitstaande contracten. Het betekende dat die auto’s nog niet waren geretourneerd. Eén bleek op naam van André Vellinga te staan. De huurovereenkomst bevatte verder een geboortedatum, geboorteplaats, het bekende adres in Schalkwijk, een telefoonnummer en e-mailadres, alsmede de rijbewijsgegevens van Vellinga. Het bleek nutteloze informatie, want zowel telefoonnummer als e-mailadres bleken niet te bestaan.

 

116

 

Peter pufte nog wat uit, nadat hij was thuisgekomen. Het had hem niet verstandig geleken de huurauto te retourneren. Hij had een trainingspak en sportschoenen aangetrokken en was naar recreatiegebied Spaarnwoude gereden, waar hij de auto dumpte. Daarna was hij gaan joggen en had de trein in Halfweg gepakt, was er op Centraal Station Haarlem uitgestapt en terug naar huis gejogd. Joggers vielen niet op in deze moderne tijd.

Hoewel hij een goede wandelaar en fietser was, had dit voor hem vreemde tempo hem toch wel uitgeput.

Een lekkere douche en een stevige maaltijd zouden hem goed doen. Zijn lunch was door al deze actie tenslotte een stuk vertraagd.

Het plan was daarna de nieuwe gasten onder handen te nemen. Eerst de meisjes en daarna waren de jongens aan de beurt…

 

De meisjes begonnen te gillen. Daar had Peter op gerekend. Het geschreeuw zou de jongens beslist zo angstig maken dat het ze dun door de broek liep.

Vervolgens legde hij het scalpel weer terug op de schaal.

De twee meiden slaakten een zucht van opluchting.

Hij draaide zich om en spuwde plots twee grote fluimen in hun gezicht.

Hij zag de mondhoeken omlaaggaan in walging.

“Kijk, zo moet die arme opsporingsambtenaar zich ook hebben gevoeld, toen jullie hem vorige week belaagden.”

Hij liet de meiden alleen en liet de deur open, waarna hij die van de tweede ruimte opende. De wijd opengesperde ogen van de drie jongens vertelden hem een verhaal. Hij rukte bij alle drie de tape van de mond. Twee van hen begonnen te brullen. Dat was goed, want de meiden zouden hierdoor weer angstig worden. Boris begon echter vragen naar hem te roepen.

Rationaliteit diende uitgebannen te worden, het was enkel tijd voor emotie. Hij schoof een boksbeugel over zijn vingers en ramde Boris recht in het gezicht. De andere twee vielen geschokt stil.

Hun angstschreeuw ving weer aan toen Peter hen naderde en op dezelfde genadeloze manier toesloeg. Vervolgens paste hij deze methode nog eens toe op hun maagstreek.

“Kijk, zo moet die arme opsporingsambtenaar zich ook hebben gevoeld, toen jullie hem vorige week belaagden.” Herhaalde hij zijn enige gesproken woorden van kamer 3. Hij verliet de ruimte en trok de deur achter zich dicht. Hij gluurde nog even om de hoek bij Yvette en Isabelle en zag tot zijn genoegen dat de twee in angstig gefluister waren gewikkeld. Hij trok ook deze deur voorzichtig dicht.

 

 

 

117

 

En wéér zaten ze met lege handen. Jo zei: “Ik raak hier zo gefrustreerd van! Telkens glibbert ie tussen onze vingers weg. Hij heeft nu 5 kinderen in zijn macht en ik wil er niet aan denken wat ie met ze doet.”

“Ik baal ook, Jo. Dit werk begint steeds meer aan me te vreten. Je mag wel weten dat ik binnenkort de brui eraan geef. Ik heb met Gerda gesproken en we gaan het Proeflokaal samen runnen. Ik ga ontslag nemen, maar ik hoop wel dat we elkaar blijven zien.”

“Dat is mooi, Theo. Het was ons allang duidelijk dat je het werk in de bar de laatste tijd veel leuker vond dan deze baan. Je bent mijn laatste vaste maatje. Er komt geen nieuwe, want ik heb eveneens besloten te stoppen. Nou ja, niet ik alleen, samen met Linda natuurlijk.”

“Maar wat ga je dan doen, Jo? En je pensioen dan? Hoelang moest je nog?”

“Onbelangrijk, Theo. Ons inkomen volstaat om een prettig leven te kunnen leiden. Misschien ga ik zelfs wel geld verdienen als schrijver. Ik ben van plan een soort Baantjer te worden. Een heel leven in dit beroep moet genoeg stof opleveren voor een serie verhalen.”

“Ik gun het je van harte, man. Dat is geweldig nieuws. Je gaat ook zeker lekker in je tuintje bezig?”

“Dat is het mooie! We hebben net gisteren bericht gehad dat ik een volkstuin over kan nemen. Er is er één vrijgekomen op ZWN, nadat een oudere man plotseling is overleden. We zijn direct gaan kijken. Er staat een kas op en een kleine blokhut met een veranda. Het is heel idyllisch. Het heeft mooie struiken, een perk met snijbloemen en laagstammige fruitboompjes. Perfect dus.”

Hun gesprek werd onderbroken door de entree van Wever. Hij viel meteen met de deur in huis.

“Felix, één van onze mensen, heeft de naam Peter Engerling genoteerd. Hij heeft diens huis bezocht aan de Hoge Duin en Daalseweg. Aangezien daar geen kelderruimte is heeft hij gevraagd de garage te mogen bekijken. Daar stond gereedschap in en een tafeltennistafel. Verder niets bijzonders, dus Felix heeft het logischerwijs bij deze vermelding gelaten. De eigenaar was heel erg vriendelijk en heeft hem ook het hele huis laten zien.

Ik heb op goed geluk alle bewoners in die buurt door de computer laten halen en weet je waar Sjoerd mee aan kwam zetten? Dat deze Engerling een strafblad heeft, hij heeft gezeten.”

“Waarvoor? Moord?” De gretigheid straalde van Jo’s gezicht.

“Nee, diefstal. Ongeveer 18 jaar geleden. Ik heb zijn dossier opgevraagd en dat zal wel spoedig binnenkomen. Het is niet veel, maar we moeten elk stukje informatie opvolgen. We kunnen niet riskeren dat we wat over het hoofd zien. Er zijn in ieder geval vingerafdrukken in het dossier te vinden. ” Wever gaf hun een papiertje met het adres.

“Hee, kijk eens Jo, het adres is over de top van het Kopje van Bloemendaal. Het is dus aan de andere kant van de Karmeltrap en weet je nog die kerel die stond te kijken toen wij aan de Midden Duin en Daalseweg een verdachte gingen oppikken? Toen ik hem zag, liep hij snel door naar de Karmeltrap. We moeten dus niet aan déze kant van Het Kopje zijn, maar óver de top, aan de andere kant.

Misschien hebben we geluk.”

 

Jo en Theo stonden op het punt om naar Bloemendaal te gaan, toen de telefoon overging. Het was Sjoerd, uit hun team.

“Ik kreeg het dossier binnen van Peter Engerling en heb direct de vingerafdrukken die daarin staan en die van onze moordenaar met elkaar vergeleken. Het is jammer, maar er is geen overeenkomst. We hebben in deze zaak weinig geluk.”

“Podkrepa, dacht ik dat we eindelijk beethadden, blijkt het weer niks!”

Jo keek nijdig naar de telefoon, die hij zojuist had neergelegd.

“Mijn gitaar is nu helemaal ontstemd.  Ik kan er echt geen vrolijke noot meer uitkrijgen.”

Op dat moment ging de telefoon weer over. Het technisch team meldde dat zij succes hadden bij het lokaliseren van de mobiele telefoon van Fabian Smelleken. Er was een ‘stille sms’ gebruikt waarmee het mobiel was uitgepeild. Theo wist dat deze techniek kon worden gebruikt. Door zo’n sms kreeg het mobiel opdracht geregeld contact met de centrale te zoeken. Een apparaat met de naam IMSI-catcher, kon dan de locatie van het mobieltje vaststellen.

Hij legde de telefoon neer en zei tegen Jo: “Ze hebben de telefoon van één van de jongens uitgepeild en wat denk je? Met een nauwkeurigheid van circa 50 meter ligt dan ding aan de andere kant van het Kopje van Bloemendaal!”

“Wat? Heeft onze perp eindelijk een fout gemaakt? Hij is vergeten een telefoon uit te zetten!” Jo maakte een vreugdedansje achter het bureau.

“Kom op. Dan gok ik toch op dat huis van die Engerling. Wever moet zorgen voor een arrestatieteam.”

Nu verliep alles in sneltreinvaart.

118

 

Peter stond met een kop koffie uit het keukenraam te kijken naar een lijster die ijverig in de grond pikte. Zijn oog werd getrokken door een beweging bij de haag. Hij merkte dat er ook vanuit zijn linkerooghoek een beweging viel waar te nemen. Op dat moment besefte hij dat ze hem eindelijk hadden gevonden.

Hij was wel in zekere mate nieuwsgierig naar welke fout hij had gemaakt, dat zij nu op het punt stonden het huis binnen te vallen.

Die nieuwsgierigheid was echter niet zo groot, dat hij bereid was zich gevangen te laten nemen.

Hij had altijd rekening gehouden met een onverwacht einde van zijn corrigerende en opvoedkundige optreden. Ze zouden echter van hem geen enkel feit cadeau krijgen. Ze mochten blijven gissen over het hoe en waarom en over de volgorde van gebeurtenissen. Het merendeel zou hun onthouden blijven en dat gaf een zekere voldoening. Hij dacht dat de waarheid over jezelf altijd stierf met je laatste ademtocht en dat je vanaf dat moment alleen nog maar was wat anderen over je vertelden.

Hij had zijn laptop vernietigd en er was hier in huis geen enkel spoor van zijn verleden te vinden.

In één moeite sloot hij de toegang tot de kelderruimte en greep hij het klaarstaande machinegeweer uit de gangkast.

De voordeur was van het slot en hij gooide hem met een forse zet open.

 

 

 

119

 

Plotseling stond er een man met een machinegeweer in de deuropening.

“Dood aan jullie allemaal!”, schreeuwde hij en het schiettuig ratelde in zijn handen.

Sjoerd greep zijn wapen en schoot.

De man ging neer, zijn wapen zweeg. Een plas bloed vormde zich om zijn lichaam.

Niemand van het rechercheteam was gewond.

Jo keek rond en zei: “Verdomme het waren losse flodders. Hij wílde dat we op hem schoten!”

Theo hield zijn vingers tegen de hals van het lichaam in de deuropening.

“Hij is morsdood.” Zei hij somber.

 

Direct werd het huis overspoeld door het arrestatieteam, terwijl het dode lichaam en het machinegeweer werden veiliggesteld. Over het vernietigen van eventuele sporen in het huis door hun inval maakte niemand zich zorgen. Het redden van de 5 scholieren ging voor.

Het hele huis werd doorzocht, maar er werd niets gevonden. In allerijl werd een geleider met politiespeurhond opgetrommeld. De hond kreeg de schooltas van Fabian om diens geur te kunnen herkennen.

Het dier werd het huis binnengeleid en hield al snel stil bij een deur die niets anders dan een kast leek te verbergen. De hond bleef in de kast aanhouden en uiteindelijk werd het mechanisme gevonden om de achterwand te openen.

Beneden trof men de scholieren in twee verschillende ruimtes aan. De jongens waren aardig toegetakeld en men bracht ze snel naar het ziekenhuis. De meisjes waren op het oog ongedeerd, maar werden ook richting ziekenhuis gedirigeerd.

De grootste verrassing wachtte hen in de derde ruimte. Een onsamenhangend mompelende man keek schichtig met één oog naar hen op. Hij leek oud en afgetakeld. Een indruk die vooral werd gewekt door een tandeloze ingevallen mond. Hij zag er verwaarloosd uit en had duidelijk in z’n broek gepoept, de urine liep in een dunner wordend stroompje van hem weg naar het midden van de ruimte.

Nadat deze 6 mensen naar boven waren gebracht, werd de kelder afgesloten voor nader onderzoek door de forensische dienst.

 

 

 

120

 

Het team was nogmaals bij elkaar gekomen en Wever trapte af.

“Wie is die vent eigenlijk? Hij voldoet aan het signalement, lijkt op de compositietekening, zijn vingerafdrukken en DNA matchen met alles wat we hebben gevonden, maar hij is niet Peter Engerling.”

Jo ging hierop door.

“We hebben verschillende getuigen naar het mortuarium laten komen. De buurvrouw uit Schalkwijk houdt stellig vol dat het lijk Vellinga is.

Schooljuf Irene Schouten bevestigt dat dit de persoon was die zij vorig jaar had gezien en kapper Jos dat dit in die tijd zijn klant was. Ook de overige middenstanders herkenden hem als de man die regelmatig boodschappen kwam doen. Er was 1 maar, zij hérkenden hem wel, maar wisten niet wat zijn identiteit was.

Jan Palsma en Irene Plantinga zijn inmiddels ook langs geweest. Zij waren er zeker van dat het lijk in het mortuarium van Gerard Rouvoet was.”

Wever trok daaruit de conclusie. “We hebben dus twee mogelijkheden. Het is óf André Vellinga, óf Gerard Rouvoet.”

“Maar hij noemde zich Peter Engerling. We hebben het nagekeken. Peter is van kinds af aan de bewoner van dit pand geweest. Bij het overlijden van zijn vader heeft hij het huis geërfd, inclusief aandelen in vele bedrijven en een grote som geld. We weten echter niets van zijn leven na het overlijden van zijn vader. Daarvóór is hij kennelijk uit het ouderlijk huis vertrokken en heeft hij in een kraakpand gezeten, waar hij bij een bende betrokken raakte en na een serie diefstallen gevangenisstraf kreeg opgelegd.”

“We gaan proberen getuigen te vinden, die de persoon Peter Engerling kunnen identificeren. Daarvoor zullen we een oproep moeten doen in de landelijke media. Er zijn ontzettend veel losse eindjes in deze zaak. We gaan uitzoeken of een vroegere tandarts van Rouvoet nog zijn gebitsgegevens heeft. Dat is één van de weinige ingangen die ons rest in het onderzoek.”

 

Na afloop van de bijeenkomst liepen Theo en Jo met Wever mee. “Meneer Wever, we overvallen u waarschijnlijk hiermee, maar wij willen beiden stoppen met dit werk. We gaan onze ontslagaanvragen opsturen.”

Wever leek oprecht geschokt, al was hij stiekem blij dat er een einde zou komen aan de onrust die Jo steeds teweeg bracht. Van Theo speet het hem oprecht. Dat was een prima kracht die hij graag had willen behouden in zijn team. Het was toch al zo moeilijk goeie krachten binnen te halen.

“Wat ga jij doen Jo? Je zit nog een paar jaartjes voor je met pensioen kan.”

“Ik ga vooral veel tuinieren, meneer Wever. Heerlijk met mijn handen in de aarde wroeten, bomen snoeien en dergelijke.”

Hierop antwoordde Wever: “Pas maar op Jo. Jij knipt zomaar met een snoeischaar het topje van je vinger af. Voor jou is niet per se politiewerk gevaarlijk. In feite maakt het niet uit wat je doet. Je roept het gevaar altijd over jezelf af.”

Met een ferme schouderklop nam hij afscheid van zijn gemankeerde rechercheur. Hij knipoogde naar Theo terwijl hij weg liep. ”Ik spreek jullie nog.”

 

 

 

 

 

 

Epiloog

 

“Heb je dat gelezen, Jo? In de krant van vandaag staat iets over een enge vondst. Ik ben blij dat je je baan hebt opgezegd, maar misschien heb je er iets aan voor het boek dat je wil gaan schrijven?”

“Laat eens zien, Linda.”

Jo pakte de krant aan en begon te lezen.

 

Haarlem – gisteren zijn in de Slachthuisstraat twee skeletten gevonden in een met zand dichtgestorte kelder. De bewoners zeiden aanvankelijk opgetogen te zijn geweest over de vondst van een kelderruimte in hun onlangs gekochte huis. Maar bij het graven stuitten zij op menselijke resten. Zij hebben…’

 

 

 

 

Inhoudsopgave

 

1.Mobieltje 2.            Boodschappen 3.Bas 4.Klapband 5.Huis 6.Ettertje 7.Actie 8.Ontmoeting 9.Dronken 10.Inbraak 11.Foto 12.Boeken 13.Dildo 14.Verrekijker 15.Kruiwagen 16.Buurvrouw 17.Gevaarlijk 18.Gerda 19.Nagels 20.Willem 21.Annihilator 22.Auto 23.Theezakje 24.Rapport 25.Kapper 26.Vlaai 27.Schoonmaak 28.Spit 29.Begraafplaats 30.Grafsteen 31.Krant 32.Sperma 33.Donker 34.Deductie 35.Signalement 36.06 37.Aaltjes 38.Kerkhof 39.Proeflokaal 40.Puzzel 41.Deegroller 42.Ziek 43.Opruiming 44.Herkenning 45.Milieustraat 46.Wereldtoiletdag 47.Rugtas 48.Inval 49.Opgelost 50.Hond 51.Terras 52.     Bal 53.Kopje 54.Heidag 55.Kaki 56.Perineum 57.Flitspoeder 58.Oehoe 59.Knal 60.MDF 61.Militair 62.Afvalpas 63.Vijg 64.Boer 65.Laser 66.Pannenkoek 67.Facebook 68.Huisbaas 69.Zoönose 70.Helicobacter 71.Schijndood 72.Implantaat 73.GFT 74.Zwart Gat 75.Tattoo 76.Mac 77.Colporteur 78.Wissel 79.Parkplatz 80.Handleiding 81.Scientology 82.Fantoom 83.Distributie 84.Holbewoner 85.Bakjes 86.Appartement 87.Narcist 88.Verband 89.Straf 90.Onschuld 91.Bankgeheim 92.Bitumen 93.Gebreken 94.Fissuur 95.Garage 96.Bushokje 97.Aangifte 98.Handschrift 99.Gemini 100.Sleutel 101.Onderdelen 102.Waterpokken 103.Sadist 104.Bier 105.Betrapt 106.Kanskaart 107.Seks 108.Schoonmaak 109.Vijftal 110.Plannen  11.Soldeerbout 112.Whatsapp 113.School 114.Tijdsdruk 115.Huurcontract 116.Gasten 117.Strafblad 118.Einde 119.Dood 120.Identificatie  Epiloog

We gebruiken cookies om inhoud en advertenties te personaliseren, om functies voor sociale media aan te bieden en om ons verkeer te analyseren. We delen ook informatie over uw gebruik van onze site met onze partners op het gebied van sociale media, reclame en analyse. View more
Cookies settings
Accept
Privacy & Cookie policy
Privacy & Cookies policy
Cookie name Active

Wie zijn we

Voorgestelde tekst: Ons site adres is: https://loekvanstraaten.nl.

Reacties

Voorgestelde tekst: Als bezoekers reacties achterlaten op de site, verzamelen we de gegevens getoond in het reactieformulier, het IP-adres van de bezoeker en de browser user agent om te helpen spam te detecteren. Een geanonimiseerde string, gemaakt op basis van je e-mailadres (dit wordt ook een hash genoemd) kan worden gestuurd naar de Gravatar dienst indien je dit gebruikt. De privacybeleid pagina van de Gravatar dienst kun je hier vinden: https://automattic.com/privacy/. Nadat je reactie is goedgekeurd, is je profielfoto publiekelijk zichtbaar in de context van je reactie.

Media

Voorgestelde tekst: Als je een geregistreerde gebruiker bent en afbeeldingen naar de site upload, moet je voorkomen dat je afbeeldingen uploadt met daarin EXIF GPS locatie gegevens. Bezoekers van de site kunnen de afbeeldingen van de site downloaden en de locatiegegevens inzien.

Cookies

Voorgestelde tekst: Wanneer je een reactie achterlaat op onze site, kun je aangeven of je naam, je e-mailadres en site in een cookie opgeslagen mogen worden. Dit doen we voor je gemak zodat je deze gegevens niet opnieuw hoeft in te vullen voor een nieuwe reactie. Deze cookies zijn een jaar lang geldig. Indien je onze inlogpagina bezoekt, slaan we een tijdelijke cookie op om te controleren of je browser cookies accepteert. Deze cookie bevat geen persoonlijke gegevens en wordt verwijderd zodra je je browser sluit. Zodra je inlogt, zullen we enkele cookies bewaren in verband met je login informatie en schermweergave opties. Login cookies zijn 2 dagen geldig en cookies voor schermweergave opties 1 jaar. Als je "Herinner mij" selecteert, wordt je login 2 weken bewaard. Zodra je uitlogt van je account, worden login cookies verwijderd. Wanneer je een bericht wijzigt of publiceert wordt een aanvullende cookie door je browser opgeslagen. Deze cookie bevat geen persoonsgegevens en heeft enkel het bericht ID van het artikel wat je hebt bewerkt in zich. Deze cookie is na een dag verlopen.

Ingesloten inhoud van andere sites

Voorgestelde tekst: Berichten op deze site kunnen ingesloten inhoud bevatten (bijvoorbeeld video's, afbeeldingen, berichten, enz.). Ingesloten inhoud van andere sites gedraagt zich exact hetzelfde alsof de bezoeker deze andere site heeft bezocht. Deze sites kunnen gegevens over je verzamelen, cookies gebruiken, extra tracking van derde partijen insluiten en je interactie met deze ingesloten inhoud monitoren, inclusief het vastleggen van de interactie met ingesloten inhoud als je een account hebt en ingelogd bent op die site.

Met wie we je gegevens delen

Voorgestelde tekst: Als je een wachtwoord reset aanvraagt, wordt je IP-adres opgenomen in de reset e-mail.

Hoelang we je gegevens bewaren

Voorgestelde tekst: Wanneer je een reactie achterlaat dan wordt die reactie en de metadata van die reactie voor altijd bewaard. Op deze manier kunnen we vervolgreacties automatisch herkennen en goedkeuren in plaats van dat we ze moeten modereren. Voor gebruikers die zich op onze site registreren (indien aanwezig), slaan we ook de persoonlijke informatie op die ze verstrekken in hun gebruikersprofiel. Alle gebruikers kunnen op ieder moment hun persoonlijke informatie bekijken, bewerken of verwijderen (behalve dat ze hun gebruikersnaam niet kunnen wijzigen). Site beheerders kunnen deze informatie ook bekijken en bewerken.

Welke rechten je hebt over je gegevens

Voorgestelde tekst: Als je een account hebt op deze site of je hebt reacties achtergelaten, kan je verzoeken om een exportbestand van je persoonlijke gegevens die we van je hebben, inclusief alle gegevens die je ons opgegeven hebt. Je kan ook verzoeken dat we alle persoonlijke gegevens die we van je hebben wissen. Dit is exclusief alle gegevens die we verplicht moeten bewaren in verband met administratieve, wettelijke of beveiligings doeleinden.

Waar je gegevens naar toe worden gezonden

Voorgestelde tekst: Mogelijk worden reacties van bezoekers gecontroleerd via een geautomatiseerde spamdetectie service.
Save settings
Cookies settings